22 november 2011
Opinie
In de ‘drietrapsraket’ die het Olympisch Plan eigenlijk is, zit een belangrijke tussenstap ingebakken, namelijk het jaar 2016. Dat jaar is een belangrijk ‘ijkmoment’ om te beslissen of Nederland al klaar is voor een eventuele kandidatuur voor de Olympische Spelen van 2028.
Het jaar 2016 is minder dan vijf jaar van ons verwijderd. Je vraagt je soms af of men zich dat voldoende realiseert. Het brengen van Nederland naar ‘olympisch niveau’ op allerlei gebieden is nog altijd een enorme uitdaging, met name als het gaat om ‘de massa’ echt in beweging te krijgen. Na een paar teleurstellingen (WK voetbal, Ryder Cup) kan een tweetal recente gebeurtenissen nu juist worden gebruikt als unieke ‘testcases’ in de aanloop naar 2016.
Stimuleren van ‘sporten in de buurt’
Eén van de acht oorspronkelijk geformuleerde ambities - de Breedtesportambitie - houdt in dat minimaal driekwart van de Nederlanders uit alle lagen van de samenleving in 2016 regelmatig aan sport doet. Het is wel duidelijk dat hiervoor nog veel moet gebeuren. ‘Chapeau’ daarom voor het besluit van minister Schippers om zeventig miljoen euro extra in te zetten voor het stimuleren van ‘sporten in de buurt’. Daarmee bewijst zij dat de overheid toch ook voorbij de huidige crisistijd (en voorbij haar eigen kabinetsperiode) wil kijken. Het betekent ook dat men inziet dat het sporten in de eigen buurt en op scholen een positieve en ook vrij directe invloed heeft op de verhoging van de beoogde sportparticipatiegraad. De Cruyff Courts, de Krajicek Playgrounds, basketbalveldjes en allerlei ‘sportieve’ schoolpleinen schieten als padden-stoelen uit de grond. Hetzelfde geldt voor het aantal daarbij horende combinatiefunctionarissen om deze goede ontwikkeling verder aan te jagen en te begeleiden.
Het mooie is dat het mes ook hier aan twee kanten snijdt: behalve dat de sportparticipatie er mee wordt opgekrikt, is het tegelijkertijd de meest directe manier om de sport als geheel ook weer dichtbij de ‘mensen op straat’ te krijgen. Daarmee worden dergelijke buurtactiviteiten ook een potentieel communicatiekanaal voor het overbrengen van de boodschap van het ‘Olympische Vuur’. En daarmee kan de totale sportbeleving (actief én passief) onder de bevolking worden vergroot. Het kan de ideale voedingsbodem worden voor een veel sterkere en positieve houding tegenover sport en dus ook tegenover eventuele Olympische Spelen in de toekomst in Nederland. De ‘Olympisch Vuur’ alliantie doet er goed aan meteen in de slipstream van dit project mee de buurten in te trekken.
EK Atletiek
De blijdschap over de toewijzing van de EK Atletiek in 2016 aan Amsterdam kwam in de media nogal ingetogen over. Misschien dat er intern bij de gemeente Amsterdam, de KNAU en NOC*NSF wel wat harder is gejuicht, maar in de media en de buitenwereld lijkt het wel alsof er gedacht wordt dat er gewoon weer een volgend sportevenement aan de kalender kan worden toegevoegd, geheel passend in het rijtje Euro 2000 (voetbal), het EK Zwemmen en recenter het WK Turnen en de Grand Départs van de Tour, Giro en Vuelta. Maar dat is toch een onderschatting van de potentiële impact die juist een zo groot atletiekevenement kan hebben op de ontwikkelingen en vooral ook de resultaten van het Olympisch Plan.
