Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Wanneer gaan we echt het water op

Wanneer gaan we echt het water op?

28 januari 2014

Opinie

door: Jeroen van Tets

De Olympische Winterspelen in het 'zomerse' Sochi komen eraan en de vooruitzichten op een goeie medailleoogst zijn gunstig. Erg prettig als je twee echte kanjers - zoals Ireen Wüst en Sven Kramer - in de gelederen hebt, want die kunnen ook meteen voor meerdere plakken tegelijk gaan zorgen. Misschien zorgt een knallend succes ook voor een lichte aanwakkering van het huidige waakvlammetje om ooit (we noemen geen jaartal meer) nog eens Olympische Spelen naar Nederland te kunnen halen. Op zich is daar nog steeds niks mis mee. Maar de échte motivatie voor een dergelijk wereldevenement zou men niet moeten halen uit de successen van vandaag, maar vanuit een bredere ambitie voor de toekomst van ons land. Een ambitie, die veel verder reikt dan het aantal medailles en sportieve successen.

Bij de ontwikkeling van het Olympisch Plan enkele jaren geleden kwam onder meer ter sprake waarmee Nederland zich bij een eventuele kandidatuur zou kunnen onderscheiden van andere landen. Wat zijn onze troefkaarten, waar zijn wij goed in en vooral: wat zouden wij de rest van de wereld te bieden kunnen hebben? Een van de helderste antwoorden op die vragen lag in één van onze specialisaties: de Watertechnologie. In Sport Knowhow XL werd dit onderwerp ook al een paar keer aangestipt, zie hier en hier.

Een paar maanden geleden kwam op een bijeenkomst van de Vonken 2028 (een groep ondernemende, jonge mensen die de waakvlam brandend willen houden) ook weer het plan voorbij van de ‘Floating Games’, gemaakt door het architectenbureau OeverZaaier (in samenwerking met KondorWessels), waarbij een concreet beeld werd geschapen van hoe zo’n uniek evenement als Olympische Spelen er uit zou kunnen zien, wanneer de meeste faciliteiten bijvoorbeeld op en aan het IJ in Amsterdam zouden worden gebouwd (zie hier).

Als je de beelden ziet, dan moet je haast wel enthousiast worden, want het is zo’n typisch Nederlands visitekaartje. Als minister van Economische Zaken – tevens marketeer van de Nederlandse economie – zou ik het wel weten. Maar hebben we nu de Olympische Spelen nodig om het verhaal te vertellen over wat je allemaal op het water kunt bouwen? Nee toch zeker! Ook als de Spelen helemaal niet naar Nederland zouden komen, is het concept van drijvende accommodaties interessant om op door te gaan en wel om meerdere redenen.

Droge voeten
In de eerste plaats biedt het mogelijkheden om gebieden die vaak kunnen overstromen - of soms zelfs doelbewust als overloopreservoir kunnen worden gebruikt - toch te benutten. In Nederland zijn dat bijvoorbeeld de rivierbeddingen van Maas en Rijndelta. Maar ook de randen van het IJ, de Randmeren en zelfs de Zeeuwse zeearmen kunnen nog worden benut. In de rest van de wereld groeit de bevolkingsdruk in met name grote deltagebieden gestaag door, vanwege de vruchtbare grond én de grote potentie voor handel, overslag en doorvoer van goederen (havens). Niet alleen wordt de ruimte aldus steeds schaarser, maar tevens stijgen juist in deze drukbevolkte gebieden de overstromingsrisico’s (de redenen zijn bekend). En wat kan zorgen voor het behoud van droge voeten? Inderdaad: Dutch engineering.

Ten tweede is in sommige drukke deltagebieden (zoals Nederland zelf) de ruimte al zeer schaars en in onze economische wereld is als gevolg daarvan de prijs van grond vaak al zeer hoog. Menige bouwer en projectontwikkelaar beklaagt zich al jaren over de exorbitante grondprijzen in sommige strategisch gelegen gebieden en gemeenten. Misschien is drijvend bouwen op het water vooralsnog wat duurder qua uitvoering, maar het water zelf is in elk geval veel goedkopere 'bouwgrond'.

