door: Paul Ruijsenaars
In mijn recente column ‘De Sportwereld als Criminele Organisatie’ heb ik uiteen gezet dat het IOC en WADA de oorlog hebben verklaard aan ‘de criminele organisaties in de sport’: crime fighting teneinde het eigenbelang te verdedigen: het bezit van de sport en het verkopen van de sport aan de hoogste bieders. Die bieders zijn de hoofdsponsors en de mediapartners, maar ook vaak dubieuze autoritaire regeringen van landen waar omkoping en corruptie dagelijkse praktijk is. Het spreekwoord luidt niet voor niets: ‘Waar je mee omgaat raak je mee besmet.’ Ook olympische organisatiecomités komen regelmatig op een negatieve manier in het nieuws, zoals thans de voorzitter van het organisatiecomité van Vancouver - John Furlong - met een geschiedenis van seksuele en fysieke intimidatie van kinderen van de oorspronkelijke Canadese bevolking (‘indianen’). Zie hiervoor een
blog van Guus van Holland) Het bestrijden van die eigen interne criminaliteit is echter niet ‘
at stake’: alle ándere stakeholders zijn de verdachten.
De Association of Summer Olympic International Federations (ASOIF) heeft bij monde van hun voorzitter Ricci Bitti het IOC-bestuur in februari jl.
ter verantwoording geroepen. Ze vinden dat de WADA de sportfederaties via de media bejegent alsof zij de hoofdverdachten zijn in het kader van de criminaliteitsbestrijding. Ook Walter Palmer - de wettige vertegenwoordiger van ruim 100.000 profsporters, als voorzitter van de door de ILO erkende wereldwijde profspelersvakbond Uni Sport-Pro Global Union - heeft scherp geprotesteerd tegen deze aanpak door IOC en WADA waarin de repressie van sporters nog disproportioneler wordt dan die al was: de nieuwe WADA-code verhoogt de maximumstraf voor positieve dopingtest van twee naar vier jaar. De facto een beroepsverbod. Een volwaardig medebeslissingsrecht van de wereldwijde vakbond van profsporters over hun arbeidsomstandigheden wordt keihard door IOC en WADA geweigerd en tegengewerkt. ('
Give them no oxygen!') Naast de sporters en sportfederaties zijn er nóg enkele stakeholders die als entourage van de sporters als ‘verdachte omgeving’ worden aangemerkt. Daarover later meer.
WADA: Wag the Dog Waar tot heden weinig aandacht voor is, is de vraag of het wel gerechtvaardigd is dat IOC en WADA deze wereldwijde oorlog verklaren aan de sportwereld. Deze oorlog vertoont grote overeenkomst met het filmscript van
Wag the Dog: het lanceren van een oorlog om de aandacht af te leiden van binnenlandse problemen. Henk Kraaijenhof maakte op deze site in maart jl. al die vergelijking : '
Wag the dope’. Het ‘binnenlandse’ probleem voor WADA is dat de zaak Armstrong heeft aangetoond dat de dopingtesten van afgelopen jaren een groot fiasco zijn. In eigen land is dat eveneens aangetoond door de Rabowielerploeg. Onderzoek laat zien dat van 31000 tests
slechts 0,5% ‘positief’ was.
De oorlog moet de aandacht afleiden van het feit dat dit testsysteem heeft gefaald en dat de IOC-oligarchie weigert om dat te erkennen. De oorlog is dus niet gerechtvaardigd. Het is een disproportionele reactie op eigen falen.
Crime fighting als
cover up.
Deze oorlog vertoont grote gelijkenis met de internationale reactie op fundamentalistisch terrorisme. De onthullingen van Edward Snowden maken duidelijk dat onder het argument van het bewaken en beschermen van burgers van de USA de rechten van diezelfde burgers en van andere burgers overal ter wereld op grote schaal worden geschonden: van elke burger (tot en met Europese regeringsleiders) wordt het recht op privacy geschonden als waren het verdachten in een misdadig complot.
De omvang van deze gigantische spionage- en afluisterpraktijken staat in geen enkele verhouding tot de omvang van het terrorisme. In dit opzicht heeft de sportwereld de tijdgeest dus tegen. IOC en WADA doen hetzelfde als de CIA en de NSA: ze werpen zich op als de hoeders van de zuivere sport en onder dat voorwendsel mag iedereen binnen de sportwereld als verdachte worden bejegend. De methodes die ze zelf hanteren zijn grensoverschrijdend en disproportioneel maar staan niet ter discussie.
Topcoaches en sportartsen: de slapende reusIOC en WADA hebben ook de oorlog verklaard aan topcoaches en sportgeneeskundigen. Ze worden net als de sporters als potentiële ‘
cheaters’ beschouwd: onderdeel van de potentieel criminele entourage van de sporters. Testuitslagen zijn nog wel van belang, maar belangrijker is dat de
cheater anderen gaat beschuldigen. En dat daarna die beschuldigden maar moeten zien of en hoe ze hun onschuld kunnen bewijzen. Het lijkt alsof dat besef nog niet is doorgedrongen tot de trainers, coaches, ploegleiders, sportartsen en andere verzorgende beroepen die hun bijdrage leveren aan het topperformen van de sporters.
Cees-Rein van den Hoogenband heeft tijdens de OS in Sydney in 2000 al bemerkt wat er staat te gebeuren, liet hij me weten.
