21 januari 2025
Opinie
door: Agnes van Suijlekom
Hoe behouden we jeugdige sporters en maken we sport aantrekkelijker voor een nieuwe generatie? Veel sportbonden hebben de afgelopen jaren spelregelaanpassingen doorgevoerd. Denk aan kleinere teams, aangepaste spelvormen en het loslaten van competitie-elementen zoals standenregistratie. Maar leveren deze aanpassingen de gewenste effecten op?
In 2021 onderzochten we hoe sportbonden spelregels aanpassen om beter aan te sluiten bij de behoeften van jeugdige sporters. In de publicatie 'Sportplezier voorop!' (Van Suijlekom et al., 2022) beschreven we dat het overkoepelende doel van de aanpassingen van bonden was om het spelplezier te verhogen. Hierbij kan het gaan om het aanpassen of toevoegen van spelregels, maar ook om het verwijderen ervan. Deze wijzigingen hebben niet alleen betrekking op spelregels, maar bijvoorbeeld ook op de oefenstof of de competitieopzet. We categoriseerden deze aanpassingen in zes thema’s (zie ook de figuur beneden):
Deze thema’s leunen op pedagogische principes zoals de zelfdeterminatietheorie (Deci & Ryan, 1985). Die theorie stelt dat kinderen zich optimaal ontwikkelen als ze competentie, autonomie en verbondenheid ervaren. Spelregelaanpassingen proberen vooral het competentiegevoel (succeservaringen creëren) bij jeugdspelers te versterken.
Weinig zicht op de effecten van spelregelaanpassingen
Hoewel veel sportbonden spelregels hebben aangepast, bleek uit ons onderzoek dat het evalueren en delen van de effecten van deze spelregelaanpassingen achterblijft. Het blijft vaak bij een gevoel dat een aanpassing werkt, zonder dat dit met data of breed gedeelde ervaringen wordt onderbouwd. Dit probleem werd in 2022 opnieuw besproken tijdens een bijeenkomst met de bonden. De conclusie was duidelijk: evaluatie is nodig, maar het ontbreekt vaak aan middelen en tijd.
Het gevolg? We weten onvoldoende over welke aanpassingen daadwerkelijk bijdragen aan sportplezier. Zijn kleinere teams bijvoorbeeld beter voor de betrokkenheid of verminderen ze juist de teambeleving? Zorgt het weglaten van standenregistratie voor meer ontspanning bij jonge sporters of missen kinderen daardoor een belangrijk leerelement? Zonder evaluaties blijven deze vragen onbeantwoord, en blijven kansen liggen om het sportaanbod verder te verbeteren.
Het voorbeeld van Nevobo: evaluatie in de praktijk
In samenwerking met het Jeugdsport Innovatiecentrum, Lectoraat Bewegen School en Sport van Hogeschool Windesheim en het Mulier Instituut evalueerde Nevobo enkele spelregelaanpassingen in het jeugdvolleybal. Tijdens testtoernooien werden nieuwe spelvormen geïntroduceerd, zoals kleinere teams en aangepaste regels per leeftijdscategorie om het sportplezier te vergroten.
De evaluatie vond plaats via observaties en groepsgesprekken met kinderen, trainers, ouders en wedstrijdorganisatoren. Dit leverde waardevolle inzichten op:
Het voorbeeld van Nevobo laat zien dat evaluatie waardevolle inzichten kan opleveren. Het maakt duidelijk wat werkt, wat verbeterd kan worden en welke gevolgen aanpassingen hebben voor verschillende betrokkenen.
Het belang van evalueren in 2025
Het is nu drie jaar na het onderzoek naar spelregelaanpassingen. Betrokkenen in veel sporten kunnen zich nog goed herinneren hoe het sportaanbod eruitzag vóór de aanpassingen. Dit biedt een unieke kans om de ervaringen met de spelregelaanpassingen te vergelijken en ervan te leren. Wat zijn de opbrengsten van de veranderingen? Wat is verloren gegaan? En hoe ervaren verschillende groepen, zoals ouders en kinderen, deze nieuwe regels?
Vervolgonderzoek naar de effecten van spelregelaanpassingen
Het Mulier Instituut zet dit jaar een nieuwe stap door de ervaren effecten van spelregelaanpassingen bij enkele jeugdsporten te onderzoeken. In deze studie willen we onder andere kijken naar de effecten op sportplezier en de organisatorische impact. Hierdoor krijgen we meer zicht op wat daadwerkelijk bijdraagt aan spelplezier voor jeugdsporters en kunnen we een stevige basis leggen voor een sportomgeving waarin kinderen plezier hebben, zich ontwikkelen en blijven sporten.
Meer informatie? Neem contact op met Agnes van Suijlekom.
Agnes van Suijlekom werkt als onderzoeker bij het Mulier Instituut en houdt zich bezig met sportonderzoek op het gebied van jeugd, sportcultuur en topsport. Als pedagoog ligt haar interesse vooral bij het thema pedagogisch sportklimaat in zowel de topsport als de breedtesport. Verder is zij onder meer betrokken bij onderzoek naar talentontwikkeling, doping in de topsport en breedtesport en de monitoring van het sportakkoord.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.