Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Van sportbeton naar beweegruimte

Van sportbeton naar beweegruimte!

7 november 2023

Opinie

door: John Machiels
Tijdens de huldiging van Femke Bol in Amersfoort hield de voorzitter van haar atletiekvereniging, in aanwezigheid van de burgemeester en de wethouder sport, een warm pleidooi voor uitbreiding van de accommodatie; van zes naar acht banen en graag ook nog ergens een indoor atletiekhal. Begrijpelijke wensen van de atletiekvereniging, geuit op een goed moment. Wat moet de gemeente van dergelijke wensen vinden? Hoe zinvol is het om de vereniging tegemoet te komen en extra geld te investeren in de uitbreiding van het accommodatiebestand?

Remco Hoekman van het Mulier Instituut schreef hierover vijf jaar geleden een interessante bijdrage met als titel ‘Investeer in beleid, niet in beton'.1 Ik wil die oproep graag herhalen, gekoppeld aan een iets andere visie op ‘gemeentelijk sportbeton’.

De jaarlijkse uitgaven aan sport door gemeenten schommelen al jarenlang rond de miljard euro. Hiervan gaat ruim 72% naar sportaccommodaties en een kleine 28% naar sportbeleid en activering. Deze verhouding in bestedingen verandert door de jaren heen niet of nauwelijks.2 Het merendeel van het gemeentelijk geld gaat dus naar ‘beton’. Tegelijkertijd verschuiven de gemeentelijke beleidsdoelen steeds meer richting bewegen, positieve gezondheid en gezonde leefstijl.

"Gemeenten zitten enigszins gegijzeld in hun eigen sportbeton"

Het beleid lijkt dus te veranderen, maar de geldstromen blijven ongewijzigd. Hoe krijgen we ook beweging in de geldstromen, zodat deze meer en beter de nieuwe beleidsdoelen volgen?

Het ‘gemeentelijk sportbeton’, met uitzondering van zwembaden, wordt hoofdzakelijk door twee doelgroepen gebruikt: het onderwijs en de sportverenigingen. Hoe ontwikkelen deze twee doelgroepen zich?

XL35OpenPodium-JM-1bSportverenigingen
Het ledental van sportverenigingen is weliswaar sinds 2012 redelijk stabiel, maar staat onder druk. In bijna negen op de tien gemeenten nam het aantal jeugdleden tussen de 5 en 18 jaar tussen 2018 en 2022 af van 51% naar 48%.3 Sportverenigingen in het hele land lijken moeite te hebben om jonge sporters aan zich te binden.

In de Sport Toekomstverkenning is geconcludeerd dat clublidmaatschap in de komende jaren zal afnemen. Dit heeft vooral te maken met de vergrijzing, het toenemend aantal migranten en de individualisering.4

Onderwijs
Het totaal aantal leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs daalde tussen 2012 en 2022 met 6,4%.5 In de komende tien jaar neemt het aantal leerlingen nauwelijks toe (1%). Het aantal kinderen in het basisonderwijs stijgt terwijl het aantal kinderen in het voortgezet onderwijs daalt. Per regio of tussen stad en platteland kunnen de ontwikkelingen sterk verschillen.

Tegelijkertijd zijn er de ontwikkelingen van het uitbreiden van de lessen lichamelijke opvoeding en de introductie van de Rijke Schooldag, die de vraag naar ruimte om te bewegen doen toenemen.

"Veel van de accommodaties dateren uit de jaren zeventig en tachtig"

Gemeentelijke sportaccommodaties
In de 342 gemeenten zijn er 20.355 sportaccommodaties, gemiddeld 60 per gemeente. Het merendeel hiervan is gemeentelijk bezit. De gemiddelde afstand van inwoners naar de dichtstbijzijnde sporthal, tennisbaan, fitnessclub of voetbalaccommodatie is ca. 1,5 km, voor een overdekt zwembad is dat 3,1 km.6

Gemeenten zitten zo enigszins gegijzeld in hun eigen sportbeton. Veel van de accommodaties dateren uit de jaren zeventig en tachtig. Naast de vele vragen naar renovatie en vervanging, is er de grote opgave het bestaande bestand te verduurzamen. In theorie is er altijd de mogelijkheid accommodaties niet te vervangen. Maar zowel de sterke lobby van de sportverenigingen als de ontwikkelingen in het onderwijs maken het lastig accommodaties af te stoten. Tegelijkertijd is het niet efficiënt om steeds meer accommodaties te hebben die weliswaar goed gevuld zijn met onderwijs, maar in de avonduren, vakanties en weekenden niet of slecht gebruikt worden.

XL35OpenPodium-JM-2bVan sport- naar beweegbeleid
Wat moeten we met deze feiten? Het belang van bewegen staat bij niemand ter discussie. Bijna 80% van de volwassen inwoners geeft aan bewust bezig te zijn met het krijgen van voldoende lichaamsbeweging, bijvoorbeeld door te sporten. De georganiseerde sport profiteert hier echter niet van en verliest terrein aan andere aanbieders van sport- en beweegactiviteiten. Deze trend lijkt onomkeerbaar. Alle uitgaven en inspanningen van gemeenten ten spijt.

Wat constateren we?

  • Het belang van bewegen staat bij niemand ter discussie.
  • Bewegen is geen synoniem meer voor sporten.
  • Het belang van georganiseerd sporten neemt af: het aantal leden van sportverenigingen daalt, de unieke kenmerken van een vereniging ten spijt.
  • Uitbreiding van bewegingsonderwijs en naschoolse activiteiten zorgen naar verwachting voor een toename van de vraag naar ruimte om te bewegen.
  • Gemeenten staan voor een grote opgave om het huidige accommodatiebestand te verduurzamen, te vervangen of deels af te stoten.
"We spreken voortaan over bewegen in plaats van sport en over ruimte in plaats van accommodaties"

Wat betekent dat voor gemeentelijk beleid?
Kan en moet het anders? Jazeker, we gaan van accommodaties om te sporten naar ruimte om te bewegen!

  • Gemeenten gaan uit van de behoefte aan beweegruimte van alle inwoners, in plaats dat we alleen redeneren vanuit de vraag van het onderwijs en de sportverenigingen.
  • Gemeenten kijken primair naar de mogelijkheden om buiten te sporten, eventueel met een eenvoudige bescherming tegen zon & regen.
  • Bij het inrichten van openbare ruimte wordt de mogelijkheid tot bewegen een belangrijk(er) ontwerpcriterium.
  • In het bewegingsonderwijs wordt er veel nadrukkelijker gekeken naar alle beschikbare beweegruimte: zowel naar de aard van de ruimte als naar samenwerking met andere aanbieders. Een les bewegingsonderwijs kan prima in een buitengymzaal, fitnesscentrum, zwembad, klimhal, park of bos of op een panna- of basketbalveld.

Tegelijkertijd kan het bovenstaande bijdragen aan vrijmaken van financiële ruimte voor ‘activiteiten’ in plaats van ‘beton’. We spreken voortaan over bewegen in plaats van sport en over ruimte in plaats van accommodaties! En dan kan het maar zo dat het vooral aan de sportbonden en de landelijke overheid is om te zorgen voor de juiste faciliteiten voor onze topsporters.

John Machiels is strategisch adviseur bij NV SRO dat gemeentelijk vastgoed beheert en exploiteert in negen gemeenten.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.