26 september 2023
Opinie
door: Joscha de Vries
Sportclubs in zogenoemde ‘kwetsbare wijken’ opgelet. Als zij niet uitkijken, krijgen ze binnenkort onbedoeld grote concurrentie. Wat is het geval? De subsidieregeling School en Omgeving, die sinds 2022 scholen in deze wijken financieel steunt om kinderen een buitenschools aanbod aan te bieden, is verlengd en krijgt mogelijk vanaf 2027 zelfs een structureel karakter. Dit betekent dat veel geld naar scholen in die wijken gaat om ‘hun kinderen’ een buitenschools programma aan te bieden. Hartstikke mooi natuurlijk. Een aanzienlijk deel van dit programma wordt ingezet voor sport (en bewegen). In het schooljaar 2022/2023 is in totaal ruim 43% van het beschikbaar budget uitgegeven aan sport. Dan begrijpen jullie dat ik deze regeling helemáál interessant vind. Maar de regeling is tegelijkertijd bedreigend voor sportclubs.
In Nederland sporten en bewegen nog altijd heel veel kinderen niet, of niet voldoende. In een groot deel van deze gevallen is de gezinssituatie reden dat kinderen niet sporten. Denk aan een laag inkomen of andere problematiek, waardoor er geen geld of aandacht is voor sport. Het ministerie wil met de subsidieregeling School en Omgeving zorgen dat kinderen, ongeacht hun thuissituatie, kansen krijgen om hun talenten te ontwikkelen, breder dan op school alleen.1 Een mooie manier dus, zo lijkt het, om veel meer kinderen te bereiken en lid te maken van onze sportclubs. En op basis van de aantallen van het eerste jaar, trekt het ministerie zelf ook de conclusie dat de aanpak werkt: ruim 350.000 kinderen zijn in het eerste jaar met de subsidieregeling bereikt. Tot zover, supermooi!
Maar nu komt het addertje onder het gras. Want hoe werkt die regeling nu? Welnu, scholen komen in aanmerking voor deze subsidie door geld aan te vragen (gebaseerd op het aantal kinderen in de doelgroep) en door te monitoren hoeveel uur aan activiteiten georganiseerd is en hoeveel kinderen hebben deelgenomen. Vanaf hier begin ik me ongerust te maken. Want ik weet ook dat schooldirecteuren en leerkrachten druk zijn, erg druk. En samenwerking opzoeken met bestaande partners in de wijk om het aanbod vorm te geven, dat lijkt mij alleen al 'tijd-technisch' voor veel scholen onhaalbaar. En dus zullen scholen, zo vrees ik, niet kiezen voor samenwerking met bestaande clubs, maar het aanbod al snel overlaten aan zzp'ers, mensen die de school direct ontzorgen en – enigszins opportunistisch – snelle oplossingen regelen voor de kinderen en de school. Een quick fix dus. Maar ook een slow destroyer.
Oplossing op korte termijn
Eerst over de quick fix: ja, voor veel kinderen zorgt deze regeling op korte termijn voor een prima oplossing. Ook als deze door proactieve (veelal commerciële) partijen worden benut. Voor kinderen is dit aanbod immers gratis (want betaald via de subsidieregeling School en Omgeving) en de sport wordt op of nabij school gegeven. Aan alle kanten laagdrempelig dus.
Maar dan de slow destroyer die deze subsidieregeling tegelijkertijd ook is, of eenvoudig kan worden: tijdelijk gratis sportactiviteiten aanbieden via de school is namelijk bij uitstek een bedreiging voor de bestaande sportclubs in deze wijken. Want waarom nog betalen voor je dansles bij een club, als je gratis op school kan dansen? Waarom nog lid blijven van een voetbalclub als je op school met een leuke sportleraar een balletje kan trappen? Binnen een aantal jaren zorgt zo’n subsidieregeling er – onbedoeld weliswaar – voor dat het ledenaantal bij clubs afneemt. Al deze clubs krijgen het zwaarder door de oneigenlijke concurrentie van gratis sport op scholen. En dus vrees ik, als ik iets verder in de toekomst kijk, voor wijken waarin de sportclubs geweken zijn. En stopt dan vervolgens de subsidieregeling 'omdat het alles bij elkaar wel erg veel geld kost', dan staat de sector sport én kinderen er alles bij elkaar slechter voor dan waar we nu staan.
