Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Column XL-Item

Physical Literacy en bewegingsonderwijs 5 december 2017

door: Jan de Leeuw 

Tijdens de Dag van het Sportonderwijs op 9 november 2017 in Zwolle was er opvallend veel belangstelling voor het onderwerp 'Physical Literacy'. Meer dan tachtig deelnemers participeerden in het door Johan Steenbergen geleide symposium over dit onderwerp. Tijdens de bijeenkomst was er ook veel aandacht voor de relatie tussen Physical Literacy en het bewegingsonderwijs. In deze bijdrage zullen we laten zien dat dit een bijzondere relatie is. Voorafgaand maken we duidelijk wat 'Physical Literacy' is. We sluiten af met enkele noties over de politiek-ideologische betekenis van het begrip en wat dat betekent voor het bewegingsonderwijs. 

Het concept Physical Literacy werd in de afgelopen twee decennia geïntroduceerd in de Angelsaksische wereld. Recent kreeg het meer aandacht in de Nederlandse sportwereld door een publicatie van Johan Steenbergen op deze website. Er is ook een internationale organisatie: IPLA. Dat is de afkorting van The International Physical Literacy Association (www.physical-literacy.org.uk).

Een letterlijke vertaling van het begrip is: 'fysieke geletterdheid'. Meestal wordt bij het begrip ‘geletterdheid’ verwezen naar de talige werkelijkheid: het vermogen om te lezen en te schrijven. Het begrip kan ook in overdrachtelijke zin gebruikt worden en gerelateerd worden aan bewegen. Dat hebben we het dus over fysieke geletterdheid, waarbij het vermogen om te bewegen - en dat een heel leven lang - centraal staat. 

"In de kern gaat het er om dat mensen beschikken over eigenschappen die het mogelijk maken een leven lang actief te zijn" 

Een kernachtige omschrijving van ‘fysieke geletterdheid’ is: een mens heeft de motivatie, het zelfvertrouwen, de kennis én de fysieke competenties om verantwoordelijkheid te nemen voor betrokkenheid bij bewegen in zijn gehele leven. In de kern gaat het er om dat mensen beschikken over eigenschappen die het mogelijk maken een leven lang actief te zijn. 

Physical Literacy en het vak LO
De relatie tussen het concept Physical Literacy en het vak Lichamelijke Opvoeding is meerdimensionaal. Allereerst is het zo dat dat vak zelf uitdrukking is van Physical Literacy. Het maakt deel uit van een leven lang bewegen door de mens. Leerlingen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs zijn wekelijks een paar uur bezig met sport en bewegen. Ook andere maatschappelijke instanties dragen bij aan sport en bewegen van jonge mensen: gezin, buurt, media, sportvereniging en fitnessclub. 

Maar de school speelt een bijzondere rol. Zij heeft een specifieke verantwoordelijkheid. Het onderwijs werkt namelijk doelbewust en systematisch aan sport- en beweegvaardigheden vanuit een algehele pedagogische opdracht van het onderwijs. (Brouwer e.a., 2011) De kern van het vak Lichamelijke Opvoeding is dan ook dat leerlingen beter leren deelnemen aan sport- en bewegingssituaties als aspect van de pedagogische opdracht van de school. Het onderwijs weet - in onderscheid tot andere sociale instanties - álle jongeren te bereiken: jongens, meisjes, bewegingsbegaafd, bewegingszwak, met of zonder een kansrijke achtergrond, met Nederlandse of migratieachtergrond. 

"Het gaat om al die menselijke activiteiten waarin bewegen gethematiseerd wordt"

Het is van belang de begrippen ‘sport’ en ‘bewegen’ - in de context van het bewegingsonderwijs - breed te definiëren. Bewegen betreft niet alleen bewegen met een sportief doel (turnen, hardlopen, voetbal, fitness, volleybal) maar ook bijvoorbeeld dans en ballet. Het gaat om al die menselijke activiteiten waarin bewegen gethematiseerd wordt. Deze beweegactiviteiten vinden plaats op school, maar ook op de sportvereniging, in het buurthuis, in een dansstudio of in een sportschool. Het vak LO geeft aandacht aan sport en de voorbereiding op levenslang sporten. We hebben het dan niet alleen over sport als georganiseerde wedstrijdsport, maar ook als fitnesssport, gezondheidssport (hardlopen), cosmetische sport (aerobics), pleziersport (skivakantie), avontuursport (branding surfen), recreatiesport (strandvolleybal), etc. Het gaat dus om een breed sportbegrip. (Crum, 2001)

Brede verantwoordelijkheid vak LO door Physical Literacy
In het concept Physical Literacy wordt de nadruk gelegd op allerlei bekwaamheden met het oog op (een attitude van) levenslang bewegen. In het dit jaar vernieuwde beroepsprofiel van de leraar Lichamelijke Oefening is dit life-time-perspectief nadrukkelijk opgenomen in de hoofddoelstelling van het vak: 'Het vakgebied LO heeft als doel dat leerlingen beter leren bewegen vanuit een pedagogisch perspectief. Ze moeten meer(voudig) bekwaam én enthousiast worden om nu en later (cursief JdL) deel te nemen aan de beweeg- en sportcultuur.' (KVLO, 2017) 

