11 juni 2024
Opinie
door: Huub Stammes
We komen nog lang niet in de buurt van de doelstellingen van 75% voldoende bewegen in 2040 of in 2032 het sportiefste land van de wereld zijn. Hoe krijgen we dat wél voor elkaar? Onder meer door ervoor te zorgen dat sporters gemotiveerd blijven en hun sport lang blijven beoefenen.
Laten we beginnen met de stopmotieven. De KNVB publiceerde recent enkele cijfers over hun jarenlange uitstroomonderzoek: 36,7% gestopt vanwege team; 30% gestopt vanwege geen plezier in de sport zelf; 25% stopte vanwege de trainer of coach; 23% vanwege zaken die binnen de vereniging speelden om er een punt achter te zetten en tenslotte 20% vanwege onsportiviteit op het veld.
In mijn tijd bij de KNWU, KNSB en JBN hebben we ook stopmotiefonderzoeken verricht. Belangrijkste oorzaken waren geen plezier meer door de trainer, de groep, de sport. Ook bleken blessures een oorzaak. Prijs kwam meestal pas op nummer 6 of 7. Ook bij het jongste onderzoek van de KHSN (Handboogsport) komen de uitkomsten daarmee overeen. Onsportiviteit heb ik niet zien voorbijkomen bij andere sporten, en is wellicht meer kenmerkend voor voetbal.
Laten we het een en ander in een rijtje plaatsen.
Wat kunnen we van deze uitkomsten leren
Ik lees regelmatig over het belang om plezier centraal te stellen bij het sporten. Vaak gaat het dan om mensen voor de sport te behouden. Inzetten op plezier loont, ook financieel. Immers hoe meer plezier ieder in een sport heeft, hoe langer lid iemand zal zijn en contributie betaalt. Dus wat te doen om de bekende achterdeur dicht te houden? Dat proces begint aan de bestuurstafel. Daar hoort deze vraag gesteld en beantwoord worden. Als je uitgaat van retentie, een klant vasthouden, wat is er dan te doen?
Hierboven zijn er al een paar oorzaken genoemd waarom sporters afhaken. Dat zijn tegelijkertijd omgekeerd ook redenen om iemand wel lid te houden. Je ziet wat sporters belangrijk vinden. Een optelsom kan dan zijn om het plezier centraal te stellen, dan wordt het per groep/team ook groepsproces en -dynamiek erg belangrijk, de binding onderling en met de trainer en/of coach.
Het Plan-, Do-, Check- and Act-principe toegepast
PLAN: het beleid wordt gemaakt door het bestuur. Daar moet deze discussie plaatsvinden inclusief besluitvorming als men wil kiezen dat plezier in het sporten het belangrijkste is bij de club voor de leden. Plezier kan je breed doordenken. Het heeft invloed op de trainingsvormen, op de groepsdynamiek, op de cultuur binnen de club, op onderling respect. De volgende stap is dan om dit uiteraard goed te bespreken met de trainers en coaches hoe zij dit kunnen vormgeven en wat voor impact dat voor hen heeft. Wil een trainer hier niet aan voldoen, dan is afscheid de enige mogelijkheid. Er kan immers geen dissonant zijn in de uitvoering van het beleid.
DO: de uitvoering van dit beleid ligt bij de trainers en coaches. Een paar sessies met bestuur en alle trainers om met elkaar te doorgronden over het hoe en wat levert heel veel op voor de dan nieuwe missie van de club. Daarna wordt er gestart met de veranderde trainingen en inzet voor wedstrijden. Natuurlijk hoort winnen en verliezen er altijd bij. Opdrachten kunnen bv zijn om nieuwe speltechnieken toe te passen.
CHECK: na verloop van tijd behoort het bestuur de trainers en coaches actief te bevragen naar hun ervaringen. Enquêteer bij de verschillende leeftijdsgroepen en houd met afgevaardigden van deze groepen eens of meerdere keren per jaar een evaluatieavond. Onderwerpen kunnen dan dezelfde zijn: plezier, aandacht, leren en verbeteren, groepsgedrag, trainers/coaches, etc. Zo ontstaat er veel voortgangsinformatie waarbij in de uitvoering rekening mee moet worden gehouden in de vervolgstappen. Analyseer de resultaten goed. En identificeer de leerervaringen.
