Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Tussen zwemvaardigheid en zwemsport

Tussen zwemvaardigheid en zwemsport

21 augustus 2013

Opinie

door: Harold van der Werff

Door de tijd heen zijn veel data over verschillende aspecten van zwemmen verzameld, maar tot nu ontbrak het aan een geïntegreerd brancherapport. Op woensdag 21 augustus is ‘Zwemmen in Nederland’ verschenen, een boek waarin de verschillende bronnen bij elkaar zijn gebracht in één publicatie en waarin de zwemsport vanuit verschillende invalshoeken wordt belicht. Denk daarbij aan de historie van het zwemmen; zwemvaardigheid onder kinderen; veiligheid in het zwembad en aan de stranden; zwemmen als vrijetijdsbesteding, breedtesport en topsport; aantal, typen en spreiding van aantal zwemaccommodaties.

‘Zwemmen in Nederland’ is een initiatief van het Mulier Instituut en gerealiseerd met financiële steun van de Vereniging Sport en Gemeenten. Verder hebben KNZB, Nationaal Platform Zwembaden | NRZ, VeiligheidNL en Reddingsbrigade Nederland inhoudelijke bijdragen geleverd. Een aantal statistieken is afkomstig van het CBS.

Zwemvaardigheid
Het onderzoek laat zien dat de zwemvaardigheid in Nederland op een hoog peil staat. Nog steeds halen bijna alle kinderen (94%) minimaal één zwemdiploma. Jaarlijks worden ongeveer 400.000 zwemdiploma’s van het Zwem-ABC uitgereikt aan kinderen, meestal in het bijzijn van trotse ouders en andere familieleden (Nationaal Platform Zwembaden | NRZ). Hoewel het Zwem-ABC moet worden gezien als één integrale leerlijn met tussentijdse examens, meent slechts 16 procent van de Nederlanders dat het complete Zwem-ABC nodig is om kinderen veilig te laten zwemmen (Nationaal Sportonderzoek 2013, voorjaarsmeting). Het is dan ook niet verwonderlijk dat weliswaar ongeveer 85 procent diploma B heeft, maar dat maar ongeveer 40 procent doorgaat voor diploma C.

Hoewel de cijfers niet volledig zijn, lijkt het erop dat het aantal kinderen dat de complete leerlijn afmaakt langzaam daalt. Dat er in steeds minder gemeenten schoolzwemmen is, heeft ook een negatief effect op de zwemvaardigheid, met name bij allochtone gezinnen en huishoudens met een lage sociaaleconomische status.

Figuur 3.1 Aantal uitgereikte zwemdiploma’s van het Zwem-ABC, 2010-2012
Bron: Nationaal platform Zwembaden | NRZ, 2013


Zwemveiligheid
Verder vraagt de veiligheid in zwembaden en aan de stranden om aandacht. Ook dit jaar werd Nederland opgeschrikt door enkele tragische verdrinkingen. Toch blijkt zwemmen ondanks het aantal verdrinkingen met dodelijke afloop, het aantal sportblessures (2011: 57.000) en het aantal SEH-behandelingen (2011: 4.400) een zeer veilige sport als de aantallen incidenten worden gerelateerd aan het aantal sporturen. Opvallend is dat bij de verdrinkingen met dodelijke afloop relatief veel personen van buitenlandse afkomst (voormalig Oostblok) betrokken zijn.

In de zwembaden houden de badmeesters en badjuffrouwen toezicht en aan de stranden bij open water wordt dat in veel gevallen gedaan door de lifeguards van de reddingsbrigades. Maar de aanwezigheid van professionele toezichthouders ontslaat ouders niet van de verantwoordelijkheid hun kroost in de gaten te houden. Zeker als het om kleine kinderen gaat, is het verstandig dat ouders binnen een armlengte blijven. De reddingsbrigades merken tijdens hun werk dat veel kinderen aan de aandacht van hun ouders ontsnappen, omdat die bezig zijn met sociale media op hun smartphone of tablet.

Zwemparticipatie
De bijna 700 openbare zwembaden trekken jaarlijks 80 tot 90 miljoen bezoeken. Daarnaast zijn er elk jaar grofweg 15 miljoen dagtochten naar stranden bij zee, meer en plas. Dat aantal kan vanwege de weersafhankelijkheid van jaar tot jaar aanzienlijk verschillen.

