7 juli 2009
Opinie
In het kader van dopingbestrijding draagt de WADA uit, dat een sporter tegen de ‘Spirit of sports’ ingaat als een sporter recreational drugs gebruikt: sléchte voorbeeldwerking, slecht voor het imago van de Tour de France! ASO, de organisator van de Tour, kreeg rugdekking van de WADA in het buiten de Tour houden van Tom Boonen omdat er bij hem (minimale) sporen van cocaïne waren aangetroffen.
De UCI liet meteen weten procedureel geen enkel bezwaar te hebben tegen deelname van Boonen. Er kon volstaan worden met een waarschuwing. De twee partijen hebben als vanouds wrijving. En ja hoor, net als bij Bettini - twee jaar geleden bij het WK in Stuttgart - moesten er ook nu juristen aan te pas komen om een professional zijn werk te kunnen laten doen. Om de ASO terug te fluiten die zo bezorgd is over haar imago. En rechtszaken smullen de mensen van: spanning, sensatie, kijk maar naar de kijkcijfers van zulke televisie-series!
De ingrediënten voor rellerigheid en ruzie worden in de aanloop naar de Tour weer hoog opgestapeld. Insinuaties en verdenkingen: smullen! Want de ASO is en blijft vooral een mediagigant die voor haar omzet afhankelijk is van zoveel mogelijk spektakel! Cocaïne? Dan zal hij ook wel andere pepmiddelen gebruiken. Waar rook is, is vuur! Foei!! Stoute jongen! We zullen je leren!!
De niet-werkende voorbeeldwerking
Sinds mensenheugenis is
het publiekelijk slachtofferen van personen het ultieme spektakel. Dat hebben de
ASO en WADA allebei erg goed begrepen. Zo wordt in de aanloop naar de Tour het
materiaal voor de brandstapel aangedragen. En weer wachten we af welke renners
er dit keer als vijanden van de ‘Spirit of Sports’ voor de camera’s worden
afgebrand. Zo ook Thomas Dekker. Die timing heeft niets te maken met
sportverslaggeving en al helemaal niet met het menswaardig bejegenen van
verdachten van een sportovertreding. Dit is een toonbeeld van
sensatiejournalistiek. Van het willen krijgen van kijkcijfers, van maximale
internationale publiciteit voor het vrome, zogenaamde sportieve imago van de
ASO.
Pardon, zullen WADA en ASO zeggen, die stomme renners kruipen zélf op die stapel. Wij zullen slechts als hoeders van de zuivere sport en vooral als hoeders van de ‘Spirit of Sports’ zorg dragen voor een mooi volksgericht met alle cameraploegen in de aanslag. We doen dat vanuit een verheven overtuiging die niet ter discussie staat, namelijk: de afschrikwekkende voorbeeldwerking! Want alleen op onze manier zullen alle jongetjes en meisjes die dromen ooit topsporter te worden op voorhand door ons worden ingewreven dat ze vromer moeten leven dan de vroomste koorknapen die er te vinden zijn! De Spirit of Sports als geloofsbelijdenis.
Nog afgezien van de schending van de mensenrechten die er plaatsvindt, wordt ook al jarenlang wetenschappelijk aangetoond dat afschuwwekkende straffen geen preventieve uitwerking hebben (de doodstraf in de VS leidt bepaald niet tot de afname van het aantal moorden, om maar een voorbeeld te noemen). Daarom mag worden verondersteld dat de ASO met dit afbranden van renners primair de kijkcijfers, worldwide broadcasting én de oplage van l’Equipe voor ogen heeft.
De deugdzaamheid van ‘de sport’?
Spirit of Sports gaat
over ethiek: over zedenleer: ‘de heersende opvatting van wat goed en deugdzaam
is’, zegt de Van Dale. ‘Een deugdzaamheidsbeeld dat aan alle jongeren ter wereld
als voorbeeld kan worden gesteld’, horen we bij de opening van de Spelen. Maar
hoe deugdzaam, hoe fatsoenlijk zijn deze instanties en personen zélf, dat ze
menen anderen de fatsoensmaat te kunnen nemen? Hoe staat het met hún gebruik van
diverse middelen? Hoe deugdzaam is hún leefstijl?
Maar laat ik het niet zo onethisch op de personen spelen. Veel belangrijker
is hun gedrag, hun handelen. Bijvoorbeeld. Hoe deugdzaam worden de verdachten
van een ‘sportmisdrijf’ door hun bejegend? ‘Deugdzaam’, daar mag in 2009 toch
onder worden verstaan: conform de normen en waarden van de huidige samenleving.