Structureel
Gelukkig zie ik juist ook een kans. Maar dat vraagt wel iets van ons als sportclubs. De regeling is immers ook een kans voor clubs om hun plek in de wijk verder te verstevigen. Zo zijn bestaande sportclubs als geen ander in staat om de quick fix-impuls vanuit de subsidieregeling om te zetten in een structurele beweging met langetermijneffecten. Dit vraagt van clubs wel om proactief op deze regeling bij de scholen in te spelen.
Allereerst door contact te zoeken en oplossingsrichtingen te verkennen. Bovendien vraagt het samenwerking met andere clubs in de omgeving van school. Voordeel van deze werkwijze voor de scholen zou zijn dat ze het buitenschools aanbod niet zelf hoeven te organiseren, maar dat er wel een plan achter zit (in plaats van losse activiteiten). Veel clubs in deze wijken hebben het op dit moment zelf al zwaar. Om voor de kinderen in die wijken ook echt meer gelijke kansen te creëren, lijkt het mij heel waardevol als er juist ook voor déze kinderen vitale sportclubs klaarstaan. ‘Home away from home’. Een plek waar talenten de kans krijgen om ontdekt te worden. Met goed opgeleid kader, een breed motorisch aanbod (waardoor er aandacht is voor het voorkomen van bewegingsarmoede) en veel aandacht voor ‘samen met plezier sporten’. Ook als de subsidieregeling daarna weer zou stoppen.
Als verschillende sportclubs rondom zo’n school hun krachten bundelen (met wellicht een gedeelde backoffice?), dan kunnen zij zelfs echt voordeel hebben bij deze regeling. Bijvoorbeeld door als clubs gezamenlijk een betaalde trainer aanstellen. Deze is idealiter overdag beschikbaar op de scholen, kan daar een plan maken en op onderdelen uitvoeren. En ’s avonds kan deze dan bij de clubs zijn om te helpen het kader verder te ontwikkelen. Denk daarbij aan: het adviseren over trainingsprogramma’s, het coachen en begeleiden van trainers en het helpen bij het invoeren van een technisch plan. Dit versterkt de clubs enorm, de wachtlijsten zullen erdoor afnemen en de verwachting is dat kinderen zich zullen binden aan de club. Is die binding eenmaal daar, dan zullen ze de club niet zomaar verlaten. Daarvoor is het wel nodig dat het aanbod goed, gezellig en gevarieerd is.
In gesprek
Dus beste sportbestuurder: ga te rade bij de scholen in je buurt en vraag of zij in aanmerking komen voor de subsidie School en Omgeving. Open het gesprek hoe jullie – als bestaande sportclubs in de wijk inclusief de school – samen tot een passend (sport)aanbod kunnen komen. Ontzorg de scholen daar waar mogelijk. In de praktijk is het met de subsidie dan mogelijk om clubs een kwaliteitsimpuls te geven, inspiratie op te laten doen en met de vele jonge kinderen tot nieuwe ledenaanwas te komen.
Als deze drietrap slaagt, dan benutten we met zijn allen deze subsidie waar die voor bedoeld is: ‘alle kinderen doen (blijvend) mee en hebben steeds meer gelijke kansen’. We zorgen dan bovendien dat reeds bestaande aanbieders in de wijk (lees: sportclubs) hier sterker van worden. Want voor deze sportclubs geldt dat hun sportaanbod wordt versterkt, dat hun kwaliteit verstevigt en dat hun aantal jonge leden groeit. Zo staan we aan de aftrap om met deze subsidie School en Omgeving een prachtige slag te slaan richting betere wijken, gezondere jongeren en meer vitale sportclubs!
Mijn belangrijkste doelstelling bij deze regeling is dat niet alleen kinderen, maar juist ook sportbestuurders van clubs in deze wijken erdoor in beweging komen.
Noot:
1. Regeling School en omgeving 2023-2025
Joscha de Vries is directeur-bestuurder bij SportUtrecht. Eerder was zij werkzaam als organisatieadviseur en verandermanager vanuit haar eigen bureaus Hiemstra & De Vries en later Assist4Sport. Vanuit die bureaus werkte zij aan opgaven in de publieke sector in het algemeen en vanuit Assist4Sport in de sport in het bijzonder. In nevenfuncties was en is zij al langer actief als bestuurder in de sport.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.