Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Zoals de ouders zongen

Zoals de ouders zongen…

14 maart 2023

Opinie

door: Feike Tibben

Het was een interessant stukje in de Volkskrant, een tweegesprek tussen geneticus Hidde Haisma en sportpsycholoog Nico van Yperen. Kern van het gesprek was het vraagstuk of kinderen van voormalige kampioenen die nu zelf uitblinken in de sport genetisch begenadigd zijn of dat dit het gevolg is van opvoeding. De bekende families passeerden de revue: Max en Jos, Yp en Sven, Joep en Erben, Raymond, Adri, Mathieu en David, Ronald, Antje, Carolien en Finn… Waarschijnlijk had de lijst nog veel langer kunnen zijn, want naast de Verstappens, de Kramers, Wennemarsen, Van der Poels en Florijns kennen ook wij allemaal vast wel voorbeelden uit onze eigen omgeving van sportieve ouders waarbij ook de volgende generatie sportief ‘rendeert’. De hypothese dat het die verhipte genen zijn lijkt soms wel erg voor de hand liggend. Beide heren in het artikel waren genuanceerder. ‘Natuurlijk spelen genen een rol’, maar als die ouders helemaal klaar zijn met sport en de kinderen zitten op de bank tv te kijken en chips te eten, dan worden ze waarschijnlijk geen topsporter’.

Het artikel in de Volkskrant deed me denken aan een gesprek dat ik eind september had met onderzoeker Hidde Bekhuis van de Radboud Universiteit. Ons gesprek ging niet specifiek over topsport maar over sport in het algemeen. Waarom zou je gaan sporten? En waarom zou je blijven sporten? Hidde stelde vanuit zijn wetenschappelijke praktijk dat er in essentie twee goede sportvoorspellers zijn, namelijk: of je ouders sporten1, 2 en of je met vrienden sport tijdens je middelbare schoolperiode3, 4. Of zoals een collega-sportbestuurder het nog korter samenvatte: ‘Het is net als met roken: het zijn je vrienden of je ouders die je ertoe bewegen.’

"Wat als we nu eens wél focussen op ouderlijk voorbeeldgedrag en samen sporten met vrienden?"

Bepalende factoren
Natuurlijk zullen sommigen zo’n stelling te kort door de bocht vinden en opmerken dat er veel andere factoren ook bepalend zijn. Ik zou me zo maar kunnen voorstellen dat in repliek allerlei fysieke factoren worden benoemd, zoals kosten, voldoende sportvoorzieningen in de buurt, enzovoorts. Ik wil die onderwerpen zeker niet wegpoetsen - wie mijn bijdragen op Sport Knowhow XL leest weet dat ik een warm pleitbezorger ben voor een laagdrempelige sportinfrastructuur en een beweeginclusieve omgeving - maar wat als we nu eens wél focussen op ouderlijk voorbeeldgedrag en samen sporten met vrienden?

Om met dat laatste te beginnen: ten aanzien van het sporten door en met vrienden in de pubertijd ben ik nog niet heel bang. Natuurlijk, ook ik ken de recente berichten in de pers naar aanleiding van onderzoek van NOC*NSF (Sportgedrag Nederlanders verandert)  dat pubers zouden afhaken vanwege de verplichtingen vanuit de sport. Maar ik zie voor deze groep ook een bloeiende verenigingsstructuur en een sportcultuur die steeds meer aandacht geeft aan behoeften en de ontwikkeling van de jonge sporter. Het aanbod aan pedagogische bijspijkertrajecten voor trainers en begeleiders is niet van de lucht. Ik vind dat heel hoopvol.

XL9SportbesturenInDePraktijk-FT-sp-1

Naar een ander sportlevel
Terug naar de sportende ouderen. We zien dat onder deze groep het aandeel sporters substantieel lager is dan onder jongeren. De oudere generaties laten zelf het belang van sport en bewegen onvoldoende zien. Het grote afhaken begint al bij 20 jaar. Ik snap het ook wel: drukke agenda’s, sandwichgeneratie, spitsuur van het leven enzovoorts en dan óók nog tijd te vinden om zelf te sporten. Maar wat nou als deze groep wél aan het sporten bleef, zouden zij à la hun topsport-ouder-collega’s hun kinderen ook meer inspireren om te blijven sporten die vervolgens zelf ook weer blijven sporten. Zouden we zo niet met z’n allen op een ander sportlevel komen?

