10 oktober 2023
Opinie
door: Feike Tibben
Twee weken geleden gaf Joscha de Vries op dit platform een prachtige analyse van hoe instrumentarium, goed bedoeld om sport te stimuleren, een negatieve impact kan hebben op sportverenigingen. Helaas loop ik in mijn bijdrage tegen eenzelfde issue aan met de nieuwe BOSA-regeling.
Sinds 2019 kan de amateursport in Nederland gebruik maken van de regeling BOSA, voluit de Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties. Deze regeling is in 2018 in het leven geroepen om betaalbaarheid van sport te garanderen toen door een uitspraak van het Europese Hof voor amateursport de mogelijkheid dreigde vervallen om btw te verrekenen. Het dreigende financiële nadeel hiervan voor amateursporters (commerciële partijen kunnen wel btw verrekenen) vond men ongewenst en ziedaar: de BOSA was geboren. De afgelopen jaren hebben verenigingen volop gebruik gemaakt om 20% of meer terug te krijgen op hun investeringen, zeker voor duurzame investeringen is de regeling interessant. De regeling is onderweg ook wat aangepast om sportverenigingen te verleiden tot duurzame investeringen. De bestaande regeling loopt 1 januari 2024 af, en zodoende moet er op die datum een nieuwe regeling in gaan.
Beperkingen in toepassingsgebied
Deze nieuwe BOSA-regeling gaat op het eerste gezicht op de oude lijn verder, met overigens een nog sterker accent op duurzaamheid, maar introduceert tegelijkertijd twee fundamentele wijzigingen ten opzicht van de huidige situatie. In die twee wijzigingen zit een behoorlijk venijn voor sportverenigingen. Er worden twee beperkingen in het toepassingsgebied geïntroduceerd. Ik citeer: 1) Als de organisatie zelf amateursport aanbiedt, moet de stichting of vereniging zijn aangesloten bij een sportbond die op de ledenlijst van NOC*NSF staat of zijn aangesloten bij een van de deelnemende organisaties van het POS. 2) Als de organisatie een sportaccommodatie aanbiedt, moet de locatie van de accommodatie in het omgevingsplan de enkelbestemming ‘sport’ hebben en de accommodatie moet ter beschikking worden gesteld aan amateursportorganisaties ‘die voldoen aan voorwaarde 1.'
Om maar te beginnen met een reactie op verplichte binding met NOC*NSF en POS: Deze beperking treft veel sporters onterecht. Nota bene in een eigen onderzoek constateert NOC*NSF dat er maar liefst 35 (!) sporten zijn waarbij het aantal sporters hoger is dan het aantal leden dat is aangesloten bij een bond. Dat geldt bijvoorbeeld voor wandelaars, fietsers en zwemmers, maar ook voor dammers, duikers, darters en dansers. Dansen is de meest (!) populaire sport onder meisjes en vrouwen, maar lang niet iedereen danst bij een vereniging of bij een bij de POS-aangesloten dansschool. Met de nieuwe BOSA-regeling wordt deze sporters de toegang tot een belangrijke subsidie ontzegd. Het lijkt me dat dat voor een BOSA-regeling een eenvoudiger en minder uitsluitend criterium kan worden gevonden om een zekere professionaliteit te waarborgen. Denk aan de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) van het Centraal Bureau voor de Statistiek, de rechtsvorm of een Kamer van Koophandel-inschrijving. Het doel is immers om mensen te stimuleren tot meer sporten en bewegen, en heeft niet als doel het lidmaatschap van een sportvereniging cq. sportbond cq. sportkoepel.
Géén sportbestemming
Met de tweede voorgestelde BOSA-beperking, de beperking tot de enkelbestemming sport in het gemeentelijke omgevingsplan, komen we in een zo mogelijk nog wranger landschap. Voor minder-ingewijden in de ruimtelijke ordening: het woord ‘bestemming’ zegt iets over de functie die formeel planologisch aan een locatie wordt toegekend. Het zal u wellicht verbazen, maar in dit regeldichte land hebben heel veel sportaccommodaties in de gemeentelijke plannen geen bestemming sport.
