Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De kracht van de verbinding

De kracht van de verbinding

8 februari 2011

Opinie

door: Martijn Musters

‘Nu hangen alle afzonderlijke olympische (sic) ambities als los zand aan elkaar omdat niemand van elkaar weet waar ze mee bezig zijn’, zo stelde Jorik Tilstra op 1 februari jl. op Sport Knowhow XL. Ik ben het met Jorik eens dat we in de communicatie nog veel te winnen hebben. Dat we kennis met elkaar moeten delen, zodat de initiatieven met betrekking tot het Olympisch Plan 2028 (OP2028) die zich in het gehele land ontpoppen leren van elkaars fouten, maar vooral van elkaars successen. Successen uit het hele land, van Grolloo tot de Randstad en van Limburg tot Groningen.
 
Daarnaast ben ik van mening dat we binnen dit land nog steeds ontzettend veel van elkaar kunnen leren als het gaat om het leggen van verbindingen tussen de verschillende Olympische ambities. Hierin zit namelijk de kracht van het OP2028: de ambities op een dusdanige wijze met elkaar verbinden dat er een iteratief proces ontstaat. Als we bijvoorbeeld werkelijk een succesvol sportevenement willen neerzetten, dan moeten we zorgen voor verbinding met de top- en breedtesport, dan moeten we een topaccommodatie hebben, dan moet de media erbij betrokken zijn, en dan moet er een spin-off zijn naar de samenleving als geheel.
 
Het organiseren van een willekeurig evenement, louter vanwege de media-aandacht die dat evenement kan genereren, is aardig voor de city marketing gedurende het evenement, maar zal geen legacy, geen blijvend resultaat nalaten. Hetzelfde geldt voor sportaccommodaties die eerder uit prestigeoverwegingen worden gerealiseerd dan vanwege de lokale wortels van de betreffende sport.

Op zoek naar de verbinding tussen de verschillende Olympische ambities is een onderzoek gedaan naar een good practice, namelijk de ontwikkelingen op zwemgebied in de Eindhoven, in het licht van het Olympisch Plan. Het doel van dit onderzoek was te laten zien dat het EK zwemmen dat hier in 2008 is gehouden, geen eenmalig evenement is geweest dat los staat van andere ambities, maar het gevolg is geweest van een combinatie en opeenstapeling van bouwstenen en ambities die in het Olympisch Plan centraal staan.
 
Het onderzoek is terug gegaan naar de slechte prestaties van de Nederlandse zwemequipe tijdens de Olympische Spelen (OS) in Barcelona ‘92. Na deze OS is in Eindhoven een stichting opgericht ten behoeve van het topzwemmen. Een stichting los van zwemvereniging PSV en de Koninklijke Nederlandse Zwembond. Vanuit deze beginsituatie veranderde het zwemmen in Eindhoven in vier Olympische cycli tot een internationaal vooraanstaand zwembolwerk, waarin niet alleen talloze successen in de topsport werden gevierd. Deze topsportsuccessen werden ook benut:
• om impulsen te geven aan de breedtesport,
• om een zwemaccommodatie van wereldniveau neer te zetten,
• om een reeks zwemevenementen te organiseren uitmondend in het EK 2008, en het WK voor gehandicapten en het EK korte baan in 2010,
• en om effecten op het gebied van maatschappelijk welzijn, duurzaamheid en technologische ontwikkeling te realiseren.

Deze ontwikkelingen hebben op hun beurt weer positieve invloeden uitgeoefend op de topsport in Eindhoven. Een chronologisch overzicht van de gebeurtenissen in Eindhoven per ambitie is hier te vinden. Daaruit valt te leren dat het Olympisch succes op alle fronten positief uitpakte: niet alleen voor de ontwikkeling van de topsport zelf, maar ook voor de totale Eindhovense zwemsport, de totstandkoming van een nieuwe zwemaccommodatie en de organisatie van topsportevenementen. Topsportsucces heeft in Eindhoven dus inderdaad als aanjager van verandering gewerkt, zoals zo vaak wordt beweerd. Daarmee is niet gezegd dat alle veranderingen automatisch op gang komen door topsportsucces. Waar het om gaat, is om toeval om te zetten in structuur en om binnen die structuur een zichzelf versterkend effect te laten optreden.

Vanuit de casus Eindhoven is geprobeerd een algemener model af te leiden. Waaruit naar voren komt hoe sportbonden, overheden en bedrijven in onderlinge samenwerking ertoe kunnen bijdragen dat de ambities van OP2028 elkaar wederzijds versterken, waardoor sportevenementen niet alleen met succes kunnen worden binnengehaald en georganiseerd maar ook optimaal kunnen renderen.

Deze medaille verbeeldt de kracht van het Olympisch Plan. Hierin zijn de ambities van het plan niet vertaald in afzonderlijke bouwstenen, maar in onderlinge samenhang. Vrijwel alle ambities werken op elkaar in, waarbij de topsport vaak een aanjagende functie heeft en de media niet zozeer een aparte bouwsteen is, alswel een essentieel verbindende partij, die namelijk letterlijk en figuurlijk zorgt voor overdracht.

De grote uitdaging waarvoor het Olympisch Plan staat, ligt mijns inziens in deze pijltjes. Wie zorgt voor die verbinding? In de casus Eindhoven hebben het particulier initiatief, de lokale en later nationale zwemsportorganisa-ties, het bedrijfsleven en de gemeente hierin een essentiële rol gespeeld.

Het hierboven beschreven onderzoek is uitge-voerd in samenwerking met Bas Kersemaekers onder supervisie van prof. dr Maarten van Bottenburg. Klik hier voor de tekst van het rapport dat naar aanleiding van dat onderzoek geschreven is.

Martijn Musters is masterstudent Sportbeleid en Sportmanagement aan de Universiteit Utrecht. Deze duale opleiding combineert hij met werk aan het Olympisch Plan in Rotterdam. Voor meer informatie: m.musters@senr.rotterdam.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.