17 juli 2013
Opinie
door: Tom Wiggers
Op de rustdag in de Tour de France raakte geletruidrager Christopher Froome geïrriteerd door de grote hoeveelheid vragen over doping. Het feit dat elke grote overwinning of opvallende prestatie van een wielrenner niet zonder meer met enthousiasme wordt ontvangen, heeft de wielrennerij over zichzelf afgeroepen. Er is in het wielrennen, door de dopingbekentenissen van een groot aantal wielrenners, namelijk een situatie ontstaan waarin zowel de renners als de officiële instanties (sportbonden en antidopingorganisaties) een flinke deuk in hun geloofwaardigheid hebben opgelopen.
Door de min of meer vrijwillige bekentenissen is een situatie ontstaan die wezenlijk anders is dan tot nu toe het geval is geweest bij doping in de sport. Een situatie waarin zowel de sporters als de officiële instanties in een kwaad daglicht zijn komen te staan en zich niet kunnen verschuilen achter elkaar. Aan de hand van twee scenario’s over hoe er om wordt gegaan met doping in de sport, zal ik de huidige situatie in het wielrennen (het derde scenario) beschrijven.
Het eerste scenario is dat er in een sport geen positieve dopinggevallen worden gevonden. Dit kan twee oorzaken hebben: er wordt geen doping gebruikt door de sporters of de dopingtesten schieten tekort (in kwantiteit en kwaliteit). In dit geval zullen zowel de sporters als de officiële instanties die hierbij betrokken zijn, het eerste benadrukken; namelijk dat de sport schoon is.
Het tweede scenario is dat een sporter positief getest wordt. Dit betekent dat er doping is gebruikt in die sport en dat prestaties in twijfel getrokken kunnen worden. Hoe meer positieve gevallen er gevonden worden, hoe groter de twijfel zal zijn bij het publiek. Deze negatieve publiciteit willen zowel de officiële instanties als de sporters beperken en zij zullen er daarom een positieve draai aan willen geven.
De officiële instanties zullen in dit geval de kwaliteit van hun antidopingbeleid benadrukken en daarmee suggereren dat de sport schoon is ‘omdat er anders wel meer sporters positief bevonden zouden worden’ (het meest recente voorbeeld hiervan zijn de positieve testen van topsprinters Asafa Powell en Tyson Gay, waarbij de internationale atletiekfederatie er als de kippen bij was om dit als illustratie voor de goede kwaliteit van hun antidopingbeleid te gebruiken.)
De sporters zullen ook de goede kwaliteit van de dopingcontroles benadrukken en daarmee willen zeggen dat zij schoon zijn, ‘omdat ze anders ook wel positief bevonden zouden zijn’. Aan beide argumenten valt veel aan te merken en eigenlijk is de enige uitspraak die met zekerheid gedaan kan worden, dat de sport schoner is geworden na het uitsluiten van de positief geteste sporter.
Een nieuw scenario heeft zich het afgelopen jaar in het wielrennen ontvouwen, waardoor zowel de sporters als de officiële instanties in een negatief daglicht zijn komen te staan.
Ten eerste hebben de massale bekentenissen van wielrenners vrijwel alle prestaties van de afgelopen jaren ongeloofwaardig gemaakt en worden er nu continu vraagtekens gezet bij uitzonderlijke prestaties (zie Christopher Froome).
Ten tweede heeft het antidopingbeleid van de officiële instanties duidelijk gefaald, want anders waren er wel meer positieve geteste wielrenners geweest in de afgelopen jaren en was het dopinggebruik niet bekend geworden door bekentenissen van de wielrenners zelf. Zowel de sporters als de officiële instanties zijn dus openlijk tekort geschoten en kunnen hier geen positieve draai aan geven, zoals in andere twee situaties wel mogelijk was.
De huidige strategie van de wielrenners, ploegleiders, antidopingorganisaties en sommige media om die positieve draai er toch aan te geven, is om een verschil tussen heden en verleden te benadrukken. In het ‘nieuwe wielrennen’ zou op veel minder grote schaal doping gebruikt worden, met name door de grotere pakkans door de invoering van het ‘Athlete Biological Passport’ (biologisch paspoort). Dit zou het kantelpunt zijn geweest van een vervuilde naar een schone sport. Hoewel de invoering van het biologisch paspoort een grote stap in de goede richting is geweest, zullen antidopingorganisaties vaart moeten blijven zetten achter het doorontwikkelen en perfectioneren hiervan, om het specifieker en betrouwbaarder te maken.
Ondertussen zullen de renners en ploegen een cultuur moeten creëren waarin dopinggebruik sterk wordt afgewezen. Er moet een cultuur ontstaan waarin er zo weinig mogelijk uitzonderingen op de regel (een schone sport) zullen zijn, zodat het wielrennen zich in de juiste richting zal ontwikkelen. Hier lijken veel betrokkenen zich nu terdege van bewust. Hoe dan ook, het lijkt er wel op dat er nog vele (schone) kilometers gefietst moeten worden totdat er met volle teugen zal worden genoten van een geletruidrager die op indrukwekkende wijze een bergetappe in de Tour de France naar zijn hand zet.
Tom Wiggers (25) is arts-onderzoeker bij de afdeling hematologie van VU medisch centrum in Amsterdam en hardloper in de Nederlandse top op de 5 km, 10 km en halve marathon. Op het snijvlak van zijn twee passies (sport en geneeskunde) ligt het onderwerp doping, wat hij op de voet volgt.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.