Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Wat gebeurt er met sport als het niet langer doel is maar middel

Wat gebeurt er met sport als het niet langer doel is maar middel?

Woensdagavond. De sporthal in Assen. Een trainer staat met twaalf kinderen in de zaal. Op papier een gewone training. In de praktijk iets anders.

In de groep zitten beginners en gevorderden, kinderen die elkaar kennen en kinderen die zich nog nergens thuis voelen. Eén kind heeft extra begeleiding nodig, een ander haakt snel af als het te moeilijk wordt. Aan de kant staat een ouder die hoopt dat haar kind eindelijk aansluiting vindt.

De trainer heeft een keuze. Hij kan proberen alles tegelijk te doen: iedereen bedienen, iedereen meenemen, iedereen zich thuis laten voelen. Of hij kan beginnen bij iets anders. Hij splitst de groep in twee velden. Niet perfect verdeeld, maar wel passend genoeg. Er ontstaat rust, spel en plezier. Het lijkt een kleine keuze, maar dit is precies waar het begint.

26 maart 2026

Opinie

We willen een samenleving waarin iedereen mee kan doen. Waar verschillen geen barrières zijn, maar bouwstenen. Sport wordt daarbij vaak gezien als een krachtig middel. Het verbindt, ontwikkelt, maakt gezonder en weerbaarder.

"Als sport vooral middel wordt, verliest het zijn eigen logica en juist daardoor verliest het uiteindelijk ook zijn maatschappelijke kracht"

Peter van Tarel

De afgelopen jaren is sport dan ook steeds vaker gepositioneerd als middel voor maatschappelijke doelen, zoals inclusie, gezondheid, participatie en mentale weerbaarheid. Begrijpelijk, want sport kan daarin veel betekenen. Inclusie is daarbij misschien wel het meest zichtbare voorbeeld, maar hetzelfde mechanisme speelt ook bij andere maatschappelijke doelen die aan sport worden gekoppeld.

Tegelijkertijd zien we een verschuiving. Waar sport lange tijd primair werd benaderd als doel op zich, komt de nadruk steeds meer te liggen op wat sport moet opleveren. Daarmee dreigt het middel het doel te worden, met als gevolg dat sport wordt ingericht vanuit wat het moet opleveren, in plaats van wat het nodig heeft om te werken.

Peter van Tarel inclusieve sport shutterstock 2520683179 Klein

Sportverenigingen worden geconfronteerd met een groeiende diversiteit aan doelgroepen, verwachtingen en vraagstukken. Trainers en vrijwilligers moeten niet alleen sport aanbieden, maar ook omgaan met sociale, culturele en soms zorggerelateerde situaties. Dat vraagt meer tijd, meer kennis en meer draagkracht.

Dit zien we terug in trainingsgroepen waarin beginners en gevorderden samen staan, in trainers die schakelen tussen uitleg, individuele begeleiding en het bewaken van de sfeer, en in sporters die afhaken omdat het tempo niet aansluit.

Het zit ook in volle teams, verschillende verwachtingen van ouders en de zoektocht naar voldoende en passend kader. Het zijn signalen die breder terugkomen in discussies over vrijwilligersdruk, behoud van sporters en de organisatie van sportaanbod.

Verlies aan scherpte

De vraag is niet óf sport maatschappelijke waarde heeft. Die heeft het. De vraag is: wat gebeurt er met sport, als het niet langer het doel is, maar vooral het middel?

Het antwoord is zichtbaar in de praktijk. Sport verliest aan scherpte, groepen worden diffuser en de belasting op kader neemt toe. Tegelijk voelen sporters zich minder thuis, waardoor ze afhaken of minder vaak terugkomen. Wat ontstaat, is geen sterkere sport, maar een vager aanbod waarin minder mensen duurzaam blijven deelnemen.

Als sport vooral middel wordt, verliest het zijn eigen logica en juist daardoor verliest het uiteindelijk ook zijn maatschappelijke kracht. Dat betekent niet dat sport zich losmaakt van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Juist wanneer sport als sport goed functioneert, wordt die verantwoordelijkheid beter ingevuld.

Sport heeft namelijk een eigen waarde en een eigen logica. Mensen komen niet voor inclusie of gezondheid. Ze komen omdat ze willen spelen, bewegen, beter willen worden en ergens bij willen horen. In die combinatie schuilt de kracht van sport en precies daar ontstaat ook de maatschappelijke impact.

"Een medaille ontstaat niet uit maatschappelijke impact; maatschappelijke impact ontstaat uit de weg naar die medaille"

Peter van Tarel

Wanneer iemand structureel sport, ontstaan binding, zelfvertrouwen, gezondheid en deelname, niet omdat dat expliciet het doel was, maar omdat het voortkomt uit een omgeving die als sport klopt. Diezelfde verschuiving zien we inmiddels ook in de topsport. Waar lange tijd prestaties en medailles centraal stonden, verschuift de verantwoording steeds meer naar de verhalen erachter. Topsport moet inspireren, verbinden en bijdragen aan maatschappelijke thema’s. Die verhalen doen ertoe, maar ze zijn niet de motor.

