Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Nieuws
5 vragen aan gerard dielessen afscheidsinterview als algemeen directeur noc nsf

5 vragen aan Gerard Dielessen, afscheidsinterview als algemeen directeur NOC*NSF

9 november 2021

Nieuws

Gerard Dielessen nam op 30 september afscheid als algemeen directeur van NOC*NSF. Hij zat ruim elf jaar op die plek en was daarmee de langst functionerende algemeen directeur van de sportkoepel sinds 1993. Met een recordaantal van 36 medailles en een zevende plaats op de medaillespiegel, waren zijn laatste Spelen in Tokio ongekend succesvol. Tijd voor een uitgebreid afscheidsinterview. Met Sport Knowhow XL blikt Dielessen terug op de successen en de teleurstellingen. 

door: Leo Aquina | 9 november 2021

1. Je vertrek bij NOC*NSF werd opgeschoven van mei 2021 naar oktober van dit jaar. Was dat noodzakelijk met het oog op de verschoven Spelen van Tokio?
"Je kunt natuurlijk altijd weg, niemand is onvervangbaar. Ik heb zelf aan het bestuur voorgesteld om langer te blijven. Dat had in eerste instantie met de coronacrisis te maken. In een crisis is het niet handig als de leidinggevende weggaat. Daarmee komt de continuïteit onder druk te staan. Ik had de contacten met de minister en andere stakeholders, ik kende het werkveld. Toen de Spelen van Japan ook nog eens een jaar werden uitgesteld, werd het nog urgenter. Ik kwam als voorzitter van de stuurgroep Olympic Operations sinds 2014 in Tokio. Ik had zeven jaar in een heel moeilijk land geïnvesteerd, had daar veel goede contacten. Het ging om het welslagen van de Spelen in een moeilijke periode, dan zou het zonde zijn om de kennis, de ervaring en het netwerk te missen dat mij in staat stelde snel te kunnen schakelen. Natuurlijk heb ik tijdens de Spelen meer afstand van de atleten. Dat is het werk van Pieter (Van den Hoogenband, Chef de Mission) en Maurits (Hendriks, technisch directeur), maar je zou het ritme verstoren en achter de schermen draaide ik aan belangrijke knoppen.”

"Atleten kwamen onder moeilijke omstandigheden terecht in quarantainehotels. Dat was veel strenger dan wij van tevoren hadden gedacht"

“Zelf had ik voorgesteld om tot na de Winterspelen van Beijing 2022 te blijven. Dat had ik logischer gevonden, want door het opschuiven van Tokio werden de Zomerspelen en de Winterspelen in elkaar geschoven tot één operatie. Het bestuur wilde dat echter niet. Zij vonden dat de nieuwe voorzitter (Anneke van Zanen-Nieberg) de mogelijkheid moest krijgen om snel met de nieuwe directeur (Marc van den Tweel) aan het werk te gaan en dat snap ik. Hij zou meegaan naar de Spelen, maar vanuit de Japanse organisatie werd opgeroepen de delegatie zo klein mogelijk te houden, dus Marc is in Nederland gebleven. Op het Olympic Festival in Scheveningen was de hele voor hem relevante wereld aanwezig en daar heeft hij waardevolle contacten kunnen leggen. Uiteindelijk is hij wel nog een paar dagen bij de Paralympische Spelen geweest om sfeer te proeven.”

