25 juni 2024
Opinie
door: Joscha de Vries
Ja, ook ik maak me zorgen. Met het nieuwe kabinet in de maak en de vele voorgenomen landelijke en lokale (bezuinigings)maatregelen, wijst alles erop dat de sport het de komende jaren niet makkelijker krijgt. Op alle fronten. Op veel plekken op social media en in het nieuws worden zorgen gedeeld en noodoproepen gedaan. Ik juich dat helemaal niet toe. En wel om drie redenen...
Verenigingen, bonden, het Platform Ondernemende Sportaanbieders (POS), de Maatschappelijke Organisaties in de Sport (MOS), Sportbedrijven Nederland én veel sporters klimmen massaal in de pen.1 En de noodoproepen komen niet alleen uit de sport. Ook de SER deed een dringend beroep op het kabinet vooral meer werk te maken van gezondheid.2 22 grote zorgfondsen en gezondheidsorganisaties, waaronder het Diabetes Fonds, de Hartstichting en het Reumafonds, hebben zeer recent gewaarschuwd dat ‘een gezondsheidsramp in de maak is’.3 Het zijn boodschappen die we vanuit de sport krachtig onderschrijven, en die ons het gevoel geven dat die ook over ons gaan. Immers, geen (club)sport, geen beweging; geen preventie, geen gezondheid.
Voordat ik verder ga, beken ik nog even expliciet kleur: ik houd van sport! Ik vind dat we een prachtige en rijke sportinfrastructuur in dit land hebben waar we enorm trots op mogen zijn. En die we moeten koesteren. Ik laat me graag en gemakkelijk inspireren door de mooie topsport die ons land rijk is en heb thuis een tribune gebouwd om maar zo veel mogelijk van deze sportzomer mee te krijgen. Bovendien ben ik er heilig van overtuigd dat we als sport nog veel meer dan nu kunnen bijdragen aan een gelukkig en gezond leven. Oók voor mensen die nu nog denken dat sport ‘niet voor hen is’.
En toch …
Als ik al die noodoproepen, filmpjes, brieven en pamfletten voorbij zie komen, bekruipt mij steeds een heel ongemakkelijk gevoel. Mijn ongemak zit in drie dingen.
Meer dan sport
Ten eerste zit mijn ongemak in het of-of-denken. Ik werk in en bén van de sport. Maar als ik heel succesvol ben met mijn lobby rondom sporten, dan betekent dat op dit moment dat extra geld voor de sport ten koste gaat van andere doelstellingen. Natuurlijk maak ik me zorgen dat de minst welvarende mensen maar liefst acht jaar korter leven dan de meest welvarende en dat de eerstgenoemde groep maar liefst 24 jaar korter in een goede gezondheid leeft dan de laatstgenoemde groep. Maar dat kunnen we niet alleen vanuit de sport oplossen; dat gaat vooral ook over grote vraagstukken als armoede en ongelijkheid.
Daarnaast maak ik me óók zorgen over de toenemende polarisatie, de depressiviteit onder jongeren, de enorme woningnood in de grote steden, krimp in andere delen van het land, het klimaat. Het gaat over zo veel meer dan sport. En ik zie elke branche, elk domein dat getroffen wordt door bezuinigingen alleen proberen die bezuinigingsdreiging op het eigen domein af te wenden. We zijn aan het touwtrekken. Dat kost niet alleen veel energie, maar levert uiteindelijk alleen maar verliezers op.
Geen zelfreflectie, geen vernieuwing
Ten tweede, en in het verlengde van het vorige, zie ik ook de lobby vanuit de sport alleen over sport gaan. We suggereren wel oplossingen te hebben voor vraagstukken op andere domeinen, maar dat roepen we vanaf de zijlijn. Ik zie nog weinig zelfreflectie en aanzet tot vernieuwing. Want om echt een bijdrage te gaan leveren, zullen we dingen anders moeten gaan doen. In de sport, mét de sport. Maar ik lees geen innovatieve ideeën om als sport een bijdrage te leveren om de naderende gezondheidsramp af te weren. Nu lukt ons dat ook nog niet; de ramp dient zich immers aan, ondanks dat de btw 9% is en de afdracht van de postcodeloterij hoog. Ik lees alleen maar risico van afbreken wat we nu hebben; geen oplossingen voor morgen.
