Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

Véél vragen aan Ton Boot, ter ere van zijn 80ste verjaardag 13 oktober 2020

In 2000 werd Ton Boot door de Volkskrant uitgeroepen tot de beste Nederlandse sportcoach van de twintigste eeuw. In 2004 werd hij door NOC*NSF gehuldigd als sportcoach van het jaar. Zeven keer was Ton Boot basketbalcoach van het jaar en in 1982 werd hij uitgeroepen tot de beste coach van de Jones Cup, het WK voor clubteams. In 2006 werd hij geëerd als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en van de stad Amsterdam kreeg hij in 2016 de Frans Banninck Cocq Penning, de hoogst mogelijke hoofdstedelijke onderscheiding voor een sporter. Ter ere van zijn 80ste verjaardag (op 16 oktober) hield Sport Knowhow XL een uitgebreid interview met Ton Boot. De vragen die wij hem stelden waren vooral afkomstig van onze lezers en volgers, verkregen na een eerdere oproep daartoe. Het resultaat is schematisch gerangschikt naar de volgende thema's: mentale aspecten van coaching; team en teambuilding; Ton Boot als coach; basketbal in Nederland; basketbal versus andere takken van sport en de betekenis van (top)sport.

door: Leo Aquina | 13 oktober 2020
 


* Mentale aspecten van coaching

Carlo Rizzone, basketbaltrainer en -coach – De laatste 20 jaar merk ik dat jongeren tot in den treure verwend en beschermd worden opgevoed, daarvoor was dat volgens mij beslist minder het geval. Welke tips heeft u voor mij om beter om te kunnen gaan met de zwakkere mentale hardheid en weerbaarheid van sporters en dan met name in het basketbal?

“Is dat eigenlijk wel waar, was het vroeger niet precies hetzelfde…? Ik heb alleen maar echte topsporters gecoacht. Ik selecteerde vooraf al op mentale weerbaarheid, daar hoefde ik nauwelijks aan te werken. Ajax heeft tegenwoordig psychologen in dienst, daar ben ik op tegen. Als iemand zich verkoopt als topsporter en hij heeft daar een contract voor ondertekend, dan moet hij over die competenties beschikken. Lukt dat niet, dan kan hij ook zelf hulp zoeken. Kijk eens naar een team als Liverpool, ze hebben psychologen, diëtisten, noem maar op. En dan lees ik in de krant dat ze weer eens ergens een nachtclub kort en klein hebben geslagen. Wat moet ik dan nog met psychologen? Ze krijgen een paar miljoen, dan moeten ze zich als een prof gedragen en niet zeiken.”

"Ik stelde één regel: ‘je uiterste best doen’. Niemand heeft in de gaten wat dat echt inhoudt”

“Natuurlijk sloeg ik wel eens een arm om iemands schouder. Het is ook wel eens op televisie geweest in die NOS-documentaire met die Amerikaanse speler. Die had het op dat moment moeilijk, want het was uit met zijn vriendin. Hij was zelf vreemdgegaan, dus het was ook wel een koekje van eigen deeg. Maar goed, dan geef je steun, dat is normaal gedrag, dat zou iedereen doen. Als het dan nog niet gaat, komt het in de pathologische sfeer, dan moeten ze naar een psychiater. Ik ben daar geen expert in.”

CR - Is mentale hardheid trainbaar?

“Dat vind ik moeilijk te zeggen, want wat is de definitie van mentale hardheid? Op het mentale vlak waren er bij mij drie zaken belangrijk: intrinsieke motivatie, discipline en zelfkennis. Als spelers die drie dingen hebben, lossen ze hun mentale problemen zelf op. Toevallig hadden alle spelers die ik selecteerde dat, nou ja of dat toevallig was... ik selecteerde natuurlijk wel goede spelers. Daarbij keek ik niet in de eerste plaats of ze goed waren, maar of ze veranderbaar waren. Hoe goed kan iemand worden? En ik stelde één regel: ‘je uiterste best doen.’ Niemand heeft in de gaten wat dat echt inhoudt.”

TonBoot300-1“Ik kreeg bij Groningen ooit een nieuwe speler, een Amerikaan. We halen hem op van het vliegveld en ik maak een praatje met hem. Ik noem hem mijn enige eis: ‘je uiterste best doen.’ Dus wij de trainingshal in en de jongens beginnen met de warming-up. Ze deden een oefening waarbij je de bal om je middel draait en deze jongen deed nonchalant en ongeïnteresseerd, minstens twee keer langzamer dan hij zou kunnen. Dus ik leg het stil en ik vertel hem nogmaals: 'één afspraak, je uiterste best doen'. Ze gaan verder en hij doet opnieuw een beetje sloom en nonchalant met die bal om zich heen. Ik had genoeg gezien. Die jongen zat dezelfde middag op het vliegtuig naar huis.”

