Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Topsport bedreigd door nieuwe vorm van doping

Topsport bedreigd door nieuwe vorm van doping

9 september 2008

Opinie

door: Pieter Verhoogt

Topsport is prachtig. De Olympische Spelen in Beijing hebben opnieuw duidelijk gemaakt hoe mooi sport kan zijn en welke impact sportieve topprestaties kunnen hebben op een land. Onze sporters brachten vanaf de andere kant van de wereld golven van Oranjetrots onze huiskamers in. Veel van onze jongens en meiden streden in de Chinese hoofdstad mee om de medailles. Voor zichzelf én voor hun land. Want één van de charmes van de Spelen is toch wel het uitgangspunt dat atleten en teams eerst en vooral namens hun land op de Spelen aanwezig zijn. Springruiters en waterpoloërs, BMX-ers en badmintonners zijn twee weken lang teamgenoten in één Olympische ploeg, gezamenlijk strijdend voor de glorie van hun natie. Met het landen-medailleklassement als ultieme meetlat en een gevoel van nationale trots als prettig bij-effect.

De Spelen maakten echter ook duidelijk dat de inspirerende sportieve competitie tussen landen al lang geen zuivere strijd meer is. Vraag maar aan de beachvolleyballers Schuil en Nummerdor. Op papier speelden zij hun kwartfinalewedstrijd tegen een team uit Georgië. Op het strand bleek het Oost-Europese team te bestaan uit twee ervaren Brazilianen met een Georgisch paspoort in hun strandtas. De ervaren springruiter Jos Lansink kwam in Beijing niet uit voor zijn geboorteland, maar maakte deel uit van de Belgische Olympische ploeg. Evenals de vroegere Nederlandse zeilster Carolijn Brouwers. Wie beelden van de Olympische tafeltenniscompetitie heeft gezien zal regelmatig het idee hebben gehad te kijken naar beelden uit het trainingskamp van de Chinese ploeg. Ni Xia Lian tegen Li Jiao bleek bij nader inzien echter te gaan om een Luxemburgs-Nederlands onderonsje. De in Kenia geboren Lornah Kiplagat (atletiek) komt al jaren uit voor Nederland. En zagen we daar Laurence Docherty uit Edinburgh in een oranje hockeyshirt?

Het lijkt een trend in de internationale topsport: topsporters die hun sportieve ambities nastreven onder een andere vlag dan die van hun geboorteland. Een bedenkelijke ontwikkeling die in sommige gevallen neigt tot ‘unfair play’. Begrijp me goed; wanneer sporters uit (niet-sportieve) privé-overwegingen van nationaliteit veranderen heb ik daar geen enkele moeite mee. Voor sporters gelden uiteraard dezelfde naturalisatieregels als voor ieder ander mens. Carolijn Brouwer heeft al jaren een Belgische vriend. Lornah Kiplagat is getrouwd met een Nederlander en woont al enkele jaren in ons land. Heeft zij recht op een Nederlands paspoort? Natuurlijk! Mag zij voor ons land uitkomen? Uiteraard. En hoe zit het met de Antilliaanse honkballers in het Nederlands team die soms nauwelijks Nederlands spreken, maar wel een Nederlands paspoort hebben? Hm, gevoelsmatig een randgevalletje, maar objectief gezien wel aan de goede kant van de streep.

