Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
Zonder extra geld loopt instituut sportrechtspraak achter feiten aan

Zonder extra geld loopt Instituut Sportrechtspraak achter feiten aan

20 april 2023

Nieuws

door: Leo Aquina | 20 april 2023

Er is de afgelopen jaren veel kritiek geweest op het functioneren van het Instituut Sportrechtspraak (ISR). Het besluit van de turnbond om onlangs 166 (oud-)gymnasten financieel te compenseren naar aanleiding van grensoverschrijdend gedrag, valt maar moeilijk te rijmen met de vrijspraak van hiervoor verantwoordelijke trainers bij het ISR. 'Het maakt nogmaals duidelijk dat de sportrechtspraak nog niet functioneert zoals bedoeld', zei KNGU-directeur Remco Boer hierover tegen het ANP. Mede naar aanleiding van een rapport van onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF) vroegen we ISR-directeur Henk van Aller om een reactie.

XL14ISR-1Hoewel Henk van Aller niet alle kritiek op het functioneren van het ISR terzijde wil schuiven, vindt hij niet dat de verschillen tussen uitkomsten van de compensatieregeling van de turnbond en de tuchtrechtelijke procedure inzake de turntrainers duiden op een gebrekkig functioneren van de Nederlandse sportrechtspraak. “Op dat punt moet ik Boer ongelijk geven”, aldus de directeur van het ISR. “De compensatieregeling van de turnbond gaat over het genoegdoening geven aan vermeende slachtoffers. De beoordelingsgrond ligt daarbij anders dan in het tuchtrecht. Bij de compensatieregeling ging het om marginale toetsing. Het ging om schendingen die door de slachtoffers waren ervaren. In de tuchtzaken ligt dat anders. Een tuchtrechtelijke procedure is gericht op de (vermeende) gedragingen van een individu. Je kunt iemand niet veroordelen zonder bewijs. De beschuldigde heeft recht op wederhoor. Een tuchtrechtprocedure is niet niks, het gaat vaak ook over de carrière van trainers. Je kunt die twee processen dus niet met elkaar vergelijken.”

“Het is geen toverstokje. Tuchtrecht is slechts één van de instrumenten die je kunt inzetten in de integriteitsketen"

Niet toegerust
Toch trekt Van Aller zich de kritiek op het functioneren van het ISR aan. “We waren twee jaar geleden niet voorbereid op de grote stroom zaken die vrij plotseling op ons afkwam. Met name de vraagstukken waar het ging om subjectieve integriteit vragen veel van onderzoekers en tuchtcommissies. We waren gewend aan meer objectieve, concrete meldingen. Het gaat in het tuchtrecht om bewijsbaarheid.” Het rapport ‘Samen de lat hoger leggen’ dat AEF maakte in opdracht van het ministerie van VWS stelt onder meer: ‘Het ISR was in opzet niet toegerust voor de toename van complexe zaken de afgelopen jaren’. Van Aller spreekt van onderschatting, maar geeft ook aan dat er soms te hoge verwachtingen zijn als het gaat om het tuchtrecht:

XL14ISR-2“Het is geen toverstokje. Tuchtrecht is slechts één van de instrumenten die je kunt inzetten in de integriteitsketen. In sommige gevallen is het wellicht beter om – na zorgvuldige beoordeling door een onafhankelijk aanklager – naar andere instrumenten te kijken en bijvoorbeeld mediation in te zetten. Daarnaast is preventie natuurlijk van het allergrootste belang.” Het ISR had zelf ook een rol in dat verwachtingspatroon. Van Aller: “Dat hebben wij in de communicatie niet altijd goed gedaan. We moeten beter communiceren waar tuchtrecht voor bedoeld is: het bijdragen aan een eerlijke en veilige sportbeoefening. Ook als het gaat om de casussen zelf moeten we helder zijn wat men kan verwachten. Als iemand zich bij ons meldt, verwacht dan niet dat wij als advocaat van het slachtoffer gaan optreden.”

Ondermaats
De kritiek op het ISR kwam ook van de tuchtcommissie. Tuchtcommissies en beroepscommissies zijn onafhankelijke organen die door het ISR worden aangewezen. Het zijn vrijwilligers met diverse expertise en de voorzitter is altijd een jurist, vaak een rechter. In de zaak rond turntrainer Vincent Wevers concludeerde de tuchtcommissie dat ‘het onderzoeksdossier, waarop de aangifte is gebaseerd, kwalitatief ondermaats was’. Dit onderzoeksdossier wordt samengesteld door de casemanager van het ISR die daarvoor externe mensen inhuurt. Hoe kon dit ondermaats zijn? Van Aller:

“De melders vonden dat in de gespreksverslagen hun gesprek met de onderzoekers niet correct was weergegeven. Dat hebben we laten onderzoeken door een onafhankelijk rechter. Die constateerde dat tuchtrechtelijk alles erin stond wat erin moest staan. Wij hadden dit beter aan de melders moeten communiceren. We zetten in die verslagen wat tuchtrechtelijk noodzakelijk is. Die verslagen zijn er niet om de mensen die iets melden een goed gevoel te geven. De Tuchtcommissie heeft echter ook beoordeeld dat individuele gedragingen van beschuldigden te weinig concreet waren beschreven in plaats en tijd. Daar moet ik wel bij zeggen dat er in sommige gevallen ook echt fouten zijn gemaakt, dat er bijlagen ontbraken of zaken verkeerd genummerd waren. Fouten maken is menselijk, maar wij liggen onder een vergrootglas dus dat heeft wel geleid tot afbreuk van het vertrouwen.”