Afke van de Wouw, mental coach | Hoe leerde/ trainde je je spelers in het omgaan met druk?

“Er was geen druk. Ik heb nooit druk gevoeld. Druk ontstaat als je verkeerde verwachtingspatronen hebt. Ik had geen vaste doelstelling. Mijn enige criterium was: je doet je uiterste best. Het resultaat volgt als je je uiterste best doet. Natuurlijk verlies je wel eens een wedstrijd, maar dat kan ook gewoon toeval zijn. En als het kwam door denkfouten, dan praatten we daarover. Maar normaal gesproken gingen we gewoon op maandag weer trainen en dan ging het niet meer over de vorige wedstrijd.”


* Coaching | team en teambuilding

Bert Spaak, een leven lang actief en creatief in sport en media – Heeft de coach van topteams in het veld een speler nodig, die in zijn verlengde tijdens de wedstrijd de speelwijze bewaakt en zo nodig aanpast? Hebben de grote elftallen uit het internationale voetbal altijd een 'team captain'? Is dat voor teamsporten met time-outs minder belangrijk?

“Het helpt altijd in topteams. Johan Cruijff was zo iemand. Maar wat is nou een leider? De anderen moeten het ook accepteren. Ik heb in mijn teams toevallig wel altijd zo iemand gehad. In het veld namen zij de beslissingen, aanval nummer één of aanval nummer twee, daar kwam ik niet tussen. Ik greep alleen in als het ging om een denkverandering. Als je in een slechte periode komt, kun je een time-out aanvragen, maar het is juist de kunst om dat net vóór die slechte periode te doen. Hoe ik dat aan zag komen? De relaties in het veld. Je ziet het langzaam uit elkaar vallen en het worden allemaal eilandjes. Daar coachte ik op.”

“Overigens ben ik geen voorstander van time-outs. Marco van Basten pleitte ervoor in het voetbal, want dan zou het spel mooier worden. Maar fouten kunnen het spel ook heel aantrekkelijk maken. Een foutloze wedstrijd, daar is geen reet aan. Wel grappig, ik kom uit een sport met time-outs en ik wil het afschaffen en bij hem is het net andersom.”

"Louis van Gaal maakte allerlei vragenlijsten, maar daar geloof ik niet in want mensen kunnen ook liegen, of sociaal-wenselijke antwoorden geven"

“Maar om terug te komen op de vraag, in topsport heb je altijd een flinterdunne bovenlaag. Die is er ook in de maatschappij, altijd zo geweest. Dat was al zo in Mesopotamië en in het oude Rome. Vraag je me dan bijvoorbeeld naar Michael Jordan, dat is die dunne bovenlaag van spelers die de dienst uitmaken. Dat is een sociologische wet die je niet kan veranderen. In zo’n verhouding is de coach een people manager, Phil Jackson (coach van Michael Jordan bij Chicago Bulls) was zo iemand. Of ikzelf in zo’n omgeving zou kunnen coachen? Ja, dat zou wel kunnen maar dan moet ik wel een gedachtenswitch maken, en het moet niet ingaan tegen mijn normen en waarden.”

Peter Murphy, expert, docent en spreker op het gebied van topsport, coachen en teambuilding - Het befaamde rugbyteam de Old Blacks(Nieuw-Zeeland) hanteert als één van hun succesvolle uitgangspunten 'Better People Make Better Old Blacks'. Daarmee wordt bedoeld op de betekenis van persoonlijkheidsontwikkeling, rekening houdend met het feit dat spelers verschillen in wie ze van nature zijn (hun identiteit, diepe drijfveren en handelingsvoorkeuren). Hoe ben jij hiermee ten aanzien van jouw spelers en teams omgegaan en heb je daar voorbeelden van?

Janine de Hart, van 16e tot 43e jaar basketballer in eredivisie en promodivisie – Hoe vorm jij je team? Wil je spelers met eenzelfde karakter of juist een mengeling daarvan?

TonBoot350-2“Ik deed helemaal niet moeilijk. Louis van Gaal maakte allerlei vragenlijsten, maar daar geloof ik niet in want mensen kunnen ook liegen, of sociaal-wenselijke antwoorden geven. Ik keek alleen naar non-verbaal gedrag. Op basis daarvan maakte ik een inschatting en dan kun je er natuurlijk ook wel eens naast zitten, maar dat gebeurde me niet vaak. Ik heb nooit in termen van karakters gedacht en ik weet ook niet zo goed wat daarmee wordt bedoeld. Natuurlijk, als ik tussen twee spelers kon kiezen en de een was een lul en de ander niet, dan liever geen lul natuurlijk.”