Want elke samenleving en elk tijdperk heeft eigen normen die al dan niet in
wetten het fatsoen van die samenleving representeren?
In 2009 wordt onder
‘deugdzaam’ in Europa iets anders verstaan dan bijvoorbeeld in Irak. En zelfs
binnen Europa wordt door Berlusconi iets anders verstaan onder ‘deugdzaam’ dan
door Balkenende. En zelfs binnen Nederland wordt er heel verschillend over
gedacht door bijvoorbeeld Wilders of Pechtold. En zelfs Engelse parlementariërs
hebben er hun geheel eigen opvattingen over! Deugdzaamheid is op duizend
manieren uit te leggen. Net als ‘de Spirit of Sports’.
Zo niet voor de wereldorde die de Olympische beweging wil zijn. Het IOC vertrekt vanuit de zelfbenoemde correctheid in haar eigen handelen. Door middel van coöptatie van nieuwe leden wordt zorg gedragen voor de blijvende zuiverheid van dat college. En het IOC heeft met deelneming van een aantal overheden haar eigen Openbare Ministerie voor de Hele Wereld ingericht: de WADA! Deze private organisatie mag overal ter wereld op elk moment huiskamers of vakantiewoningen van sporters binnenvallen om daar te onderzoeken of de immer verdachte sporter nog steeds voldoet aan de correctheidsmaatsstaf die getooid is met de vijf gekleurde aureolen van onfeilbaarheid. Met dekking door de WADA-reglementen mag bijvoorbeeld een Duitse burgemeester of een sportorganisator naar eigen goeddunken sporters verdacht maken of hun het werken onmogelijk maken.
Middeleeuwse deugdzaamheid
In de middeleeuwen hadden de
toenmalige fatsoensjagers van de inquisitie niet de beschikking over de moderne
wetenschap waarmee op zorgvuldige wijze bijvoorbeeld de al dan niet
prestatiebevorderende werking van middelen kon worden vastgesteld. Er waren nog
geen laboratoria die conform wetenschappelijke en forensische
onderzoeksstandaarden uitsluitsel konden geven over al dan niet aangetroffen
bewijslast. Er was toen ook nog geen samenleving waarin de rechterlijke en de
uitvoerende macht van elkaar gescheiden waren.
Kerkvorsten en andere machthebbers bepaalden toen simpel aan de hand van hun eigen normen en waarden, hun ‘deugdzaamheid’, hun ‘spirit’ - al dan niet van religieuze komaf - welke personen een bedreiging vormden voor hun macht. Die werden als ketters bestempeld en werden conform de hen ter beschikking staande middelen publiekelijk gestraft waarbij ze als afschrikwekkend voorbeeld werden gesteld aan het volk. Met openbare belijdenis aan de Heilige Spirit, met het aandragen en verklikken van anderen als ketters, met schijnheilig gedrag kon de burger in die tijd overleven.
Juristen hebben afgelopen jaren met regelmaat gewezen op de gelijkenis van het rechtssysteem van het IOC en de WADA met dat van de inquisitie (Kuytenbrouwer, juridisch columnist van de NRC, was in 2007 de eerste die de vergelijking maakte naar aanleiding van het uit de Tour halen van Rasmussen; en recent weer in een interview met Janwillem Soek, gepromoveerd op de onrechtmatigheid van de dopingreglementen, eveneens in het NRC-Handelsblad). Als de inquisiteurs van de 21 eeuw het te gortig maken zijn er gelukkig ook juristen in tuchtcolleges of rechtbanken die hen soms terugfluiten.
IOC, WADA en ASO calculeren het risico van onjuiste veroordelingen in, wijzend op de bezwaarprocedure. Maar de betrokken sporter en diens naasten zijn dan al gebrandmerkt, want de gang over de brandstapel heeft hij of zij dan al gehad. Tijdens een meeting van juristen in de sport kwalificeerde Jan Loorbach, vaak betrokken bij bezwaarprocedures in tuchtrechtspraak in de sport, die handelwijze van WADA als ‘abject’: het te gemakkelijk incalculeren van ‘burgerslachtoffers’ in hun dopingoorlog.