XL385vragenaanGD-1“Een voorbeeld waar mijn kennis, ervaring en contacten van pas kwamen in Tokio, was in de eerste dagen van de Spelen, toen we werden geconfronteerd met een aantal besmettingen. Atleten kwamen onder moeilijke omstandigheden terecht in quarantainehotels. Dat was veel strenger dan wij van tevoren hadden gedacht. Wij hebben toen besloten een hard statement te maken, enerzijds onder druk vanuit Nederland en anderzijds omdat we dat zelf ook echt vonden. We wisten dat de Japanners ons dat niet in dank af zouden nemen, dus ik heb op voorhand al met onze voorzitter gebeld om contact op te nemen met de Japanse ambassadeur in Nederland. Zelf had ik intensief overleg op de Nederlandse ambassade in Japan, waar ik een eigen kantoorruimte had. Dat statement heeft uiteindelijk wel geholpen en ik denk ook dat we de plooien in de relatie met de Japanners glad hebben kunnen strijken. Aan het eind van de Spelen hebben we tijdens de dameshockeyfinale een spandoek uitgerold om de Japanse bevolking te bedanken. Eigenlijk mag dat niet, zo’n spandoek op het field of play, maar ik wist dat we maar een paar seconden nodig hadden en daarna konden we het spandoek weer oprollen want dan hadden de camera’s het werk al gedaan. We hebben het van tevoren gemeld en hebben het spandoek inderdaad meteen weer weggehaald. Op die manier had het wel zijn effect gehad zonder dat het een issue werd. Dat soort dingen kun je doen op basis van ervaring.”

"Ik weet nog dat André mij op een gegeven moment belde, ik was nog niet eens in dienst. Hij zei: 'kun je langskomen want ik zit hier met een paar bondsdirecteuren en die zijn ontevreden'"

2. Een van je eerste grote projecten bij NOC*NSF was een Taskforce die als officiële opdracht had: ‘ontwikkelen van een plan om te komen tot een hernieuwd evenwicht tussen sportbonden en NOC*NSF’. Hoe staat het ervoor met de verhouding tussen de sportkoepel en de bonden? En is NOC*NSF zoals je in 2013 op Sport Knowhow XL voorspelde inderdaad meer opgeschoven richting een brancheorganisatie?

XL385vragenaanGD-2“Die relatie is verbeterd, wat niet wil zeggen dat er niet altijd een natuurlijke spanning is tussen de koepel en de leden. André Bolhuis (toenmalig NOC*NSF-voorzitter) en ik zijn in 2010 tegelijk begonnen. Mij was toen niet bekend dat de sfeer tussen de bonden en de koepel zo beroerd was. Ik weet nog dat André mij op een gegeven moment belde, ik was nog niet eens in dienst. Hij zei: 'kun je langskomen want ik zit hier met een paar bondsdirecteuren en die zijn ontevreden'. Ik was nog NOS-directeur, maar ik ben op-en-neer gereden vanuit Hilversum naar de tandartsenpraktijk van André, waar de bijeenkomst plaatsvond. Die bondsdirecteuren waren echt boos op wat NOC*NSF allemaal fout deed, wel deed, of niet deed. Dat was het begin van de discussie ‘op zoek naar meer evenwicht’. We hebben onder mijn leiding een taskforce opgezet en ik denk dat we erin zijn geslaagd de verhoudingen met de bonden te normaliseren, met nieuw beleid, een nieuw bestedingsplan en een nieuwe sportagenda. Dat hadden we binnen een jaar voor elkaar.”

“De afgelopen twee jaar zag je ook in tijden van corona dat de verhouding tussen de koepel en de bonden heel goed was. Natuurlijk kan het altijd beter en is er altijd discussie. In dat opzicht is het ook goed dat ik vertrek, want dan kan mijn opvolger er weer fris tegenaan kijken. De discussie herhaalt zich, maar die wordt nu niet gevoerd vanuit een verstoorde relatie. Natuurlijk moet je de verhoudingen tussen koepel en bonden, tussen top- en breedtesport van tijd tot tijd tegen het licht houden. We vragen steeds meer van bonden. NOC*NSF is een vereniging en er zijn veel werkgroepen en commissies, soms misschien te veel.”

