12 september 2023
Opinie
door: Jan Raateland
Met grote verbazing las ik onlangs de volgende tekst: ‘De sportsector is de afgelopen decennia sterk gegroeid en veranderd. Het van- en voor ledenverenigingsmodel is niet langer dominant in Nederland.’ Deze zin staat in een samenvatting van een 'strategisch plan voor onderzoek en innovatie' naar de betaalbaarheid van de sport van de nationale subsidiefabriek, ZonMw. Met deze bewering wordt onze nationale sportinfrastructuur van 24.000 sportverenigingen, vijf miljoen sporters en één miljoen vrijwilligers volgens mij volkomen onjuist en onterecht in de schaduw gezet. Volgens de auteurs van dit plan zijn het de ondernemende sportaanbieders, die ‘in de afgelopen decennia een fors aandeel in de sportmarkt hebben veroverd'.
Vrijelijk worden in deze ZonMw-sheet termen als sportsector en sportmarkt door elkaar heen gebruikt, en verder ook sportdeelname naast sport- en beweegdeelname, zonder duidelijk te maken welke organisaties en/of ondernemingen tot die sportsector of sportmarkt behoren; hoe zij georganiseerd zijn of niet georganiseerd zijn.
Belang van definitie
Bij goed onderzoek, zo heb ik ooit geleerd, gaat het om duidelijkheid van definities en begrippen. Deze aanzet voor een strategisch plan bevat een grote onzorgvuldigheid bij het hanteren van het begrip sportsector. In de samenvatting van het onderzoek wordt 'sport en bewegen' binnen één verzameling van sportaanbieders gehanteerd. Hoe wil je gedegen onderzoek doen, wanneer je vanaf de meet (sportterm voor aanvang van de wedstrijd) geen duidelijkheid hebt over de definitie sport. Hiervoor ga ik graag te rade bij de nestor ‘in de sport’: Loek Jorritsma. Met niet aflatende ijver (75 plus) blijft hij ons iedere keer weer opnieuw scherp houden over de definitie sport. Die begint met de uitleg dat Sport en Bewegen, twee verschillende begrippen zijn:
'De aanname dat de commerciële sportaanbieders SPORT aanbieden stoelt nergens op. Deze ondernemingen bieden BEWEGEN aan. Afhankelijk van de markt en vrij van reglementen telkens met een nieuwe aanbod als klantenbinding. Maar SPORT? met een competitie, de naleving van de eigen spelregels, training gericht op prestatie die inzet en betrokkenheid vereist, internationale vertegenwoordiging, deel van een groter maatschappelijk geheel? Ik heb niets tegen bewegingsaanbieders, maar de bemoeienis van een overheid met SPORT gaat daaraan voorbij. Zolang dat niet per SPORTwet is vastgelegd blijven de sportorganisaties allemaal actief op dezelfde relevante markt. Die van vrijetijdsbesteding, onverplichtend, ‘als ik zin heb’, ‘kan morgen niet’, wat maakt het uit.' - Loek Jorritsma
De algemene definitie van sport
Een sport kan omschreven worden als een fysieke krachtmeting (bijvoorbeeld zwemmen), fysiek spel (bijvoorbeeld voetbal) of denkspel (bijvoorbeeld schaken) dat op reglementaire wijze in competitieverband of recreatief gespeeld kan worden.
Met woorden als ‘verovering door de ondernemende sportaanbieders’ en ‘een niet langer dominant verenigingsmodel’ wordt de georganiseerde sport - met een historie van meer dan honderd jaar - onterecht als ingehaald en/of achterhaald bestempeld. Op geen enkele wijze wordt onderbouwd waaruit die ‘verovering door de ondernemende sportaanbieders’ bestaat en welke verwachtingen daaruit voort zouden kunnen komen. Het meest recente onderzoek naar de organisatie en financiering van de sport door de Nederlandse Sportraad (november 2020) bevat geen informatie over deze gesuggereerde ontwikkeling.
Daarentegen bieden sportverenigingen al decennia lang jaarlijks toegang tot een kwart miljoen nieuwe, voornamelijk jonge leden. Diezelfde sportverenigingen hebben nooit de ambitie gehad om concurrerend of dominant te zijn ten opzichte van welke (commerciële) sportaanbieder dan ook. Ze waren er al en ze zijn er nog steeds, in een samenleving die meer dan ooit sterke behoefte heeft aan verbinding en gemeenschapszin.
