Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De toekomst van de olympische spelen deel 3

De toekomst van de Olympische Spelen (deel 3)

16 september 2014

Opinie

Hoe kunnen de Olympische Spelen overleven in een radicaal veranderende wereldwijde samenleving? Dat thema staat centraal in een driedelige reeks artikelen geschreven door Bastiaan Bretveld. Als student Environmental & Infrastructure Planning (technische planologie) is hij vanaf het derde bachelorjaar steeds meer geïnteresseerd geraakt in de Olympische Spelen. Enerzijds als fantastisch sportevenement dat elke vier jaar plaatsvindt, maar anderzijds ook met de keerzijde van de enorme investeringen in infrastructuur, stadions en daaruit volgende gevolgen voor de ruimtelijke ordening. Daarom vormen de Olympische Spelen een relevant onderzoeksobject en dat was de reden voor Bastiaan Bretveld om zijn scriptie erover te schrijven. Hieruit heeft hij een drieluik artikelen gedistilleerd dat op Sport Knowhow XL gepubliceerd wordt. Na deel 1 en deel 2 volgt nu deel 3: de noodzakelijke stap naar verandering en de mogelijke rol van Nederland daarin.


door: Bastiaan Bretveld

De Olympische Spelen hebben zich de afgelopen decennia enorm ontwikkeld, en een van de aspecten die daarbij belangrijker zijn geworden is dat van de ruimtelijke ontwikkeling; de Olympische Spelen hebben zich steeds meer ontwikkeld tot een tool voor stedelijke ontwikkeling 1+2, alleen zonder procedures en eisen die hierop aansluiten. Hieruit wordt door verschillende onderzoeken geconcludeerd dat de Olympische Spelen in de huidige vorm niet passen binnen een planningsmodel 3. Dit door gebrek aan prioriteit voor legacyontwikkeling 4 en doordat er regelmatig ‘white elephants’ worden gecreëerd 5. De procedures en eisen sluiten dus niet goed aan bij de werkelijkheid.

Een van de knelpunten in de huidige eisen is bijvoorbeeld ‘Rule 34’ van het Olympisch Handvest. Dit zegt dat alle evenementen moeten plaatsvinden in de gaststad, behalve als het IOC toestemming geeft om enkele evenementen in een andere stad te organiseren. Hiermee wordt er per definitie een ruimtelijke ontwikkeling op gang gebracht. Het is namelijk praktisch gezien onmogelijk om compacte Olympische Spelen te organiseren zonder dat er in een bepaald gedeelte van een stad ontwikkelingen plaatsvinden. De invloed van het IOC is vrij groot door bijvoorbeeld de keuze voor de stad zeven jaar voorafgaand aan de Spelen toe te wijzen. Door deze relatief korte periode is het in de huidige samenleving bijna onmogelijk om door middel van een interactief proces te plannen of om goed te onderzoeken wat de bestemming van ontwikkelingen kan worden ná de Spelen.

Deze structuur zou moeten veranderen, willen de Olympische Spelen levensvatbaar blijven. Duurzaamheid van ontwikkelingen en investeringen, transparantie en een vermindering van de complexiteit van stakeholders is essentieel. De structuur van verandering is niet gebaat bij een aantal grote machten die van bovenaf opleggen hoe het zou moeten gebeuren. Die is wel gebaat bij een groter aantal kleine, lokale partijen die experimenten uitvoeren hoe de Olympische Spelen beter tot haar recht kunnen komen.

Zo is de clustering van de ‘Big Five’ voor veel steden niet ideaal, door de wens van het IOC is een stad bijna verplicht om dit allemaal op loopafstand aan te bieden. Met als gevolg dat er in een relatief klein gebied (veelal aan de rand van de stad) veel sportfaciliteiten zijn, met daarbij wat woningen. Door de grote aantallen bezoekers kan het niet zonder een uitgebreid openbaar vervoernetwerk. Dit zijn allemaal zaken die wat betreft legacy lastig verenigbaar zijn. Want wanneer worden deze ontwikkelingen in de periode na de Spelen nog volledig gebruikt?