JdH - Wat te doen met een speler die de beste van het team is maar die regels en afspraken aan zijn laars lapt?

“Dat is best lastig. Afspraak is bij mij afspraak. Als Boot het niet accepteert, is het inpakken en wegwezen. Mijn tegenvraag is: waarom zouden ze zich bij mij niet gedragen, want ik doe toch de logische dingen? Bij een sterspeler kom je op de vraag of hij ondanks zijn streken toegevoegde waarde heeft. Neem Romário bij PSV. Je kunt het je afvragen of hij toegevoegde waarde had. Hij kwam daar binnen toen ze net de Europa Cup I hadden gewonnen. PSV was absolute top. Dat hebben ze daarna niet meer bereikt, dus maakte Romário het team echt beter? Daarbij komt ook de vraag: hoe goed moet iemand zijn om de regels te mogen breken? En als zijn gedrag een negatieve invloed heeft op het team, wat is per saldo dan nog zijn toegevoegde waarde?”

“Ik heb er wel eens over nagedacht wat ik in die positie zou doen. Afspraak is afspraak en duidelijkheid is belangrijk, maar in topsport gaat het ook om winnen. Het wordt dus een optelsom. Bij mij wordt nooit een regel overtreden, maar als de speler per saldo toegevoegde waarde heeft, dan zou ik het overwegen, maar ik zou het ook in de groep bespreken. ‘Jongens, hier hebben we Romário, het is een superlul, maar alles bij elkaar heeft hij toegevoegde waarde want je kunt er kampioen mee worden.’ Ik zou er ook meteen bijzeggen dat het een uitzondering is.”

Jan Loorbach, voormalig topbasketballer, voormalig advocaat, voormalig deken van de Nederlandse Orde van Advocaten, voormalig sportbestuurder (basketbalbond en NOC*NSF), voormalig chef de mission (in 2000)  – Hoe moet Koeman met Messi omgaan?

“Vroeger zou ik zeggen: hij pleegt contractbreuk, maar tegenwoordig zou ik het proberen op te lossen op die flinterdunne lijn. Je moet je dus afvragen wat zijn toegevoegde waarde is. Wordt het team er misschien beter van als hij vertrekt? Dan accepteer je zijn gedrag natuurlijk niet. Dan is hij weg en dan is Koeman van al het gezeur af. Maar ja, als FC Barcelona een paar wedstrijden verliest is er toch weer gezeur. Winnen is eigenlijk altijd de enige oplossing. Het vervelende is: de spelers maken de dienst uit en dat wil je als coach niet.”


Ik denk dat intuïtie samenhangt met techniek. Cruijff en Messi hoeven niet na te denken over hun techniek, dus die kunnen op intuïtie spelen.”

* Ton Boot als coach

JL - Hoe laat je een te cerebrale speler – iemand die (te) veel nadenkt tijdens het spel – meer intuïtief spelen?

“Dat is ook een vraag van Jan Loorbach? Grappig, bij die eerste vraag had hij mij in zijn hoofd en bij deze vraag had hij waarschijnlijk zichzelf in zijn hoofd. We hebben samen gespeeld en we kennen elkaar goed. Hij was heel anders dan ik. Ik was frivool en hij was altijd een heel serieuze vent. Te veel nadenken in het veld, Jan zag dat misschien bij zichzelf als probleem, maar hij was wel gewoon een heel goede basketballer, 2,12 lang. Met twee meter was je in die tijd al center. Bij oranje hadden we ook nog Pieter van Tuyll van Serooskerken, 2,14 meter. Dat was internationaal best aardig. Jan was laat begonnen met basketbal, misschien heeft het daarmee te maken. Ik denk dat intuïtie samenhangt met techniek. Cruijff en Messi hoeven niet na te denken over hun techniek, dus die kunnen op intuïtie spelen.”

Humberto Tan, o.m. tv- en radiopresentator – Het vak van trainer/coach is een ervaringsvak; hoe langer je het doet, hoe meer ervaring en hoe groter je bagage om een groep op de juiste manier te beïnvloeden zodat de prestaties van die groep structureel beter worden. Welke ervaring, in binnen- of buitenland, heeft jou het meest als coach gevormd en op welke manier?

“Ik heb alles zelf moeten leren. Er waren toen ik in de jaren vijftig speelde geen coaches. Ik heb altijd zelf mijn schema’s gemaakt. Men onderschat misschien wel eens hoe veel ervaring je ook al opdoet als speler. Ik heb 15 jaar aan de top gespeeld. Als speler denk je er ook over na. Ik ben ook speler-coach geweest, maar ik was zeer onvolwassen. Dat was vooral omdat ik de beste speler was. Jan Janbroers (bondscoach 1960-68) heeft erg veel invloed op mij gehad als speler.

