door: Vana HutterNederland heeft excellente trainers en coaches. Ga maar na: steeds meer mensen doen regelmatig en met veel plezier aan sport. En de behaalde resultaten in de topsport zijn - zeker gezien onze kleine bevolking en dus talentenpool - indrukwekkend. Hoewel natuurlijk niet met zekerheid te zeggen is wat het precieze aandeel van trainers en coaches is in deze mooie uitkomsten, durf ik wel te stellen dat er veel goeds gebeurt op de Nederlandse sportvelden, en dat de kwaliteit van trainers en coaches daarin een positieve factor van belang is.
Het gaat dus goed, maar kan het beter? Wat laten we nog liggen? Twee vragen die zowel uitstekend bij de sportpraktijk, als bij de wetenschap passen. En om die twee werelden is het me net te doen. Hoe kan de sportpraktijk (beter, sneller of vaker) zijn voordeel doen met sportwetenschappelijke kennis? Is
evidence based practice wellicht de weg om te gaan?
Evidence based practice wordt op Wikipedia omschreven als 'het uitvoeren van een handeling door een beroepsbeoefenaar op zo'n wijze dat de uitvoering is gebaseerd op de best beschikbare informatie over doelmatigheid en doeltreffendheid'. Een vrije vertaling van deze omschrijving voor de sport: trainers en coaches gebruiken voor de invulling van hun vak zo goed en actueel mogelijke kennis over wat werkt en wat niet. Vaak wordt met
evidence based practice bedoeld dat gebruik gemaakt wordt van uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek. Onderzoek wijst bijvoorbeeld uit dat trainen onder druk helpt om sporters ook in spannende wedstrijden goed te laten presteren. Als deze bevindingen door trainers opgepikt worden uit het onderzoek en vervolgens worden gebruikt in hun trainingspraktijk is er sprake van
evidence based practice.
Ongetwijfeld zijn er trainers en coaches die dit lezen en denken: ho ho, daar heb ik de wetenschap niet voor nodig, ik heb zelf in de praktijk ondervonden dat het helpt om sporters in training regelmatig onder druk te zetten. In dat geval is er sprake van
practice-based evidence. Je doet als trainer of coach bepaalde dingen, en ziet wat daar de effecten van zijn. Op die manier leer je uit je eigen praktijkervaringen wat werkt en wat niet werkt.
Practice-based evidence is een groot goed. Wetenschappelijke kennis zal de praktijkkennis en ervaring van trainers en coaches nooit vervangen. Als we ons in de sport echter baseren op uitsluitend ‘
practice based evidence’ dan is er een aantal risico’s. Ten eerste is er het risico van een gekleurde waarneming, ook wel
bias genoemd. Laten we een methodiek om een beweging aan te leren als voorbeeld nemen. Als ik denk dat deze methodiek goed werkt, dan is de kans groot dat ik in de praktijk ook ‘bewijs’ zie dat het werkt. Immers, een aantal van mijn sporters leert de beweging perfect aan, ‘dus’ de methode werkt. Een aantal andere sporters heeft wellicht meer moeite, of lukt het niet de beweging onder de knie te krijgen.
Als ik geloof in mijn methodiek dan zal ik de resultaten bij deze andere sporters misschien toeschrijven aan zaken als minder talent, of minder inzet bij het oefenen. Ik ben door mijn overtuiging voor een deel blind voor de mogelijkheid dat de methodiek misschien niet zo goed werkt. Vooral de succesnummers die mijn overtuiging bevestigen zullen me opvallen. Kortom, ik zie door mijn gekleurde waarneming ‘bewijs’ dat mijn aanpak werkt, terwijl ik mogelijk tot een andere conclusie zou komen als ik ‘ongekleurd’ zou kijken.
Uit onderzoek is gebleken dat de vaardigheid om kritisch te kunnen denken essentieel is voor duurzaam succes van coaches (Lyle, 2002; Mallet, Rossi en Tinning, 2007, beiden in Mallet, Trudel, Lyle en Rynne, 2009). Wellicht heeft dat te maken met het feit dat kritisch denkende coaches betere en objectievere ‘
practice-based evidence’ opdoen.
Een tweede risico van uitsluitend steunen op ‘
practice based evidence’ is dat dit vernieuwing in de weg kan staan. Als we afgaan op onze praktijkervaring alleen, dan zullen we grotendeels herhalen wat we eerder hebben gedaan. En Einstein zei het al: als je doet wat je altijd deed, dan krijg je wat je altijd kreeg. Uiteraard geldt deze herhaling van 'gouwe–ouwe' methodes en technieken niet altijd, en niet voor iedereen, maar zeg eens eerlijk: hoe vaak, en hoe systematisch probeer jij nieuwe dingen uit? En hoe vaak verval je toch in oude gewoonten en manieren van trainen of coachen?
Ik schreef het al,
practice-based evidence is een groot goed, maar ik geloof ook dat
evidence based practice een waardevolle aanvulling kan bieden in de sport.
Evidence based practice kan trainers en coaches helpen om hun vakuitoefening te vernieuwen, te onderbouwen en te onderzoeken. Vernieuwen, onderbouwen en onderzoeken maakt trainers en coaches effectiever, en het vak en de professionele ontwikkeling van trainers en coaches (nog) leuker:
• Als we
vernieuwen kunnen we grenzen verleggen, profiteren van nieuwe methoden en inzichten, andere
practice-based evidence opdoen dan we al hebben en ons ontwikkelen als trainer of coach.
