Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Gemeenten laten kansen voor effectieve inzet ruimte voor sport liggen

Gemeenten laten kansen voor effectieve inzet ruimte voor sport liggen

10 september 2013

Opinie

door: Thecla van Dijk en Rens van Kleij

Om te sporten – en te bewegen – heb je ruimte nodig. Maar benutten we de beschikbare ruimte wel afdoende? Sporten gebeurt al lang niet meer op het sportpark alleen. Om aansluiting te blijven houden bij het veranderende sportgedrag of aan te zetten tot een actievere levensstijl, zal ook de directe leefomgeving en de openbare ruimte dienen te ‘sportificeren’. Maar zijn we hiertoe in staat en weten we hoe? Kunnen we de lessons learned vanuit de wetenschap vertalen naar de praktijk? Kan de doctrine van de speeltoestellencatalogus worden doorbroken? Of laten we ons oor hangen naar politiek conservatieve krachten en heffen we het glas, doen we een plas en alles . . . Uitdagingen en hordes voor een effectieve inzet van ruimte voor sportieve doeleinden.

Na jaren van toename stabiliseert de sportdeelname in Nederland. Verschillen in leeftijd, etniciteit, geslacht, opleiding, inkomen, leefstijl en ook mate van verstedelijking leiden daarbij tot verschillen in de mate van en soort sportdeelname1. Terwijl de sportvereniging op het platteland de bevolking nog stevig in zijn greep heeft, verliest zij marktaandeel in de meer verstedelijkte gebieden2. Met het toenemen van de leeftijd, neemt de sportdeelname af. De 65-plussers zijn echter wel aan een inhaalrace begonnen, hun sportdeelname is stijgende. In tegenstelling tot jongeren zijn zij echter veel minder terug te vinden op het sportpark maar nemen ze hun toevlucht tot wandelen en (toer)fietsen3.

Verschillende regio’s in Nederland hebben te maken met zowel vergrijzing als bevolkingskrimp. In deze gebieden staat sport onder grote druk, zowel kwalitatief als financieel. In de meer verstedelijkte gebieden zal de doorzettende bevolkingsontwikkeling daarentegen de komende jaren leiden tot een algeheel tekort aan sportvoorzieningen2. Daar komt de groei in sportdeelname met name op het conto van fitness en niet-officiële accommodatiegebonden sporten.

Dit roept vragen op over de inrichting van de stad en de mogelijkheden om de openbare ruimte beter geschikt te maken voor sportief medegebruik. Zie daar de elementen van het dynamische krachtenveld waarbinnen dient te worden gekomen tot een perspectiefvolle sportinfrastructuur waarin naast sportparken en openbare ruimte ook de directe leefomgeving (de buurt) een belangrijke rol vervult.

Sportparken met toekomst
De sportparken vormen ruimtelijke clusters van officiële sportaccommodaties. De aldaar gehuisveste sportverenigingen zijn van grote maatschappelijke waarde voor de vrijetijdsbesteding van hun leden en vormen een verbindende factor in de lokale samenleving. Dat is mooi, maar niet vanzelfsprekend. Het is met name de jonge jeugd die veel gebruik maakt van de (officiële) sportaccommodaties. In regio’s met bevolkingskrimp en (dubbele) vergrijzing worden de ‘traditionele’ sportparken in hun voortbestaan bedreigd. In die regio’s zal het politieke statement ‘elke dorpskern, zijn eigen sportpark’ niet (veel) langer houdbaar en betaalbaar blijken. De vraag neemt niet alleen af door minder bevolking maar verandert ook. Het sporten verplaatst zich naar de openbare ruimte (wandelen, hardlopen, fietsen/toerfietsen) en wordt de deur open gezet voor een verdergaande clustering van officiële (buiten)sportaccommodaties. Maar welke voorzieningen laat je in de kleine dorpskernen achter? Ieder dorp heeft toch het (voor)recht een sportdorp te (willen) zijn?

Ook het karakter van het sportpark verandert. Of zeer mooi gesteld: '...sport als vorm van spel heeft een specifieke tijdruimtelijke setting nodig die zich slecht verhoudt tot het idee van een optimaal gebruik van sportaccommodaties...'4. Terwijl sportvelden voorheen op werkdagen lagen ‘te rusten’ van het weekend en avondgebruik, is een meer multifunctioneel gebruik wenselijk. Potentiele sporters willen graag meer flexibele vormen van lidmaatschap waarbij een combinatie wordt gezocht met gezin, school, opleiding of werk1. Functiemenging en professionalisering vormt het logische gevolg. Een functiemenging die veel verder gaat dan de sport-BSO bij de sportvereniging.