“De ontwikkeling ging geleidelijk, maar ik heb twee paradigmaswitches gehad. De eerste kwam op het moment dat ik van Den Bosch naar Den Helder verhuisde. Den Bosch was toen de beste van Europa en dat zat net onder de NBA, wereldtop dus. Toen kwam ik bij Den Helder en die stonden altijd onderaan. Waarom? Ze hadden mindere spelers dan Den Bosch. Tot die tijd was ik een tactische coach, maar in Den Helder bedacht ik: ik kan hier tactisch van alles doen, maar ze worden tactisch nooit beter. Ik moest de spelers technisch beter maken. Dat was mijn paradigmaswitch van tactiek naar techniek. Dat heeft tactisch natuurlijk ook consequenties. Als je de verdedigingstechniek verbetert, ben je bijna verplicht man-to-man te spelen. Maar ik merkte dat mijn ploeg steeds beter werd en de tactische coaches bleven met hun ploegen op hetzelfde niveau.”TonBoot638-5

“De tweede paradigmaswitch volgde toen ik naar België ging. Nederlanders worden daar altijd een beetje argwanend aangekeken met hun grote bek, dikke nekken noemen ze dat. Als je Nederlanders in Antwerpen ziet, dat is ook schofterig. Als je in een ander land bent, moet je dat land respecteren en daar deed ik mijn best voor. Als speler en later als coach was ik altijd heel erg met de scheidsrechter bezig, maar ik wilde me aanpassen en besloot dus om geen grote bek meer op te zetten tegen de scheidsrechter. Daar ben ik later heel blij om geweest. Eigenlijk is het laf gedrag om de scheidrechter te beïnvloeden. Een speler die slecht draait is met de scheidsrechter bezig, een speler die goed draait niet. Dus daar ben ik heel anders in geworden.”

HT - Is die ervaringsles over te brengen op een volgende generatie coaches?

“Ik heb geleidelijk steeds meer afstand genomen als coach. Zo simpel is het. Men maakt het allemaal zo moeilijk. Voor mijn boek moest ik veel over mezelf nadenken en dat had ik eigenlijk nooit zo gedaan. Ik had natuurlijk mijn sabbaticals, waarin ik tijd nam voor heroriëntatie. Dat deed ik om mezelf te blijven ontwikkelen want als je op je 65ste nog steeds doet wat je op je 25ste deed, wordt het een beetje sneu. In die sabbaticals las ik veel. Daarna ging ik joggen en dan kon ik associëren, zo kom je op nieuwe dingen. Maar je moet eerst kennis vergaren. Jonge coaches zouden dat ook moeten doen. Einstein had ook niet op zijn tiende al de relativiteitstheorie verzonnen. In mijn boek heb ik het allemaal opgeschreven. Dat kan voor jonge coaches heel waardevol zijn.”

"Hoe de coach Ton Boot met de speler Ton Boot om zou zijn gegaan? Vervangen, dat is makkelijk natuurlijk"

Lutger Brenninkmeijer, o.m. ontwikkelaar voor hockeybond van opleidingen voor 'technisch coördinator' en 'technisch manager - Met de kennis van nu, hoe kijk je dan terug op je carrière en zou je het anno 2020 nog precies zo doen en zo ja waarom?

Peter Blangé, oud-topvolleyballer en directeur van Rotterdam Topsport - Hoe kijk je terug op je carrière? Wat waren je beste keuzes en welke onderwerpen zou je nu anders hebben aangepakt?

“Eigenlijk heb ik nooit teruggekeken op mijn carrière. Als speler zat ik altijd aan de top in het nationale team. Ik was erg trainingsbereid, maar ik was ook frivool, ging lekker de stad in en het leven was mooi. Tot vier uur ’s nachts de stad in is natuurlijk slecht. Als ik wat serieuzer was geweest, was ik veel beter geworden en dat zeg ik zonder er spijt van te hebben. Ik was op mijn 30ste eigenlijk nog een puber. Hoe de coach Ton Boot met de speler Ton Boot om zou zijn gegaan? Vervangen, dat is makkelijk natuurlijk. Je kunt gesprekken aangaan en proberen iets te veranderen. Maar ja, dan kom je weer op Romário, misschien is met hem ook wel serieus gepraat. Uiteindelijk kom je dan op die toegevoegde waarde. Als ik terugkijk om mijn carrière als coach, als je zo’n vijftig procent van de tijd kampioen wordt en ongeveer tachtig procent van de wedstrijden wint, kan je toch niet ontevreden zijn.”

PB - Welke coach(es) heb jij hoog in het vaandel staan en waarom?