Een medaille ontstaat niet uit maatschappelijke impact; maatschappelijke impact ontstaat uit de weg naar die medaille. Wanneer die volgorde omdraait, ontstaat spanning. Want ook daar geldt dat de kracht zit in het doel zelf en niet in de legitimatie eromheen. Daarom vraagt dit om een andere manier van kijken. Niet door sport voor alles in te zetten, maar door het eerst goed als sport te laten functioneren.

Vertrekpunt

Sport moet het vertrekpunt zijn en de impact die daaruit ontstaat moeten we verantwoorden. Voor beleid en subsidieregelingen geldt vervolgens dat er niet alleen aandacht moet zijn voor maatschappelijke opbrengsten, maar ook voor de kwaliteit en randvoorwaarden van sport zelf.

Peter van Tarel Sportcontext tabel

Een gevolg is ook dat we scherper moeten zijn in wat sport is. Niet alles dat beweegt, is sport. Een incidentele wandelgroep, bijvoorbeeld voor mensen met mentale klachten, is waardevol en vaak een belangrijke eerste stap, maar het is geen sport in de klassieke zin. Het is een vorm van bewegen die kan leiden tot sport, zonder dat die stap vanzelfsprekend is. Dat verschil raakt soms uit beeld, omdat sport en bewegen in beleid vaak als één geheel worden benaderd. Bewegen is laagdrempelig en vraagt weinig structuur. Sport werkt juist door structuur, herhaling en sociale context. Daar ontstaat binding en daarmee impact. Sport begint waar structuur ontstaat: een spel, herhaling, ontwikkeling en binding.

"Inclusie vraagt niet om alles mengen, maar om doordachte routes waarin mensen op hun eigen manier kunnen instromen en doorgroeien"

Peter van Tarel

Betekent dit dat inclusie of maatschappelijke doelen minder belangrijk zijn? Zeker niet. Maar inclusie is geen startpunt dat je kunt afdwingen. Het is iets dat groeit binnen een context die werkt. Wanneer we te snel sturen op heterogene groepen, ontstaat complexiteit: grotere niveauverschillen, meer druk op kader en minder sociale veiligheid. Dat vergroot de kans op afhaken, zowel bij sporters als bij kader. In sommige gevallen is het effectiever om te beginnen met meer homogene groepen, niet als eindpunt maar als fase.

Inclusie vraagt niet om alles mengen, maar om doordachte routes waarin mensen op hun eigen manier kunnen instromen en doorgroeien. Homogene groepen kunnen daarin juist een logische en effectieve start zijn.

Project met gelijkgestemden

In de praktijk zien we dit ook terug. In een volleybalproject voor Turkse meiden in 2025 deden ongeveer honderd deelnemers mee. Een deel van hen was eerder al afgehaakt bij een vereniging, omdat ze zich daar niet thuis voelden. In het project, met gelijkgestemden, bleven ze wél komen. Ze sportten, ontwikkelden zich en vonden opnieuw plezier in het spel. Opvallend was dat een deel van de meiden uiteindelijk alsnog doorstroomde naar een vereniging, terwijl dat niet het doel van het project was.

20250711 Volleyball RH106867

Dit laat zien dat afhaken niet altijd een gebrek aan motivatie is, maar vaak een mismatch tussen sporter en context. Juist door eerst aan te sluiten bij herkenning en veiligheid ontstaat de basis om mensen duurzaam aan sport te binden.

Tegelijkertijd wordt inclusie in beleid vaak niet alleen bepaald door wie wordt bereikt, maar ook door hoe het aanbod is georganiseerd. Daarmee ontstaat een spanning: het project bereikte honderd sportende meiden, terwijl het binnen bestaande kaders niet als inclusief werd gezien en daardoor niet in aanmerking kwam voor subsidie.

Andere volgorde

We zien dit ook in andere contexten. Sportclubs die zijn ontstaan voor bijvoorbeeld homoseksuele sporters of voor mensen van Molukse afkomst staan vrijwel altijd open voor iedereen. Toch ontstaat er in de praktijk een vrij homogene groep. Niet door een harde toelatingseis, maar doordat mensen zich aangetrokken voelen tot een omgeving waarin ze zich herkennen. Het laat zien dat deelname niet alleen wordt bepaald door openheid, maar vooral door het gevoel ergens bij te horen.