Al is de atletiek in Nederland (helaas) niet zo’n grote sport, in de rest van de wereld is dat wél zo. En zeker in de olympische wereld, waar het de ‘moeder’ aller sporten wordt genoemd. Voor de olympische familie is atletiek misschien wel belangrijker dan voetbal (ook al is dat mede te wijten aan de eigengereidheid van de FIFA). Een versterking van de positie in de atletiekwereld betekent direct ook een versterking binnen de olympische familie. En al is het dan ‘slechts’ een Europees en geen wereldkampioenschap, het is en blijft een zeer groot en belangrijk evenement. De ogen van de hele wereld (en zeker van de hele olympische beweging) zullen op ons gericht zijn. Wat een unieke testcase voor het Olympisch Plan 2028 om de wereld te laten zien waar we staan in 2016.
Dat ons land in staat is om grote sportevenementen goed te organiseren, hoeven we niet meer te bewijzen, hooguit te continueren. Nee ditmaal is het vooral ook een unieke kans om de bijzondere aanpak van het Olympisch Plan – de ‘Dutch Approach’ – in al haar facetten aan met name de wereld rond het IOC te tonen: aspecten zoals de opbouw in volle breedte, de legacy (niet alleen achteraf, maar ook al vóóraf), de tijdelijke en/of multifunctionele bouw van accommodaties, die ook weer beschikbaar zouden kunnen komen voor andere steden, de flexibiliteit, de combinatie met milieu, water, duurzaamheid, de superkorte vervoertijden, enzovoorts. Deze aspecten kunnen allemaal in de ‘etalage’ van de wereld komen te staan.
Bekijken we de EK atletiek in 2016 ook verder in de lijn naar 2028, dan zouden ook unieke creatieve ideeën voor 2028 alvast letterlijk kunnen worden uitgetest: een drijvende (trainings)accommodatie of een atletendorp op het water van de Nieuwe Meer? Niet alleen zomaar een tijdelijke tweede ring op het Olympisch Stadion zetten, maar een snelle, mobiele uitschuifconstructie, compleet vervoerbaar naar andere steden in de wereld? Een luxe hotelaccommodatie die kan worden omgebouwd voor ander gebruik? (kantoren, studentenkamers, opslag). En zo zijn er vast nog vele andere ideeën. Zulke ontwikkelingen hoeven dan ook niet meer alleen maar gericht te zijn op eventuele Olympische Spelen.
Multi-inzetbaarheid kan ook gelden voor andere evenementen, zoals een wereldtentoonstelling, Floriade, Culturele hoofdstad, et cetera. Gecombineerd met onze technologische ontwikkeling plus de Hollandse handelsgeest levert dit unieke mogelijkheden op.
Trouwens, als kandidaat-stad zal Amsterdam de komende jaren met dit EK atletiek én het WK roeien in 2014 alvast goed kunnen oefenen op de diverse aspecten, zoals bijvoorbeeld hoe je sporters en toeschouwers in je stad ontvangt. Zullen ze goed ondergebracht kunnen worden, hoe worden ze snel en goed vervoerd? Hebben we de grootstedelijke problemen enigszins onder controle? Krijgen we de bevolking van Amsterdam nu al betrokken bij deze evenementen?
Kortom, bovengenoemde recente besluiten zijn beide van een veel grotere potentiële waarde voor het zo belangrijke ‘ijkmoment’ in 2016, dan menigeen op dit moment lijkt te beseffen.
Jeroen van Tets is sinds 2011 freelance debat- / discussieleider en dagvoorzitter (‘Mr. Speaker’). Daarnaast schrijft Van Tets ook columns en opiniestukken in diverse media (‘Mr. Write’). Van Tets was van 2005 tot en met 2010 programmamanager Ruimte & Accommodaties bij sportkoepel NOC*NSF. Daarvoor werkte hij als manager gebiedsontwikkeling bij Arcadis Bouw en als sales manager bij Desso DLW Sports Systems. Voor meer informatie: jvantets@planet.nl of 035-623 2907 / 06-5335 5755.Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.