Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Topsporters vergeten soms hun blessures als ze moeten presteren

Topsporters ‘vergeten’ soms hun blessures als ze moeten presteren

16 juni 2009

Opinie

door: Jenneke Bogerd, Fleur van Haasteren en Ian Mostert

“Ik heb gewoon doorgespeeld. Ik kon het toch niet erger maken, dat scheurtje.”

Verslag van een onderzoek naar de betekenisgeving van topsporters aan hun lichamelijk welzijn in een prestatieve topsportomgeving.

Twee sporters willen geschiedenis schrijven tijdens de Olympische Spelen in Peking van 2008. De Chinese volksheld Xiang Liu wil zijn titel uit Athene verdedigen op de 110 meter horden. Roeister Marit van Eupen droomt van een gouden plak na haar bronzen medaille uit Athene. Beide sporters zijn geblesseerd. Van Eupen zelfs zo erg dat ze soms liggend naar de regattabaan wordt gebracht. Toch willen de twee er alles aan doen om hun droom te verwezenlijken. Van Eupen verlaat Peking met een gouden plak in haar bagage. Xiang Liu strompelt onder het oog van de camera’s en miljoenen landgenoten op de tribune al voor de eerste horde in de series de baan af.

Bovenstaand voorbeeld illustreert de spanning tussen het streven naar succes en de aandacht voor de gezondheid. In welke mate houdt een topsporter rekening met zijn lichamelijk welzijn om zijn droom te bereiken en wie oefenen hier invloed op uit? In een tijd van commercialisering, professionalisering en mediatisering wordt aan het behalen van succes een steeds grotere waarde gehecht en zoeken topsporters hun grenzen op.

Door middel van een beperkt kwalitatief onderzoek is nagegaan welke betekenis vier topsporters – twee mannen en twee vrouwen die allen op het hoogste (inter)nationale niveau acteren in verschillende sporten - geven aan hun lichamelijk welzijn in een prestatieve topsportomgeving. De betekenis van de onderzoeksresultaten is door de onderzoekspopulatie weliswaar beperkt, maar de uitkomsten bieden wel degelijk nuttige inzichten in een tot op heden nog tamelijk onontgonnen onderzoeksonderwerp in Nederland en kunnen daarmee verder wetenschappelijk onderzoek stimuleren.

Voornaamste onderzoeksresultaten
De eerste associatie die de topsporters hebben met lichamelijk welzijn is de bewuste manier waarop zij omgaan met hun lichaam. Het wordt gezien als de motor voor het leveren van prestaties en om deze motor goed te onderhouden en haperingen te voorkomen, wordt gezond gegeten, voldoende rust genomen en hard getraind. Eén respondent vergaart ook zelf medische kennis en kan hierdoor aangeven bij een arts dat hij last heeft van ‘wervel C3’. De vier topsporters geven allemaal aan goed voor hun lichaam te zorgen en ernaar te luisteren. Aan de andere kant is er juist het pushen van het lichaam om tot goede prestaties te komen. De één sport met een gebroken neus, de ander met een achillespeesblessure en pijnstillers. Elke respondent is van mening dat (te) veel van het lichaam wordt gevraagd, hetgeen ongezond is.

De vraag is dan waarom wel of niet wordt doorgespeeld met pijn - en eventueel een blessure - en welke overwegingen hierbij een rol spelen. De respondenten brengen uiteenlopende aspecten naar voren die in wisselwerking staan met elkaar. De basis vormt de interne drive van het willen winnen en meedoen op het hoogste niveau. Sporten is ontzettend leuk en het geeft een kick om goed te zijn. Voorts maken de sporters deel uit van een cultuur waarin pijn wordt genormaliseerd. Opgemerkt wordt dat afzien en het verleggen van grenzen nu eenmaal bij topsport hoort. Sporters die nooit opgeven zijn ‘bikkels’ en sporters die zeuren over pijntjes worden ‘mietjes’ genoemd. Een respondent geeft aan dat hij zich tijdens een langdurige blessure geschaamd heeft, de trainer soms niet durfde aan te kijken en voor ‘vakantieman’ werd uitgemaakt. Dit verhoogde de motivatie om er snel weer te staan.

