3 juli 2025
Nieuws
door: Leo Aquina | 3 juli 2025
‘Eén miljoen voor een hele generatie die weer durft te dromen.’ Onder dat motto wil het Nationaal Fonds voor de Sport geld bijeenbrengen voor sportprojecten om jongeren die mentaal vastlopen via sport en bewegen te helpen. Dat gebeurt onder de noemer van een nieuw fonds: het Sportfonds Mentale Gezondheid. Directeur Cees Juffermans van het Nationaal Fonds voor de Sport legt uit waarom. “Iedereen die zo nu en dan beweegt, kent het gevoel. Bewegen helpt. Op het moment dat je een milde depressie hebt, werkt lichaamsbeweging net zo goed als medicatie.”
Het Nationaal Fonds voor de Sport bestaat sinds 2022. Het werd op initiatief van een aantal sportbonden en met steun van NOC*NSF opgericht om naar voorbeeld van het Prins Bernhardfonds in de cultuursector de filantropiemarkt voor de sport te ontsluiten. Het fonds boort daartoe diverse financiële bronnen aan. Cees Juffermans: “We hebben partners, er zijn vermogensfondsen die ons ondersteunen, mensen kunnen evenementen organiseren om geld op te halen en we krijgen ook particuliere giften of bijvoorbeeld geld van mensen die iets willen nalaten. Voor het Sportfonds Mentale Gezondheid is een aantal samenwerkingspartners heel belangrijk maar individueel meedoen is ook mogelijk via bijvoorbeeld een Tikkie. Zo hebben we verschillende financiële pilaren om dit fonds te laten groeien."
Apart fonds
Met het ingezamelde geld maakt het Nationaal Fonds voor de Sport zich sterk voor vier zogenaamde impactdoelen of impactdomeinen: het verbeteren van de fysieke gezondheid; het verbeteren van mentale gezondheid; het stimuleren van persoonlijke ontwikkeling; het versterken van sociale cohesie. Waarom wordt nu een van die domeinen eruit gepikt met een apart fonds? Juffermans: “Het thema mentale gezondheid heeft een enorme vlucht genomen. We zijn een relatief nieuw en groeiend fonds en we zien dat met name op dit thema erg veel gebeurt. Partijen die willen meewerken komen negen van de tien keer terug op het thema mentale gezondheid. Dat leidde bij ons tot het idee om hier een apart fonds voor op te richten. Uiteraard gaan we ook gewoon door met de andere impactdomeinen en wellicht bewandelen we daar in de toekomst dezelfde route mee. Op deze manier willen we zichtbaarder en relevanter zijn, enerzijds voor de donateurs en anderzijds richting potentiële projecten om te financieren.”
De belangstelling voor het thema mentale gezondheid in de sportwereld komt niet zomaar uit te lucht vallen. Als voormalig olympisch shorttracker kent Juffermans de mentale druk waarmee topsporters kampen en als vader van twee jonge kinderen ziet hij wekelijks wat sport kan betekenen als het gaat om mentale gesteldheid. Maar het zijn vooral de cijfers uit de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen van het RIVM die Juffermans zorgen baren: “Ik schrok toen ik de rapporten zat door te nemen. De helft van de Nederlandse jongeren worstelt met mentale gezondheid.”
Net zo goed als medicatie
Het Sportfonds Mentale Gezondheid hoopt één miljoen euro op te halen. Hoe gaat het fonds dat geld inzetten? Juffermans: “We beginnen altijd met een impactprogramma gebaseerd op onderzoek samen met onze kennispartners (onder meer Mulier Instituut, Kenniscentrum Sport en Bewegen, de Universiteit Utrecht, de Hogeschool van Amsterdam en de Haagse Hogeschool, red.). Er ligt wetenschappelijk bewijs dat beweging een positief effect heeft op mentale gezondheid en dat het soms net zo goed werkt als medicatie. Als fonds nodigen wij mensen en organisaties uit projecten in te dienen. Hoewel we een nationaal fonds zijn, steunen we vooral lokale projecten. Het ene project werkt goed in een grote stad en het andere beter in een kleine gemeenschap.”
Voorbeelden van projecten zijn Stichting Boogieland in Amsterdam, Tigers Roermond en Favela Street op Curaçao (het Nationaal Fonds werkt in het gehele koninkrijk).
Hoe meet het Nationaal Fonds voor de Sport of deze projecten ook daadwerkelijk effect sorteren? Juffermans: “Ook dat doen we in samenwerking met onze kennispartners door onderzoek achteraf, nabellen, deelnemers spreken, via vragenlijsten. Veel projecten gaan goed, maar we moeten kritisch blijven kijken wat er beter kan. Daarbij moet je je ook realiseren dat je bij sommige projecten misschien lage aantallen jongeren bereikt, maar dat de impact voor degene die je bereikt enorm groot kan zijn. Daarnaast zijn er projecten waar je grote aantallen jongeren bereikt, maar de impact op individueel niveau kleiner is. Het een is niet per se beter dan het ander.”
Voor meer informatie: sportfondsmentalegezondheid.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.