"Misschien moet je wel toe naar een platform, waarin NOC*NSF uiteraard een belangrijke rol speelt"

“Of het inderdaad precies zo heeft uitgepakt als ik in 2013 zei, weet ik niet, maar NOC*NSF is inderdaad een heel eind opgeschoven als vertegenwoordiger van de branche. Het speelveld van de sport is breder geworden. Kijk bijvoorbeeld naar de coronacrisis. Ik had bijna wekelijks contact met de minister en met de departementen op het hoogste bestuurlijke en ambtelijke niveau. Dat deed ik namens de branche. Den Haag keek als het om sport ging naar ons. Ook als het ging om besluitvorming rond evenementen werd ons een rol toegedicht. Wij hebben dat, en daar ben ik trots op, blijkbaar afgedwongen. Of dat in de toekomst zo blijft, weet ik niet. Er zijn meer organisaties zoals POS (Platform Ondernemende Sportaanbieders en NL Actief. Die organisaties waren er vroeger niet. Misschien moet je wel toe naar een platform, waarin NOC*NSF uiteraard een belangrijke rol speelt.” 

XL385vragenaanGD-33. Wat is er binnen NOC*NSF in het bijzonder en/of in de sportwereld in het algemeen ten goede veranderd in de periode van jouw algemeen directeurschap en wat is jouw bijdrage daaraan geweest?
“Er is een aantal grote veranderingen in de afgelopen 11 jaar, waar ik met trots naar kijk. Als het gaat om de financiering van de sport, de fusie tussen de Staatsloterij en de Lotto, die mede onder mijn leiding tot stand is gekomen. Daardoor is de financiering van de georganiseerde sport voor lange tijd gewaarborgd en die financiering stond enorm onder druk in het begin van het vorige decennium. Het ging niet goed met de Lotto en de KOA (wet kansspelen op afstand) vormde een bedreiging. Die fusie was de enige mogelijkheid en dat heb ik destijds ook tegen Edith Schippers gezegd: het is die fusie en anders moet de overheid bijpassen. Of je moet de sport in de kou laten staan, meer smaken waren er niet.”

“Een ander dossier is integriteit. Dat staat echt voorop. Integriteit, integriteit en nog eens integriteit. Dat is ons fundament. Ik vind dat we als sport verantwoordelijkheid moeten nemen. Dat geldt voor het individu, de vereniging, de bonden, NOC*NSF en het IOC. Als je de integriteit niet goed inricht, leg je de bijl aan de wortel van de sport. Ik dacht altijd dat we dat goed hadden geregeld, maar dat bleek rond 2015/2016 eigenlijk niet zo te zijn, ook gezien de eisen van de nieuwe tijd. Toen heb ik het initiatief genomen om een commissie met Klaas de Vries als voorzitter in te stellen, die breed onderzoek deed naar seksuele intimidatie en misbruik in de sport. Die commissie kwam met 42 aanbevelingen en die hebben we allemaal overgenomen.”

"Breed excelleren, daar ging het om. Maurits en de bonden hebben het opgepakt ik heb dat altijd ondersteund. Dat het er in Tokio zo uitkomt, noem ik de genade van de lange lijn"

“En waar ik ook trots op ben is dat we de top-10- en plus-10-doelstellingen hebben gerealiseerd. De laatste dagen in Tokio zagen we met Maurits Hendriks en de prestatiemanagers aankomen dat we van alle Europese landen het beste zouden scoren op Groot-Brittannië na. Dat beschouw ik als een kroon op het werk. Daar is namelijk goed over nagedacht. De uitgangspunten zijn aan het eind van het vorige decennium voortgekomen uit het, overigens jammerlijk mislukte, Olympisch Plan 2028 met de top 10-ambitie. Breed excelleren, daar ging het om. Maurits en de bonden hebben het opgepakt ik heb dat altijd ondersteund. Dat het er in Tokio zo uitkomt, noem ik de genade van de lange lijn.” 

XL385vragenaanGD-4“Natuurlijk is die top-10 ook maar een getal, maar de breedtesport kan niet zonder die resultaten. Of je nou dertig medailles wint of veertig, het gaat om een iconisch getal waarmee je de samenleving kan laten zien wat je kunt bereiken. De atleten kunnen hun verhalen vertellen en inspireren vanuit de overtuiging dat je met sport de samenleving beter kunt maken. Mensen die het zonde vinden dat er zoveel geld naar topsport gaat, daar ben ik gauw klaar mee. Kijk naar de grote getallen: er gaat zo’n 50-55 miljoen euro naar topsport en, als ik een lage schatting neem, tussen de 2 en de 2,5 miljard naar de breedtesport. Gebruik de topsport als inspiratie.”

