20 september 2022
Opinie
door: Feike Tibben
In twee vorige bijdragen - over beweegvriendelijk water en de beweegvriendelijke stad - heb ik een aantal gedachten gedeeld hoe we onze omgeving meer beweegvriendelijk zouden kunnen maken en wat daarvoor nodig is, zodat er steeds meer mensen in de buitenruimte gaan sporten. Dat dubbele ruimtegebruik wordt als aantrekkelijk gezien want het is efficiënt, relatief goedkoop en past helemaal in de ontwikkeling om een algemeen toegankelijke beweegvriendelijke omgeving te maken. Maar ja, het begrip openbare ruimte zegt het eigenlijk al: anders dan op speciale sportaccommodaties waar je ‘onder elkaar’ bent moeten de sporters in de openbare ruimte deze delen met andere gebruikers dan sporters.
Als sporter in openbare ruimte ben je niet alleen sporter, maar vooral ook verkeersdeelnemer. En de sporttechnische wensen verhouden zich niet altijd even makkelijk met regels of belangen van anderen. En dat zorgt voor gedoe. Wie de pers er op naslaat leest dat ruiters klagen over auto’s, wandelaars over mountainbikers, bewoners over wielrenners en ga zo maar door. We kennen allemaal de voorbeelden, en hebben ze misschien wel zelf aan den lijve ondervonden.
Dossiers uit de roeisport
Maar niet alleen aan de ‘klaag-kant’ levert sporten in de openbare ruimte spanningen op. Het zijn van sporter, verkeersdeelnemer én medebezoeker van de openbare ruimte levert ook extra uitdagingen op voor de sporter, sportvereniging of sportbond aan de ‘regelkant’. De routesporters moeten zich nogal eens in dossiers begeven buiten de sport. Een inkijkje in een aantal dossiers uit mijn eigen sportpraktijk, die van de roeisport:
Het is zo maar een greep, maar u ziet: het zijn nogal wat niet-sport-dossiers waar je als sporter, sportvereniging of sportbond van een sport in de openbare ruimte mee wordt geconfronteerd. We zijn hierin als roeiers niet uniek. Ook de wandelaars, fietsers, skeeleraars, skaters, kanoërs, zeilers en suppers zullen herkennen dat je meer aan je fiets hebt hangen dan sporten alleen. En allemaal doen we dat ad hoc en op onze eigen manier. Terwijl we best wel veel delen.
Sportroutes
Het belang van goede en veilige sportroutes bijvoorbeeld. Naarmate er meer sporters in de buitenruimte gaan sporten wordt dat belangrijker (en vice versa: een leuk rondje dóet sporten). Tot mijn verbazing lijkt er geen handleiding of inspiratieboek te zijn hoe bijvoorbeeld een fijne hardloop- of skeelerroute er uitziet (hoeveel kruisingen, stoplichten stoepranden, kwaliteit van wegdek, mate van verlichting etc.) Sommige sporten - zoals wij roeiers, of de hippische sport - zijn wat verder en hebben wel richtlijnen gemaakt waaraan een fijne buitensportvoorziening moet voldoen. Maar allemaal staan we voor de uitdaging: hoe krijgen we het geregeld? Hier ligt een mooie opgave voor de gezamenlijke sport om zichzelf positie toe te eigenen en bijvoorbeeld Sportaccom of andere ontwerpboeken aan te vullen met sporttechnische wensen voor de buitenruimte. We hebben de positie, de kennis en de power: Volgens mij ligt hier een kans voor open doel.
En nu we toch spreken over posities: nu er steeds meer in de buitenruimte gesport wordt en we dat in Nederland nog verder willen stimuleren, wordt het volgens mij tijd om de sportende gebruiker op die sportroutes ook juridisch positie te geven. Zou bijvoorbeeld het succes van de fietsstraat, waarbij fietsers de hoofdgebruikers zijn en auto’s te gast, niet vertaald kunnen worden naar sportroutes? Bijvoorbeeld: een hardlooprondje waarbij hardlopers hoofdgebruikers zijn en wandelaars (rechts houden, honden aan de lijn) te gast. Of een snelfietsroute die er is voor snelle fietsers en waar andere fietsers te gast zijn. Of speciale locaties voor sportwater waar ruimte wordt geboden aan watersport en waar de beroepsvaart of recreatievaart zich schikt.
Er zullen aan zo’n concept vast de nodige haken en ogen aan zitten, maar het zal ook veel duidelijkheid geven in hoofd- en medegebruik, en dat is in het belang van die grote aantallen sporters in de openbare ruimte minstens het verkennen waard. Want wat zou het een mooie stap vooruit zijn als we al die sporters in de openbare ruimte comfort kunnen bieden in de vorm van goede voorzieningen én een positie waarbij ze zich als sporter gezien en beschermd weten. Dan zou het sporten in de buitenruimte nog fijner, beter en veiliger kunnen worden en wordt de stap naar meer sporters in een beweegvriendelijke omgeving makkelijker!
Feike Tibben is lid van het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Roeibond. Hij heeft de portefeuille Infrastructuur en Innovatie. Samengevat betekent dat aandacht voor: nieuwe roeiverenigingen, nieuw roeiwater, nieuwe sportvormen, nieuwe doelgroepen en nieuwe samenwerkingen. In het dagelijks leven is Tibben zelfstandig interimmanager.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.