16 september 2008
Opinie
1. Waarom heb je gekozen voor een sportgerelateerde
managementopleiding?
“Als sporter heb ik in mijn juniorentijd heb
ik vele uren op de atletiekbaan doorgebracht. Ik heb daarbij mogen proeven van
het hoogste niveau maar heb de top nooit behaald. Toch heeft de sport mij altijd
weten te boeien en zie ik hoeveel mensen – jong en oud – samen met mij ervan
kunnen genieten. Het beroert mensen en maakt emotie los. Het is naar mijn mening
daarom een sector die er toe doet in de moderne wereld doordat gewone mensen het
verschil kunnen maken door boven zichzelf uit te stijgen. Je ziet sporters
grenzen verleggen maar je ziet ook de menselijke teleurstellingen wanneer ze
verliezen. Ik heb gekozen voor een sportmanagementopleiding aangezien ik
enthousiast ben over de mentaliteit binnen de sportwereld. Ik ben iemand die wil
organiseren, grenzen wil verleggen en ik zag op jonge leeftijd al ideeën voor
nieuwe sportconcepten. Dat alles zorgde ervoor dat ik gekozen heb voor deze
branche die vele nieuwe uitdagingen heeft waar ik deel van uit wil maken.”
2. Waarom zou je deze opleiding/studie aanraden bij aankomende
studenten? Welke toegevoegde waarde heeft deze opleiding/studie?
“De
opleiding heeft een breed karakter door het bij elkaar brengen van sport en
gezondheid. Deze breedte heeft als voordeel dat je in aanraking komt met de
complete betekenis die sport in een mensenleven kan hebben. Dat deze breedte ook
een nadeel kan zijn doordat je niet de diepte in gaat, kun je zelf voorkomen
door je op tijd te specialiseren in de voor jou meest aansprekende kant van
sport of gezondheidmanagement. De opleiding laat je erg vrij en doet daarbij een
beroep op de creatieve invulling van de jonge studenten. Als je daarmee om kunt
gaan, is de opleiding ideaal. Tot slot wordt je begeleid door jonge enthousiaste
docenten die altijd open staan voor jouw inbreng. Juist deze interactie maakt de
opleiding zo leuk.”
3. Welk onderdeel mis je ofwel: wat zou volgens jou aan je opleiding
toegevoegd mogen worden?
“De opleiding Sport, Gezondheid Management
zou zijn studenten meer kunnen stimuleren in het bezoeken van sportgerelateerde
congressen en debatten. Op deze manier kunnen studenten zich beter voorbereiden
op actuele thema’s waarmee de sport momenteel worstelt. Dit zou ook kunnen
worden bereikt door het organiseren van studiereizen in binnen en/of buitenland
die te maken hebben met sport. De student doet daarbij kennis op en ontwikkelt
een netwerk waarvan hij of zij later kan profiteren. Bovendien leer je jouw
toekomstige collega’s op een leukere manier kennen waardoor je studie en
interesse voor het werkveld alleen maar meer inhoud krijgt. Dit zou naar mijn
mening een waardevolle toevoeging zijn van de opleiding.”
4. Waar hoop je later na je studie te kunnen gaan werken, welk soort
baan ambieer je?
“Ik hoop na mijn opleidingen veel mooie projecten
in de sportwereld te kunnen doen. Mijn interesse gaat daarbij uit naar topsport
en internationale sport. Op dit moment verblijf ik in het kader van mijn
onderzoekstage in Nieuw-Zeeland en mag ik meewerken aan het Olympisch Plan 2028
om van Nederland een sportland te maken. Ik zou het mooi vinden als ik in de
toekomst hier verder aan kan bijdragen. Allereerst ga ik in februari aan de slag
bij het sporteconomisch adviesbureau Sport2B. Verder heb ik ook nog wat ideeën
voor het opzetten van een eigen sportorganisatie waarvan ik denk dat het de
sportwereld versterkt. Er zijn dus interesses genoeg, zaten er alleen maar wat
meer uren in een dag.”
5. Wat zou er volgens jou in de Nederlandse top- of breedtesport
geheel anders geregeld of georganiseerd moeten worden en waarom? Hoe zou je het
aanpakken?
“Zo rond de Olympische Spelen is mij opgevallen hoeveel
druk we onze topsporters eigenlijk opleggen. Waren topsporters vroeger vooral
bezig met het zo goed mogelijk presteren op grote toernooien, tegenwoordig
vragen we veel meer van ze. Ze horen een rolmodel te zijn voor kinderen, een
symbool te worden voor onze nationale identiteit in het buitenland, ze moeten
bijdragen aan de communicatiedoelstellingen van hun sponsoren en – sinds de
discussie van Tibet – willen we dat de topsporters zich uitspreken over
politieke kwesties. Over dat laatste zijn de echter meningen nog verdeeld. Op
zich zijn al deze verschillende rollen helemaal niet verkeerd aangezien dit
mensen zijn die een publieke functie hebben en hun invloed niet onderschat mag
worden.”
“Ondanks dat NOC*NSF en diverse provinciale
topsportorganisaties de topsporters zo goed mogelijk hierin begeleiden, zou het
goed zijn als we dit in Nederland verder zouden institutionaliseren in de vorm
van een opleiding. Deze opleiding tot topsporter hoeft geen vierjarig fulltime
programma te zijn, maar behandelt - in praktische sessies tussen hun trainingen
door – de essentiële zaken waarmee een topsporter te maken krijgt. Hierbij kan
gedacht worden aan mediatrainingen, werven en behoud van sponsoren,
dopingvraagstukken, het omgaan met de psychologische druk en het inrichten van
de maatschappelijke carrière. Wellicht komen we zo nog iets dichter bij de
top-10 ambitie van Nederland op de Olympische Spelen.”
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.