'Tijdens de OS Sydney werden Inge en Pieter, die het zwemmen domineerden, uit Amerikaanse hoek verdacht gemaakt en er waren toespelingen op mijn doktersschap. Ik ben daar fel tekeer tegen gegaan en heeft tot officiële excuses van de Amerikaanse`Chef de Mission geleid. Na mijn 4 jaarsperiode in de Sportsmedicine Committee werd ik plotseling gewipt voor de nieuwe Committee, zonder opgaaf van reden, maar uit betrouwbare bron weet ik dat ze vaderschap van Pieter een onverenigbare zaak vonden in Amerikaanse hoek. Ik zou hem dan kunnen vrijwaren van dopingcontroles, bullshit. Overigens, in 2009 heb ik mijn comeback gemaakt en werd zelfs tot voorzitter van die Committee gebombardeerd (compensatie...?)”Olympische coaches en sportartsen zijn werknemers binnen de bedrijfstak van de professionele sport. Internationaal arbeidsrecht geeft deze beroepsgroepen het recht om op basis van medebeslissing te participeren in de eigen bedrijfstak. Het is verwonderlijk dat afgelopen jaren nog geen enkel initiatief is genomen tot het oprichten van vakbonden van topcoaches en van sportgeneeskundigen. Inmiddels mag dat zelfs wel als nalatigheid worden bestempeld, want met hun passiviteit laten ze de sporters in hun eentje tegen IOC en WADA opboksen. Samen met de vakbonden van de professionele sporters vormen zij de slapende reus die de macht heeft om op basis van het arbeidsrecht de macht van de oligarchie te breken en eendrachtig weer baas te worden over de eigen sport.
Initiatief vanuit Nederland?Tijdens het Nationaal Coach Congres van 13 december jl. heb ik er diverse betrokkenen over gesproken. Bert Bouwer - directeur van NLcoach - beaamde dat in het bestuur wel het besef bestaat dat de rechtspositie van de coaches nodig opgepakt diende te worden. Maar ook dat NLcoach niet de rol van vakbond op zich kon nemen. Anderen zeiden dat ze zich hier niet over uit durfden te spreken omdat ze bang waren hun baan in de sport ermee te riskeren. Foppe de Haan was onomwonden: 'Verschrikkelijk dat mensen die tien of meer jaren geleden bij doping betrokken waren nu zulke zware straffen krijgen en publiekelijk worden afgebrand. Je moet altijd omstandigheden in aanmerking nemen. In het voetbal hebben de coaches een vakbond, een CAO, overleg met spelersvakbonden, enz. Daar gaat ook wel eens wat mis, maar dan heb je een structuur waarmee je er wat aan kan doen. Heel erg jammer dat dat bij de andere sporten ontbreekt.'
Joop Alberda zei in zijn welkomswoord dat Nederland zo’n vijftig coaches telt die tot de wereldtop gerekend mogen worden. Hij noemde ze 'de erfdragers in de sport, de gildemeesters, wetenschappers, visionairs, die een beeld hebben van hoe het spel zich zal ontwikkelen in de toekomst. We leren mensen te presteren, prestaties geven trots en eigenwaarde. Als coach draag je bij aan een groot goed voor de samenleving.'
Joop Alberda heeft afgelopen maanden laten zien dat hij over de kennis, ervaring en het inspiratievermogen beschikt om in diverse takken van sport een stroomversnelling naar kwaliteitsverbetering tot stand te brengen. Hij beschikt over de capaciteiten, over de positie, over de visie op de betekenis van sport en over het nationale en internationale netwerk met sporters en coaches om in no time een internationale coachesvakbond op te richten en zo de helft van de slapende reus in beweging te krijgen.
Cees-Rein van den Hoogenband zou diezelfde rol op zich kunnen nemen in de beroepsgroep van de medische begeleiding, en zou daarbij veel steun kunnen ondervinden van zijn eigen zoon. Samen beschikken zij over het internationale aanzien om de andere helft van de reus te doen ontwaken.
Guus Hiddink zei tijdens het congres dat de mentaliteit van de Russische trainers werd beschreven met één woord: '
Awosh'. Dat betekent zoveel als ‘we zien wel’: een soort neutrale houding, begrijpelijk na eeuwen onderdrukking door totalitaire overheden.
Dodelijk voor topsport.
Onbedoeld verklaarde hij met die uitspraak de tot op heden neutrale houding van topcoaches en topsportgeneeskundigen ten opzichte van het totalitaire IOC-beleid. De internationale samenleving vertoont helaas tot op heden
Awosh ten opzichte van de NSA. Voor de sport is het te hopen dat topcoaches en sportartsen het initiatief nemen de
Awosh ten opzichte van IOC en WADA van zich af te schudden, de reus te wekken, solidair de krachten te bundelen met die van de sportervakbonden, ten behoeve van de ontwikkeling van de topsport.
Paul Ruijsenaars is mede-oprichter van PRISMA Praktijk voor therapie en coaching. Hij is sinds 1995 zelfstandig ondernemer met een advies- en coachingsbureau voor de sportwereld en het bedrijfsleven. Hij geeft advies over aanvaardbaar veilige sport- en werkomstandigheden, en over performance in intensieve samenwerkingsverhoudingen. Hij was in 2007 mede-initiatiefnemer van het platform 'Stop de dopinginquisitie'. Hij is als basketballer oud-international (25 interlands) en is afgestudeerd als sociaal-psycholoog.