Watersportverenigingen zijn bijvoorbeeld vaak gevestigd op een drijvende locatie met als bestemming: ‘water’. Op het land is het bestemmingsplantechnisch al niet veel beter. Veel sportverenigingen hebben mooie verzamelbestemmingen, als ‘maatschappelijk’ of ‘recreatie’. Sommigen verenigingen treffen het nog gekker. Roeivereniging De Delftsche Sport (opgericht in 1885) moet het bijvoorbeeld al jaar en dag doen met de bestemming ‘gemengd creatief grachtengebied’. Heel prozaïsch, zo’n ruimtelijke titel, maar je hebt er niets aan als het gaat om het vastleggen van rechten van de sport in het ruimtelijk domein.
Een tijdje ruimtelijke kaarten bestuderen leert me dat er nog een lange weg te gaan is voordat we de functie sport de ruimtelijke bescherming hebben gegeven die ze hoort te hebben. De behandeling van de Sportwet zou een mooie gelegenheid zijn om ook hierin stappen te zetten.
Combigebruik en dubbelbestemmingen
En zelfs al zouden sportvoorzieningen overal de bestemming ‘sport’ hebben, dan nog biedt de gepubliceerde BOSA-regeling een onvoldoende impuls. Er staat in de regeling namelijk nadrukkelijk de beperking ‘enkelbestemming sport’. Het beperken tot zo’n enkelbestemming zet een grote stap terug in de tijd en remt ruimtelijke en sportieve innovatie. In dit volle en drukke land wemelt het namelijk van combigebruik en dubbelbestemmingen. In het landelijke streven naar realisatie van een beweegvriendelijke omgeving beperken sportinvesteringen zich tegenwoordig vaak niet tot sportaccommodaties, maar wordt er juist geïnvesteerd in de openbare ruimte.
De mountainbikevereniging die een nieuwe track aanlegt? Investeringen door urbansporters? Zouden investeringen die die verenigingen doen om een sportieve omgeving te bouwen dan niet ook onder de BOSA moeten kunnen vallen? Allemaal dubbelgebruik en vaak dubbelbestemmingen en wat mij betreft volledig BOSA-waardig. Want daar was de regeling toch voor bedoeld: meer mensen aan het sporten en bewegen krijgen op goede en toegankelijke locaties?
Dubbel gebruik van onze leefomgeving is inspirerend, innovatief, slim en gaat bovendien duurzaam met onze schaarse ruimte om. De Willem Alexanderroeibaan in de Eendragtspolder is niet alleen een watersportaccommodatie, maar ook natuur- en recreatiegebied en bovendien een waterberging die er in barre tijden voor zorgt dat Rotterdamse wijken niet onderlopen: een innovatieve driedubbelbestemming in Nederland-Waterland. En voor een meer stedelijk voorbeeld: voetbalvereniging Faka Lobi KDS in Utrecht heeft een complete voetbalvoorziening bovenop de plaatselijke IKEA-parking: Hier gaan sport en detailhandel hand in hand. De sportinvesteringen voor dit soort aansprekende vormen van innovatie zouden BOSA-waardig moeten zijn.
Dit BOSA-voorstel sluit dat soort innovaties onnodig uit. Gelukkig is reparatie makkelijk: mijn boodschap: vereenvoudig beperking 1 en laat die beperking 2 gewoon vallen. Easy.
Feike Tibben is lid van het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Roeibond. Hij heeft de portefeuille Infrastructuur en Innovatie. Samengevat betekent dat aandacht voor: nieuwe roeiverenigingen, nieuw roeiwater, nieuwe sportvormen, nieuwe doelgroepen en nieuwe samenwerkingen. In het dagelijks leven is Tibben zelfstandig interimmanager.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.