“Vanuit integriteitsperspectief zie je nu ook vraagtekens bij die top-10 ambitie. Moet je daar nog wel op inzetten? Natuurlijk schuurt het soms, maar ik zou zeggen: juist wel, maar zorg ook dat je die integriteit goed op orde hebt. Topsport balanceert op het randje, maar het is ook een keuze en je hoeft er niet voor te kiezen, zoals bijvoorbeeld vroeger in Oost-Europa. De meest kwetsbare groep zijn minderjarige meisjes in jong-ontwikkelingsporten. Daar moet je waakzaam voor zijn, maar een volwassen topsporter maakt een volwassen keuze. Staatssecretaris Blokhuis roept nu dat hij de hele sport wil gaan doorlichten. Dan denk ik: richt je nou eerst eens op die kwetsbaarste groep.”

"We hebben een programma gemaakt en de weg gezocht naar het EOC, maar toen zei Schippers: ‘Ik doe het niet’”

4. Je noemde net kort het Olympisch Plan 2028, dat vanuit Den Haag met één pennenstreek is uitgewist. Ook de poging om de Europese Spelen in 2019 naar Nederland te halen werd later door minister Schippers zonder pardon in de prullenbak gegooid. Wat waren de afgelopen elf jaar de grootste teleurstellingen en moet Nederland nog wel de ambitie hebben om een evenement van die omvang te organiseren?
“Ik vind het heel jammer dat we de European Games niet konden organiseren, want we hadden een heel ander plan. Het besluit over het Olympisch Plan 2028 was puur politiek en de European Games hebben we vanuit die leerschool juist apolitiek aangevlogen. We gingen met een klein groepje aan de slag, hebben vier provincies en vijf gemeentes benaderd, we hebben een programma gemaakt en de weg gezocht naar het EOC, maar toen zei Schippers: ‘Ik doe het niet.’”

XL385vragenaanGD-5“De werkwijze is ons door de sportbonden niet in dank afgenomen en er is een hard rapport over geschreven door de commissie Depla. Dat moet kunnen in een volwassen democratie, ook al was ik het niet op alle punten helemaal met dat rapport eens. Dat wij minder hebben geluisterd naar andere partijen klopt. Onze gedachte was om niet opnieuw enorm te gaan polderen, maar dit is uiteindelijk ook niet gelukt. Wat is wijsheid? André Bolhuis en ik hebben niet overwogen naar aanleiding van dat rapport op te stappen. Dat werd ook niet gevraagd. Ik denk ook dat NOC*NSF toen en ook nu als vereniging over voldoende veerkracht beschikt om teleurstellingen met elkaar te delen en verder te gaan.”

“We hebben toen de conclusie getrokken dat we er misschien nog niet klaar voor waren, maar de ambitie is er op de langere termijn nog altijd. De belangrijkste les die ik heb geleerd, is dat je zo’n groot evenement nooit kan organiseren als je aan de voorkant niet beschikt over de hardcore steun van de overheid. Natuurlijk moet je werken aan maatschappelijk draagvlak, maar het gaat ook om politiek leiderschap. Dat is indertijd bijvoorbeeld in Londen gebeurd. Tony Blair (toenmalig premier van Groot-Brittannië) en de minister van sport zeiden in 2005 gewoon: ‘Dat gaan we doen.’ Vergeet niet: het draagvlak was ook daar niet geweldig, maar zeven jaar later leverden ze excellente Spelen af. Nederland kan dat ook, maar je hebt een premier nodig die erin gelooft en Rutte is daar niet van. Dat zeg ik met alle respect want hij heeft ook wel wat anders aan zijn hoofd. Zijn er nog plannen? Het speelt altijd onder water, maar de Spelen zijn tot 2032 al vergeven, dus het duurt nog wel even. Ik hoop het ooit vanuit een rusthuis op afstand gade te slaan.”