“Ik kijk tegen niemand op. Het is zo moeilijk oordelen want ik heb anderen nooit echt aan het werk gezien. Ja, tijdens mijn sabbaticals heb ik wel bij anderen in de keuken meegekeken en ze waren allemaal op hun eigen manier goed. Eigenlijk was er maar één echt een voorbeeld voor mij en dat was Jan Janbroers. En Rinus Michels, daar keek ik tegenop. Guus Hiddink waardeer ik ook, dat is meer een people manager. Ik heb wel geprobeerd definities te geven van een goede coach, maar wat is dat? Een goede coach is een coach die wint.”

TonBoot300-3“Ik denk dat coaches niet zoveel invloed hebben. Als je het Louis van Gaal vraagt, zal hij zeggen: zeer, zéér veel (gulle lach), maar hoe goed je bent, wordt voor 95 procent bepaald door de kwaliteit van de spelers. Ja, die kun je beter maken natuurlijk, maar tot op een bepaald niveau. Michael Jordan maak ik niet meer beter.”

PB - Wat zie jij als de grootste uitdagingen voor de coach in de 21ste eeuw?

“Dat zit vooral in de buitenwereld, sociale media en wat heb je allemaal nog meer. Ik had buiten het team alleen contact met de voorzitter, verder niet. Ik was onvindbaar voor de buitenwereld en dat zou ik nog altijd doen. Het is niet mijn doel om mensen te vermaken, het is mijn doel om te winnen. Met alle andere doelen moet de organisatie zich maar bezighouden en als het hun doel is om de mensen te vermaken, moeten ze mij niet hebben. Zij zijn afhankelijk van de omgeving, het publiek, sponsors. Voor mij bestaat dat niet, dat sluit ik kunstmatig uit om me onafhankelijk op te kunnen stellen. Dat heeft me veel goeds gebracht, maar dat is nu wel een uitdaging. Met sociale media kunnen ze je maken of breken. Zou ik de spelers verbieden op sociale media te gaan? Nee, die spelers zijn vier vijf uur op een dag met mij bezig, dat is al een hele opgave. Wat ze in hun vrije tijd doen, is hun zaak. Daar wil ik me niet mee bemoeien. Ik vind het zelfs onethisch, behalve als het invloed heeft op het team natuurlijk.”

Afke van de Wouw, mental coach – Had je voorafgaand aan het seizoen een bepaald leerklimaat voor ogen en hoe creëerde je dat?

“Ik weet niet precies wat je onder leerklimaat verstaat, maar nee, dat had ik niet voor ogen. Ik heb de drie mentale factoren genoemd waar ik aandacht aan besteedde. Ik hield me bijvoorbeeld ook niet bezig met concentratie. Als de spelers intrinsiek gemotiveerd zijn en discipline en zelfkennis hebben, is concentratie nooit een probleem. Bij mij waren trainingen altijd zeer geconcentreerd, ja, ik ben wel eens uit mijn dak gegaan toen er televisie bij was. Als je toch halve finale Europa Cup speelt, kun je niet lacherig doen.”

AvdW -Hoe zorgde je voor een optimale communicatie tussen jou en je spelers en je spelers onderling tijdens de wedstrijd?

“Dat draait om de vertrouwensrelatie. Die is heel belangrijk. Daar was ik me in het begin nooit heel erg bewust van, maar later steeds meer. Het gaat om de vertrouwensrelatie tussen de speler en de coach, maar ook tussen de spelers onderling. In mijn boek heb ik daar vijf zelfbedachte criteria voor opgeschreven: competent zijn; de intentie moet altijd positief zijn; eerlijkheid; duidelijkheid en tot slot: consequent zijn. Het lijken open deuren, maar daar draait het wel om. Als dat de basis is van de vertrouwensrelatie, moet ik er zelf ook naar leven."

“Als mensen mij nu bezig zien en ze vergelijken me met vroeger zeggen ze dat ik totaal niet ben veranderd. Karakterologisch verander je ook niet zoveel"

Lutger Brenninkmeijer, o.m. ontwikkelaar voor hockeybond van opleidingen voor 'technisch coördinator' en 'technisch manager - Je wordt altijd gezien als de keiharde coach die niets en niemand ontziet. Het doel heiligt de middelen. Zou je het anno 2020 nog precies zo doen en zo ja waarom?

"Ze noemden mij vaak een harde coach, maar dat was ik niet. Ik was een duidelijke coach. Ik zei: ‘Jongen je hebt slecht gespeeld.’ De boodschap was negatief, maar de intentie was positief. Als die vertrouwensrelatie er niet is, communiceert er niemand met je.”

