Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De toekomst van de olympische spelen deel 2

De toekomst van de Olympische Spelen (deel 2)

9 september 2014

Opinie

Hoe kunnen de Olympische Spelen overleven in een radicaal veranderende wereldwijde samenleving? Dat thema staat centraal in een driedelige reeks artikelen geschreven door Bastiaan Bretveld. Als student Environmental & Infrastructure Planning (technische planologie) is hij vanaf het derde bachelorjaar steeds meer geïnteresseerd geraakt in de Olympische Spelen. Enerzijds als fantastisch sportevenement dat elke vier jaar plaatsvindt, maar anderzijds ook met de keerzijde van de enorme investeringen in infrastructuur, stadions en daaruit volgende gevolgen voor de ruimtelijke ordening. Daarom vormen de Olympische Spelen een relevant onderzoeksobject en dat was de reden voor Bastiaan Bretveld om zijn scriptie erover te schrijven. Hieruit heeft hij een drieluik artikelen gedistilleerd dat op Sport Knowhow XL gepubliceerd wordt. Vorige week deel 1, vandaag deel 2: de ontwikkeling van de Olympische Spelen richting een transitie.


door: Bastiaan Bretveld

De Olympische Spelen hebben zich door de tijd heen veranderd tot het mega-evenement wat het nu is. Deze verandering wordt door verschillende experts in verschillende periodes onderverdeeld 1+2+3. Mede op basis daarvan heb ik een soortgelijke indeling gemaakt, deze bestaat uit een zestal periodes met een centraal thema. Deze periodeverdeling heb ik grafisch hier weergegeven en leg ik hieronder uit.

1. Het moeilijke begin (1896-1912)
Na een succesvolle eerste editie in Athene was het moeilijk om een goed vervolg te geven, het combineren met Wereldtentoonstelling was de oplossing.

2. De interbellum competitie (1920-1936)
Na de Eerste Wereld Oorlog stonden veel internationale initiatieven gericht op vrijheid. De Olympische Spelen droegen dit ook mooi uit; op een vredige manier strijden voor je land. Dit is ook de tijd waarin de vlag, de eed, de vijf ringen en de fakkel zijn geïntroduceerd.

3. Nooit meer oorlog (1948-1964)
De periode waarin het vrijheidsideaal geïnternationaliseerd werd. De Spelen werden voor het eerst buiten Europa georganiseerd (Melbourne 1956 en Tokyo 1964), en dit stond grotendeels in het teken van wederopbouw na de Tweede Wereld Oorlog. Het was ook het begin van Koude Oorlog, waarmee de Spelen ook politieker werden.

4. Het dieptepunt (1968-1980)
Beginnend in Mexico (1968), waar driehonderd protesterende studenten voor de ogen van de IOC-leden worden doodgeschoten. Dit is het begin van een donkere periode. Ook de aanslag in München (1972), het financiële debacle van Montreal (1976) en de boycots in Oost en West zorgden voor weinig vreugde. Door al deze problemen werden in die tijd de Spelen van 1980 lang als de laatst georganiseerde Olympische Spelen gezien.

5. De commerciële Spelen/Spelen 2.0 (1984-2000)
Gelukkig waren er in 1984 ook weer gewoon Spelen, in Los Angeles, en op heel andere, commerciële manier georganiseerd, het IOC had eigenlijk geen keus. Het draaide niet meer alleen om amateursporters. Televisie werd belangrijker. De Koude Oorlog liep op zijn eind met een overwinning voor het westerse kapitalisme en een nieuw commercieel business model zag het levenslicht om de Spelen te laten overleven. De Spelen van 1992 in Barcelona waren de eerste Spelen in twintig jaar zonder boycots en zorgde voor een transformatie van Barcelona waardoor deze stad nog steeds massa’s toeristen trekt.

6. De wereldexpansie (2004-?)
Terug naar het begin in Athene, wat achteraf zeker niet de beste Spelen bleken te zijn. Nieuwe werelden lagen open met Beijing (2008) en de aankomende Spelen in Rio waarbij het sponsorprogramma van de twaalf grote sponsoren belangrijk is voor het ontdekken van nieuwe markten.

Een belangrijke vraag is hoe lang deze zesde periode zal duren en wat het thema van de volgende periode zal zijn. Wellicht dat London 2012 een inkijkje gaf met een plan om een van de slechtste wijken van London op te knappen, met veel aandacht voor duurzaamheid en legacy en een langetermijnvisie. Maar zal Rio deze richting verder doorzetten?

Kijkend naar wat er in de wereld gebeurd, is het goed mogelijk dat de lange termijn - in de vorm van duurzaamheid en legacy - een steeds belangrijkere rol gaan spelen en dat een duurzame transitie echt vorm krijgt. Denk hierbij aan het voorbeeld van Uber uit deel 1.

Een duurzame transitie is een verandering van een lineair, gesloten, top-down systeem naar een non-lineair, open, bottom-up systeem. Dit betekent dat door de complexiteit van het gehele systeem (olympische beweging) en de verschillende onderdelen het evenement Olympische Spelen onhoudbaar is en zal veranderen.