Het probleem zit ‘m in de Jos Lansinks en Bart Veldkampen van de sportwereld. Hoe diep mijn bewondering voor beide sporters ook is, hun uitsluitend door sportieve gronden gedreven naturalisatie tot Belg was - hoe begrijpelijk ook - een stap in de verkeerde richting. Een actie gericht op korte termijn eigenbelang. Hetzelfde gold voor de naar Oostenrijk uitgeweken schaatser Marnix ten Kortenaar. Hans van Helden die op latere leeftijd uitkwam voor Frankrijk? Ja, dat kon weer wel. Van Helden woonde al jaren in Frankrijk en was inmiddels ruimschoots ingeburgerd (hoewel dat woord toen denk ik nog niet bestond). Maar het aantal foute voorbeelden neemt de laatste jaren sterk toe. Kent u de heren Badr Saelem Nayef en Nader Sufyan Abbas? Nee? De twee heren zijn gewichtheffers uit Qatar, die tot 1999 door het leven gingen als Petar Tanev en Andreï Ivanov, geboren en getogen in Bulgarije. Het duo verhuisde voor veel dollars naar het oliestaatje. Zoals ook veel Afrikaanse atleten hun financieel geluk zoeken door hun nationaliteit in te ruilen voor die van Bahrein, Qatar of een andere oliestaat. Zo haalde de voormalige Marokkaan Rashid Ramzi in Beijing voor Bahrein het goud binnen op de 1.500 meter.

Ik weet niet welke gevoelens die gouden medaille losmaakte bij de inwoners van Bahrein of Marokko, maar ik keur deze ontwikkeling sterk af. Met verlies van nationale identiteit bij van (commerciële) clubteams heb ik geen enkele moeite. PSV dat in de Champions League Nederland vertegenwoordigd met een keur aan buitenlandse spelers? Geen probleem. Nederlandse wielrenners die op een buitenlandse licentie en met een buitenlandse ploeg aan de Tour de France deelnemen? Ik zal voor ze juichen. Net als voor de Amerikaanse werper die in de Nederlandse honkbalhoofdklasse de kleuren van mijn club verdedigt. Sporters gaan daar spelen waar zij het meeste waard zijn. Het zijn economische huurlingen. De rijkste ploeg haalt de beste spelers en heeft de meeste kans op de titel. Niet altijd eerlijk, maar zo is het nu eenmaal. Een kwestie van marktwerking. Maar wanneer het gaat om EK, WK en OS-optredens, om het Oranjegevoel, liggen de zaken anders. Dan wens ik duidelijkheid en ‘fair play’. Op het WK voetbal zie ik graag maar één Braziliaans team (dat uit Brazilië!). En een Nederlands team met overtuigde landgenoten; soldaten van Oranje, strijdend voor meer dan alleen zichzelf. Dus mét Khalid Boulahrouz, maar zonder Salomon Kalou.

Waar ligt de grens? Helaas kan ook ik die niet scherp trekken. Naturalisatie is een heikel juridisch fenomeen. Ik constateer echter dat landen op uiteenlopende wijze omgaan met de geldende wet- en regelgeving. En dat sportieve naturalisatie in sommige gevallen een prestatiebevorderend middel is geworden in de sportieve landen concurrentie. Naast bloed- en gendoping is er nu ook pasdoping! Gelijk de vroegere Oostblokcultuur trachten sommige landen met dit middel de sportieve ranglijsten te beklimmen. Zie de eerder genoemde oliestaten. Een kwalijke ontwikkeling waartegen tactvol maar stevig dient te worden opgetreden. Daarvoor is supra-nationaal toezicht nodig, vergelijkbaar met het antidopinginstituut WADA. Deze instantie dient toe te zien op fair play door vaststelling en handhaving van uniforme nationaliteitsregels binnen de sport. Daarbij dienen niet zozeer de nieuw verkregen paspoorten het uitgangspunt te zijn, maar eerder een oordeel over de diepere achtergronden van de nationaliteitsruil. Zonder een dergelijke maatregel worden prachtige sportevenementen als WK’s en Olympische Spelen impliciet uitgeleverd aan de markt. En daarmee ook het oranjegevoel. Als dat gebeurt zie ik geen andere optie dan mij te laten naturaliseren tot Rus of Chinees.

Pieter Verhoogt is directeur van Sporteconomisch adviesbureau Sport2B. Sport2B helpt organisaties in en rond de sport bij het inspelen op economische ontwikkelingen en het vormgeven van hun beleid. Voor meer informatie: www.sport2B.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.