De respondenten maken bij het formuleren van hun visie over omgaan met blessures onderscheid tussen de korte en de lange termijn. Twee topsporters geven aan dat het lichaam ondergeschikt is aan de wens om met de besten mee te kunnen; over de gevolgen daarvan voor de toekomst wordt weinig nagedacht. Het gaat om het ‘nu’. Het nemen van rust wordt als lastig ervaren. De andere twee respondenten willen juist niet forceren en het risico vermijden om langere tijd uit de roulatie te zijn. Een injectie die de last van een blessure voor twee maanden kan wegnemen wordt niet genomen, omdat het op lange termijn misschien meer schade aanricht. Deze twee sporters denken ook na over het leven na de sportcarrière, zoals het oppakken van een studie en het gezinsleven. Het lichaam dient dan nog in orde te zijn.

Toch denken ook zij er anders over als ‘het er echt om gaat’. Op het scherpst van de snede, voor aanvang van een belangrijke wedstrijd of een toernooi zoals de Olympische Spelen, maken alle respondenten uitzonderingen. Er wordt doorgespeeld met kwetsuren of pijntjes want die kunnen later worden behandeld en een eventuele lange termijn visie wordt even opzij gezet. De drang om te presteren is dan groter. Een respondent geeft aan na veel wikken en wegen te kiezen voor het geblesseerd spelen van een finale, met het risico om het seizoen daarna hooguit een paar wedstrijden in actie te kunnen komen. Zij stelt hierbij dat het wellicht niet verstandig is, maar er ook altijd nog een coach is die moet ingrijpen.

Hiermee wordt op een belangrijk punt gekomen: het netwerk van actoren rond de topsporter. De ideeën van topsporters over hun lichamelijk welzijn wordt beïnvloed door personen met wie zij een afhankelijkheidsrelatie hebben. Zo hebben de topsporters te maken met een coach/trainer. De ene coach wordt als ‘meegaand’ omschreven en schrijft rust voor bij vermoeidheid. Een andere coach oefent meer druk uit en eiste bijvoorbeeld van een respondent dat hij een wedstrijd moest spelen ondanks het niet kunnen schieten met de linkervoet. De respondent wilde de coach niet teleurstellen en gehoorzaamde.

Ook de fysiotherapeut is een sleutelfiguur bij behandelingen. Zijn adviezen worden vaak opgevolgd. Toch zijn de sporters zich ervan bewust dat de fysiotherapeut ook een eigen belang heeft en credits kan verdienen bij het zo snel mogelijk terugbrengen van een speler. Dit kan echter ten koste gaan van de speler zelf. De twee respondenten die een meer gecommercialiseerde sport beoefenen, hebben verder te maken met managers en sponsoren. De één geeft aan dat deze partijen uiteraard bij een blessure hopen dat er snel herstel is, zodat er geld kan worden verdiend. Toch hebben zij liever dat de sporter niet één maar twee maanden revalideert als hij er dan beter uitkomt. De andere respondent heeft meegemaakt dat een blessure misbruikt is bij contractbesprekingen. Verder stellen de respondenten die een teamsport beoefenen dat zij groepsdruk ervaren en kwetsuren soms worden verzwegen om een plaats in het team niet te verliezen. 

Conclusie en aanbevelingen
Er is op basis van onderhavig onderzoek geen eenduidig antwoord te geven op de vraag, welke betekenis topsporters aan hun lichamelijk welzijn geven in een prestatieve omgeving. De conclusie van dit onderzoek luidt dat deze betekenis afhangt van de individuele topsporter en de context waarin hij of zij sport beoefent waarbij de tijdsdimensie, de soort sport en betrokkenen belangrijke factoren zijn.

Uit het onderzoek vloeien de volgende aanbevelingen voort:
1. Meer aandacht schenken in beleidsplannen aan het lichamelijk welzijn bij topsporters. Geblesseerde topsporters zouden als aparte groep kunnen worden onderscheiden, waarbij bijvoorbeeld aandacht uitgaat naar financiële ondersteuning en advies over een maatschappelijke carrière. Daarnaast is het van belang om actoren in de sport bewust te maken van de waarde van een topsporter (ook als hij of zij tijdelijk niet kan spelen).
2. Topsporters inzicht geven in het netwerk waarin zij verkeren. Op deze manier worden de sporters zich meer bewust van de invloed die betrokkenen op hen uitoefenen vanuit hun eigen belang.

Jenneke Bogerd, Fleur van Haasteren en Ian Mostert zijn studenten van de masteropleiding sportbeleid en sportmanagement aan de Universiteit Utrecht. Het onderzoek is verricht onder begeleiding van prof. dr. Maarten van Bottenburg.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.