Dit wordt bijvoorbeeld ook zichtbaar in de adviesrapporten die worden geschreven in de aanloop naar de toewijzing van een gaststad. Kijkend naar London2012 is grofweg een kwart van de kosten voor de Olympische Spelen als evenement gebruikt en driekwart voor de ontwikkeling van Oost-London. Maar het ‘W-Report’ van het IOC - wat in grote lijnen kijkt naar de hardware van de Spelen voor een eerste selectie - gaat voor driekwart van de waardering over de kortetermijnaspecten van de Spelen zelf, en 17% over de langetermijneffecten zoals duurzaamheid en legacy.

Dit geeft aan dat het IOC een erg andere kijk op het geheel heeft dan de gaststad. Dit is moeilijk verenigbaar. Voor het IOC ligt de essentie in het organiseren van ‘Perfect Games’, het maakt verder niet veel uit wat er daarna mee gebeurt. Dit past naar mijn idee niet echt in de tijd waarin multinationals wordt gevraagd naar hun beleid wat betreft maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) en of de belastingen wel overal netjes betaald worden.

Ook wat betreft de complexiteit wordt er al vele jaren gesproken over broodnodige veranderingen. Onder Jacques Rogge is hiervoor de Olympic Games Study Commission (OGS) opgezet om er onderzoek naar te doen. In 2002 is er door een van de IOC-experts gezegd dat de Spelen een kritisch formaat hadden bereikt en dat een verdere groei in formaat en kosten de Spelen in gevaar zouden brengen 6. Ook zei Furrer dat het formaat, de kosten en de complexiteit van het organiseren van de Spelen niet binnen de mogelijkheden lag van de meeste steden.

Sinds deze uitspraken zijn de Spelen nog niet echt kleiner en eenvoudiger geworden. Zo blijken de kosten van de bidprocedure voor de Winterspelen tussen 2010 en 2018 verviervoudigd. Ook zijn de bidboeken bijna twee keer zo dik geworden, wat aangeeft dat de complexiteit zeker niet is verminderd 7.

De technocratische en hiërarchische verhoudingen binnen de Olympische beweging spelen een grote rol in deze ontwikkeling. Het is niet alleen het IOC dat een belang heeft, maar ook de grote internationale sponsors, de sportfederaties, nationale olympische comités en natuurlijk ook de sporters zelf. Volgens de theorie van Elena Theodoraki (2007) en Henry Mintzberg (1993) is dit systeem zo gesloten en complex dat het zonder een radicale verandering kan leiden tot het eind van het systeem, dus het eind van het IOC.

Om dit alles te veranderen - en daarmee de Olympische Spelen klaar te maken voor de volgende honderd jaar - is het gewenst dat er met stappen naar een ander systeem wordt toegewerkt. Dit is niet iets wat door middel van visiedocumenten en langetermijn plannen kan worden uitgetekend, maar dat is iets wat op een non-lineaire manier verandert en groeit tot een optimum. Een aantal aspecten hieruit zijn:

• IOC Sessions: de vergaderingen waarin alles besloten wordt. Transparantie, democratie en verantwoordelijkheid zouden een belangrijke rol moeten spelen voor een duurzame transitie.

Legacy: datgene wat achterblijft na het evenement. Een aspect dat een essentiële rol zou moeten spelen om steden de Olympische Spelen te willen laten organiseren. Een perfect middel ter verbetering van een gebied, waarbij de Spelen een tussenbalans zijn en een tentoonstelling van innovatie en vooruitgang van een land.

Commercialisatie: nu de kurk waarop de Spelen drijven. Zou meer lokaal georganiseerd kunnen worden, maar in ieder geval dat de sponsoren een reële bijdrage leveren aan de organisatie, in plaats van alleen maar grote banners plaatsen en lokale ondernemingen omzet afnemen 8.