"Sportverenigingen zijn historisch niet ontstaan als volledig inclusieve omgevingen"

Peter van Tarel

Misschien is dat ook minder nieuw dan we denken. Sportverenigingen zijn historisch niet ontstaan als volledig inclusieve omgevingen, maar juist in relatief homogene groepen. Van daaruit groeide sport en ontstonden nieuwe verbindingen. Wat we nu als dilemma ervaren, is in feite hoe sport altijd heeft gewerkt: groeien vanuit herkenning en van daaruit verbinden. Dat vraagt niet om minder ambitie op maatschappelijke doelen, maar om een andere volgorde. Eerst investeren in sport die klopt voor de doelgroep en van daaruit zichtbaar maken wat dat oplevert.

Niet alles tegelijk oplossen

Terug naar die woensdagavond in Assen. De trainer koos er niet voor om alles tegelijk te willen oplossen. Hij koos ervoor om eerst de training te laten kloppen. Vanuit daar ontstond ruimte voor ontwikkeling, plezier en verbinding.

Daarin zit precies de kern. Niet alles hoeft tegelijk en niet iedereen hoeft hetzelfde. Het moet kloppen als sport. Als we willen dat sport bijdraagt aan de samenleving, begint dat bij wat sport nodig heeft om te werken, niet bij wat sport maatschappelijk moet opleveren.

Peter van Tarel is Manager Sportontwikkeling bij de Nederlandse Volleybalbond (Nevobo). Sinds 1999 werkt hij op het snijvlak van sportbeleid en praktijk en is hij verantwoordelijk voor de ontwikkeling van jeugd- en breedtesport, opleidingen en programma’s die sport verbinden met onderwijs en maatschappelijke opgaven. Daarnaast is hij lid van de Empowerment Commission van de wereldvolleybalbond (FIVB), die zich richt op het versterken van nationale volleybalbonden wereldwijd.

Deel dit bericht:

05012026 Peter van Tarel Nevobo p

Door: Peter van Tarel

7 reacties

Rudolf Evenhuis

26 maart 2026

Goed om over na te denken. Breder verspreiden?

Cees Ahsmann

26 maart 2026

Inkorten en zeer breed verspreiden!
Prachtig. Waarden benoemen. Deze zijn universeel voor iedereen en kosten niets.
Waarden geven altijd energie. Te koppelen aan sport vloeien doelen en middelen in elkaar met altijd positief resultaat waar iedereen blij van wordt.
Mooi stuk Chapeau!

Abe Meininger

26 maart 2026

Goed artikel Peter.

Ted van der Bruggen

26 maart 2026

Met veel plezier en instemming deze analyse gelezen. Bedankt voor dit heldere betoog Peter!

Theo van de Rijt

26 maart 2026

Goed artikel dat de kracht van sport weer eens in het centrum plaatst waar het hoort. In een volgend artikel misschien de verbinding maken met de intrinsieke waarden van sport. Dan is het verhaal van de betekenis van sport compleet.

Jan Raateland

26 maart 2026

Beste Peter, een interessante opinie waarin je duidelijk maakt waaraan behoefte is: ‘ Als we willen dat sport bijdraagt aan de samenleving, begint dat bij wat sport nodig heeft om te werken,’
Wanneer je goed kijkt dan kan je waarnemen dat met name DIE sportverenigingen die hún organisatie op orde hebben, tot een goede match komen van doel en middel. Het zijn DIE sportverenigingen die beschikken over een capabel - professioneel - bestuur; die gezamenlijk een (meerjaren-) visie en plan hebben ontwikkeld. Het betreft nog slechts een klein percentage van de 24000 sportverenigingen die tot nu toe zover zijn gekomen. 10, mogelijk 15%.

Wat ‘de sport’ , wat de sportverenigingen nodig hebben is naast een ‘gelijk speelveld’ , ook erkenning als organisaties die bijdragen aan maatschappelijke zaken. Dat gaan we niet realiseren met projectsubsidies. Erkenning van sport als een publieke voorziening biedt sportverenigingen de mogelijkheid om te professionaliseren en kwaliteit te leveren op het gebied van trainers en coaches. Lokaal georganiseerde sportverenigingen, die vanuit een lokale brancheorganisatie samenwerken, die samen optrekken en kennis en ervaring uitwisselen.
Dit àlles gefaciliteerd door de overheid via de gemeente ( vastgelegd in de Sportwet)

Ruben Buijserd

27 maart 2026

Denkvoer Peter, ik denk ergens een paradox in de redenatie te zien. Meer vanuit een perspectief op ‘groei’ bezien; we willen meer mensen laten meedoen heeft de sport zich te verplaatsen in degene die tot nu toe niet meedoen. Dan ontkom je niet aan voorspellende factoren van demografie (grijze druk), culturele achtergrond, geldzorgen, lichamelijke gezondheid, etc. Zij staan nu nog veelal langs de zijlijn, ‘de sport’ zou moeten willen dat meer mensen meedoen? Als dat doel is, blijkt het vanzelf een middel.

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.