4 februari 2014
Opinie
door: Jan Kossen & Mathieu Daalder
De laatste maanden is er in de media veel aandacht voor zwembaden. Het gaat dan vooral over stijgende kosten voor de exploitatie van zwembaden en de dreiging van sluiting. Veel gemeenten en daardoor ook veel lokale betrokkenen zoals zwemverenigingen kampen met dit accommodatievraagstuk. De huidige financiële situatie in Nederland, de toenemende eisen aan bijvoorbeeld veiligheid en de ingezette beweging of wens vanuit de overheid naar (nog) meer burgerparticipatie spelen daarin een rol.
De NHTV gaf onlangs op Sport Knowhow XL aan dat er anders naar zwembaden gekeken moet worden om de exploitatie van zwembaden rendabel te krijgen. Hierbij gaat de NHTV vooral in op de multifunctionaliteit van accommodaties. De KNZB ziet ook een veranderende rol voor zwemverenigingen in dit accommodatievraagstuk. Zwemverenigingen willen graag meedenken en samen kijken naar mogelijkheden om te participeren en taken op zich te nemen. Daarmee kunnen ze invulling geven aan de behoefte aan meer badwater en het sociale aspect van de verenging, wat cruciaal is voor vereniging, wijk en gemeenschap.
Er zijn al veel goede praktijkvoorbeelden van zwemverenigingen die in meer of mindere mate participeren in de exploitatie van bestaande baden. En dat is ook waar de KNZB zich voor inzet. Immers, als verenigingen meer betrokken raken bij het beheer en de exploitatie van de voor hen zo cruciale accommodatie, dan kunnen zij de omstandigheden waarin zij hun activiteiten uitvoeren ook (meer) positief beïnvloeden.
De KNZB heeft in de afgelopen 125 jaar veel kennis en deskundigheid over de zwemsport en zwembaden opgebouwd. Met het Handboek Zwembaden en het Masterplan Accommodaties deelt de KNZB in het belang van de zwemsport deze expertise over zowel de bouw als exploitatie van zwembaden graag met alle betrokken partijen. Verenigingen, gemeenten en andere betrokkenen kunnen een beroep doen op onze accountmanagers voor advies over accommodatiebeleid in hun specifieke omgeving.
Van klant naar partner
In het Masterplan Accommodaties schetsen we vier scenario’s over de rol van verenigingen in relatie tot zwemaccommodaties. Daarin neemt de verantwoordelijkheid van verenigingen steeds toe. Er zijn al veel goede praktijkvoorbeelden voor elk scenario. Deze praktijkvoorbeelden leveren veel kennis, expertise en leerervaringen op voor andere verenigingen, gemeenten en lokaal betrokkenen. Daar kunnen verenigingen veel van leren en kijken welk scenario het beste bij hen past.
Scenario 1
De zwemvereniging als ‘meedenkend huurder’ zien we bijvoorbeeld bij Zwemvereniging ZPCH uit Hoofddorp. Zij heeft samen met gemeente, Sportservice Haarlemmermeer en de zwembadexploitant regulier overleg over het gebruik van het zwembad. Dit met als doel elkaar te informeren en elkaars belangen af te stemmen. Op deze manier kunnen partijen efficiënt gebruik maken van het badwater in Haarlemmermeer. Ook wordt hiermee een betere benutting van het zwembad bereikt.
Scenario 2
Zwemvereniging DAW uit Alkmaar is ook een ‘meewerkend huurder’ en heeft een goede relatie met de zwembadexploitant opgebouwd. Hierdoor kan de vereniging extra activiteiten organiseren in het huidige exploitatieprogramma van het zwembad. De vereniging maakt bijvoorbeeld gebruik van sleutelhuur in de vroege ochtend en late avonduren. Daarnaast organiseert de vereniging steeds meer activiteiten overdag en/of tegelijk met het huidige zwembadaanbod. Overdag organiseert de vereniging onder meer kennismakingslessen voor basisscholen. De zwemvereniging en de exploitant zoeken hierbij de samenwerking om het zwemaanbod in het zwembad te vergroten (meer mensen bekend met het zwembad) en zo de zwemsport in Alkmaar en omgeving uit te breiden (meer mensen die komen zwemmen).