In de huidige forensische rechtspraak zou er van de ‘waarheidsvinding’ en berechting volgens het WADA-regime naar het oordeel van deskundigen geen spaan heel blijven, en zouden talloze boeven vrij rondlopen als op deze wijze rechtgesproken zou worden. Dat zijn ernstige kritieken. Ook is er fundamentele kritiek gekomen op de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer in een aflevering van NOVA, van de vader van Pieter van den Hoogenband, en van Jacob Kohnstamm, namens het College Bescherming Persoonsgegevens. Laatstgenoemde liet weten handenwrijvend te zitten wachten op de eerste atleet die zijn bejegening door de dopingautoriteiten aan de Nederlandse rechter zou voorleggen. Het CPB zou als getuige graag haar zegje komen doen, beloofde hij! De Nederlandse overheid wordt zich ook bewust van dit mede door haar ondersteunde juridische wespennest, getuige haar initiatief drie maanden geleden over dat onder werp een expertmeeting te organiseren.
Ik bevind me in een positie om te kunnen zeggen dat bovenstaande geluiden een indicatie vormen dat er in twee jaar wel enige vooruitgang is geboekt. In 2007 lieten diverse invloedrijke BN’ers weten het eens te zijn met de strekking van het manifest ‘Stop de Dopinginquisitie’ waarin ondergetekende mede-initiatiefnemer was. Ze wensten me er succes mee, zegden hun steun toe, maar ze lieten tegelijk weten niet met naam genoemd te willen worden, want dat zou hun maatschappelijke positie kunnen schaden. Het in de samenleving niet gebruik durven maken van je recht op vrije meningsuiting over dopingvervolging is een nog duidelijker teken van een inquisitoir klimaat dan de jacht op sporters. Die vooruitgang mag op het conto worden geschreven van de WADA zelf: de protestbeweging maakt ze zelf los met de verdere aantasting van mensenrechten.
‘Spirit of Sports’ en de spiritualiën
Stel dat al die
deskundigen en autoriteiten samen met ondergetekende op zeker moment allen
deemoedig moeten erkennen dat de WADA plus haar kardinalen in de ASO tόch de
zonder twijfel godgegeven kwaliteit bezit om voor de huidige wereldorde te
kunnen bepalen wat de grenzen van het fatsoen zijn (met die bovenaardse
kwaliteit mag diezelfde organisatie uiteraard ook meteen zélf overgaan tot
opsporen en afstraffen, berufsverbot opleggen, enz. Daar mag vanaf dat moment
ook niemand meer deugdzame kritiek op hebben). Dan resteert mij nog wel een
prangende vraag. Niemand heeft me tot op heden kunnen uitleggen waarom enerzijds
de sporter Boonen vanwege cocaïnesporen op de brandstapel moet, waarom hem
economische schade aangebracht mag worden door hem uit te sluiten van de
uitoefening van zijn beroep. Maar dat anderzijds de fatsoensrakkers met geen
woord reppen over het feit dat hij met dat witte spul in aanraking kwam als
uitvloeisel van een bewustzijnsstaat waarin hij naar eigen zeggen ‘flink veel
biertjes op had’, nagenietend van zijn succesvolle voorseizoen (was dat
vergelijkbaar met de Olympische sporters die na hun Olympische wedstrijden de
remmen losgooien in het Holland Heineken Huis??).
Juist toezichthouders op het fatsoen, zoals de dopingautoriteiten zichzelf hebben bestempeld, zouden toch moeten weten dat spiritualiën veel eerder in aanmerking zouden moeten komen voor bestraffing. Immers het drinken ervan leidt tot ontremming, en dus tot onfatsoen, waardoor alcohol een van de belangrijkste ‘prestatiebevorderende middelen’ (!!) is waar het gaat om niet-ethisch gedrag in woord en daad, waaronder geweldsmisdrijven in huiselijke kring.
De sportende én de niet-sportende jeugd krijgt voorgehouden dat het roken van een jointje héél erg stout is, véél stouter dan comazuipen en binge drinken. Dat is de voorbeeldwerking die de WADA-fatsoensrakkers met hun beleid aan deze generatie meegeven.
Paul Ruijsenaars is sinds 1995 zelfstandig ondernemer met een advies- en coachingsbureau voor de sportwereld en het bedrijfsleven. Hij geeft advies over aanvaardbaar veilige sport- en werkomstandigheden, en over performance in intensieve samenwerkingsvraagstukken. Hij was in 2007 mede-initiatiefnemer van het platform 'Stop de dopinginquisitie'. Hij was een van de genodigden in de 'Expertmeeting Sport en Doping' die het ministerie van VWS op 3 maart 2009 organiseerde. Hij is bestuurslid van ProProf, vakbond voor profvoetballers en van Sportservice Midden Nederland. Hij is als basketballer oud-international (25 interlands) en is afgestudeerd als sociaal-psycholoog.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.