Dat vraagt van de docent LO een drietal kernbekwaamheden: vakinhoudelijk, vakdidactisch en pedagogisch. De laatste kernbekwaamheid wordt in het beroepsprofiel verder geëxpliciteerd in de volgende opdracht voor de docent LO: 'Hij speelt een belangrijke rol in de vorming van leerlingen tot zelfstandige en verantwoordelijke mensen die hun weg kunnen vinden in de maatschappij.' Zonder dat het woord valt komt hier ‘bildung’ in beeld: begeleide zelfvorming van de leerling met het oog op zelfstandigheid en verantwoordelijkheid als mens en als burger. (Nussbaum, 2011) 

Dat is een breed concept, maar zeker ook een inclusief begrip waar het bestaansrecht van het vak LO ligt: namelijk het - op een bekwame en verantwoorde manier - bewegend in de wereld staan, en wel een heel leven lang. 

"Welke kennis, vaardigheden en houdingsaspecten zijn kritische succesfactoren als het gaat om een leven lang bewegen?"

Invulling van vak LO met het oog op levenslang bewegen
Vanuit een oogpunt van Physical Literacy heeft het vak LO een verantwoordelijkheid om jonge mensen te stimuleren een leven lang te bewegen. De vraag is dan op welke manier het vak LO vorm kan geven aan deze verantwoordelijkheid. Welke leerdoelen zijn dan belangrijk en moeten misschien in de toekomst meer gewicht krijgen in het curriculum van het vak? Welke kennis, vaardigheden en houdingsaspecten zijn kritische succesfactoren als het gaat om een leven lang bewegen? Op de eerste plaats - en misschien wel allerbelangrijkste - kan dan gedacht worden aan een houdingsaspect, namelijk plezier (kunnen) ervaren in sport en bewegen. Om een attitude te ontwikkelen van een heel leven lang sport en bewegen is motivatie erg belangrijk. Die krijg je vooral uit de intrinsieke waarde van sport en bewegen: het plezier dat je er aan ontleent. Dat wordt mede gevoed door succeservaringen en het gevoel dat je er bekwaam toe bent. (Brouwer, 2011) 

Daarom is werken aan bewegingsbekwaamheid (de technische aspecten van bewegen) zo noodzakelijk. Dat geldt ook voor regelbekwaamheid: het voorbereiden van een beweeg- of sportactiviteit; het fluiten van een wedstrijd; etc. Ook kennis van sport- en beweegsituaties draagt bij aan een hoge mate van toekomstig bewegen. Het maakt jonge mensen bijvoorbeeld bekwaam om sport en bewegen in hun volwassen leven mee te organiseren (bv. jeugdleider, bestuurder, vrijwilliger, etc.).

Om zelfstandig en verantwoord te sporten en te bewegen dienen jongeren en volwassenen over de competentie te beschikken om goed met elkaar te kunnen omgaan. Het gaat dan om adequaat kunnen communiceren, je kunnen inleven in anderen (empathie), rekening houden met verschillende belangen en opvattingen, etc. We noemen dit ‘omgangsbekwaamheid’. (Brouwer 2011). 

Tot slot: sport en bewegen behoren op een verantwoorde manier beoefend te worden: met oog op gezondheid, veiligheid, lichamelijke integriteit, eerlijkheid, rechtvaardigheid en vrijheid van de beoefenaar en de betrokken stakeholders. Het hoort bij de pedagogische opdracht van het onderwijs om in het bewegingsonderwijs deze waarden over te dragen aan de leerlingen met het oog op verantwoord sport- en beweeggedrag nu en in de toekomst. 

"Het zijn ‘visionaire’ concepten. Ze fungeren als inspiratiebron voor personen, groepen en maatschappelijke organisaties"

Overkoepelend
Het begrip Physical Literacy kan gezien worden als een politiek-ideologisch begrip. Het is een programmatisch begrip: het bevat een idee, een programma, een belofte. Vergelijk het met concepten als ‘duurzaamheid’ en ‘education permanente’ (‘een leven lang leren’). Dit zijn begrippen en concepten die niet direct verwijzen naar een materiele werkelijkheid, maar overkoepelend zijn - als idee - voor bepaalde persoonlijke of maatschappelijke idealen. Het zijn ‘visionaire’ concepten. Ze fungeren als inspiratiebron voor personen, groepen en maatschappelijke organisaties. 

Deze actoren laten zich in hun gedrag leiden door dit soort concepten. Ze putten er inspiratie uit. In het geval van Physical Literacy wordt het bewegingsonderwijs geïnspireerd een bijdrage te leveren aan de actuele beweegstatus van de leerlingen, maar óók aan een leven lang bewegen. Politiek is het concept Physical Literacy relevant in zoverre het fungeert als ankerpunt om idealen met betrekking tot bewegen en sport te agenderen en te vertalen in maatschappelijke praktijken. Het bewegingsonderwijs kan er alleen maar sterker, waardevoller en relevanter van worden. 