Hugo Maarleveld, publisher 2010 uitgevers – Hoe zijn je sabatticals bevallen en heb je echt iets geleerd door te rond te kijken bij andere sporten?

“Ik keek niet bij andere sporten om dingen te leren, maar ik wilde dingen zien om over na te denken. Als ik Louis van Gaal in zijn kamer met assistenten hoor zeggen: ‘Ik twijfel nooit!’, dan zet mij dat aan het denken. Dus toen heb ik een column geschreven: Dubito ergo sum (Latijn voor: ik twijfel dus ik besta, red.). Ik heb veel in andere sporten gezien. Wielrennen heeft mij gevormd. Dat heb ik een jaar of twee à drie gedaan, tussen mijn carrière als speler en als coach. Ik deed het echt serieus, om acht uur naar bed, dat soort dingen. Toen merkte ik voor het eerst het verschil tussen individuele sporten en teamsporten. Je kunt je niet verschuilen, vluchten kan niet meer. Als je dat gevoel bij teamsporters kan ontwikkelen, worden ze beter.´TonBoot638-6

Joop Alberda, voormalig volleybalcoach en technisch directeur – In hoeverre is je stijl van coachen door de jaren heen veranderd? En waarin ben je gelijk gebleven?

“Als mensen mij nu bezig zien en ze vergelijken me met vroeger zeggen ze dat ik totaal niet ben veranderd. Karakterologisch verander je ook niet zoveel, maar die paradigmaswitches zijn wel echte veranderingen geweest. Ik ben van een tactische coach een technische coach geworden en ik ben ook van een pragmatische coach naar een principiële coach gegaan. Het grote voordeel van een principiële coach is dat het niet meer per se gaat om dat ene wedstrijdje winnen. Ik was een principiële coach en techniek was mijn principe. Een van de gevolgen van die keuze was een man-to-man verdediging. Toch waren er soms wel eens wedstrijden die ik had kunnen winnen als ik de tactische keus had gemaakt om zoneverdediging te gaan spelen. Dat deed ik dus niet, nou ja, misschien in de allerlaatste wedstrijd van het seizoen om de titel. Als ik het wel doe, win ik die wedstrijd, maar dan verlies ik de oorlog. Dan ben ik namelijk niet meer geloofwaardig. Maar wat is goed en wat is slecht? Een principiële coach wordt kampioen en een pragmatische ook.”

JA - Wat is je grootste succesbeleving geweest? Sportief maar ook privé of buiten het speelveld?

“Ik heb niet zulke grote succesbelevingen gehad. Ik ben natuurlijk wel vaak kampioen geworden, maar ja, dan was het vijf minuten feest en even met Mart Smeets praten. De spelers gingen de stad in feest vieren en ik ging over tot de orde van de dag. En privé? Dat gaat niemand wat aan.”


"Ik dacht: weet je wat, ik schrijf een brief en dan word ik het. Dat leek me zo klaar als een klontje"

* Basketbal in Nederland

Eelco Derks, voormalig professioneel basketballer – Waar heeft het basketbal in Nederland de boot gemist?

“In 1979 speelden we de Europa Cupfinale, dan ben je de beste van de wereld op de NBA na. We hadden zoveel goede ploegen, maar we hadden geen jeugd. Ik heb toen al gezegd: ‘Over twintig jaar winnen we niet eens meer van Luxemburg', maar iedereen lachte me uit. Er werd geen aandacht aan de jeugd besteed. Dat vind ik een grote fout van de bond. Ze hadden het moeten inzien en iedereen was toen nog rijk. Eind jaren zeventig was basketbal de meest gesponsorde sport in Nederland. Ze hadden iedere Eredivisieclub moeten verplichten een jeugdteam te hebben, dan had je continuïteit gehad.”

“Een andere oorzaak was ook het feit dat er op een gegeven moment alleen nog maar Amerikanen speelden. In mijn tijd bij Den Helder had ik er twee, dat is prima voor de kwaliteit. Vroeger had je bij Ajax ook Vasovic als een van de weinige buitenlanders. Op een gegeven moment mocht je negen Amerikanen in de ploeg hebben. Dat sloeg nergens op. Ik werkte toen bij Groningen. In de Europa Cup mocht je maar met twee Amerikanen spelen en wij hadden er vier of vijf. De voorzitter hield een mooi praatje in de businessclub en ik vroeg hem: hoe ga je dan Europa Cup spelen? ‘Met junioren’, was het antwoord. Dat hoorde ik toen voor het eerst. Dus ik kwam daarna aan het woord: ‘We gaan dus geen Europa Cup spelen, met junioren, dat is uitgesloten.’ Die vent begon te huilen, was nog nooit zo beledigd geweest.”

