1 juli 2014
Opinie
door: Ton Biessels
Leren in de praktijk! Wie doet dat niet! Practical learning is hot! Maar wat houdt het nou precies in? Er zijn al vele namen gebruikt om dit leren van alledag te beschrijven: on-the-job-learning (leren op de werkplek), werkplek gerelateerd leren, praktiserend leren, leren op je werk (learning at work), en omgekeerd, werken om te leren (working to learn). Het is een toegankelijk begrip, een term die makkelijk blijft hangen. Leren in de praktijk lijkt makkelijk uit te voeren. Want als je toch met je trainingen bezig bent, leer je altijd wel wat. Dat is helaas niet vanzelfsprekend. Er wordt actie verwacht. Maar welke? En hoe pak je het aan?
Het is met leren niet anders dan met andere vaardigheden. Om er beter in te worden moet je het aanpakken. Dus niet langs de lijn staan kijken; dat is hoogstens een goed begin. Leren is veranderen, dat is de kortste definitie die ik graag gebruik om de essentie van leren te pakken. Leren kan zichtbaar worden uit een andere aanpak. Er is dan iets veranderd. Misschien heel latent begonnen als twijfel of als idee; maar gaandeweg vorm gegeven en uitgeprobeerd in je trainingen en wedstrijden. Dan wordt leren zichtbaar.
Leren in de praktijk: onbewust of bewust
Leren in je eigen praktijk roept direct de vraag op over de afbakening van het leren. Zijn het vooral de trainingen die veel informatie opleveren? Of zijn de wedstrijden dé plek waar de coach het moet zoeken om zelf beter te worden?
Laten we eerst het leren in grote lijnen onderscheiden: veel leren gaat onbewust of impliciet. Daartegenover staat het bewuste leren, het expliciete leren. Het impliciete leren is een zaak van elk moment. Het stopt eigenlijk nooit. Er blijven altijd indrukken binnenkomen en gedachten opkomen in je hoofd. Dit kan overal en op elk moment, bijvoorbeeld onderweg naar de training. Je kunt er zelfs van wakker liggen; gedachten kun je soms niet eens stoppen. Of je staat wat te mijmeren langs de rand van het veld. Soms gaat het heel expliciet: bewust geef je je op voor een clinic of ga je op zoek naar informatie over krachttraining. Dat kan ontstaan uit het impliciete, onbewuste leren. Vanuit een idee, dat vooraan in je hoofd zat. Je gaat ermee bezig om dit vorm te geven. ‘Uitbroeden’ is een mooie beeldspraak. Nu wordt het leren expliciet gemaakt. Door jou zelf.
Leren moet je aanpakken
Veronderstel: je bent op het punt aangekomen dat je weet als trainer wat je wil bereiken met je team, met een bepaalde speler, ruiter of schaatser. Wat betekent dit voor de kennis en expertise die je zelf nodig hebt. Heb je die kennis paraat? Nu gaat het erom spannen. Het is heel goed mogelijk dat je de benodigde kennis niet hebt. Wat doe je? Je overlegt – neem ik aan – met je staf. Hopelijk leidt dit tot een aanpak, die je gaat uitvoeren in de training. Mooi proces: waarnemen, analyseren, overleggen en uitvoeren. Maar… wat weet of kun je nu meer dan vóór de start van dit proces? Deze situatie is traditioneel-typisch en zelfs klassiek voor vele situaties in onze aanpak als trainer/coach. Dit kan beter! Dat begint allereerst bij jezelf: naast de analyse van de situatie hoort de zelfanalyse: heb ik voldoende inhoud om deze opdracht tot een goed einde te brengen?
Leren van wedstrijden, leren van trainingen
Dit punt leggen we nu even grondig onder de loep. De lijn is dat wat tijdens wedstrijden niet goed gaat, in de trainingen wordt verbeterd. Helaas kan niet alles tegelijk. De trainer moet zich beperken tot de hoofdlijnen en niet alle te verbeteren punten kunnen tegelijk worden aangepakt. Maak keuzes. Daarnaast is er tijd nodig om langetermijndoelen te halen: de noodzaak kan bijvoorbeeld bestaan om in een bepaald periode een training te accentueren op technisch, tactisch danwel fysiologisch gebied.
Bij de aanpak van de verbeterpunten die uit de wedstrijd rollen, komen we weer op hetzelfde uit: de kernvraag is allereerst of de trainer de gewenste en noodzakelijke kennis en vaardigheden in huis heeft. En dus de vraag naar zelfinzicht. Laten we nu eens kijken naar een trainer die deze zelfconfrontatie wel durft aan te gaan. In de vorige column namen we Philip Cocu als voorbeeld die in interviews ruiterlijk toegaf een beginnende trainer te zijn (op dat niveau) en blij was met de komst van een topadviseur (Guus Hiddink). Zo pak je dat aan! Eerder al gaf Marco van Basten te kennen niet goed genoeg te zijn voor Ajax. Hij wilde een stapje terug op de ladder en meer ruimte nemen voor zelfontwikkeling. Zo ook Jac Orie: 'Ik denk elke keer: het zou nog beter kunnen!' (NLCoach, no-2, 2010) Daar begint het mee, met dat vast te stellen. Vervolgens komt dan onherroepelijk de vraag: wat moet ik nog beter kunnen?
Waak voor teveel routines en herhalingen
Bij routines gaat het leren achteruit, terwijl bij afwisseling het leren juist wordt geactiveerd. Nieuwe oefenstof om bijvoorbeeld een techniek te trainen geeft weer scherpte. Het draait om het zogenaamde leerpotentieel (Onstenk, 1997). Als steeds dezelfde oefenstof al vele malen is gebruikt om een team volgens een bepaalde tactiek te laten spelen, is deze situatie niet bepaald leerpotentieel te noemen. Diversiteit in leren en oefenprogramma’s werkt stimulerend.
Enkele typerende punten van ‘practical learning’ op een rij.
· Begin met zelfinzicht; dé gangmaker van het eigen, persoonlijke leren.
· Werk in de trainingen toe naar de volgende wedstrijd.
· Doe dat aan de hand van de fouten uit de vorige wedstrijd.
· Leer de wedstrijden te lezen met jezelf als onderdeel van de verbeterpunten.
· Pas op dat je oefenstof niet te vaak herhaalt; daarmee verlies je voor een belangrijk deel de kracht die ‘practical learning’ in zich heeft .
· Ben je een assistent-trainer, regel dan dat je eindverantwoordelijkheid krijgt voor een bepaald onderdeel in de training. Als je dat niet hebt, en je blijft op alle fronten assistent, dan verliezen de trainingen aan ‘leerpotentieel’.
Ton Biessels is management- en organisatieadviseur, maar zijn oorsprong ligt in de sport: hij studeerde aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) in Tilburg en vervolgens Bewegingswetenschappen tot en met zijn kandidaats-examen aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU). Verder was hij jarenlang gymleraar in het basis- en voortgezet onderwijs en docent anatomie & fysiologie aan inservice-opleidingen. Momenteel werkt hij als buitenpromovendus aan de Universiteit Utrecht aan een promotieonderzoek getiteld ‘Hoe en wat coaches leren’. Voor meer informatie: tonbiessels@gmail.com.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.