• De eisen: waaraan moet een kandidaat-stad voldoen. Wat op dit moment een redelijk dichtgetimmerd boekwerk van eisen is zou zich moeten ontwikkelen tot een set van richtlijnen waarbij de lokale context van lokale benodigdheden en wensen ingepast kunnen worden. Het is immers onmogelijk om elke vier jaar op een andere locatie op een ander moment exact dezelfde Spelen te organiseren, een hogere mate van flexibiliteit zou hierbij welkom zijn. Zo is het ‘Barcelona Model’ tot op heden het ideale model voor het IOC, dit is ook het model wat Rio probeert te combineren voor 2016, met het enige verschil dat het ontbreekt aan een cruciale strategische visie voor de stedelijke ontwikkeling 9.

In het algemeen zou het beter zijn voor de toekomst van het IOC en de Olympische Spelen als er een verandering in gang zou worden gezet naar een holistische visie waarin duurzaamheid, legacy, stedelijke ontwikkeling en verantwoordelijkheid de kernbegrippen zijn. Dit is ook van groot belang wat betreft de financiën in de bidprocedure, de stijgende budgetten en ook centrale publicatie en transparantie hiervan. Dit is in lijn met de aanbevelingen van The Bid Experience als bijdrage aan de Olympic Agenda 2020.

In dit alles is naar mijn idee een serieuze rol voor Nederland weggelegd. We kennen allemaal het mislukte Olympisch Plan 2028, maar dit is naar mijn idee niet voor niks mislukt. Het was niet vooruitstrevend genoeg. We moeten als Nederland duidelijker kunnen aangeven waarom we iets toevoegen aan het geheel en de toekomst van de Olympische Spelen. Dit kan naar mijn idee heel goed met wat ik beschreven heb. Hierin kunnen we onze kennis wat betreft transities inzetten en gebruiken om een verandering teweeg te brengen in het IOC en een nieuw soort Olympische Spelen te creëren.

Hierin moet Nederland niet proberen om bijvoorbeeld London 2012 te kopiëren maar moet het lessen eruit trekken en dit vervolgens aanpassen naar een Nederlandse context. Met onze kennis van bijvoorbeeld duurzaamheid en flexibiliteit op verschillende gebieden kunnen we voor het IOC als voorbeeld dienen voor de toekomst. Ik ga de uitdaging graag aan!

Noten:
1. Essex, S. & Chalkley, B. (1999) Olympic locations and legacies: a study in geography and tourism. Pacific tourism review, 3: 185-200.
 
2. Kassens-Noor, E. (2012) Planning Olympic legacies: transport dreams and urban realities. New York: Routledge.
 
3. Essex, S. & Chalkley, B. (2005) The Olympic Games: catalyst of urban change. Plymouth
 
4.International Olympic Committee (2003) Olympic Games study commission. Lausanne: IOC.
 
5. Gold, J. & Gold, M. (2007) Olympic Cities: city agenda, planning and the world's games 1896-2012. New York: Routledge.

6. Furrer, P. (2002), Sustainable Olympic Games: A dream or a reality? Bollettino della Società Geografica Italiana, 12(4): 1-31.

7. Zie hier

8. Vlachos, P. (2013) The Olympics ans small businesses: preliminary findings. London: London Centre for Events Management Business School [Online]. Presentation at UEL Olympic Legacy Conference, September 6, 2013.

9. Kassens-Noor, E. (2012) Planning Olympic legacies: transport dreams and urban realities. New York: Routledge.

Bastiaan Bretveld heeft de studie Master Environmental & Infrastructure Planning gevolgd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is daar dit jaar afgestudeerd op de transitie van de Olympische Spelen en focust zich met name op de rol die de stedelijke ontwikkeling en legacy zou moeten krijgen. Hij is verder lid van de Vonken van 2028 en zelf actief hoogspringer. Bretveld is op dit moment op zoek naar een uitdaging in de richting van planologie of evenementenorganisatie met een bovenmatige interesse in duurzaamheid. Voor meer informatie: sw.bretveld@gmail.com of www.bastiaanbretveld.nl.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.