• Als we
onderbouwen wat we doen borgen we de kwaliteit van onze coaching, gaan we waarschijnlijk systematischer en doelgerichter te werk én kunnen we verantwoorden wat we doen of juist niet doen.
•
Onderzoeken wat werkt en wat niet, helpt ons om beter te worden in ons vak, te evalueren, en de juiste vertaalslag te maken van theoretische kennis naar onze eigen praktijk en zo te komen tot betere
practice-based evidence.
Wat is er dan nodig voor
evidence based coachen in de sport? De gangbare weg die bewandeld wordt om
evidence based practice te implementeren op de werkvloer is die van transfer en vertaling. Met transfer wordt bedoeld dat de
evidence based kennis beschikbaar moet komen, bijvoorbeeld door scholingen en cursussen te geven waarin de nieuwe wetenschappelijke inzichten gedoceerd worden. Met de vertaling wordt bedoeld dat bevindingen uit onderzoek vertaald moeten worden naar de praktijk, met name dat duidelijk gemaakt moet worden wat je wel en niet kunt met de uitkomsten van onderzoek in je eigen sportpraktijk.
Overigens blijkt deze transfer en vertaling nog niet zo eenvoudig. In de medische wetenschap wordt gesteld dat het zeventien jaar duurt voordat patiënten profiteren van zo’n veertien procent van het oorspronkelijke wetenschappelijk onderzoek (Weingarten, Garb, Blumenthal, Boren en Brown, 2000).
Evidence based practice is dus allerminst makkelijk of vanzelfsprekend. In Nederland is er voor de sport al een aantal goede initiatieven. De columns die vanuit EXPOSZ eerder werden geschreven voor Sport Knowhow XL onder de noemer ‘
Werkende wetenschap’ werden goed gelezen en heeft ons veel leuke reacties opgeleverd. Ook ‘Topsport Topics’ is een mooi voorbeeld van de transfer en vertaling van onderzoek naar de sportpraktijk, en op verschillende scholingen en congressen komt ook
evidence based kennis aan bod.
Door de grote hoeveelheid informatie die op internet te vinden is, is het voor trainers en coaches natuurlijk sowieso al makkelijker om kennis te vinden. Het is echter niet altijd even eenvoudig om de kwaliteit van die informatie te bepalen. Zoals één van de fitnessinstructeurs in onderzoek van De Lyon en Cushion (2013) aangaf is het '
more a case of how you sift through the crappy information to tell what the good information is'.
Transfer en vertaling van
evidence based kennis is goed en belangrijk, maar zou het niet nog mooier zijn als trainers en coaches ook in staat zijn om zelf kennis te betrekken en te vertalen? In staat zijn antwoorden te vinden op hun eigen vragen, die toepasbaar zijn in hun eigen context, en die ze zelf kritisch kunnen beoordelen op hun meerwaarde? Op die manier kunnen
practice-based evidence en
evidence based practice elkaar naar mijn mening echt aanvullen en versterken
1.
Start Evidence Based Coaching AcademyOp 23 mei start EXPOSZ (Vrije Universiteit Amsterdam) een nieuw initiatief: de
evidence based coaching academy (EBCA). Bij de EBCA doe je
up-to-date sportwetenschappelijke kennis op, leer je die kennis direct toe te passen in de sportpraktijk en leer je hoe je sportwetenschappelijke kennis kunt vinden, op z’n waarde kunt schatten en gebruiken. Ook biedt de EBCA mogelijkheden om zelf vragen te onderzoeken of te laten onderzoeken.
Op 23 mei 2014 is het Kick-Off symposium, klik hier voor meer informatie Noot 1:Het contrast tussen
evidence based practice en
practice-based evidence is ontleend aan Green (2006; 2008)
Referenties:De Lyon, A.T.C., & Cushion, C.J. (2013). The acquisition and development of fitness trainers’ professional knowledge.
J Strength Cond Res 27(5): 1407–1422.
Green, L. W. (2006). Public health asks of systems science: to advance our evidence-based practice, can you help us get more practice-based evidence?
American Journal of Public Health, 96(3), 406. doi:10.2105/AJPH
Green, L. W. (2008). Making research relevant: if it is an evidence-based practice, where's the practice-based evidence?
Family Practice, 25(Supplement 1), i20–i24. doi:10.1093/fampra/cmn055
Mallett, C. J., Trudel, P., Lyle, J., & Rynne, S. B. (2009). Formal vs. informal coach education.
International Journal of Sports Science and Coaching, 4(3), 325–364.
Weingarten S., Garb C.T., Blumenthal D., Boren S.A., & Brown G.D. (2000). Improving preventive care by prompting physicians.
Arch Intern Med, 160, 301-308.
Vana Hutter werkt als docent/adviseur/onderzoeker bij EXPOSZ, faculteit der Bewegingswetenschappen, Vrije Universiteit Amsterdam. Zij is sportpsycholoog VSPN® en inspanningsfysioloog en kent de sportpraktijk van binnen uit, door haar werk in de top- en breedtesport. Zij is één van de oprichters van de post-academische opleiding tot praktijksportpsycholoog en bestuurslid van de Europese federatie voor sportpsychologie (FEPSAC).