Ongeveer een derde van de personen van 6-79 jaar zwemt minimaal eens per jaar. Opvallend is dat in de periode 1979-2007 de algemene sportparticipatie steeg, maar dat de zwemparticipatie min of meer gelijk bleef. Verder blijkt dat het aantal zeer frequente zwemmers daalt en dat het aantal personen dat af en toe zwemt, stijgt (AVO 1979-2007, SCP). In 2012 zwom 18 procent van de personen van 6-79 jaar minimaal twaalf keer dat jaar (OBiN).

Met drie nationale zwemkoepels heeft zwemmen zowel bij de breedtesport als bij de topsport een stevige fundering, maar de zwembonden KNZB en NCS sectie zwemmen verloren de laatste jaren stelselmatig leden. De KNZB telde in 2002 153.500 leden en in 2012 141.200. De NSC zag het aantal leden afnemen van 16.600 naar 13.700. Overigens kende beide bonden in het laatste jaar wel weer een lichte stijging in het ledental.

De omvang van de breedtesport is een punt van aandacht als het gaat om internationale zwemprestaties. Bij de Olympische Spelen zijn zwemmers verantwoordelijk voor een relatief groot deel van de medailleoogst. Van de 267 medailles die bij de Zomerspelen zijn gewonnen, zijn er 57 bij het zwemmen behaald. Maar om op dat niveau – en bij EK’s en WK’s – te blijven presteren mag de kweekvijver niet opdrogen.

Zwemaccommodaties
Om het zwemmen voor iedereen toegankelijk te maken, zijn er in Nederland ongeveer 700 openbare zwembaden. 12 procent van de zwembaden wordt met sluiting bedreigd. Vooral openluchtzwembaden hebben het moeilijk. Toch blijkt dat een zwembad veel draagvlak heeft. 93 procent van de personen van 11-80 jaar vindt dat een zwembad een basisvoorziening in een gemeente moet zijn (Nationaal Sportonderzoek, 2010). Op de vraag welke door de gemeente ondersteunde voorzieningen het belangrijkst zijn, wordt het zwembad het meest genoemd (45%) door personen van 15-80 jaar, vaker dan een bibliotheek (41%) of een park (31%).

Maar in tijden van economische recessie ontkomen ook de zwembaden niet aan bezuinigingen. In veel gemeenten hebben gemeenten beheer en exploitatie van het zwembad overgedragen aan een commerciële exploitant, met het idee dat dit efficiënter is. In 1988 werd 36 procent van de zwembaden beheerd/geëxploiteerd door een commerciële exploitant, in 2012 is dat toegenomen tot 68 procent. Ook andere vormen van beheer en exploitatie worden nu meer bekeken, bijvoorbeeld een stichting/vereniging die met de inzet van vrijwilligers een bedreigd openluchtzwembad openhoudt, alles om een sluiting af te wenden.

De komende jaren
Bij het zoeken naar oplossingen bij de gesignaleerde aandachtspunten dient rekening te worden gehouden met de huidige economische recessie en de daarmee gepaarde bezuinigingen bij huishoudens, zwembaden en overheden. Dit vraagt keuzes en creatieve oplossingen. Positief is dat de zwemtraditie bij de meeste gezinnen nog steeds van geslacht op geslacht wordt doorgegeven en het schoolzwemmen – hoewel onder druk – nog in ruim 40 procent van de gemeenten bestaat.

Professionele toezichthouders en ouders kunnen samen de veiligheid in en aan het water versterken. Zwemmen is nog steeds een van de populairste vrijetijdsactiviteiten met een gunstig imago (gezond, weinig blessures, gemakkelijk te leren), dat kan worden versterkt met de inzet van onze olympische zwemhelden.

Ten aanzien van de dreigende sluiting van zwembaden geldt dat er onder de inwoners van een gemeente een groot draagvlak bestaat voor (het behoud van) zwembaden. Overheid, commercie en burgerij dienen de handen ineen te slaan om de ijzersterke infrastructuur die Nederland kent overeind te houden. Vanzelf zal dat niet gaan, te leren valt het zeker. En eng is het vast ook. Dat beeld moet het zwemmen bekend voorkomen.

Harold van der Werff is werkzaam als onderzoeker bij het Mulier Instituut. Voor meer informatie over ‘Zwemmen in Nederland’: 030-721 0246, h.vanderwerff@mulierinstituut.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.