ACT: wat uit de evaluaties aan verbeteringen voortkomt moeten worden meegenomen in de analyses. De uitkomsten moeten dan worden gedeeld binnen de club.. Als dit meerdere malen wordt herhaald dan weet je als betrokkenen steeds beter te sturen naar een optimaal resultaat. Het aantal afmeldingen is altijd een graadmeter, maar de te introduceren pleziermeter is er ook eentje.
Gevolgen
Wat voorbeelden uit mijn praktijkervaring. Op zaterdag bij AV Pijnenburg moest mijn zoon Mark als jeugdlid door de bossen en duinen van Soest rennen als pure sprinter. Niet altijd zijn favoriete training. Trainer Rob had er voor de gehele groep wat op gevonden. Richting het einde van de training meldde hij dan met zijn grootste grijns altijd een verrassing en dat kwam er neer kwam dat ze met allen de kortste omweg door het bos renden. En de volgende training waren ze er weer voor deze verrassing.
Er zijn in het sportseizoen altijd een paar kwetsbare momenten als het gaat om lidmaatschap voortzetten. Marco Borst (judo- en jiu-jitsuleraar) maakt tijd voor een individueel gesprek met zijn leerlingen over de motivatie en wat zij verder willen leren. Daar stemt hij de oefenstof op af. Op deze wijze houdt Marco zijn leerlingen heel lang lid.
Natuurlijk zijn er levensevenementen waardoor dit niet opgaat zoals gaan studeren, werken, verhuizen, kinderen krijgen, etc. Echter dan kan het gesprek ook over gaan wat je wel kan betekenen om iemand aan het sporten te houden. Neem contact voor hen op bij een andere club en leg het contact en maak de afspraak. In ieder geval praat regelmatig met de sporters, geef ze ook op deze wijze aandacht en plan het in. Want wat is er niet leuker dan oprechte persoonlijke aandacht.
Door te focussen op plezier, sociale binding, verbeter-uitdagingen en de juiste begeleiding kunnen clubs ervoor zorgen dat sporters gemotiveerd blijven en hun sport lang blijven beoefenen. Dit draagt niet alleen bij aan de gezondheid en het welzijn van sporters, maar versterkt ook de continuïteit en vitaliteit van de sportclub.
Conclusie
Ga als bestuur de discussie aan als je de leden (levens)lang lid wil houden. Bij de primaire keuze voor sportplezier betekent het een omslag in de clubcultuur. Deel dit met de gehele club en bespreek de nieuwe opdracht uitvoerig met de trainers en coaches. Zij worden dan uitgedaagd om oefenstof te geven waarbij leden worden uitgedaagd en tegelijkertijd plezier maken. Elke sporter wil zich verbeteren, en niet alleen de besten. Geef aandacht aan elke sporter. Evalueer met zijn allen en verbeter. Dit principe biedt kansen voor clubs voor continuïteit en groei.
Hulp nodig? Mail naar info@stammes.nl.
Huub Stammes was afgelopen 40 jaar actief in de sportwereld als wedstijdsecretaris van AV Hera; lid en nadien voorzitter pr-commissie Nederlandse Triathlon Bond; bestuurder topsport NTB; algemeen directeur (KNWU, KNSB, NWB, JBN); Bondsraadslid NTB, voorzitter WV Eemland. Tussendoor heeft hij in het bedrijfsleven gewerkt in de Retail, financiële dienstverlening, consultancy en andere sectoren, vaak als interim-manager. En hij was toezichthouder in o.a. de Raad van Toezicht bij het Longfonds en het CAI Amersfoort e.o.. Voor al zijn vrijwilligerswerk is hij in 2024 benoemd tot lid van de orde van Oranje Nassau.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.