Een voorbeeld: de miljoenen minder afdracht van de Nederlandse Loterij lijken in reacties vanuit de sport één op één doorgezet naar de (breedte)sportclubs in de dorpen en steden. Ik lees ‘miljoenen minder zal leiden tot miljoenen minder maatschappelijk effect in de breedtesport’. Is dat zo’n logisch eentweetje? En zou het dan voldoende zijn, als we dat geld wél kunnen behouden? Ik zie in mínder geld, afgedwongen verandering, juist ook de opgave dingen anders en slimmer te organiseren. Met behoud van het goede en verbeteren waar dat kan en moet. Is dit een moment om eens, met alle ontwikkelingen in de sport, te kijken naar de landelijke infrastructuur van sportbonden? Kunnen en moeten we niet veel meer samen organiseren, ook met andere domeinen? Denk aan een lobby voor het daadwerkelijk veel meer combineren van sport en onderwijs. In plaats van allemaal aparte programma’s om kinderen voldoende beweging te geven en daarnaast juist druk op het onderwijs om betere resultaten te halen in taal en rekenen.
Er zijn geen makkelijke oplossingen. Om verder te komen, moeten we ook verder denken. En dat kúnnen we wel. We hebben tien miljoen Nederlanders die sporten in clubverband. En die werken in álle sectoren, branches en domeinen. Wat een kapitaal. We moeten samen, brancheoverstijgend toch tot oplossingen kunnen komen, waarbij we er met z’n allen beter uit komen?
Kracht lobby?
En ten derde de politici en bestuurders. Landelijk en lokaal. En verantwoordelijke ambtenaren. Een groot deel van hen is ongetwijfeld zélf sporter. Is als kind lid geweest van een sportclub, is misschien nu nog lid van een club en laat zijn kinderen daar nu ook sporten. Is dus vanuit het ‘privéleven’ zelf onderdeel van de lobby ‘tegen bezuinigen in de sport’. Maar maakt in werk een andere keuze. Wat zegt dat over de kracht van onze lobby en over de positie van sport? Wat zegt dat over het vermogen écht anders te kijken en niet per saldo uit te komen op ‘per branche zo min mogelijk pijnlijke maatregelen te nemen'. Ik ga er in elk geval van uit dat zij niet moedwillig onze sportinfrastructuur onderuit willen halen of de gezondheidsramp over ons af willen roepen. Of het is onvermogen anders te kijken, of ze maken zich in hun werk toch niet zo’n zorgen maken over de sport. Dat de slogan ‘sport gaat niet vanzelf’ precies verwoordt wat velen blijkbaar geloven: dat het wél vanzelf gaat. En dat hiervoor de politiek niet nodig is.
Mijn ongemak ervaar ik dagelijks. Ik durf in deze tijden van (aanstaande) bezuinigingen, zeker lokaal, bijna niet mijn hand op te steken om aan te geven dat we sommige dingen ook ánders kunnen organiseren. Laat staan deze column te schrijven. Ik wil niet suggereren dat er geen vuiltje aan de lucht is. Dat we dit soort maatregelen als sport wel even opvangen. Maar tegelijk voel ik me niet senang bij ons antwoord. Te veel calimerocomplex, te weinig stevige gesprekspartner. Te veel aan de zijlijn. Te weinig verbindend, met oog voor andere uitdagingen.
Daar komen we niet verder mee. Dan laten we het per saldo over aan de politiek. En dan weten we eigenlijk wel wat ons te wachten staat. Daar komen lang niet altijd de beste voorstellen vandaan. Daar worden keuzes gemaakt, die niet nodig zijn. Ik ben ervan overtuigd dat we in deze tijd lef en durf nodig hebben. Om het anders te doen, elkaar aan te spreken. Elkaar op te zoeken. Te beginnen met erkennen dat er echt iets moet gebeuren. En om vanuit die overtuiging mét partners op zoek te gaan naar oplossingen, waarmee we per saldo beter af zijn. Om te luisteren naar de jongeren en te vragen wat zij willen; hoe zij het zien. Samen de schouders eronder. Positieve energie en vooruit. En als er nou een sector is die daar in mijn ogen het voortouw in zou kunnen nemen, dan is het wel de sport.
Joscha de Vries is directeur-bestuurder bij SportUtrecht. Eerder was zij werkzaam als organisatieadviseur en verandermanager vanuit haar eigen bureaus Hiemstra & De Vries en later Assist4Sport. Vanuit die bureaus werkte zij aan opgaven in de publieke sector in het algemeen en vanuit Assist4Sport in de sport in het bijzonder. In nevenfuncties was en is zij al langer actief als bestuurder in de sport.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.