23 juni 2015
Opinie
door: Rick Lahaye & Thomas Waanders
Is een heuvel steiler voor een vermoeide atleet? Een goal kleiner voor een sporter uit vorm? Of een bal groter voor een softballer, als het slaggemiddelde van de slagman hoger ligt? Onderzoek laat zien dat het antwoord op alle drie de vragen volmondig ja is! 1 Je zult je misschien afvragen hoe dit kan? De heuvel, de goal en de bal zijn allemaal nauwkeurig te meten. En meten is weten! Toch?
Joris van den Bergh - een pionier van de Nederlandse (sport)journalistiek - schreef in het jaar 1941 het fascinerende boek 'Mysterieuze krachten in de sport'. Op bijna poëtische wijze schreef hij over de rol van 'het hoofd' bij het leveren van sportprestaties:
De techniek en hulpmiddelen om 'onzichtbare krachten in de sport' te onderzoeken, bestonden in de tijd van Joris van den Bergh nog niet. Alles stond nog in de kinderschoenen en het brein was een black box. Er werd met nieuwe technieken gespeeld door coaches. Eén van deze mensen was de Australische zwemcoach Forbes Carlile. Deze legendarische coach gebruikte hypnose om zwemmers harder te laten zwemmen. Hij liet zijn pupillen denken dat op het moment dat ze in het water lagen, een haai achter ze aan zwom. Forbes inventieve strategie had volgens hem effect, want de zwemmers gingen harder zwemmen. Er was echter één probleem waar Carlile geen rekening mee had gehouden. Niemand wilde meer terug het water in!
Onvoldoende bewijs
Sportliefhebbers genoten van de geweldige verhalen die in het boek van Van den Bergh stonden. Wel waren er critici die vonden dat anekdotisch bewijs over de rol van 'het hoofd', onvoldoende was om ze te overtuigen. Alleen is er veel veranderd sinds het jaar 1941. De ontwikkeling van moderne technologie heeft het mogelijk gemaakt voor wetenschappers om beter inzicht te krijgen in wat zich afspeelt onder onze hersenpan.
Als het gaat om de mysterieuze krachten in de sport bij een steile heuvel en de grootte van een goal en bal. Objectief gezien kunnen deze maten uiteraard niet veranderen. De magie ontstaat alleen als deze maten met de mens in aanraking komen. Volgens professor Dennis Proffitt - een onderzoeker naar belichaamde cognitie - wordt het visuele proces niet alleen bepaald door de informatie die de hersenen binnenkrijgen via de ogen. Ook iemands doel, fysieke staat en emotie spelen een belangrijke rol. Dit bepaald mede wat de perceptie is van de sporters.
In zijn onderzoek toonde Proffitt aan dat wanneer een groep proefpersonen een zware rugzak op hadden, ze een heuvel als steiler beoordeelde in vergelijking met een groep zonder rugzak. Hetzelfde effect werd gevonden bij een groep proefpersonen die vermoeid waren in vergelijking met de groep die was uitgerust. Over zijn resultaten zegt Proffitt: 'Een consistente bevinding in alle studies is dat een heuvel als steiler wordt waargenomen, wanneer iemands fysieke staat verminderd is.'
Rol perceptie
Onderzoekster Dr. Jessica Witt zegt verder over haar onderzoek naar de grootte van een bal: 'Het is interessant dat alle optische informatie hetzelfde is, maar dat de bal anders lijkt afhankelijk van de individuele prestaties van atleten. Het is duidelijk dat hoe we de wereld om ons heen zien, invloed heeft hoe we daarin presteren. Perceptie speelt een belangrijke rol bij wat we doen en hoe goed we het doen.'
Nico Rienks - tweevoudig olympisch kampioen roeien - heeft ervaring met de invloed van perceptie: 'De Oost-Duitsers waren enorm goed. Die wonnen vanaf de junioren praktisch alles. In het jaar 1988 in Seoul wonnen we (Rienks en teamgenoot Ronald Florijn) voor de eerste keer van ze. Anderhalve week later kwam ik Uwe Heppner - één van de Oost-Duitsers - tegen. Ja en plotseling heb je dan zoiets van, ik ben eigenlijk net zo groot als jij! Terwijl je vroeger altijd het idee had dat hij een kop groter was. Het bijzondere is, de acht jaar daarna wonnen wij enorm veel en werd er op ons gelet. Toen waren wij de soort Oost-Duitsers.'