Scenario 3
Na tien jaar van steeds wisselende horecapachter in zwembad Aquarena in Emmen en door het ontbreken van een eigen clubruimte heeft Z&PC de Kikker de gemeente voorgesteld de horeca per september 2013 over te nemen. De Kikker zag een kans in het exploiteren van de horeca door aan de ene kant extra inkomsten voor de vereniging te genereren en aan de andere kant een ontmoetingsplaats voor haar leden te creëren. De vereniging heeft hier de rol van ‘meewerkend beheerder/exploitant’.
Scenario 4
In het vierde scenario is de vereniging ‘(primair) beheerder/exploitant’ en heeft ze de meeste zeggenschap over de beschikbare hoeveelheid badwater. Onder de noemer 'De burger aan zet' werd in verband met noodzakelijke bezuinigingen ook in de gemeente Oost Gelre gezocht naar een andere organisatie van bepaalde taken. In 2011 heeft de gemeente in het verlengde daarvan besloten tot het uitbesteden van het beheer en de exploitatie van het zwembad ’t Meekenesch in Lichtenvoorde. Zwemclub ZPC LIVO heeft hierin een uitdaging gezien om haar trainingsmogelijkheden en perspectief voor de toekomst veilig te stellen. Resultaat is dat zij in staat zijn gebleken om - middels het oprichten van een lokale stichting - het zwembad voor alle burgers van de gemeente Oost Gelre open te houden.
Niet alleen binnen bestaande baden verandert de rol van verenigingen. Ook bij de bouw van nieuwe baden zien we verenigingen in beeld. Het '2521 Gewoon Zwemmen'-concept is een voorbeeld hiervan. Het concept is een initiatief van de KNZB en staat voor een hoogwaardig, duurzaam en multifunctioneel 21 bij 25-meterbad. Door de ontwikkeling van een slim gebouw met lage onderhoudskosten, een voorspelbare programmering en door slim gebruik te maken van lokale samenwerkingspartijen is dit concept ook een mogelijke oplossing in het accommodatievraagstuk. Een oplossing die ook in financiële zin zeer aantrekkelijk is, omdat het bad zowel in de bouw als in de exploitatie goedkoper is. Inmiddels is in Alblasserdam, Almere en Culemborg besloten om een 2521 bad te gaan bouwen. Het eerste bad zal dit jaar in Alblasserdam zijn deuren openen.
De KNZB wil de samenwerking tussen gemeente, exploitant, zwemvereniging en andere lokaal betrokkenen dus stimuleren. Als deze samenwerking goed is vormgegeven, profiteren alle partijen daarvan. Een effectieve samenwerking draagt niet alleen bij aan een rendabele exploitatie, maar leidt ook tot een sterkere plaats van het zwemmen en het verenigingsleven in de lokale samenleving. Voor verenigingen is dit een geweldige kans: zij zijn immers de onmisbare partner geworden die kan bijdragen aan het voortbestaan van het zwembad. Er ontstaat dus een nieuwe rolverdeling: de vereniging verandert van ‘klant’ naar ‘partner’.
Het Masterplan Accommodaties 2014 en het Handboek zwembaden zijn na het invullen van een formulier gratis te downloaden
Jan Kossen is vanaf 1 april 2006 directeur van de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB). Daarvoor werkte hij bij het Koninklijk Nederlands Watersport Verbond (KNWV) waar hij vanaf 1985 drie managementfuncties vervulde, vanaf 1994 die van directeur.
Mathieu Daalder is sinds mei 2011 manager Ledenservice bij de KNZB en daar verantwoordelijk voor Accommodatiezaken. Eerder werkte hij o.m. als als senior accountmanager bij NOC*NSF (2006-2011), directeur a.i. KNVvL (2009) en bij de Nevobo (2003-2006).
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.