24 januari 2023
Opinie
door: Maurice Leeser
Sportevenementen zijn belangrijk voor de Nederlandse samenleving en kunnen dienen als waardevolle platforms die de zichtbaarheid en het bereik van sporten en bewegen vergroten. Steeds meer organisatoren van sportevenementen gooien echter ‘paars aangelopen’ de handdoek in de ring. Hoog tijd dat er weer perspectief wordt geboden voor het duurzaam organiseren van sport(evenementen). Geef dus ruimte aan (buiten)sportevenementen en minimaliseer rompslomp, bureaucratie en onnodige regels en drempels.
‘Want het houdt niet op, niet vanzelf’ was de laatste zin van mijn vorige column. Waar de negatieve fenomenen in de sport hardnekkig standhouden, verdwijnt een aantal mooie tradities in de sport helaas wel vanzelf. Het organiseren van een sportevenement door vrijwilligers is steeds moeilijker te realiseren.
Zo stopte het hardloopevenement ‘de Zeebodemloop’ in Lelystad in 2018 na een traditie van 38 jaar. En recent maakte het bestuur van het landelijk wandelevenement de Rode Kruis Bloesemtocht bekend, na een traditie van dertig jaar, te stoppen en de organiserende Stichting op te heffen. En dit zijn ‘slechts’ twee voorbeelden van de vele grote en kleine monumentale sportevenementen die geen doorgang meer (zullen) vinden en daardoor geen platform meer bieden dat bijdraagt aan de aanpak van maatschappelijke vraagstukken. Dit tot teleurstelling van de tienduizenden deelnemers en vele toeschouwers en tot frustratie van een groot aantal beleidsmakers die weer een mogelijkheid zien verdwijnen om eenzaamheid en kansenongelijkheid tegen te gaan of juist gezondheid te bevorderen.
Vrijwilligerstekort
Eén van de plekken waar de sportschoen wringt is het tekort aan vrijwilligers. Het aandeel van de Nederlandse bevolking van twaalf jaar en ouder dat maandelijks of vaker vrijwilligerswerk in de sport doet, is tussen 2012 en 2020 gedaald van elf naar negen procent. Het aantal vrijwilligers loopt dus (relatief) terug. De toenemende vergrijzing (de groep 55 t/m 64-jarigen zijn het minst vaak actief als vrijwilliger) en onvoldoende aanwas van jongere vrijwilligers doen een extra duit in het zakje. En dit zijn de cijfers van vóór ‘corona’. De cijfers tijdens de twee coronajaren maken duidelijk dat het aantal vrijwilligers in de sport tijdens deze periode nog sterker is gedaald. Laten we hopen dat er sprake is van een tijdelijke ‘coronadip’ in plaats van een negatieve structurele ontwikkeling.
De daling van het (relatieve) aantal vrijwilligers is niet het enige dat wringt. Minder vrijwilligers betekent eveneens minder capaciteit om te kunnen voldoen aan de complexe wet- en regelgeving en langdurige vergunningprocedures om een sportevenement te laten plaatsvinden. Daarbij komt dat het aanvragen van vergunningen de laatste jaren nog complexer is geworden. Dat drukt op het plezier en leidt tot een vicieuze cirkel van meer uitval van vrijwilligers, waardoor de ‘werkdruk’ nog verder toeneemt.
Het voldoen aan deze verzwaarde procedures is bijna niet meer te doen met uitsluitend onbezoldigde en vrijwillige ‘handjes’. Met als gevolg dat steeds meer professionals worden ingezet. Een rekening die door iemand voldaan moet worden, hetgeen leidt tot hogere inschrijfgelden. Maar dit zijn bij lange na niet de enige obstakels waar organisatoren van sportevenementen tegenwoordig mee ‘te dealen’ hebben.
Tijdelijk zonder publiek...
Door de groei van de bevolking, de urbanisatie en het sluiten van meer natuurgebieden voor sport en bewegen staat de openbare ruimte onder toenemende druk. Verder geeft de politie al jaren aan dat er onvoldoende capaciteit is voor de begeleiding van sportwedstrijden of -evenementen. Zo was vóór ‘corona’ al sprake van een verminderde politie-inzet bij wielerwedstrijden op de openbare weg, recent staat ook de politie-inzet bij voetbalwedstrijden onder druk. Eind december 2022 deed voorzitter Wim Groeneweg van politiebond ACP een oproep om voetbalwedstrijden uit de eredivisie (tijdelijk) zonder publiek te spelen, zodat er meer politie in de wijken beschikbaar blijft.
