Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Trendwatchen in zuid afrika

Trendwatchen in Zuid-Afrika

10 maart 2009

Opinie

door: Jan Rijpstra

Trendwatchen is ‘in’, dus waarom niet in de sport? Deze week zijn zo’n zestig mensen op studiereis in Zuid-Afrika. In het kader van het Olympisch Plan 2028. Initiatiefnemer is het ministerie van VWS, met Rob de Vries als aanjager en uit alle hoeken van ons sportland hebben zich vooral mannen (90%) aangemeld. Een dergelijke reis is uitermate geschikt om plannen in de week te leggen en allianties te sluiten. Een paar mogelijkheden:

1. Er wordt besloten om een landelijke onafhankelijke topsportevenementenraad op te richten onder leiding van Hein Verbruggen. De Raad staat boven de belanghebbende partijen.
2. Een monsterverbond wordt gesloten wie Erica Terpstra gaat opvolgen. Gezien de vele personen met een hockeyachtergrond op deze studiereis zou de man of vrouw uit die wereld moeten komen: Els van Breda bijvoorbeeld, André Bolhuis of Ruud Vreeman. Maar Hein Verbruggen zou het ook goed kunnen!
3. Omdat Joop Atsma ook is uitgenodigd besluit ik om met hem nu de Raad voor de Sport of de Sport autoriteit te regelen.

Maar mijn grote belangstelling gaat uit naar de rol van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB). Bij de directie Sport van VWS zijn na Rob de Vries (Olympisch Plan 2028) , Jan Willem Meerwaldt (NISB)  en Bart Ooijen (Brussel) - als meest bekenden - vertrokken. Inmiddels schijnen er meer dan honderd mensen bij het NISB te werken en dat brengt mij bij de kern. Wat wil het NISB?  De naam hebben ze in ieder geval al mee: Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen. Vooral dat Nederlands, dat doet het goed en is een brand. Op alle mogelijke terreinen van ‘sport en bewegen’ willen ze actief zijn in Nederland en ze sluiten daarom strategische samenwerkingen (mijn spellingscontrole geeft aan dat ik er ‘samenzweringen’ van moet maken…) met bijvoorbeeld  BMC (die in 75% van de Nederlandse gemeenten adviseert), tenzij dit laatste een gerucht is.

Zou er toch de ambitie van Clémence achter zitten om het NISB de status van UK-Sport te geven, of van een ander National Institute of Sports? Klinkt goed: Dutch Institute of Sports. Feit is wel dat wat je ook aan het NISB vraagt, het antwoord is : “alles kan geregeld worden”.

Is er dan nog een plek voor NOC*NSF? Ook zij zijn met verschillende bestuursleden - hoofd ‘strategie en beleid’ en de chef de mission - in Zuid-Afrika aanwezig. Zouden de top en de breedte dan toch ontkoppeld moeten worden zodat NOC de topsport in Nederland coördineert en de breedtesport volledig bij NISB wordt ondergebracht?

Laten we dan gelijk verder gaan: verdeel Nederland in een aantal regio’s, in elke regio werken de opleidingsinstituten zoals MBO SB,  HBO-instituten voor Sportstudies en de sportbonden samen en zo bedienen zij onder leiding van het NISB alle gemeenten, scholen en sportverenigingen. Lekker gedecentraliseerd, zoals bij mij in Zwitserland in de Kantons.

Maar de vraag blijft: wie neemt het voortouw als het gaat om sportbeleid en sportontwikkeling? Is er straks nog ruimte voor een directie sport van VWS of bouwt men af volgens een verborgen beleidsagenda? Komen we toch terug bij Ruud Lubbers die bij het in ontvangst nemen van het A.T Kerney rapport De maatschappelijke betekenis van sport begin jaren negentig zei dat het zo goed met de sport gaat omdat de overheid zich er niet mee bemoeit? Dus: sport niet in de Grondwet opnemen, geen plaats in de SER en geen Raad voor de Sport. Gewoon zelf regelen en overlaten aan Clémence.

Ik denk  dat ze het kan maar als ik de monitor/tussenrapportage Sportbeleid - die op 8 februari aan de Tweede Kamer is aangeboden - lees dan hebben we in Nederland vanaf 1994 een solide basis gelegd waarop  het sportbeleid is gebouwd. En zelfs als liberaal ben ik van mening dat daar een (lichte) overheidssturing nodig is. Maar in Zuid-Afrika ga ik toch aan de rand van het zwembad eens met Clémence in gesprek.

Wie ik overigens mis op deze trip is de - zoals hij zegt-  de toekomstig minister van Sport Richard Krajicek. Voor hem was dit een uitgelezen gelegenheid om met politici, sportbestuurders, ambtenaren, wetenschappers en adviseurs zijn pad uit te stippelen. Of hij het net zoals Clémence ook echt kán, weet ik niet. Maar hij zegt het wel heel vaak, dus de wil is er.

Het belooft een waardevolle reis te worden: bezoeken aan de verschillende stadions, discussies over evenementen, armoede, sociale programma’s tijdens het WK 2010 en de noodzaak van sport bij ontwikkelingssamenwerking. En als het dan oplevert dat we in Nederland bereid zijn om over onze eigen grenzen heen te kijken om strategische keuzes op sportgebied – waaronder de bouw van sportaccommodaties – te maken en het vooral  samen te doen dan kan er iets moois in ons land ontstaan!  Yes we can – maar die is niet van Clémence!

Jan Rijpstra was van 2005 tot 2008 burgemeester van Tynaarlo en daarvoor elf jaar lid van de Tweede Kamer; voor de VVD was hij gedurende het grootste deel van die periode woordvoerder sport. Hij vervulde en vervult verschillende bestuursfuncties in de sport. Tegenwoordig woont hij in Zwitserland waar hij Consultant is op het gebied van Sportspolicy, Sportdevelopment and Physical Education.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.