“Maar goed, je moet dus investeren in jeugd. Wat NOC*NSF nu doet is leuk. Speerpuntsporten krijgen een hoop geld. Basketbal niet en veel andere sporten niet, maar ik ben er wel voorstander van. Als een sport presteert, krijgen ze geld. Maar dan alleen voor de late talentontwikkeling. Wat er nu bij het judo gebeurt vind ik oneerlijk. Zij krijgen geld voor vroege talentontwikkeling. Waarom zou basketbal mee moeten betalen voor de ontwikkeling van judotalenten? En maar klagen die judoka’s, terwijl ze er zelf bestuurlijk een puinhoop van hebben gemaakt op Papendal. Ik vind dat schandalig.”

TonBoot350-4Joop Alberda - Waarom heb je de basketbalbond niet weten te overtuigen dat jij de man was om de sport weer terug aan de top te brengen?

“Dat is een leuk verhaal. Ik zat in een sabbatical en er werd een technisch directeur gevraagd bij de bond, ergens in de jaren negentig. Ik dacht: weet je wat, ik schrijf een brief en dan word ik het. Dat leek me zo klaar als een klontje. Het kon eigenlijk niemand anders worden, dus ik dacht nog: ik hoop maar dat ze de procedure eerlijk doen. Wat bleek vervolgens? Ik was als eerste afgevallen. Moet je nagaan wat een denkfout ik daar heb gemaakt. Ik heb er verder niet wakker van gelegen. Zo werkt het kennelijk in die wereld. Peter Notten was toen directeur, die heeft er een behoorlijke puinhoop van gemaakt. Ik denk dat hij bang was voor zijn positie. Ik zou technisch directeur worden. Hij wist dat ik dat de belangrijkste positie vind in de bond. Hij was iemand van de compromissen en ik niet natuurlijk. Bij mij is goed goed en slecht slecht.”


* Basketbal versus andere takken van sport

Johan Wakkie, voormalig directeur van de hockeybond en momenteel 'actief in de driehoek sport, cultuur en maatschappij' met Plan 4 – Je bent een enthousiaste schaker/volger, ik zag je bij het meest recente Tata Steel Chess Tournament.
Is er voor jou als coach een verband tussen schaken en basketbal?

“Nee, dat denk ik niet. Ik volg daar de partijen als geïnteresseerde leek. Ik vind het leuk. Nu ik veel vrije tijd heb studeer ik bijvoorbeeld ook biologie, het zenuwstelsel, dat vind ik interessant. Ik doe het omdat ik mijn hersenen wil trainen. Iedereen wordt dement en ik ben ervan overtuigd dat je beter blijft als je traint. Maar schaken en basketbal, omdat je bij schaken ook moet nadenken? Dan kun je ook wiskunde gaan studeren.”

Jorick Hendriksen, operationeel manager Athletic Skills Company, docent ASM Academy – Een donorsport is een ander(e) sport, spel of activiteit dan de doelsport basketbal in dit geval, waar je waardevolle dingen uit kan leren. Welke donorsport zou volgens jou voor basketballers geschikt zijn om te doen?

“Ik kende die term niet, donorsport, maar dat ligt aan mij. Ik heb er wel een bepaald beeld van. Ik zie basketbal wel als donorsport voor alle andere sporten. Laat Michael Jordan maar gaan tienkampen, die wint het meteen. Laat Shaquille O’Neal maar gaan boksen. Basketbal is allround ontwikkeling, dat zie ik. Andersom zie ik het nauwelijks, anders dan wat er al gebeurt. Basketballers zitten twee, drie keer per week in de sportschool. Dat deed ik zelf ook. Atletiek - duurloop, interval, tempo - zou een donorsport kunnen zijn, maar zo zou ik het niet noemen. Uiteindelijk geldt voor elke sport: baat het niet dan schaadt het ook niet.”


"Misschien dat vroeger de verhouding tussen het individu en het team meer in balans was en dat die balans nu ver doorslaat richting het individu”

* De betekenis van (top)sport

Bert Spaak – Waarom is topsport soms boeiend en soms niet? Zijn de sport en het resultaat de doorslaggevende factoren of is dat chauvinisme?

“Mij boeit sport en ik weet eigenlijk niet waarom. Als ik naar pijltjes gooien kijk, boeit me dat ook en als ik naar Ronnie O’Sulllivan kijk boeit het me heel erg. En natuurlijk is er ook chauvinisme. Als de Nederlandse handbalsters het goed doen, blijf ik kijken en anders niet. Maar er is wel wat veranderd in mijn sportbeleving. Vroeger ging ik naar Ajax en keek ik hele wedstrijden. Tegenwoordig kijk ik alleen de samenvattingen. Ik kom altijd bij AZ en dan ga ik er twee uur voor de wedstrijd heen. In de bestuurskamer ontmoet ik mensen en dat is interessant. Meestal kijk ik daarna de eerste helft en dan ga ik naar huis. Wat is er nou boeiend aan een wedstrijd die 0-0 eindigt? Ik weet niet of de tijd veranderd is, maar voor mij wel.”

