1 september 2016
Nieuws
door: Leo Aquina | 1 september 2016
De sportlectoren van de Nederlandse hogescholen gaan intensief samenwerken in een nieuw opgerichte platform voor praktijkgericht sportonderzoek. Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA stelde 150.000 euro aan subsidie beschikbaar om de samenwerking in goede banen te leiden. Het Kenniscentrum Sport begeleidt het platform. “De bottom-line is dat je beter samen kunt werken bij het doen van onderzoek en de verdeling van onderzoeksgelden, dan met elkaar concurreren”, zegt Cees Vervoorn, lector Topsport en Onderwijs aan de Hogeschool van Amsterdam.
Hoewel eerdere pogingen om samenwerkingsverbanden tussen sportwetenschappers in Nederland van de grond te krijgen mislukten, gelooft Vervoorn dat de tijd er nu wel rijp voor is. “Persoonlijk vind ik het nog steeds jammer dat het NISSI (Netherlands Institute for Sports Science and Innovation) destijds niet van de grond gekomen is, maar dankzij alles wat er toen is gebeurd, kunnen we deze stap nu wel maken. Het is mijn stellige overtuiging dat iedereen er eigenlijk van heeft geleerd.”
Handelsmissie
Het besef dat de verschillende hogescholen elkaar veel te bieden hebben op het gebied van toegepaste sportwetenschap was er al, maar de kiem voor het huidige samenwerkingsverband werd gelegd tijdens een handelsmissie naar Japan in november 2015, waarvan Vervoorn delegatieleider was.
“Sportwetenschap volgt in belangrijke mate de olympische cyclus. Dus met het oog op Tokio 2020 richten we het vizier nu op Japan. Tijdens de Sport Science Missie vorig jaar ontstond een warme band tussen sportwetenschappers van verschillende instituten. Enerzijds waren we daar om de mogelijkheden voor Nederlandse sportwetenschappers in Japan te onderzoeken en anderzijds werd ons ook duidelijk dat we in Nederland veel meer met elkaar samen kunnen doen.”
Agenda
Uit dat besef kwam het initiatief voort om een nationale onderzoekagenda sport op te stellen. Vervoorn: “Die agenda hebben we in de maanden daarna op- en vastgesteld en deze is omarmd door Harry van Dorenmalen en zijn Topteam Sport. Aansluitend hebben we met hetzelfde schrijversteam de Sportwetenschappelijke route voor de Nationale Wetenschaps Agenda (NWA) opgesteld. Die is nu voorgelegd aan de commissie, die hier de finale zeggenschap over heeft. Er gaat bovendien de komende periode een aantal calls komen voor sportonderzoek en met onze agenda en ons platform voorkomen we dat iedere hogeschool met zijn eigen lector los van elkaar een subsidieaanvraag indient. We kijken gezamenlijk naar de profielen en kijken waar de kracht zit om het beschikbare onderzoeksgeld optimaal te kunnen benutten. Dat geldt niet alleen voor de nationale onderzoeksgelden, maar ook internationaal als het bijvoorbeeld gaat om Europese subsidies.”
Internationaal
Vervoorn noemt internationale profilering en samenwerking als een van de nadrukkelijke ambities van het lectorenplatform. Hoe ziet dat er concreet uit?
“Tijdens onze reis naar Japan hebben we gezien dat er in Japan behoefte is aan kennis die wij hier in Nederland reeds hebben ontwikkeld of toepassen. Op mijn eigen gebied is het voor Japan interessant om te zien hoe wij in Nederland omgaan met dual careers van topsporters. Hiervoor heeft de HvA recent een tweetal grote Erasmus+ subsidies van de EU binnen gekregen."
"Ook wat we in Nederland doen aan talentontwikkeling en bijvoorbeeld op het gebied van zelfredzaamheid van sporters is voor een groot deel nog onbekend in Japan. Daarnaast zijn zij, gek genoeg, zeer geïnteresseerd in de praktische wetenschappelijke begeleiding die wij in Nederland gekoppeld hebben aan de Centra voor Topsport en Onderwijs (CTO’s, red.). Ook op het gebied van paralympische sport en het aangepast sporten liggen ze echt achter, terwijl daar over vier jaar de Paralympische Spelen zijn. Op dat gebied kunnen we eveneens veel voor elkaar betekenen.”
Multidisciplinair
Wat gaat het lectorenplatform concreet doen met de 150.000 euro subsidie? “Dat geld gaat naar het organiseren van de backoffice, diverse grote en kleine bijeenkomsten en het belangrijk maken van dit platform. Toegepast sportwetenschap moet niet meer bestaan uit allerlei losse eilandjes waar wetenschappers hun eigen experimenten doen, hoe goed die ook zijn. We willen alles in een bredere structuur zien te vatten, zodat we gezamenlijk verder komen.”
Vervoorn wil het samenwerkingsverband niet beperken tot de sportlectoren. “Daarvan zijn er ongeveer twintig in Nederland, maar er zijn in totaal wel zo’n honderd lectoren die zich bezighouden met vraagstukken die een raakvlak hebben met sportinnovatie, denk aan big data, materialen en techniek, nanotechnologie, noem maar op. Op woensdag 31 augustus kwam het platform voor het eerst bijeen onder voorzitterschap van Maaike Romijn.
Medailles
Hoeveel medailles gaat dat Nederland op de volgende Olympische Spelen opleveren? “Dat kun je zo niet berekenen. Wetenschappers leveren slechts een bijdrage op de achtergrond. De eer van de medailles gaat naar de sporters en de coaches. Zij moeten het op de hoogste podia uiteindelijk doen. Ik kan wel een mooi voorbeeld uit Australië noemen. Daar is de afgelopen acht jaar geïnvesteerd in kennis over herstel na inspanning omdat het sportinstituut had berekend dat een beter herstel de Australische ploeg in totaal één of twee medailles extra zou opleveren op de Spelen. Ik vind het niet zo belangrijk dat een wetenschapper achteraf precies kan aanwijzen wat zijn bijdrage is geweest. Topsportsucces is afhankelijk van vele factoren. Hoe meer partijen samenwerken, hoe groter de kans op succes.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.