"Wij staan in de top-10 van de medailleranglijst. Alle andere toptienlanden hebben minimaal twee IOC-leden en wij niet één. Dat kan eigenlijk niet"

“Een andere teleurstelling is dat we op dit moment geen IOC-lid hebben. Ik heb er heel veel aan gedaan, maar uiteindelijk was het de beslissing van Camiel Eurlings zelf om op te stappen. Van het IOC had hij niet weggehoeven, bovendien was hij een uitstekend IOC-lid, maar het was een moeilijke kwestie. Op het gebied van integriteit speelde er van alles. Of er zicht is op een nieuw IOC-lid voor Nederland? Ik heb er in Tokio ook met Christophe De Kepper (director general van het IOC, red.) over gesproken. Wij staan in de top-10 van de medailleranglijst. Alle andere toptienlanden hebben minimaal twee IOC-leden en wij niet één. Dat kan eigenlijk niet. De komende jaren komen we echt wel weer een keer aan de beurt.”

5. Je gaat nu met pensioen. Ben je van plan nog wel actief te blijven in de sportwereld of anderszins?
“Ik wil sowieso meer gaan schrijven. Daar ben ik ooit mee begonnen als corrector en verslaggever bij het Utrechts Nieuwsblad. In de afgelopen coronaperiode heb ik bij NOC*NSF ook dagelijks een column geschreven voor de medewerkers, over heel uiteenlopende onderwerpen. Dat wil ik blijven doen, maar ik weet nog niet precies in welke vorm.” 

XL385vragenaanGD-6“Natuurlijk doe ik nog allerlei dingen, maar niet meer met de echte operationele verantwoordelijkheid. Sinds een aantal jaren ben ik voorzitter van de Raad van Toezicht bij RTV Drenthe. Dat was tot nu toe de enige nevenfunctie want, verder had ik geen tijd. Sinds afgelopen zomer heb ik er een aantal nevenfuncties bij: lid van de Raad van Toezicht van Omroep MAX en voorzitter van de Raad van Toezicht van de Stichting Alpe d'HuZes. Daar heb ik zelf vaker aan meegedaan, dus dat vind ik erg leuk.”

"Als ik kijk naar de kennis, de ervaring en de energie die ik nog heb, dan wil ik helemaal niet stoppen"

“Daarnaast doe ik een klus voor de marketingcommissie van het IOC. De voorzitter daarvan, de Tsjech Jiri Kejval, heeft mij gevraagd om een plan te ontwikkelen voor online televisiekanalen voor NOC’s tijdens de Spelen. Ook zit ik nog in de communicatiecommissie van het IOC. Ik neem zoveel mogelijk afstand van NOC*NSF zelf natuurlijk, maar het is zonde om die continuïteit op het hoogste internationale niveau bij het IOC weg te gooien. Het is niet zo dat Nederland automatisch een vervanger krijgt als ik uit zo’n commissie stap en daarmee zou je invloed verliezen.” 

“Ik ben nu 66, bijna 67 en de wet bepaalt dat ik moet stoppen met werken, maar zelf wil ik dat eigenlijk helemaal niet. Ik ben nog niet klaar. Natuurlijk is het na elf jaar in deze functie goed om plaats te maken, maar als ik kijk naar de kennis, de ervaring en de energie die ik nog heb, dan wil ik helemaal niet stoppen. Mensen worden tegenwoordig steeds ouder, maar de samenleving is daar nog niet op ingericht. Dat is een onderwerp waar ik de komende tijd ook nog wel werk van wil maken. Vroeger was je 65, dan kreeg je een horloge en je ging schoffelen in de tuin, maar dat ga ik niet doen. Er is nog zoveel waar ik een maatschappelijke bijdrage aan kan en wil leveren.”

XL385vragenaanGD-7

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.