BS - Vind jij dat topsport en sportbeleving in Nederland zijn veranderd in de loop van jouw leven?

“Dan kan ik alleen met voorbeelden komen. Als je Van Basten of Cruijff zag juichen, één handje de lucht in, en als je ziet hoe dat nu gaat. Ja, er is een ander soort beleving. Misschien dat vroeger de verhouding tussen het individu en het team meer in balans was en dat die balans nu ver doorslaat richting het individu.”

BS - Hoe belangrijk waren succesvolle Nederlandse topsporters voor de ontwikkeling van hun sport in ons land? Is daar voor de ontwikkeling van sport en maatschappij goed van geprofiteerd?

“Er is altijd veel te weinig van geprofiteerd. Op dit moment wint Van Gerwen, maar over een jaar kent niemand hem meer. In 1996 had je het gouden volleybalteam, een paar jaar later is men het vergeten en kijk waar het volleybal nu staat. Het is allemaal heel tijdelijk. Bonden moeten het marketingtechnisch uitbuiten, maar zo’n bond als de volleybalbond heeft daarin gefaald. Johan Cruijff, dat is anders. Maar Johan Cruijff, dat is samen met Rembrandt de grootste Nederlander. Hij heeft miljarden mensen bereikt, maar daar heeft de BV Nederland dan weer niets mee gedaan.”TonBoot638-7

BS - Is Nederland een sportland? Welke rol hebben de gymnastieklessen op lage en middelbare scholen daarbij gespeeld?

“Ja ik denk wel dat Nederland een sportland is. Er wordt veel geklaagd dat we geen sportcultuur zouden hebben, maar we zijn relatief gezien wel een van de beste landen op de Olympische Spelen. Dus ja, als mensen roepen dat er geen sportcultuur is, dan is dat kennelijk niet belangrijk. En ja, als je kijkt naar de gymnastieklessen op scholen, dan is er kennelijk geen sportcultuur. Dat is natuurlijk veel te weinig. Toen ik nog wel eens op een middelbare school rondliep, riep ik in de lerarenkamer altijd: ‘Gymnastiek, het belangrijkste vak op school!’ Zonder beweging kun je niet nadenken. Ze zetten altijd veel te lullig in, twee uurtjes gym per week… vijf keer gymnastiek per week!”

Marcella Mesker, voormalig toptennister en nu tenniscommentator – Is de coronaperiode, ondanks alles, toch een positieve factor op de sportwereld? Ofwel, komt de passie van de sporter weer bovendrijven in plaats van de honger naar geld?

“Ik weet niet of die passie voor de sport er niet meer was. Spelen Federer of Nadal zonder liefde? Corona heeft denk ik wel economische invloed en dat zal ook echt wel op de salarissen inwerken, maar het is uiteindelijk tijdelijk. Ik bespeur niet meer of minder liefde bij sporters, maar ik weet ook eigenlijk niet of dat wel zo belangrijk is.”
 

Met dank aan de vragenstellers

Tijdens ons interview met Ton Boot hebben we na een eerdere oproep daartoe vragen aan hem voorgelegd van Joop Alberda, Peter Blangé, Lutger Brenninkmeijer, Eelco Derks, Janine de Hart, Jorick Hendriksen, Jan Loorbach, Hugo Maarleveld, Marcella Mesker, Peter Murphy, Carlo Rizzone, Bert Spaak, Humberto Tan, Johan Wakkie en Afke van de Wouw.

coverTonBoot100

Voorkom de crisis! De methode Ton Boot

Ter gelegenheid van zijn 80e verjaardag heeft Ton Boot een boek geschreven met de titel 'Voorkom de crisis! De methode Ton Boot'. Het verschijnt op donderdag 15 oktober, één dag voor zijn verjaardag. Voor meer informatie: klik hier

« terug

Reacties: 1

Gaaike Euwema
14-10-2020

Omgaan met Ton Boot was ook topsport (en soms tobsport, tropenjaren)). We hebben hem indertijd naar Donar gehaald om een grote sprong voorwaarts te kunnen maken. En dat is gelukt. Want Ton Boort stond garant voor topprestaties. Ik was als liefhebber/jeugdtrainer vaak bij de trainingen en heb daar een hoop gezien en geleerd.

Gaaiike Euwema (ex-bestuurslid Donar, niet die huilende voorzitter ;-)

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst