Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Waarin een grote sport klein kan zijn

Waarin een grote sport klein kan zijn

29 januari 2013

Opinie

door: Jeroen van Tets

Het eerste Grand Slam tennistoernooi van het jaar - de Australian Open - is net achter de rug. Nadat alle vier Nederlandse deelnemers al in de eerste ronde waren uitgeschakeld, was de constatering dat de op één na grootste sport in Nederland nog amper meetelt snel gemaakt. Maar ja, als Haase en Sijsling vervolgens tot ieders verrassing de finale in het herendubbel halen, kan je zo’n stelling dan nog wel overeind houden? Misschien toch wel; de heren hebben zelf reeds verklaard dat het een incident betreft, omdat ze over een paar weken weer ieder hun eigen weg zullen gaan. En daarmee wordt ook al direct een vinger op de zere plek gelegd. Want ook al is er af en toe een incidenteel succesje en zal in de toekomst een individuele speler wellicht nog wel eens voor een halfjaartje in de top vijftig belanden, dat wil nog niet zeggen dat het Nederlandse tennis zich weer tot de wereldtop mag rekenen. De tennisbond meent daarentegen in haar meerjarenbeleidsplan, dat Nederland haar 'aansprekende positie in het mondiale tennis' kan behouden, dankzij vier spelers in de top honderd en een positie bij de beste zestien landen van de wereld' (die we overigens op dit moment niet hebben). Maar vinden wij een 53e (Haase), 60e (Bertens), 65e (Sijsling) en 70e plaats (Rus) nog wel 'aansprekend'?

De tennissport kent een ledenaantal dat dicht in de buurt komt van de 700.000 en dat is bovendien nog maar 60% van alle tennissers in Nederland. Dit aantal kan per jaar nog wel eens flink variëren (in 2010 meer dan 690.000, maar een jaar later weer 668.000), want tennis is vrij laagdrempelig om te gaan bedrijven en is zeker laagdrempelig om ermee te stoppen. Tennis is ook een individuele sport, al spreekt de tennisbond zelf nogal optimistisch van een ‘duosport’, ter onderscheid van bijvoorbeeld fitness, lopen en fietsen, wat echt puur individuele sporten zijn. Je kunt inderdaad moeilijk in je eentje tennissen, maar het is duidelijk dat tennis een sterk individueel karakter heeft. En dat is ook te merken.

Weinig ‘oranje’
In het tennis is het woord 'Nationaal' ondergeschikt aan het woord 'individueel'. Voor een aantal jonge talenten is er weliswaar een soort collectieve opleiding tot aan Jong Oranje, maar zodra de spelers op Challenger-niveau beland zijn, dan hebben ze inmiddels hun eigen trainer, coach, dokter en therapeut en vanzelf ook hun eigen individuele strategie om hun weg te vinden naar de wereldtop, die dan nog heel ver weg is. Alleen bij Davis Cup en Fed Cup wordt er in een oranje shirt, dus in nationaal verband, gespeeld. Dat is dus gemiddeld slechts zo’n twee keer per jaar en dan bestaat er nog een behoorlijk grote kans dat individuele spelers, vaak vanwege blessures (licht, zwaar, of gesimuleerd) hiervoor afzeggen, omdat het niet in hun programma past.

Bovendien wordt er met die paar wedstrijden ook nog eens behoorlijk geleurd waar deze worden gespeeld. Wat we al niet gehad hebben: het Malieveld, de Muller-pier, de Brabant Hallen, het Gelredome, het Omnisport en recent nog de Westergasfabriek. En misschien volgend jaar wel - of all places - in Bergen op Zoom, als het aan hun wethouder ligt: “want wij hebben wel veertig tot vijftig tennisbanen en drieduizend actieve spelers”. Toe maar.

Op zich worden die evenementen elke keer heel leuk en keurig en goed georganiseerd, want ook de tennisbond is op zich keurig en goed georganiseerd, daar niet van. Maar hier spreekt toch geen ambitie uit? Een paar flinke regendagen en daar gaat je succes. En waarom? Om Bergen op Zoom 'op de kaart te zetten'? Het lijkt me veel belangrijker om het tennis weer op de kaart te zetten. En of zo’n ‘reizend circus’ nou erg bevorderlijk is voor een serieuze, structurele en herkenbare plek van het Nederlandse tennis in de wereld, dat kun je je afvragen.