Verkeerde perceptie
Mijn irritatie over deze misleidende teksten komt ook voort uit een telkens weer terugkerend patroon. Ook hier kan ik verwijzen naar iemand die zich, vijftien jaar geleden al, opwond over het wegzetten van het verenigingsmodel: Paul Verweel. Hij was van 2007 tot 2014 vice-voorzitter KNVB amateurvoetbal en daarnaast ook bevlogen voorzitter van de voetbalclub Hooggraven. Paul is sinds 2018 niet meer onder ons. Hij schreef regelmatig voor Sport Knowhow XL, waarin hij fel van leer trok op, zoals hij dat noemde, ‘een verkeerde perceptie’:
'…Er wordt vanuit ‘beleid en onderzoek’ een perceptie de wereld in geholpen dat het niet goed gaat en dat sportverenigingen ouderwets zijn, maar dat is helemaal niet waar. Ik vertel dit verhaal al tien jaar. We kijken bij organisaties altijd naar de tien procent die nieuw is en we vergeten dat het voor negentig procent hartstikke goed gaat. Een beleidsmedewerker sport bij een gemeente scoort niet als hij zegt dat die bestaande verenigingen eigenlijk best lekker draaien. Je scoort als je binnenkomt met een hip nieuw beweegprogramma.' - bron: Sport Knowhow XL - 5 vragen aan Paul Verweel, 23 mei 2017
Vijf jaar eerder stelde Paul Verweel op Sport Knowhow XL:
“Hoe komt het dat in de georganiseerde sport wekelijks meer dan één miljoen vrijwilligers zich inzetten voor die sport en dan vooral voor de directe uitvoering van het sporten. Mijn analyse is altijd geweest dat dit komt omdat mensen - tegen alle cultuurpessimisme van wetenschappers en beleidsmakers in - er in de onderlinge relatie nog altijd veel voor over hebben om wat voor een ander en tegelijk voor zichzelf te doen. Sport geeft zelfvertrouwen, sport geeft trots en binding en sport brengt je dichter bij de beleving van zelfs je eigen kinderen en het is leuk dat voor anderen te doen.” - Paul Verweel
Ik sluit dit artikel af met een korte uitleg waarom ik over dit voorval heb willen schrijven.
Sportverenigingen zijn autonoom, opereren solitair, lokaal. Zij doen nauwelijks iets aan promotie en propaganda. Zij houden zich ook niet actief bezig met het sportbeleid van de overheid (ook niet binnen hun gemeente) en ook niet met ontwikkelingen in ‘de sportsector’. Zij beogen met hun vereniging geen verdienmodel te zijn. Als zelfbenoemd Nationaal sportverenigingencommissaris wil ik graag de stem zijn van de bestuurders van die 24.000 sportverenigingen.
In navolging van Paul Verweel ben ook ik ‘…. een groot voorstander van het model van verenigen. In de georganiseerde sport gaat het niet alleen om beweging en gezondheid, het gaat juist om die vrijwillige vereniging, dat is het sociaal cultureel kapitaal van Nederland. Daar wordt veel te makkelijk over gedacht. Met meer dan een miljoen vrijwilligers actief in de sport, is het model van de vereniging heel goed in staat zich aan te passen."
Zouden ‘wij’ die verenigingen met die aanpassing, kunnen helpen? Al is het alleen maar voor onszelf: voor het sociaal cultureel kapitaal van Nederland. Overigens ben ik van mening dat er nu eens echt geïnvesteerd moet gaan worden in de sportieve infrastructuur van ons land. Dat mag dan gelijk op gaan met erkenning en meer waardering voor al die vrijwillige inzet bij sportverenigingen.
Jan Raateland zet zich vanaf 2010 op uiteenlopende manieren, bijna fulltime, in voor de toekomstbestendigheid van de sportverenigingen in Nederland. Hij is ervaringsdeskundige op het gebied van de organisatie, het vrijwilligerswerk en het besturen van sportverenigingen. In totaal was hij 30 jaar bestuurder en adviseur bij twee Haagse sportverenigingen: DUNO (voetbal) en Die Haghe (turnen). Ook was hij districtsvoorzitter KNGU Zuid Holland en lid van de Adviesraad voor sport gemeente Den Haag. Raateland is een van de initiatiefnemers van stichting ONS, een stichting die mensen & maatschappelijke organisaties verbindt. Voor meer informatie: www.desportverenigingen.nl.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.