6 februari 2024
Opinie
door: Rien van Haperen
Het zal ruim na de eeuwwisseling geweest zijn dat Toon Gerbrands voor een gezelschap van zo’n duizend atletiektrainers zijn gehoor met overtuiging, zo kennen we hem, voorhield dat verenigingen anno 2030 niet meer zullen bestaan. De Atletiekunie had bedacht met Toon als gastspreker een inspirerende aftrap te kunnen geven voor een dag waarop bijscholing voorop stond.
Die aftrap maakte veel los. Begrip bij trainers die voor een rol drop of pepermunt al wat jaartjes voor de groep stonden en het zachtjes aan wel tijd vonden voor meer erkenning en een passende financiële vergoeding. Maar anderzijds vanuit de hoek van doorgewinterde vrijwilligers die zich met hart en ziel aan ‘hun’ vereniging hadden verpand en lichte krampjes in de maagstreek voelden toen zo openlijk aan het bestaansrecht van hun club werd getwijfeld. En niet in de laatste plaats ook een ongemakkelijk gevoel bij de Atletiekunie die als koepelorganisatie van ruim driehonderd verenigingen voor circa veertig procent van de begroting afhankelijk is van de inkomsten uit de afdracht van de leden.
Verenigingen, kans of bedreiging? Die vraag bleef toch wel even hangen. Toon wist met zijn brede ervaring als coach, manager en boegbeeld in de sport het gezelschap in zijn verdere betoog best te boeien. Een gevoel van binden en verbinden in de rol als trainer sprak de aanwezigen zeer wel aan en ook de rest van de dag verliep succesvol. Ook al kwam de ‘aftrap’ in de loop naar het gezamenlijke lunchbuffet nog wel ter sprake.
We zijn inmiddels weer wat jaartjes verder en al aardig op weg naar 2030. Krijgen we al het gevoel dat het statement van Toon realiteit gaat worden?
Wensen en eisen
Opvallend dat diverse columnisten in de eerste nieuwsbrief van Sport Knowhow XL in dit jaar ieder vanuit de eigen invalshoek of beleving, onder meer hun licht lieten schijnen over dit onderwerp. Dat varieert van de zorg over een toenemend tekort aan structurele vrijwilligers om die mooie, sociale, vereniging in stand te houden tot de overtuiging dat slechts met professioneel toegeruste sportorganisaties voldaan kan worden aan de behoeften en wensen van de ‘consumenten’ vandaag de dag. En voeg daarbij nog de eis vanuit de (lokale) overheid om met de sportieve inspanningen tevens te voldoen aan de beleidsambities op het gebied van integratie, inclusiviteit, gezondheid en andere maatschappelijke doelen. Vaak ver verwijderd van het ‘podium’ dat primair voor de top- en wedstrijdsport geldt. Een lastige spagaat om in dit veld overeind te blijven.
Wordt de sportvereniging op termijn bedreigd in haar voortbestaan? Of zijn er serieus kansen om haar bestaansrecht als stip op de horizon te bewijzen? Ik ben geneigd om in het laatste te blijven geloven ook al zal dit bestuurlijk en organisatorisch vooral binnen de vereniging zelf moeten leiden tot het maken van lastige keuzes.
Sportverenigingen in het algemeen en atletiekverenigingen in het bijzonder hebben, in mijn opinie, ook na 2030 bestaansrecht. Kijk op een willekeurige zaterdagochtend langs het atletiekveld naar de wijze waarop pupillen en jeugdige sporters zich met overgave aan de training wijden. Met plezier, passie en betrokkenheid en – in elk geval in de zomer – nog een ijsje toe. Los gerukt van het schermpje op het mobieltje of de laptop van school waar bewegen helaas nog nauwelijks een serieuze optie is. Kijk naar de rol als kweekvijver waar jeugdatleten uit voortkomen die voor het eerst in een oranje shirtje mogen deelnemen aan een wedstrijd op hun niveau. Met ambitie onderweg om hun droom te verwezenlijken om misschien wel de toekomstige Femke Bol of Churandy Martina 2.0 te worden. Er worden hier vriendschappen gesloten die vaak toekomstbestendig blijken te zijn maar helaas later ook weer opengebroken worden. Ook dat is een fact of life….
Sociale band
Kijk ook op een willekeurige woensdagochtend of -avond door de week op het sportpark, naar een groep lopers, wandelaars of nordic-walkers die zich opmaken voor de training en na afloop nog gezellig een kopje koffie drinken of even nog wat na blijven kletsen. Douchen doen ze thuis wel want het water op de club is weer te koud. Maar ook hier ontvouwt zich de sociale band voor het sluiten van vriendschappen. Samen op weg naar de zoveelste stadsmarathon en andere groepjes gewoon een wandeling door de hei.
Deze functies zullen ongetwijfeld blijven bestaan en bieden voor sportverenigingen kansen om te overleven. Maar dat vereist wel een houding en attitude om met de tijd mee te gaan en de sportieve organisatie aan te passen aan de huidige tijdsgeest. Accepteren dat een rol als bestuurder bijvoorbeeld niet voor het leven is en inspelen op de behoeften van leden. Dan mag de contributie of het kopje koffie al of niet met een duurzaam snackje in een gastvrij clubhuis best wat duurder zijn. Samen invulling geven aan een project dat mag rekenen op draagvlak binnen de vereniging zoals een aansprekend kampioenschap of viering van een jubileum. Dat zijn elementen om de continuïteit van de vereniging te blijven borgen.
Gemor
In de georganiseerde sportwereld worden inmiddels ervaringen opgedaan met het instituut verenigingsmanagement binnen de vereniging. Helaas vooralsnog met wisselend succes. Het idee dat de verenigingsmanager zichzelf bijvoorbeeld via het werven van sponsoren of andere vormen van fondsenwerving gaat terugverdienen, gaat niet altijd op. Dus volgt er gemor en heffen we de functie maar op. Het maken van sluitende afspraken tussen enerzijds het ondersteunen van het bestuur bijvoorbeeld met strategieontwikkeling en anderzijds het uitvoeren van meer operationele taken loopt ook nog al eens mank. Het te diep in het operationele veld duiken schept dan verwachtingen die niet altijd kunnen worden nagekomen.
Echter, wanneer uiteindelijk een goede balans wordt gevonden tussen enerzijds professionalisering van de cruciale functies binnen de vereniging en anderzijds behoud van de sociale cohesie, zijn er kansen om ook na 2030 te overleven.
Bij leven en welzijn drink ik in 2030 met Toon nog graag een kopje koffie om ons licht te laten schijnen wat er van onze wederzijdse beelden terecht is gekomen.
Rien van Haperen is voormalig bestuurslid en hierna directeur van de Atletiekunie. Was directeur van de succesvolle organisatie van de EK Atletiek 2016 in Amsterdam. Is thans voorzitter van de Vrienden van de Atletiek en tevens erevoorzitter van de Vughtse sportclub Prins Hendrik; een omni sportvereniging met circa 1.800 leden en atletiek, loopsport, gymnastiek en special sports in het pakket.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.