20 november 2012
Opinie
De overheid stelt dat wij Nederlanders zelf verantwoordelijk zijn voor onze kwaliteit van leven. Maar dan moet je wél weten waar je betrouwbare en begrijpelijke informatie over bijvoorbeeld ‘verantwoord sporten’ kunt vinden. Veel sporters weten dat echter niet. Daarom zoekt de Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG) actief naar wegen om sporters te voorzien van nuttige, bewezen effectieve en voor hen toegankelijk gemaakte onderzoeksinformatie.
De VSG constateerde dat veel onderzoeksresultaten die samenhangen met de sportgezondheidszorg met name (para)medici bereiken die ze vervolgens implementeren. De VSG wil echter dat onderzoeksinformatie rechtstreeks bij de sporters terechtkomt en heeft daartoe een methodiek ontwikkeld: Kennis Transfer Sportgezondheidszorg (KTS): een methodiek waarmee sportmedische kennis - zowel evidence als practice based - wordt vertaald in betrouwbare, bruikbare, toegankelijke en eenduidige informatie voor de sporter en zijn directe omgeving. Het doel van KTS is om sporters te ondersteunen bij het verminderen van sportgerelateerde klachten en blessures. Daardoor blijven sporters langer buiten de zorg omdat zij beschikken over betrouwbare en begrijpelijke informatie en uiteindelijk minder behoefte hebben aan een consult bij een (para)medicus.
Voorbeelden van KTS methode
Een voorbeeld is de vertaling van de resultaten uit een onderzoek naar herhaald enkelletsel. Het bleek dat een programma met eenvoudige oefeningen - zoals het balanceren op één been - de enkel zodanig versterkt dat het risico op herhaling halveert. Van het oefenprogramma zijn filmpjes gemaakt waarin duidelijk wordt getoond hoe de oefeningen moeten worden uitgevoerd. Op deze manier profiteren de sporters van de bewezen kennis.
Een ander voorbeeld is KTS hardlopen. Er is enorm veel geïnvesteerd om Nederland aan het hardlopen te krijgen. Maar beginners krijgen vaak snel blessures, stoppen vervolgens en pakken de draad daarna dan vaak niet meer op. Een onderzocht trainingsprogramma bleek niet substantieel bij te dragen aan minder blessures. Toch vonden we dat er voldoende kennis en informatie over ‘verstandig beginnen met hardlopen’ uit de studie overbleef. Ondanks het ontbreken van een interventie slaagde de hardloopgroep erin om bruikbare kennis te bundelen. Dit heeft geresulteerd in een handleiding ‘beginnen met hardlopen’ waarin vragen worden beantwoord zoals:
• Kan ik zomaar beginnen met hardlopen?
• Hoe kies ik mijn hardloopschoenen?
• Wat is trainen?
• Hoe moet ik omgaan met pijn tijdens of na het hardlopen?
• Wanneer is sportmedisch advies noodzakelijk?
Aan de handleiding is ook een trainingsschema toegevoegd. Uniek aan dit trainingsschema is dat het rekening houdt met pijntjes/blessures van lopers en eventueel een alternatieve training aanbiedt. Op die manier wordt voorkomen dat lopers – als ze pijntjes hebben – zich vastklampen aan hun vaste schema, met ernstiger pijntjes of zelfs blessures tot gevolg.
Er is ook een KTS wielrennen, want wielrennen is booming! Met 1,4 miljoen fietsfanaten staat wielrennen in de top-3 van populairste sporten in Nederland. Mede door de toenemende populariteit van lange en zware fietstochten zoals ‘Alpe d’HuZes’ en ‘Tour for Life’ beginnen steeds meer mensen met wielrennen. Niet alleen ervaren wielrenners, maar ook minder ervaren wielrenners willen graag grenzen verleggen en geld binnenhalen voor het goede doel. Maar hoe weten wielrenners hoe ze goed voorbereid aan de start moeten verschijnen van een tocht? Op internet is natuurlijk veel informatie te vinden, maar juist door deze overvloed aan informatie zien veel wielrenners door de bomen het bos niet meer. De KTS groep wielrennen heeft de handleiding ‘hoe bereid ik me voor’ geschreven. In vijf hoofdstukken worden alle aspecten van de voorbereiding op een tocht belicht. Van fietsuitrusting naar doelgerichte training, van verantwoorde voeding naar de juiste ‘mindset’ en als afsluiting praktische informatie over waar de gewenste deskundige ondersteuning is te vinden.
Naast genoemde KTS groepen zijn er ook groepen voor zwemmen, fitness, ouderen & sport en mensen met CP (Cerebrale Parese).
Uitgangspunten KTS methode
Bij de KTS-methode wordt vanuit de sporter gedacht, deze staat centraal. De sporter is ook vanaf het begin betrokken bij de gehele werkwijze en heeft ook medezeggenschap: deze is namelijk degene die kan bepalen of de informatie begrijpelijk en bruikbaar is. En of het product in een geschikte vorm gegoten is om de informatie te verspreiden.
Er worden steeds KTS-groepen gevormd met minimaal één sporter en daaromheen trainers/coaches, (para)medici, onderzoekers, en betrokken (sport)organisaties. Zij helpen ook de kennis verder te verspreiden. In de groepen wordt de verbinding gelegd tussen kennis en ervaring.
De methodiek is op twee verschillende manieren toepasbaar. Enerzijds kan een wetenschappelijk onderzoeksresultaat reden zijn om van start te gaan met KTS. Anderzijds kan een praktijkvraag uit de sportwereld aanleiding zijn om de KTS-methodiek toe te passen.
De informatie die via de verschillende KTS-groepen ter beschikking van de sporters komt vormen een handvat waarmee zij in staat zijn om gezond te sporten. De informatie wordt ook vertaald voor de directe omgeving van de sporter: trainers, coaches, begeleiders, fysiotherapeuten en ouders. Daardoor is de informatie die via de KTS ter beschikking komt voor iedereen op maat. Ook bijzonder is dat door de inzet van KTS de sportpraktijk, de (para) medische- en wetenschappelijke wereld met elkaar in gesprek gaan. Hierdoor leren ze elkaars taal spreken en cultuur begrijpen.
Hoe verder?
In de periode 2012-2016 wordt de methode verder uitgerold, verfijnd en geëvalueerd zodat de KTS-aanpak daarna breed ingezet kan worden. We hebben afgelopen jaren al een omslag in denken gezien bij enkele onderzoekers. Sommigen willen vragen uit de praktijk al vanaf het begin in hun onderzoek meenemen.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.