8 november 2016
Opinie
door: Paul ten Hag
Na 35 jaar in diverse managementfuncties gewerkt te hebben voor internationale profit bedrijven - zoals DSM, Shell, Texas Instruments en Nike - heb ik de afgelopen jaren als algemeen directeur in dienst van de Nederlandse Handboog Bond (NHB) ervaren dat het er in een non-profit organisatie iets anders aan toe gaat. Vorige maand heb ik aangegeven mijn contract bij de NHB te willen laten ontbinden vanwege ‘verschil van inzicht over de te varen koers’. Graag licht ik dat toe.
Wat ik bij de NHB zag: veel politiek, eigen belang vóór samenwerken, een bestuur dat zich vooral op operationele zaken richt in plaats van beleidsvorming en -toetsing van voortgang op hoofdlijnen, een ledenraad die meer volgt dan bepaalt en een door bezuinigingen steeds kleiner bondsbureauteam om het werk inhoudelijk goed te kunnen doen naar mijn maatstaven.
De trage processen bij de NHB gaven weinig ruimte voor adequate, efficiënte, (nood)zakelijke en klant- (lees: leden-) vriendelijke beslissingen. Bij mijn aanstelling als Algemeen Directeur van de NHB in april 2013 heb ik de organisatie drie hoofddoelstellingen voorgehouden die ik na wilde streven:
Onnodige vertraging en veel discussies
De eerste twee doelstellingen zijn in mijn perceptie goed gelukt, maar de derde stagneerde ernstig. Terwijl topsport en breedtesport één geheel moeten vormen, om het beste uit beide werelden te halen voor een langdurig gezonde sport (en bond), fietsten deze twee onderdelen regelmatig elk een andere kant op. Dit werd na Rio, op de nieuwe route naar Tokyo 2020, steeds zichtbaarder, en de ingediende conceptbegrotingen liepen zelfs zwaar uiteen.
Dat kost energie, geeft onnodige vertraging en veel discussies. Ik heb daarbij helaas ook ervaren dat de inmenging & lobby van de sectie Topsport bij NOC*NSF zwaarder weegt dan het algemeen NHB-belang, met een veel te volgzaam bestuur en de ledenraad op te grote afstand.
Laveren in dynamisch hybride gebied
Het is voor een sportbond zaak om weloverwogen te laveren in het dynamische hybride gebied (‘twilight zone’) tussen Angelsaksisch en Rijnlands ‘ondernemen’. Ofwel de korte termijn focus op internationaal presteren (vier jaar noem ik dit verband ook ‘kort’) versus de op duurzaamheid gerichte kracht van het collectief (met zowel de blik op binding en behoud van leden, als blijvend internationaal presteren).
Een olympische medaille winnen in Tokyo zou geweldig zijn, maar tegelijkertijd tienduizend leden naar vijfduizend zien dalen is desastreus voor het voortbestaan van de gehele NHB. Waarbij de NHB ook niet de houding moet aannemen dat een groei naar vijftienduizend leden heilig is, ten koste van internationaal aansprekende topsportprestaties. Een win-win route is zeker denk- en haalbaar, maar in een kleine organisatie als de onze alleen op basis van transparantie en vertrouwen in de samenwerking!
Geen visie
Zwaar teleurstellend in dat perspectief was dat het op korte termijn gerichte topsportbeleid bij de NHB niet was gebaseerd op een visie of onderbouwd meerjarenbeleid. In mijn periode bij de NHB heb ik tot mijn teleurstelling geen meerjarenbeleidsplan gezien voor bijvoorbeeld ‘talentontwikkeling’ en ‘aangepast Sporten’. Zo blijf je volgens mij niet internationaal presteren op de langere termijn.
Met name ‘talentontwikkeling’ is voor een topsportbond een ideale brug tussen breedtesport (verenigingen, regio’s, rayons) en topsport (Jong Oranje, kernploegen). De kans om hiermee een sterk draagvlak bij de breedtesporttak te creëren heeft NHB Topsport niet gestructureerd opgepakt. Vreemd ook dat NOC*NSF geen eisen aan de NHB stelde inzake beleidsvorming en -implementatie voor topsport als voorwaarde voor subsidieverlening…
De kracht van het ‘recreatieve collectief’
Na veertig jaar intensief sporten (o.a. triatlon, hardlopen, schaatsen) en trainerschap (volleybal, voetbal, hardlopen) in diverse sporten op nationaal niveau, gaat ook mijn hart uit naar competitief sporten en prestatief presteren. Ik begreep in mijn functie als algemeen directeur echter ook al te goed dat het voortbestaan van de bond niet afhankelijk is van topsportsubsidies en -prestaties, maar vooral van de kracht van het ‘recreatieve collectief’: de betalende serviceafnemers in een sfeer van gedwongen winkelnering.
Tot dat waardevolle collectief horen ook de vele verenigingen die wedstrijden organiseren, de wedstrijd- en competitieleiders, de scheidsrechters, de vrijwilligers bij de NK’s, interne docenten die handboogtrainers opleiden, de rayonbestuurders, commissieleden, trainers die zich elke week inzetten bij hun vereniging en/of voor de jonge talenten.
Wankel koord
De NHB is met € 57,00 bondscontributie (senioren) een van de duurste sportbonden in Nederland. Van de tienduizend leden doen er slechts 3.500 actief mee aan de bondscompetities. De rest wil minder verplichting en vooral genieten van de handboogsport op de door hen zelf gekozen momenten en locaties. Zij zijn het meest kritisch over de (te) hoge bondscontributie voor de door hen afgenomen services. Dat blijft voor de NHB balanceren op een wankel koord.
De handboogsport kent in Nederland een zeer hoge organisatiegraad, omdat het geen sport is die je even met vrienden ‘op de hoek van de straat’ beoefent. Dat voordeel moet echter wel worden gesteund en benut door adequate en (vernieuwende) services met een passende begroting voor alle doelgroepen binnen de NHB. Ik had niet het gevoel dat het NHB-bestuur daar voldoende van doordrongen was.
Vooral de autonomie die de afdeling topsport eiste en uitstraalde, gesteund door NOC*NSF en (delen van het) NHB-bestuur, en daardoor eerder tweedeling dan eenheid creërend binnen de NHB, heeft uiteindelijk de beslissing aangewakkerd om mijn dienstverband bij de NHB te beëindigen. Ik lees, hoor en begrijp dat de ledenraad en de leden zwaar teleurgesteld zijn over mijn vertrek en de wijze waarop. Dat geeft in ieder geval een warm gevoel en grote genoegdoening voor al mijn inspanningen. Met mijn ervaring, kennis en kunde vind ik een duidelijke visie, breed gedragen koers en een gezamenlijke uitvoering belangrijker dan gedwee volgen van NOC*NSF en bestuur.
Paul ten Hag is vanaf maart 2013 algemeen directeur van de Nederlandse Handboog Bond. Tevens is hij vanaf augustus 2012 als docent verbonden aan het Johan Cruyff Institute for Sportstudies. Eerder werkte hij onder meer voor AGOVV Apeldoorn BV, Nike, Holec Holland, Texas Instruments, Shell en DSM.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.