Op het eerste oog logische oorzaak-gevolg relaties zullen niet altijd meer zo zijn. Door veranderde omstandigheden ligt een vroegere oplossing opeens niet meer voor de hand omdat de omgeving is veranderd. Denk bijvoorbeeld aan de manier van telefonisch contact. Na een vaste telefoon kwam er plotseling een mobiele telefoon, wat vervolgens evolueerde naar een smartphone. Veranderingen waar niemand rekening mee gehouden had en die door het complexe systeem op een non-lineaire manier veranderde. Door een kleine verandering op moment x, kan het zorgen voor een enorm verschil op moment y.

Dit is in feite terug te zien in de golfbeweging die ook bij de Olympische Spelen past. Waar het in de jaren zestig ondenkbaar was dat commercialisatie een rol zou gaan spelen binnen de Olympische beweging, was dit begin jaren tachtig de enige optie.

Omdat de wereld door verschillende externe factoren steeds complexer is geworden en dingen steeds meer met elkaar samenhangen is het zo goed als onmogelijk om van bovenaf (vanuit het IOC) te bepalen wat er zou moeten veranderen. Kenmerken van een transitie zoals deze nu gaande is en waar duurzaamheid een belangrijke rol speelt zijn 4:

• denkend aan de lange termijn als basis voor veranderingen op de korte termijn;
• denkend buiten de standaardsectoren, over grenzen heen met meerdere actoren op meerder niveaus;
• focus op leren: leren door te doen en doen door te leren;
• verschillende opties openhouden, niet een route vastleggen;
• sociale support creëren.

Het gaat hier ook niet primair om het bewerkstelligen van die transitie, maar het gaat om de verbetering in het systeem (in dit geval de olympische beweging). Door het non-lineaire karakter van deze verandering is het onmogelijk om te voorspellen hoe dit zal gaan verlopen. Er zijn drie indicatoren die hierin een rol spelen: de snelheid van de verandering, de grootte van de verandering en de tijdsperiode van de transitie van het systeem.

Belangrijk bij elke transitie is dat deze te herkennen is aan verschillende fases. Het begint met de pre-ontwikkelingsfase, de periode waarin alles op orde lijkt, maar er toch al kleine experimentjes gedaan worden om te kijken wat er anders kan. Dit is vergelijkbaar met de duurzaamheidsaspecten van Vancouver 2010 en de legacy focus van London 2012. De huidige periode van ‘Wereldverovering’ loopt pas vanaf 2004, maar er wordt toch al verder gekeken. De tweede periode is de opstartfase, waarin verschillende experimenten zijn uitgevoerd, maar waar de verschillende tandwieltjes nog niet in elkaar vallen om een echte verandering teweeg te brengen. De volgende fase is de acceleratiefase, een structurele verandering wordt zichtbaar en het botst regelmatig tegen de zittende machten: de partijen die de dienst uitmaken op dit moment. De laatste fase is de stabilisatiefase waarin de rust is weergekeerd en waarin er een nieuw soort routine ontstaat.

De olympische beweging zit naar mijn idee op dit moment tussen de eerste en tweede fase in. Er zijn verschillende experimenten gaande - hier is van geleerd - maar het ontbreekt tot op dit moment nog aan de echte start van de verandering. Er zijn wel tekenen zichtbaar dat er iets gaat veranderen, maar het echte begin is nog niet daar.

Om dit te illustreren: de nationale olympische comités van Oostenrijk, Duitsland, Zweden en Zwitserland hebben onlangs een voorstel gedaan om het biddingproces te veranderen 5. Ook het Noorse Olympisch comité heeft met het voorstel van de ‘Olympic Agenda 2020’ al een voorzet gedaan 6. Maar ook vanuit het IOC wordt er gekeken en onderzoek gedaan naar mogelijke veranderingen 7.

Dit alles moet er uiteindelijk toe leiden dat de Olympische Spelen een bijdrage leveren aan een economische, ecologische en sociale vooruitgang van het gebied dat de Spelen organiseert. Hoe dit verder vormgegeven zou kunnen worden en welke rol Nederland hierin kan vervullen? Dat is te lezen in het laatste deel van dit drieluik.

Noten:
1. Chappelet, J. & Kübler-Mabbott, B. (2008) International Olympic Committee ad the Olympic system: the governance of world sport. New York: Routledge.

2. XML Architects (2012) Olympic Cities. Amsterdam: Jubels. Commissioned by Ministery of Infrastructure and Environmental.

3. Interview met Jurryt van de Vooren, op 18 december 2013

4. Rotmans, J. (2003) Transitiemanagement: sleutel naar een duurzame samenleving. Assen: Van Gorcum Uitgeverij.

5. Zie hier

6. Zie hier

7. Zie hier

Bastiaan Bretveld heeft de studie Master Environmental & Infrastructure Planning gevolgd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is daar dit jaar afgestudeerd op de transitie van de Olympische Spelen en focust zich met name op de rol die de stedelijke ontwikkeling en legacy zou moeten krijgen. Hij is verder lid van de Vonken van 2028 en zelf actief hoogspringer. Bretveld is op dit moment op zoek naar een uitdaging in de richting van planologie of evenementenorganisatie met een bovenmatige interesse in duurzaamheid. Voor meer informatie: sw.bretveld@gmail.com of www.bastiaanbretveld.nl.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.