Door deze (regel)druk komt de toegankelijkheid van sportevenementen in het geding. De verzwaarde procedures en de toenemende financiële risico’s zorgen ervoor dat organisatoren, vrijwilligers of bestuurders van stichtingen die evenementen organiseren afhaken. En doordat de inschrijfgelden stijgen zullen ook kwetsbare groepen afhaken, simpelweg omdat de kosten een obstakel vormen. Deze daling in deelname staat natuurlijk haaks op de ambitie van de overheid om zorg te dragen voor meer sportparticipatie bij bepaalde groepen mensen (bijvoorbeeld mensen met een laag inkomen, migratieachtergrond of een beperking) en te streven naar meer kansengelijkheid en een inclusieve sportsector waarin niemand nog drempels voelt om te (blijven) genieten van sport en sportevenementen.
En laat duidelijk zijn, ik snap goed dat de openbare orde en de veiligheid gewaarborgd moeten zijn en dat eventuele overlast zoveel mogelijk moet worden tegengegaan. En ook dat er een heldere verantwoordelijkheids- en aansprakelijkheidsverdeling moet zijn tussen de organisator, de gemeente en de hulpdiensten. Dat kan echter ook bereikt worden door een meer doelgerichte werkwijze in plaats van een regelgerichte werkwijze. En natuurlijk is een goede risicobeoordeling onderdeel van deze doelgerichte aanpak.
Actieplan
Daarom stel ik voor dat in het ‘Bestuurlijk overleg Sportakkoord’ wordt geagendeerd dat VWS, NOC*NSF, VSG/VNG en POS gezamenlijk een actieplan opstellen om de regeldruk voor het organiseren van sportevenementen aan te pakken en zo de ‘paarse krokodil’ te verruilen voor ruimte voor sport(evenementen). Met als insteek een sterke overheid die faciliteert in plaats van frustreert. Bijvoorbeeld door meer te werken vanuit vertrouwen, door administratieve en de financiële lasten voor procedures te verminderen en het proces tot vergunnen te vereenvoudigen en te uniformeren. En door vast te leggen dat we er alles aan doen om de doorgang van en de beleving bij sportevenementen te borgen. Zodat tijd voor paarse regeldruk plaats maakt voor tijd voor het realiseren van plezier en maatschappelijke impact.
De overheid wil sporten in de openbare ruimte stimuleren en meer mensen bereiken om in beweging te komen. En we willen meer ontwikkelmogelijkheden voor talentvolle sporters. Het wordt echter dan wel hoog tijd dat er weer perspectief wordt geboden voor het duurzaam organiseren van sportevenementen.
Sportevenementen zijn tenslotte belangrijk voor de Nederlandse samenleving en kunnen dienen als waardevolle platforms die de zichtbaarheid en het bereik van sporten en bewegen vergroten. Geef dus ruimte aan (buiten)sportevenementen en minimaliseer rompslomp, bureaucratie en onnodige regels en drempels. Want anders haken nog meer organisatoren, deelnemers en toeschouwers af en is de basis weg voor het bereiken van andere sociaal-maatschappelijke doelen.
Maurice Leeser (1969) is vanaf 1 februari 2023 directeur van de Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie (KNWU) en sinds 2019 adviseur van de Nederlandse Sportraad. In 2022 was hij programmamanager bij VeiligheidNL (het kenniscentrum voor letselpreventie). Daarvoor werkt hij bijna drieënhalf jaar als directeur-bestuurder van Sportbedrijf Lelystad, zeven jaar als directeur van het Watersportverbond en drie jaar als directeur van de Roeibond. Weer eerder werkte hij vanaf 2006 bij de directie Sport van het ministerie van VWS en vanaf 2003 bij Gehandicaptensport Nederland. Van 1999 tot 2003 was Leeser in dienst bij de Dopingautoriteit.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.