"Elke uitbreiding van capaciteit wordt weer ingehaald door de groei in het aantal meldingen"

Achter feiten aanlopen
Hoewel het ISR in de acht jaar dat Van Aller er werkzaam is, enorm is gegroeid, kwamen de capaciteitsproblemen in 2020 onverwacht. “Toen ik begon zat ik part time in mijn eentje op een zolderkamertje in Amsterdam met alleen een secretaresse”, aldus de ISR-directeur. “Nu hebben we een bureau met elf mensen. Vroeger dachten we niet dat we een capaciteitsprobleem hadden, maar toen kwam de commissie De Vries en er kwam een herstructurering van het Centrum voor Veilige Sport dat veel meer mensen naar het ISR ging leiden. Er is nu veel meer aandacht voor grensoverschrijdend gedrag en dat zorgt ervoor dat wij nu het gevoel hebben achter de feiten aan te lopen. Elke uitbreiding van capaciteit wordt weer ingehaald door de groei in het aantal meldingen.”

XL14ISR-3Met ongeveer anderhalf miljoen euro aan instellingssubsidie vanuit het ministerie van VWS en een NOC*NSF-bijdrage van 120.000 euro vanuit de NLO-middelen (lottogelden), is het ISR sinds twee jaar een zelfstandig orgaan met een eigen kantoor. AEF doet in haar rapport nog een aantal aanvullende aanbevelingen als het gaat om professionalisering. Daarnaast adviseert het rapport om de betrokkenheid van sportorganisaties en sporters te vergroten.

Nieuw bestuursmodel
Van Aller werkt op dit moment hard aan wijzigingen binnen het ISR, dat zich opmaakt voor een nieuw bestuursmodel. Van Aller: “We zijn een stichting met een uitvoerend bestuur en we gaan toe naar een model met een Raad van Toezicht, met meer afstand tot de operationele uitvoering en met een verscherpt toezicht. In het bestuur zitten vrijwilligers die zich niet dagelijks met de gang van zaken kunnen bezighouden. Het is daarom beter om de uitvoering bij het bureau te leggen.”

Zelf wordt Van Aller in het nieuwe model directeur-bestuurder. Opstappen naar aanleiding van de kritiek heeft hij niet overwogen: “Ik vind dit een eervolle baan en ik ben er nog zeker niet op uitgekeken. Ik heb de organisatie de afgelopen jaren kunnen helpen groeien. Ik heb nooit alleen op de winkel willen passen en met alle ontwikkelingen van dit moment ben ik weer vol energie om door te pakken om de organisatie verder te versterken.”

"Ik maak bij het budgetteren een inschatting van het aantal meldingen en die inschatting lijkt steeds te worden achterhaald door de actualiteit"

Op dit moment is het ISR op zoek naar nieuwe leden voor de Raad van Toezicht. Van Aller: “Het huidig bestuur is zeer deskundig, maar van een aantal van hen zijn de termijnen verstreken. We zoeken kundige bestuurders en in de nieuwe rol krijgt de RvT meer ruimte om de rol van toezichthouder goed op te pakken. Wervingsbureau Colourful People gaat op zoek naar mensen om ook meer diversiteit in de raad te krijgen. Dat is ook een van de aanbevelingen van AEF: zorgen dat we een goede afspiegeling zijn van de branche die we bedienen.”

Een andere manier om te betrokkenheid van de sport bij het ISR te vergroten is het instellen van een adviesraad. Van Aller: “Daarin moet een vertegenwoordiging van de hele branche zitten. Zij moeten gevraagd en ongevraagd advies kunnen geven, zowel als het gaat om beleidsstappen als om uitvoering, maar bijvoorbeeld ook over de scope van de organisatie. Waar vinden we dat het ISR wel over gaat en waarover ook niet?”
XL14ISR-4
Geld nodig
Naast een nieuw bestuursmodel hoopt Van Aller dat hij ook de middelen krijgt om het ISR-bureau, inclusief de directie te versterken. “Het ISR is reeds gesplitst in een onderzoeks-/aanklagers deel en een deel dat zich bezighoudt met de tuchtcommissies en daar moet een muurtje tussen staan. Die splitsing willen wij graag doorvoeren in de hele organisatie, inclusief de directie.” Wat een dergelijke uitbreiding van het bureau moet kosten, durft Van Aller niet te zeggen.

“Ik ben nu vooral bezig inhoudelijk invulling te geven aan de AEF-adviezen en daarover spreek ik met de sportsector en met VWS. Op de financiering wil ik niet vooruitlopen, maar in het AEF-rapport zie ik wel echt een beroep op de sport en het ministerie: als je dit wilt uitvoeren, moet daar ook geld voor zijn. Ik maak bij het budgetteren een inschatting van het aantal meldingen en die inschatting lijkt steeds te worden achterhaald door de actualiteit. Ik begreep recentelijk dat het aantal meldingen bij het Centrum voor Veilige Sport in het eerste kwartaal wederom hoger is ten opzichte van vorig jaar, dus ik hou mijn hart vast. Op deze manier gaat alle geld zitten in casuïstiek, terwijl ik ook geld wil steken in bijvoorbeeld een versterking van onze communicatie, een doorlopende leerlijn sporttuchtrecht en de opleiding van onderzoekers. Ook dat zijn belangrijke en noodzakelijke investeringen.”

Voor meer informatie: Instituut Sportrechtspraak

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.