19 augustus 2008
Opinie
Op z'n minst een olympiade lang in een tunnel leven. Geconcentreerd, geconditioneerd, geïsoleerd, gefascineerd en vooral geobsedeerd toeleven naar de ultieme prestatie. Altijd moeten. Want een topsporter die niet voelt dat hij moet, wint niet gauw. Het is niet meer dan een verplichting die hij zichzelf oplegt, zo lijkt het. Want wie zo graag pijn wil lijden moet maar pijn lijden, zo is de heersende opvatting.
Zo is het niet helemaal, weten talentvolle sporters die zich te langen leste hebben opgewerkt tot topsporters, kampioens- en medaillekandidaten. Voor zij het beseffen zijn ze in de armen gevallen van mensen die willen meehelpen aan het succes en willen meedelen in de aanstaande triomf. Het begint bij ouders en familie wier trotsgevoel wordt aangesproken zodra blijkt dat een van hun telgen een potentiële winnaar is. Dan volgen omgeving, trainers, club, sponsors, nationale bond, het volk, de natie en de altijd ongeduldige media die graag aandacht en ruimte besteden aan de aanstaande kampioen. Aan supporters geen gebrek.
Maar wie geeft `support' wanneer het kampioenschap niet is behaald? Wie heeft aandacht voor de verliezer die een olympiade lang in een tunnel heeft geleefd, ter meerdere eer en glorie van zichzelf, maar ook van het hunkerende volk en de media?
Stress met als gevolg depressiviteit is een volksziekte geworden. Degene die zich er nog niet door besmet weet, is te gevoelloos om het te erkennen. Te gesloten en te bang, omdat in een prestatiemaatschappij verliezers en zwakkeren al gauw verdoemden zijn.
Verliezen is een zonde. Het is als met de wereld van voetbal, waarin machismo en sensitiviteit elkaar niet verdragen. Wie klaagt over overspanning van de geest moet niet zeuren, gewoon doorgaan. Wie klaagt over overspannen spieren, heeft zijn best gedaan en krijgt als beloning een schouderklopje en `de nodige' rust. De kwetsbare geest wordt weinig serieus genomen.
Topsporters hebben meer te doorstaan dan ze toegeven, meer ook dan de media en hun kijkers en lezers willen doen geloven. Wie niet wint, faalt. Wie niet aan de verwachtingen voldoet, faalt ook. Falen is een beladen begrip geworden, omdat het begrip verliezen niet meer toereikend is. Een winnaar is heilig, een verliezer, een slachtoffer. Verliezen is onvergeeflijk, een vergissing is dom, een slechte dag geen excuus, wie aan de spanning bezwijkt is zwak. Voordat de topsporter het begrijpt - of zijn coach - wordt hij als gevolg van zijn fout overgeleverd aan de hyena's van de slagvelden.
Navraag bij enkele sportpsychologen leert dat in Nederland nauwelijks inzicht
is in het mentale leed dat topsport aanricht. De ene psycholoog zegt het uit te
zoeken, de andere zegt (mogelijk omwille van privacy) dat hem geen extreme
gevallen bekend zijn van topsporters die tijdens of na hun loopbaan in
psychische nood verkeerden. Zo gaan wij in Nederland om met potentiële helden
die het niet waarmaken en zijn bezweken aan de spanning.
Hoewel ons berichten
bereiken van sportmensen die `er' aan ten onder zijn gegaan, gedesocialiseerd
zijn, reïntegratieproblemen hebben, moeten afkicken van doping en leefritmes, en
last hebben van versleten spieren en gewrichten, overbelaste en beschadigde
organen, mentale stoornissen met aanverwante eetstoornissen, geen zin in seks,
geen zin in alles, gebrek aan opwinding, doet dat er in sportland weinig toe.
Minderjarige turnstertjes die plotseling afhaken, tot teleurstelling van
familie, coaches, sponsors en media. Wielrenners die zich al op jonge leeftijd
drogeren en later nog jaren zoeken naar een menselijker leven.
Dezer dagen gaat alle aandacht uit naar medailles. Om mij heen hoor ik en
lees ik vooral: hoeveel medailles heeft Nederland nu? En: De toptien is
haalbaar. Sterker nog: Nederland kan en moet nog meer medailles halen dan in
Sydney en Athene. Het doet er niet toe in welke sport, of het nu wildwaterkanoën
is of beachvolleybal. Sporten waarin doorgaans niemand is geínteresseerd, staan
door de medaillejacht ineens in de belangstelling.
Wanneer Nederland straks
hoog op de medailleranglijst staat, gaat er een wave door het land.
Televisiecamera’s en krantenjongens verdringen zich voor de heldenverhalen. Zo
trots zijn we op onze jongens en meisjes. Zo trots zijn onze beleidsmakers in
Den Haag op hun sport- gezondheidszorg. Succes is goed voor het zelfbeeld, wordt
beweerd. Als een wildwaterkanoër goud heeft gewonnen gaan meer mensen
wildwaterkanoën, wordt ook beweerd. Het is nooit bewezen. Bovendien is
sportsucces vluchtig en roem vergangelijk.
Al die mensen, chef de mission Van Commenee voorop, gevolgd in de polonaise door staatssecretaris Bussemaker, premier Balkenende, prins Willem-Alexander en prinses Máxima, trekken mensen in hun kielzog mee die niet beseffen wie zij aanzetten tot prestaties. Zoals sponsors en politici die er slechts op uit zijn goede sier te maken met kampioenen, en de verliezers aan hun lot overlaten. Of zouden premier Balkenende en zijn staatssecretaris van sport, Bussemaker, ook ongelukkige verliezers ontvangen om ze als gevallen helden te eren voor hun inzet? Niet dus. Nederlandse verliezers zijn slecht voor het imago van het Nederlandse volk. Het superioriteitsgevoel dat veel Nederlanders zich aanmeten, is vernietigend voor kwetsbare mensen als topsporters. Gebrek aan begrip is dodelijk voor het naïeve sportkind.
