10 november 2020
Opinie
De Nederlandse Sportraad is gevraagd de huidige organisatie en financiering van de sportbranche in beeld te brengen. Wat zijn de sterke en zwakke punten en de kansen en bedreigingen van en voor de sport in Nederland? Daar is een waardevolle verzameling aan inzichten en analyses uitgekomen. Verplichte literatuur voor iedereen die in de sport werkt. Daarnaast is de raad gevraagd om toekomstgerichte beleidsscenario’s voor de organisatie en financiering van de sportbranche te ontwikkelen.
Wat een mooie opdracht! Ik zou wel een blanco vel willen pakken en de organisatie en financiering van de sport, zonder belemmeringen vanuit de huidige situatie, eens opnieuw willen schetsen. Dat mis ik in de huidige aanpak. De huidige aanpak gaat uit van huidige sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen. Het voelt alsof we alleen wat schaven aan de huidige manier van organiseren en financieren. Terwijl we deze kans ook kunnen pakken om een ideaal toekomstbeeld neer te zetten. Met visie. En in mijn optiek dus gestart vanuit het perspectief van de sporter. Sportermarketing noem ik dat.
Natuurlijk is dat dromen en wellicht een beetje luchtfietserij. Er komt waarschijnlijk een beeld uit dat niet 1-2-3 te implementeren is. Maar het is altijd eenvoudiger om oplossingen en ideeën te downsizen en haalbaar te krijgen dan om vanuit geschaaf tot echte veranderingen te komen. Toch?! Ik zou de uitdaging wel aan willen gaan.
Effectievere en efficiëntere organisatie van sport en bewegen?
Voordat we het blanco vel pakken… Zouden we niet, door de structuren opnieuw te schetsen en in te vullen, de sport in Nederland veel efficiënter en daarmee effectiever kunnen organiseren? Er werken zo’n 90.000 FTE (130.000 personen) in de sport, naast de ongeveer 1 miljoen vrijwilligers. We tellen zo’n 80 sportbonden; een aantal groot maar de meeste klein. NOC*NSF heeft het soms lastig hier de verbindende schakel in te zijn. Logisch met zoveel partijen en het gevoel dat iedere sport anders is. Daarnaast kennen we vele gemeentelijke, provinciale en landelijke sportorganisaties. Deze partijen zijn onderling, én met de bonden, met vergelijkbare thema’s bezig. Denk dan aan thema’s als verenigingsondersteuning en het in beweging krijgen van inactieve groepen. Het wiel wordt regelmatig opnieuw uitgevonden.
Ik vind het niet opvallend dat de Nederlandse Sportraad de geringe samenwerking noemt als zwakte binnen de huidige structuur. Het is verdomd lastig samenwerken met al die verschillende organisaties, zeker als deze helaas ook de noodzaak voelen zo nu en dan hun eigen legitimiteit te verantwoorden. De structuur staat onder druk en er zitten veel, misschien wel teveel, schakels in de keten. Daarnaast werken er vooral veel mensen met een enorm hart voor sport, in de sport. Ik heb zelf het genoegen met deze passievolle mensen samen te werken maar meer balans met collega’s met andere expertises zou wenselijk zijn. Dat komt het innovatief vermogen in sport ook ten goede.
Mijn hypothese is dus dat een nieuwe schets van de organisatie en financiering van de sport het geheel een stuk efficiënter en effectiever kan maken: een duidelijkere rol- en taakverdeling en minder overlap en dubbelingen leidt tot minder organisaties, minder mensen en meer slagkracht. Wellicht kunnen dan de arbeidsvoorwaarden voor zowel ondernemers als werknemers worden opgekrikt? Of kunnen de totale kosten omlaag waardoor de financiering minder een aandachtspunt is? Om de knuppel in het hoenderhok te gooien: gaat er momenteel niet te veel geld naar de sport? Er is nu te weinig urgentie het anders aan te pakken.
Van een blanco vel naar een toekomstschets in vier stappen
Ik pretendeer overigens niet dat het eenvoudig is ‘even’ een nieuwe schets te maken of de organisatie van Sport in Nederland ‘even’ te veranderen. Ik geef dan ook geen totaaloplossing, die schud ik ook niet even zo uit mijn mouw. Maar ik wil wel een andere manier van denken inbrengen in de discussie.
Stel je dus voor dat we een blanco vel pakken. Ik zou de schets dan als volgt willen opbouwen:
Dan ontstaat er in mijn ogen een schets zoals deze…
In deel twee van dit drieluik ga ik dieper in op de vier stappen. Daarbij geef ik een aantal voorbeelden om de theorie in praktijk te brengen. In het derde artikel werk ik een concreet voorbeeld uit voor de doelgroep kinderen op de basisschool. Dit als lakmoesproef om te zien hoe mijn blanco-vel-aanpak zou kunnen werken en waar het toe leidt. Wordt vervolgd dus.
Margot van Beusekom is oprichter en eigenaar van Firma Leef. Bij Firma Leef! staat niet de sport maar de sporter centraal. Vanuit die filosofie ondersteunt en adviseert Firma Leef! sportorganisaties met sportergerichte strategieën en –concepten. Voor Sport Knowhow XL schrijft Margot vooral artikelen waarin zij de lezer uitdaagt eens vanuit andere perspectieven naar de wereld van sport te kijken. Voor meer informatie: margot@firmaleef.nl of 06-5379 8153.
Bronnen:
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.