Ruimte voor actie in buurt
De buurt lijkt bijkans herontdekt als aandachtsgebied voor sport, bewegen en een actieve levensstijl. Zo maakt het gelijknamige Rijksprogramma de inzet van buurtsportcoaches mogelijk en zorgen onderzoeksprogramma’s voor een grotere ‘body of knowlegde’. Ruimte of ‘fysieke aanpassingen in de directe leefomgeving’ blijken daarbij slechts één van de schakels om te komen tot een actievere levensstijl en/of sport5. Bovendien dient ruimte misschien wel opgevat te worden als een beperking in ruimte om te komen tot een actievere levensstijl6. Een groene en ruime woonomgeving draagt niet per definitie bij aan een gezondere actievere levensstijl. Een lage woningdichtheid en een grotere afstand tot voorzieningen leidt eerder tot auto en openbaar vervoer gebruik. Zeg maar: des te groener, des te ongezonder.

Hoe dan ook, de praktijk lijkt zich weinig gelegen te laten aan de onderzoeksresultaten. Sport- en speelvoorzieningen in de wijk vormen het domein van het speelruimtebeleid dat wordt gedomineerd door een riant aanbod aan (gecertificeerde) speeltoestellen. Deze zogeheten ‘catalogusdoctrine’ leidt tot een resultaatgericht denken dat minder ruimte laat voor creativiteit of het zorgvuldig blootleggen van de behoefte vanuit de wijk als basis voor een optimaal inrichtingsplan. In de praktijk wordt echter eerder gekozen voor een feestelijke opening van bijvoorbeeld nieuwe buitenfitnesstoestellen, ongeacht het risico dat zij er over enige tijd als ‘wipkippen voor volwassenen’ desolaat en verlaten bij staan.

Met de Cruyff- en Krajicekcourts en de verschillende varianten daarop is sport wel steeds meer de wijk in gekomen. Naast de fysieke inrichting gaat het hierbij ook om aandacht voor sportaanbod, binding met de buurt, opleiding en onderhoud. Een geïntegreerde aanpak die zijn vruchten lijkt af te werpen7, 8, 9, 10. Een ontwikkeling die wordt doorgetrokken naar de schoolpleinen (o.a. Schoolplein 14 en PLAYgrounds).

En terecht, het schoolplein is een waardevolle plek voor kinderen om te bewegen en te spelen11. Dit kan een extra stimulans krijgen door het schoolplein sportief uitnodigend in te richten. Zeker wanneer er ruimte bestaat voor maatwerk en de mogelijkheid om aan te sluiten bij de daadwerkelijke behoefte. Als klap op de spreekwoordelijk vuurpijl kunnen de ‘actieve schoolpleinen’ worden betrokken bij de openbare ruimte waardoor deze een bredere sportieve betekenis krijgen voor de buurt. Verantwoordelijkheidskwesties, aansprakelijkheid en fysieke scheidingen maken dat dit nog vaak een forse uitdaging.

Openbare ruimte als actieve verbinder
De openbare ruimte vervult een dubbelrol ten aanzien van sport en bewegen. Ten eerste wordt de openbare ruimte zelf in toenemende mate gebruikt voor sportieve doeleinden. Ten tweede kan zij zo worden ingericht dat een actieve vorm van transport (functioneel bewegen) de voorkeur verkrijgt boven passief transport (auto).

De toename in het aantal sporters is de laatste jaren met name toe te schrijven aan individuele en minder accommodatie- en verenigingsgebonden sporten zoals hardlopen, toerfietsen en wielrennen. Hierdoor neemt het belang van de openbare ruimte als sportruimte toe2. Het sportief medegebruik van de openbare ruimte kan verder worden gestimuleerd. Daarbij gaat het niet zo zeer om het toevoegen van nog meer objecten maar vooral om het verzorgen van een goede sportinfrastructuur. Dit betekent niet dat alles op de schop moet. De kracht zit in het vliegwieleffect van de kleinschalige acupuncturele ingrepen. Het uitkiezen van logische verbindingsroutes en deze te activeren met gemarkeerde stretchpunten, watertappunten, afstandsaanduidingen, kleurgebruik en voorrangskruisingen. Als na verloop van tijd deze routes worden geüpgraded tot sportieve multitracks die voor meerdere doeleinden geschikt zijn (zoals skaten, fietsen, hardlopen et cetera) en die de sporter voeren langs de mooiste plekjes in de omgeving is dat een absolute meerwaarde in de sportieve/actieve beleving.