Eén nationale tennisplek
De droom van een Nationaal Tennis Centrum is reeds meerdere keren uit elkaar gespat, vooral waar het de ideeën voor een exclusief tennisstadion betreft. De miljoenen aan investeringsgeld vlogen daarbij weer over de tafel, met natuurlijk steeds weer een nieuwe haalbaarheidsstudie. 'Kunnen we dit stadion vol krijgen met pakweg 15.000 toeschouwers? Ja, dat zou in principe moeten kunnen', zegt zo’n haalbaarheidsstudie. Maar gezien de (zwakke) internationale positie van Nederland en de overvolle wedstrijdkalenders is het natuurlijk een veel te groot risico om zo’n exclusief tennisstadion een heel jaar te exploiteren. Wij bulken al in soortgelijke accommodaties van RAI tot Gelredome, van MECC tot Martinihal en van Jaarbeurs tot Brabant Hallen. En, zoals gezegd, zoveel tenniswedstrijden van enige allure hebben wij helemaal niet.

Volgende maand wordt het ABN AMRO Toernooi alweer voor de 40e keer in Ahoy gehouden, een groot en succesvol tennisevenement, waar de wereldtop gelukkig wél op afkomt, evenals een groot publiek. Mede dankzij het goede netwerk en de organisatie van toernooidirecteur Richard Krajicek - maar zeker ook dankzij de goede faciliteiten - die een sportpaleis als Ahoy kan bieden aan zowel spelers als publiek. Ahoy heeft een sterke en vaste status bij vrijwel alle Nederlanders, want vrijwel iedereen is wel eens voor een of ander evenement naar Ahoy geweest. Waarom wordt Ahoy eigenlijk niet benut als internationale tennisaccommodatie van Nederland? Na de recente verbouwing is deze accommodatie weer helemaal up-to-date, zowel voor de sporters, als voor het publiek en de media. En als iedereen weet wat hij kan verwachten vergroot dat de kans op herhalingsbezoek.

Een eigen vaste en herkenbare tennisplek zou dus goed zijn, maar deze hoeft ook weer niet exclusief te zijn? Een moderne accommodatie - zoals Ahoy - kan daarnaast ook best een Zesdaagse herbergen plus de nationale Korfbalfinale (wat een happening!), of een WK Turnen, Judo, of anderszins. Maar daarnaast in elk geval alle belangrijke (indoor) tenniswedstrijden. Het lijkt me een essentiële en vooral ook efficiënte bundeling van krachten. Natuurlijk zullen een paar directies van andere accommodaties gaan kniezen, omdat ze af en toe ook een graantje willen meepikken. Maar voor de meeste sporten, die afzonderlijk niet sterk genoeg zijn - is herkenbaarheid, identiteit en bundeling van krachten belangrijk voor de versterking van de sport (het schaatsen heeft veel te danken aan Thialf). Dus vanuit de tennisbond geredeneerd zou ik het wel weten.

Toch een NTC
Dus dan maar geen Nationaal Tennis Centrum in Nederland ? Jawel! Want om de sport qua prestaties weer groter te maken (met name vanuit de jeugd) is er wel een Nationaal Trainings Centrum noodzakelijk (met als het even kan daaronder ook nog een paar regionale trainingscentra). Doordat in eerdere plannen zo’n trainingscentrum altijd werd gekoppeld aan een tennisstadion en liefst ook nog aan kantoren van de KNLTB (wat niet strikt noodzakelijk is) is een dergelijk trainingscentrum er nog altijd niet gekomen. Ook moeilijke locatiekeuzes en lastige onderhandelingen met betreffende gemeenten spelen daarbij een rol.

Een professioneel en goed geoutilleerd trainingscentrum – misschien wel in combinatie met de andere racketsporten? – zal beduidend minder begrotelijk zijn en dus financieel economisch ook beter haalbaar. Maar bovenal kan zo’n centrum het benodigde verzamelcentrum zijn waar het nu aan ontbreekt. Daar kunnen de jonge talenten bij elkaar komen, opgeleid worden en vooral: langer verblijven, in plaats van dat ze versnipperd over het hele land en de wereld hun eigen trainingen, wedstrijden en onderdak moeten regelen. Gelukkig is de KNLTB hier ook nog steeds mee bezig en hopelijk gaat het binnenkort ook lukken om op dit gebied een eerste belangrijke stap te maken. Misschien dat het tennis dan qua prestaties weer van incidentele naar structurele successen kan groeien en daarmee ook weer in de buurt kan komen van datgene waar deze sport op basis van haar grootte en populariteit recht op heeft.

Jeroen van Tets is sinds 2011 freelance debat-/ discussieleider en dagvoorzitter (‘Mr. Speaker’). Daarnaast schrijft Van Tets ook columns en opiniestukken in diverse media (‘Mr. Write’). Van Tets was van 2005 tot en met 2010 programmamanager Ruimte & Accommodaties bij sportkoepel NOC*NSF. Daarvoor werkte hij als manager gebiedsontwikkeling bij Arcadis Bouw en als sales manager bij Desso DLW Sports Systems. Voor meer informatie: jvantets@planet.nl of 035-623 2907 / 06-5335 5755.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.