In Sports Illustrated stond niet zo lang geleden een artikel dat enig inzicht verschaft in het mentale leed dat veel sporters moeten doorstaan. Het quotum gebruikte antidepressiva onder topsporters overtrof het (vermeende) quotum aan stimulerende middelen. Atleten, skiërs, football-spelers, honkballers, basketballers, golfers, kunstschaatsers melden zich in opmerkelijk groten getale bij psychiaters wegens pogingen tot zelfdestructie of worden ernaar verwezen wegens `afwijkend' gedrag. Links en rechts een zelfmoord, vaak een langdurige psychiatrische behandeling van sporters die niet begrijpen dat juist zij de weg kwijt zijn, depressief zijn geworden en de wereld niet meer aankunnen. Me? Depressed? How could that be? I'm an athlete!
Het artikel vermeldt onder meer een olympisch kampioen. Hij won, maar emoties toonde hij niet. Hij wist niet meer wat emoties zijn, had hij nooit geleerd en ervaren, stoer als zijn familie was en trok zich terug in zijn eigen wereld vol eenzame ervaringen. Met als gevolg zware depressies. Verder een eenzame kampioene zonder liefdesleven, football-spelers die zich isoleerden of voortdurend als een masker een zonnebril droegen uit angst voor media en andere ongewenste aandacht. Topatleten die geen atletiekbaan meer konden zien, fobisch als ze waren geworden. Een gebroken been wordt geaccepteerd, een gebroken hart wijst op mentale zwakheid. Wie niet tegen stress kan, moet verdwijnen. Een topsporter dient immers altijd te winnen.
Stelt u zich eens voor: ik ben marathonloper, in elke wedstrijd die ik de afgelopen vier jaar heb gelopen eindig ik bij de eerste twintig. Ik ren elke dag minimaal twee uur, ga naar de sportschool voor krachttraining, eet en drink zoals het moet, slik voedingssupplementen, ga vroeg naar bed, verwaarloos het seksleven van mij en mijn partner, drink slechts vier glazen wijn per week, gehoorzaam mijn trainer, mijn sponsor en mijn omgeving (`wanneer win je weer eens?'), geef twee keer per maand een interview (dat moet van mijn sponsor), ga twee maanden naar de Alpen om te trainen en word voor de televisie gepresenteerd als dé kanshebber voor een medaille. Op de dag van de wedstrijd ben ik te gespannen, mijn maag houdt het eten niet binnen, de voedingssupplementen werken niet, de spanning slaat in mijn lijf, de mentale speech van de sponsor, de regeringsleider en mijn vader thuis jagen mijn adrenaline over de grens. Ik ben geen normaal mens meer!
Ik verlies. Televisie en radio vangen mij op, indien ze nog geïnteresseerd zijn. De rest laat me vallen. Ik heb verloren, het wordt mij kwalijk genomen. Een foutje, een slechte dag, slechte nacht, verkeerde voeding, spiertje dat protesteert, onverwerkt jeugdtrauma dat zich openbaart tijdens de wedstrijd, verloren liefde, hersens die niet meer werken, benen die zwabberen, hitte, vocht, toeval, mijn leven is een quiz. Ik word afgemaakt, verstoten, niet meer waardig om te leven. Ik besta niet meer!
Poging tot zelfmoord onder topsporters in de Verenigde Staten komt voor, zoals Sports Illustrated meldt. Ook in Nederland dreigen topsporters aan de noodrem te trekken (of deden het?). Onbekend is wie en hoeveel. Maar ze bestaan, ook hier. Waarom weten we dat niet?
Hoe zich te verweren tegen de risico's van het sportleven? Meer dan de helft van de sporters en ex-sporters is tevreden, heeft ervan geleerd en zegt dankzij hun sportervaring klaar te zijn voor het `echte' leven. Ik geloof het niet, dat was vroeger toen topsporters nog niet onder druk stonden.
Topsport is niet leuk meer. Het is een uitdaging om te zien waartoe je lichaam en geest in staat zijn. Wie de top wil halen moet heel jong beginnen, in de periode dat kinderen met verstand moeten worden opgevoed door ouders - en niet door trainers, en helemaal niet in oefenkampen. Ik heb over topsporters gelezen die na hun carrière niet meer konden lopen door versleten gewrichten of aan zware persoonlijkheidsstoornissen leden. Ver van de schijnwerpers, waaraan ze zo verslaafd zijn geraakt.
Maar ja in ‘onze’ prestatiemaatschappij is geen plaats voor verliezers en gevallenen. Die zijn alleen maar lastig en verstoren ons plezierige leven. Met winnaars kun je feestvieren, met verliezers kun je alleen maar huilen. Het zou sociaal zijn wanneer straks bij thuiskomst niet alleen de medaillewinnaars worden gehuldigd maar alle deelnemers – dus ook de verliezers, de geblesseerden en ziek geworden sporters. Want ook zij hebben hun best gedaan. Misschien nog wel meer dan de winnaars.
Guus van Holland (59) is ruim dertig jaar sportjournalist. Hij werkte twaalf jaar bij de Volkskrant en twintig jaar bij NRC Handelsblad (waarvan vijf jaar als ‘chef sportredactie’). Van Holland volgde vijftien maal de Tour de France en diverse malen het WK-voetbal en de Olympische Spelen. In 2004 verscheen zijn boek ‘Sportportretten op maandag’. In september verschijnt van zijn hand ‘Van Jesse Owens tot Lornah Kiplagat, sporters met een missie’.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.