De fiets is, zeker in stedelijke omgevingen, bezig aan een flinke opmars als functioneel vervoersmiddel12. Daar ligt een simpele, rationele reden aan ten grondslag: als je op een fiets het snelst van A naar B kunt, zullen mensen gaan fietsen. Factoren als samenhang, directheid, aantrekkelijkheid, verkeersveiligheid, comfort maar ook ruimtelijke integratie en beleving kunnen de populariteit van de fiets verder laten toenemen. Dit geldt net zo goed om van huis naar werk of winkelcentrum te komen als van huis naar sportpark. Ook hier kan het gaan om relatief simpele maatregelen. Laat bijvoorbeeld fietsers twee seconden eerder vertrekken bij het verkeerslicht. In de beleving van de automobilist zijn ze in het voordeel en het is bovendien veiliger. Het bevorderen van het een (actief vervoer) kan uiteraard ook gepaard gaan met af afremmen van de ander (passief vervoer).

Samen naar actiever
Sportparken, directe leefomgeving en openbare ruimte hebben ieder afzonderlijk een sportieve of actieve waarde. Door ze in onderlinge samenhang te zien valt er nog meer resultaat te behalen. Als de weg van huis naar het sportpark een sportieve multitrack is, dan heb je de warming up gehad voordat je bij de atletiekvereniging bent. Als training voor de F’jes wordt verzorgd op het Cruyff-court in de wijk, welke ouder zie je dan nog met de auto bij het sportpark? De veldcapaciteit wordt ingezet in de wijk. De budgetten voor sport en speelruimte vallen samen, evenals de organisatie. De sportvereniging krijgt letterlijk de ruimte om zijn maatschappelijke rol te vervullen en toe te groeien naar grotere verantwoordelijkheden ook ten aanzien van beheer en exploitatie.

Door sportvoorzieningen in de wijk en op het sportpark als ‘bronpunten van sport’ sportief met elkaar te verbinden met de openbare ruimte als sportieve schakel, ontstaat er een integrale sportinfrastructuur. Dit biedt zowel ruimtelijke als maatschappelijke, organisatorische en financiële voordelen.

Reeks artikelen over gebruik van ruimte voor sport
Dit artikel vormt een eerste in een serie van vier over het gebruik van ruimte voor sport. In komende uitgaven aandacht voor: sportparken, sporten in de directe leefomgeving en openbare ruimte.


Bronnen
1. ‘Wie is de sporter?’ - NOC*NSF, GfK, Mulier Instituut (2012).
2. ‘Sporten in de stad; ontwikkelingen in de stedelijke sportdeelname’ - Remco Hoekman & Annet Tiessen-Raaphorst (2012).
3. ‘Ruimte en accommodaties voor sport’ - Remco Hoekman, Frans Knol en Hugo van der Poel (2010).
4. ‘De accommodatie van sport en bewegen in de stedelijke omgeving’ - Hugo van der Poel (2011).
5. ‘Environmental influences on physical activity among adolescents: studies on determinants and intervention strategies’ - R. Prins (2012).
6. ‘De Gezonde Wijk. Een onderzoek naar de relatie tussen fysieke wijkkenmerken en lichamelijke activiteit’ - Den Hertog, Bronkhorst, Moerman & Van Wilgenburg (2006).
7. ‘Cruyff Courts Monitor 2012’ Astrid Cevaal en David Romijn (2012).
8. ‘Een voorbeeld voor jongeren in de wijk. De betekenis van de Richard Krajicek Scholarship’ - Jeroen Vermeulen en Paul Verweel (2013).
9. ‘Sociaal kapitaal op de playgrounds van de Richard Krajicek foundation’ - Jeroen Vermeulen (2010)
10. ‘Scoren op het Cruyffcourt, winnen in de wijk. Een studie naar het gebruik en de effecten van moderne trapveldjes’ - Koen Breedveld, David Romijn & Astrid Cevaal (2009).
11. ‘Schoolyard physical activity of 6-11 year old children assessed by GPS and accelerometry’ - Dirk Dessing e.a. (2013).
12. ‘Fietsinfrastructuur/Cycle Infrastructure’ - Stefan Bendiks & Aglaée Degros (2013).

Thecla van Dijk en Rens van Kleij zijn de initiatiefnemers van Sport & Ruimte dat zich richt op een optimale inrichting van sportparken, wijken met de openbare ruimte als verbindende schakel om te komen tot een geïntegreerde sportinfrastructuur. Sport & Ruimte brengt wetenschap, ruimtelijke vormgeving en kennis van sport samen voor creatieve en realistische oplossingen voor sportief ruimtelijke opgaven. Sport & Ruimte werkt samen met het Mulier Instituut en het Erasmus MC. Voor meer informatie: www.sportenruimte.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.