Dat Rienks lang dacht dat Heppner voor zijn gevoel een kop groter was - terwijl beide mannen exact 1.96 meter lang zijn - heeft mogelijk te maken met de hegemonie van de Oost-Duitsers in de jaren daarvoor. Zijn perceptie van de tegenstander werd zo beïnvloed. Een psychologisch nadeel voor Rienks.
Wij vermoeden dat onbewuste denkprocessen invloed hebben op het aantal spiervezels dat het brein activeert om een beweging uit te voeren. Ontzag voor een tegenstander en slechte resultaten uit het verleden, zorgen ervoor dat een atleet minder spiervezels activeren. Atleten leggen zich zodoende onbewust eerder neer bij verlies. Wetenschappelijke ondersteuning ontbreekt nog wel voor deze bewering. Het is in onze optiek interessant voor sportwetenschappers om hier vervolgonderzoek naar te doen.
Voor de gek houden
Naast onbewuste denkprocessen die invloed hebben op prestaties, houden atleten zichzelf ook bewust voor de gek. Volgens Louis Delahaije - performance manager bij Lotto/Jumbo - deed Joop Zoetemelk als ploegleider in de Dauphiné een mooie uitspraak wanneer zijn renners begonnen te klagen over de zware bergen zoals de Mont Ventoux in de etappes. Hij zei: 'Bergen? Ik heb de hele week nog geen berg gezien!' De uitspraak van Zoetemelk doet mogelijk een glimlach op het gezicht ontstaan. Toch is de uitspraak van Zoetemelk helemaal zo gek nog niet. Sterker nog, jezelf voor de gek houden als sporter kan van grote waarde zijn voor het leveren van topprestaties.
Het is namelijk een belangrijke strategie voor sporters om met pijn en vermoeidheid om te gaan. Denk bijvoorbeeld aan wielrenners die de afstand tot de top van een berg bewust verkeerd inschatten, sporters die zichzelf vertellen dat de informatie op hun vermogensmeter niet klopt als ze kapot zitten of atleten die zichzelf vertellen dat ze helemaal niet zo moe zijn bij naderende uitputting. Allemaal strategieën die door topsporters worden gebruikt om met vermoeidheid om te gaan. Een bijzonder tafereel, want de partij die liegt en de partij tegen wie wordt gelogen zijn een en dezelfde persoon. Atleten weten diep van binnen dat het ook niet klopt wat ze tegen zichzelf zeggen. Dat het alle logica tart. Toch gebruiken ze het als strategie. Het werkt immers en vaak met veel succes!
Het brein als dirigent
In onze column Het brein als dirigent?! toonden we al aan dat de perceptie van een atleet belangrijk is volgens het Psychobiologisch model van professor Samuele Marcora. De perceptie van een atleet beïnvloed namelijk de ervaren mate van inspanning. Simpel gezegd: als een inspanning makkelijk voelt, dan kun je sneller, en als het moeilijker voelt, ga je langzamer.
Samengevat kun je zeggen dat door iemands doelen, fysieke staat en emotie, atleten de wereld om zich heen dus anders waarnemen. Atleten houden zichzelf als illusionist zowel bewust als onbewust voor de gek. Welke illusies allemaal bestaan bij atleten, verschilt per persoon. Het is daarom belangrijk voor atleten om zichzelf als goochelaars te ontmaskeren!
Noot:
1. Proffitt, 2006; Witt, 2005; Witt & Proffitt, 2005; Witt & Dorsch, 2009. Zie hieronder voor gedetailleerde verwijzing
Referenties:
Rick Lahaye is de oprichter van Kennisstroom. Een organisatie op het gebied van onderzoek & ontwikkeling in de sport. Onderzoek naar topsporters, kennisoverdracht en innovatie in samenwerking met de maakindustrie staat centraal. Blijf op de hoogte via @Kennisstroom
Thomas Waanders is bewegingswetenschapper en sportpsycholoog VSPN®. Met zijn bedrijf De Prestatiecoach begeleidt hij sporters, coaches en teams om het optimale uit zichzelf te halen en verzorgt hij workshops en lezingen. Daarnaast is hij werkzaam als docent High Performance Sport op de Hogeschool van Amsterdam en verzamelt hij positiedata bij de hoofdmacht van Ajax. Blijf op de hoogte via @prestatie_coach
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.