Wegvaren
Ten derde is een drijvend object ook relatief gemakkelijk te verplaatsen en dat biedt weer vele mogelijkheden voor tijdelijke accommodaties. Deze tijdelijkheid kan betrekking hebben op een incident (uitschakeling door brand, of andere beschadiging), of op de onzekerheid van een toekomstige locatie (door traagheid in bestemmingsplannen, sloop, etc.). Maar voor tijdelijkheid kan ook bewust worden gekozen, omdat een permanente accommodatie economisch niet rendabel zal kunnen worden.

Een tijdelijke accommodatie voor een sport - die in een bepaald land minder populair is en na een speciaal evenement niet meer zoveel toeschouwers trekt - zou niet alleen als tijdelijke accommodatie op het land gebouwd kunnen worden (en daarna weer afgebroken), maar het zou ook een drijvende accommodatie kunnen zijn, die ná het evenement kan worden weggevaren naar een andere stad. Zo ontstaat meervoudig en duurzaam gebruik, een mogelijkheid tot verhuur of doorverkoop en ook kostenbesparing doordat niet steeds overal opnieuw een dure accommodatie behoeft te worden gebouwd. Trendwatchers signaleerden al de opkomst van de 'Sharing Economy': zeg, kan ik bij jullie even een tennisstadion huren voor een Davis Cup-wedstrijd aan de Mullerpier, in plaats van erop? Om daarna weer direct door te varen naar Göteborg, Hamburg, Londen of Lissabon.

Geen woorden maar daden
Het merkwaardige is nu, dat bovenstaande ideeën al langer geleden zijn ontwikkeld en ook al lang op papier staan. Maar in de praktijk valt er nog weinig van te zien. En dat, terwijl heel de technische wereld de mond vol heeft van ‘drijvend ‘bouwen’. In Rotterdam (natuurlijk daar) ligt sinds 2010 het ‘Drijvend Paviljoen’ in de Rijnhaven, als 'expertisecentrum van de innovatieve en inspirerende aanpak van klimaat, energie en water'. Prachtige woorden, maar nu alleen de daden nog. Want behalve wat incidentele woningprojecten in de rivierbeddingen van de Maas, een drijvende kas in het Westland en hier en daar wat losse woningen, vind je in de praktijk nog bar weinig terug van het drijvende concept.

Op internet vind je wel enkele veelbelovende concepten (Flexbase, Eureka Floatec, e.a.), maar het lijkt net alsof men nog ‘aan de grond zit’ en het water nog niet voldoende is gestegen om de projecten ook daadwerkelijk ‘vlot te trekken’. Hoe kan dat nou?

Is het soms toch ingewikkelder dan we dachten? Dat kan ik mij eigenlijk niet voorstellen, want dan zou onze hoog opgegeven watertechnologie kennelijk nog niet toereikend zijn? Is het een kwestie van geld? Dan ligt de uitdaging in het goedkoper maken van de bouwtechniek en vooral in het beter exploitabel maken van zo’n drijvende faciliteit. Of komen dit soort revolutionaire doorbraken alleen maar tot stand in relatie tot grote gebeurtenissen? Zoals de Deltawerken na de stormvloedramp of grote evenementen zoals de Olympische Spelen? Maar als het concept goed is uitgewerkt, dan hoeven we daar helemaal niet op te wachten en kunnen we vanaf overmorgen een vrij eenvoudige drijvende sporthal bouwen op het IJ, een drijvend zwembad in de Rotterdamse haven, of desnoods een drijvend kunstgrasveld in de Hedwigepolder.

Bovendien bouwen we die dan voor de basis: de breedtesport en niet voor het aantal te behalen medailles.

Jeroen van Tets is sinds 2011 freelance debat-/ discussieleider en dagvoorzitter (‘Mr. Speaker’). Daarnaast schrijft Van Tets ook columns en opiniestukken in diverse media (‘Mr. Write’). Van Tets was van 2005 tot en met 2010 programmamanager Ruimte & Accommodaties bij sportkoepel NOC*NSF. Daarvoor werkte hij als manager gebiedsontwikkeling bij Arcadis Bouw en als sales manager bij Desso DLW Sports Systems. Voor meer informatie: jvantets@planet.nl of 035-623 29 07 / 06-533 55 755.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.