Verder lezen

  • H. Achterhuis e.a. (1999), De Denkers. Een intellectuele biografie van de twintigste eeuw. Contact, Amsterdam/Antwerpen.
  • B. Brouwer e.a. (2011), Human movement and sports in 2028. Een blik in de toekomst van lichamelijke opvoeding/bewegingsonderwijs en sport op school. SLO, Enschede. 
  • B. Crum (2001), Over de versporting van de samenleving, De Vrieseborch, Haarlem.
  • De vraag van Karlijn Leenaars aan Johan Steenbergen, op: www.sportknowhowxl.nl, 11 juli 2017
  • KVLO (red.) (2017), Beroepsprofiel Leraar Lichamelijke Opvoeding. KVLO, Zeist,
  • J. de Leeuw (verschijnt maart/april 2018), De sportwereld voor het hbo (3e ed.). Arko Sports Media, Nieuwegein (hoofdstuk 5). 
  • M. Nussbaum (2011), Niet voor de winst. Ambo/Anthos, Antwerpen.
  • The International Physical Literacy Association (IPLA), www.physical-literacy.org.uk, 21 november 2017.
  • E. Wijsman (2005), Psychologie & sociologie, Wolters Noordhoff, Groningen/Houten.

Jan de Leeuw is docent aan de opleidingen SPECO en Johan Cruyff Academy van Fontys Economische Hogeschool Tilburg en lid van de kenniskring van het lectoraat 'Sportbusiness' van deze hogeschool. Hij schreef meer dan honderd boeken waaronder De Sportwereld voor het HBO (2014) en Sportbusiness en ethiek (2013). Voor meer informatie: j.deleeuw@fontys.nl.

« terug

Reacties: 3

Stefan de Beukelaar
05-12-2017

Beste Jan, (collega)

Bedankt voor het mooie stuk dat je hebt geschreven, het geeft weer eens een mooi beeld waarom het belang van bewegen (op diverse niveaus) van belang is voor de totale ontwikkeling van het kind (en niet te vergeten, dat deze vorming ook aspecten bevatten die noodzakelijk zijn voor een goed functionerende democratie). Beroepsmatig zie ik voldoende sportaanbod maar met name de kwetsbare kinderen haken af omdat het samen leren spelen niet of nauwelijks expliciet aan bod komt in de lessen. Doordat kinderen steeds minder uren met elkaar spelen (behalve digitaal) zie je ze sociaal emtioneel zich minder sterk ontwikkelen. Physical (health) literacy geeft mij een mooie mogelijkheid om meer aandacht te besteden aan een leven lang (gezond) bewegen. 

Vriendelijke groet,

Stefan de Beukelaar
(Docent BO / bewegen, brein en gezondheid)

Berend Brouwer
05-12-2017

Beste Jan.

Dank voor je mooie verhaal over physical literacy (PL) en bewegingsonderwijs. De grote belangstelling voor de workshop op de DSO geeft aan dat er veel belangstelling is voor het -zoals jij het noemt- visionaire begrip. Johan Steenbergen gaf eerder al aan dat het ook een paraplubegrip is. Daar zit tegelijk de valkuil, als iedereen er iets anders onder gaat verstaan. In de Angelsaksische wereld zijn er versies van PL in omloop die tamelijk ver verwijderd zijn van het oorspronkelijke concept van Whitehead. In de reactie van Stefan zie je al dat hij PL meteen ook aan health literacy verbindt en het daarmee een bepaalde kant optrekt. Juist het oorspronkelijke concept sluit mooi aan bij wat wij hier in Nederland willen met bewegingsonderwijs. Los van de vreselijke naam zou PL [wie verzint er een betere, daar staat een goede fles wijn op] een begrip kunnen worden dat mensen die in verschillende sectoren bezig zijn met het beïnvloeden van bewegingsgedrag van mensen met elkaar zou kunnen verbinden. Zover is het nog niet, maar het is een mooi visioen.

Niek Pot
07-12-2017

Mooi genuanceerd stuk, Jan. Physical Literacy begint inderdaad meer aandacht te krijgen in Nederland en dat kan ik als lid van de IPLA alleen maar toe juichen. Zoals Berend terecht aangeeft is het begrip ook internationaal populair en vaak aan inflatie onderhevig. Zo wordt het bijvoorbeeld regelmatig (onterecht) gebruikt als synoniem, of filosofisch sausje, voor een focus op fundamentele bewegingsvaardigheden (zie de verwijzingen naar artikelen hieronder). 

Zoals je terecht aangeeft zit de meerwaarde van het begrip nou juist in het bieden van een kader om bewegen in zijn volle breedte op te vatten als cruciaal voor de ontwikkeling van mensen, een leven lang. 

Niek Pot

Master Physical Education and Sport Pedagogy

Lectoraat Bewegen, School en Sport

Calo Windesheim

Pot, N., Almond, L., Afonso, J., Koekoke, J. & Hilvoorde, I. van (in press). Meaningful movement behavior involves more than the learning of fundamental movement skills. International Sport Studies, 39(1). 

Pot, N., & Hilvoorde, I. van (2014). Fundamental movement skills do not lead necessarily to sport participation. Science and sports, 29(sup), 60-61.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst