25 januari 2022
Opinie
door: Hajo Schuurman
Geestelijke en fysieke mishandeling zijn grote thema’s geworden die afgelopen jaren voor een onveilig leerklimaat zorgen in de turnwereld. Toch is er naast de geestelijke en fysieke mishandeling een complexer en lastiger probleem. Van mishandeling kunnen we namelijk direct zeggen dat het immoreel is, maar hoe zit het eigenlijk met aanrakingen in de sport?
In het turntopsportkarakter mengt een trainer zich op vanzelfsprekende wijze met het lichaam van de turnster. Het lichamelijke van de turnster wordt door de trainer beoordeeld, gevangen en opgetild. Toch zijn aanrakingen, hoe oppervlakkig ook, niet vanzelfsprekend. We zien dit terug in de turnfilm Goud (2020). In de film zien we dat Hesp als turner de fysiotherapeute Irene wegduwt wanneer ze hem in zijn behandeling aanraakt. Hesp weet niet goed hoe hij de aanraking van Irene moet duiden.1 Hesp laat zien dat aanrakingen niet neutraal hoeven te zijn, maar juist vanuit een intimiteit verwarrend kunnen zijn.
Aanrakingen in de turnsport horen erbij, maar vragen om een pedagogische verantwoording ten behoeve van een veilig leerklimaat. Om deze reden wil ik het turntopsportleerklimaat naast het onderwijsleerklimaat zetten. De verschillen en overeenkomsten van beide leerklimaten laten zien hoe de relatie tussen trainer en turnster vraagt om een noodzakelijke, passende aanraking.
De turntrainer en de professor
In de topsport staan trainer en turnsters urenlang in de turnhal om net dat ene accentje van de voet te veranderen. Waarom zou iemand zoveel uren willen steken in het begeleiden van deze turnsters? Er moet een bepaalde liefde in de sport zitten die wij als buitenstaanders niet zullen begrijpen. Ditzelfde zouden we kunnen zeggen over het werk van de professor. De professor bijt zich jarenlang vast op bepaalde triviale studieobjecten waarvan we ons als buitenstaanders soms afvragen waarom iemand er zoveel tijd insteekt.
In beide gevallen kruist een studente of een turnster haar grote voorbeeld waar ze als turnster of als studente in vertrouwen tegenop kijkt. Andersom selecteert een trainer een turnster niet voor niets om bij hem te trainen. Er is een wederzijdse vonk waarin trainer en turnster elkaar inspireren. De band tussen trainer en turnsters is dan ook niet oppervlakkig, maar is juist vaak een intieme en hechte band. Toch is er een cruciaal verschil tussen de professor en de trainer. De liefde van de professor en de studente richt zich op een bepaald studieobject dat buiten hen ligt. Terwijl de liefde voor de turnsport zich door het lichaam van de turnster heen uitdrukt. De trainer vangt, omhelst, tilt en bemoeit zich met het lichaam van de turnster. Het lichaam van de turnster wordt met het oog op de wedstrijd zo mooi en efficiënt mogelijk gemaakt. Hier onstaat ruimte waarin de trainer zich het lichaam van de turnster steeds meer kan toe-eigenen. Als de trainer dan met opzet of uit enthousiasme iets te handtastelijk wordt, dan wordt dit niet direct als immoreel gezien, maar veel eerder als iets dat vanzelfsprekend is. De ongewenste aanraking wordt dan verzwegen, waardoor de interpretatie van de aanraking dramatische gevolgen kan hebben.
De leugen van de waardering
De studente kan net als de turnster in de selectie van de professor terecht komen. Zo kan de professor meer aandacht geven aan de studente, omdat hij iets ziet in de vaardigheden van de studente. Echter, als de professor zijn hand op de knie legt van de studente, dan kan de deze handeling ernstige gevolgen hebben.
De studente voelt zich verraden omtrent haar pedagogische relatie met de professor. Dit komt omdat de professor breekt met zijn functie als leraar. Het verraad betekent dus dat de studente geen beroep meer kan doen op de professor als leraar, omdat het beeld van deze relatie ingekleurd is doordat de professor zich tot de studente lichamelijk aangetrokken voelt. Door de inkleuring van de relatie kan de hulp en de waardering van de professor betwijfeld worden door de studente. De studente weet niet goed of het haar intellect of haar lichaam is dat de professor waardeert.2
In de turntopsport moeten we dan ook het vanzelfsprekende karakter van de aanraking opheffen. We moeten als trainer vragen en peilen welke aanrakingen in de verschillende contexten van de sport passend zijn. We verwachten een vangende of tillende hand op een afgesproken plek. Evenals de professor verwachten we geen hand op de knie bij een individueel coachgesprek of een tik op de bil bij een mooie afsprong. Vangen we per ongeluk op een verkeerde plek of raken we uit enthousiasme de turnster op een niet afgesproken plek aan, dan praten we hierover met de turnster.
Alternatieve interpretatie
Aanrakingen horen erbij, maar mogen niet verzwegen worden. Als we aanrakingen verzwijgen, kan een turnster ten onrechte denken dat ongewenste aanrakingen erbij horen, waardoor de drempel om hier wat van te zeggen groter wordt. Met als dramatisch gevolg dat haar hoop in de trainer vervalt in een leugen: 'Hij is er niet om mij een gouden plak te bezorgen, maar hij wil mij graag aanraken!' Deze alternatieve interpretatie van de aanraking laat zien dat de turntrainer moet nadenken over een passende aanraking.
Noten:
Hajo Schuurman is filosoof, docent lichamelijke opvoeding en werkzaam als Hogeschooldocent op de Katholieke Pabo Zwolle.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.