Ligt hier niet veel meer een uitdaging voor verenigingen? Aan betrokkenheid ligt het niet. Ik hoor en zie veel ouders die zelf weinig sporten, wel meerdere keren per week sporttaxi zijn tussen thuis en sport en bovendien uren langs veld, bad, bak of parcours staan. Aan intenties ligt het ook niet, zo laat het NOC*NSF-onderzoek zien. Met een beetje creativiteit moeten die toch over de streep kunnen worden getrokken. Juist in deze groep, met z’n lage participatiegraad liggen kansen om het aantal sporters flink op te krikken. Topprestaties halen we er niet mee, maar we zorgen er wel voor dat de maatschappij als geheel gezonder en kwieker blijft. En indirect dragen we er zo aan bij dat in de volgende generatie weer meer sporters opstaan en blijven sporten. Zaaien en oogsten.

"Ik vrees dat ik ook geen goed voorbeeld ben. Ook ik was lange tijd meer sporttaxi dan dat ik zelf aan bewegen toekwam"

Ledenprofiel
Hierbij past natuurlijk de spiegel, want als het om participatie gaat kijk ik natuurlijk ook kritisch naar mijn eigen sport. Als roeisport, liet ik in een vorige bijdrage op Sport Knowhow XL zien, hebben we een nogal bijzonder ledenprofiel waarbij vooral de groep waar ik het nu over heb, de vrienden op de middelbare school en volwassenen tot ca 45 jaar, laag scoren. Natuurlijk hebben wij ook ‘roeifamilies’, maar over het geheel gezien ligt hier voor ons flink wat huiswerk om aansprekend te zijn voor deze groepen.

Ik kijk ook kritisch naar mezelf. Ik vrees dat ik ook geen goed voorbeeld ben. Ook ik was lange tijd meer sporttaxi dan dat ik zelf aan bewegen toekwam. Bovendien geeft mijn agenda al jaren de indruk dat praten over sport belangrijker is dan sporten zelf. Een Nederlands spreekwoord luidt: ‘zoals de ouden zongen, piepen de jongen.’ Ligt hier niet een mooie taak om te zorgen dat de nieuwe generatie juist niet piept en kraakt? Investeer in de toekomst, investeer in ouderen.
 

Noten
  1. Lunn, P. D. (2010). The sports and exercise life-course: A survival analysis of recall data from Ireland. Social Science & Medicine, 70(5), 711-719.
  2. Rodrigues, D., Padez, C., & Machado-Rodrigues, A. M. (2018). Active parents, active children: The importance of parental organized physical activity in children’s extracurricular sport participation. Journal of Child Health Care, 22(1), 159-170.
  3. Ekblom-Bak, E., Ekblom, Ö., Andersson, G., Wallin, P., & Ekblom, B. (2018). Physical Education and Leisure-Time Physical Activity in Youth Are Both Important for Adulthood Activity, Physical Performance, and Health. Journal of Physical Activity and Health, 15(9), 661-670.
  4. Scheerder, J., Thomis, M., Vanreusel, B., Lefevre, J., Renson, R., Vanden Eynde, B., & Beunen, G. P. (2006). Sports Participation Among Females From Adolescence To Adulthood. International Review for the Sociology of Sport, 41(3-4), 413-430.

Feike Tibben is lid van het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Roeibond. Hij heeft de portefeuille Infrastructuur en Innovatie. Samengevat betekent dat aandacht voor: nieuwe roeiverenigingen, nieuw roeiwater, nieuwe sportvormen, nieuwe doelgroepen en nieuwe samenwerkingen. In het dagelijks leven is Tibben zelfstandig interimmanager.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.