Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Toeval bestaat niet in topsport verrassingen wel

Toeval bestaat niet in topsport, verrassingen wel!

30 september 2008

Opinie

door: Arie Kauffman

Het Nederlandse judo behaalde in Beijing meer medailles dan ooit tevoren op Olympische Spelen: één maal zilver en vier maal brons. Dat is bijna een derde van de totale medaillescore van de Nederlandse Olympische Ploeg. Vijf medailles in evenzoveel verschillende gewichtsklassen. Voor vijf verschillende judoka’s, drie vrouwen en twee mannen, kon op vijf van de eerste zeven olympische wedstrijddagen een feestje in het Holland Heineken Huis worden gebouwd.

Nog wat cijfers
Nederland was twaalfde in het judomedailleklassement dat - net als het algemeen medailleklassement - in de eerste plaats uitgaat van het aantal gouden medailles. Als we alleen kijken naar het totaal aantal behaalde medailles, dus ongeacht de ‘kleur’, dan was Nederland (0-1-4) na Japan (4-1-2) en Cuba (0-3-3) derde op deze ranglijst. Nederland staat daarmee boven erkende judolanden als Korea (1-2-1), Frankrijk (0-2-2), Brazilië (0-0-3) en Rusland (0-0-0).

De Nederlandse olympische judoafvaardiging was de grootste ooit. Van de 92 in Beijing aan het judo deelnemende landen was de Nederlandse judoploeg, met tien judoka’s, vier vrouwen en zes mannen, de tiende ploeg in omvang. Totaal namen er 386 mannen en vrouwen deel in veertien gewichtsklassen (m/v). De helft van de Nederlandse judoka’s behaalde in Peking een medaille. Alleen de Japanners met zeven uit veertien en de Roemenen met één uit twee hebben eenzelfde scorepercentage kunnen aantekenen.

Judo is rond 1880 in Japan als vorm van zelfverdediging voortgekomen uit het Jiu Jitsu en aan het eind van de 19e eeuw in Europa geïntroduceerd. De Judo Bond Nederland viert in 2009 haar 70-jarige jubileum.
Judo werd Olympisch in 1964 (Tokio). Het eerste Nederlandse judogoud werd daar behaald door Anton Geesink in de toen geldende gewichtsklasse ‘alle categorieën’. Gouden medailles werden sindsdien behaald door Wim Ruska (zwaargewicht en alle categorieën, 1972), Angelique Serise (-78, 1988) en Mark Huizinga (-90, 2000). In totaal behaalde Nederlands judoka’s sinds Tokyo 1964 21 medailles. Na het goud van Huizinga in Sydney waren er vier medailles in Athene en dit jaar vijf in Beijing. Sinds 1988 is het judo op elke spelen goed voor medailles en sinds de ‘Top 10’-ambitie is uitgesproken, draagt het judo ook substantieel bij aan de realisatie er van. Dat is geen toeval.

Structureel en breed gedragen topsportbeleid
Behalve Olympische successen bezet het Nederlandse judo al heel veel jaren podiumplaatsen bij senioren WK’s, EK’s en (Super) World Cup wedstrijden. Veel minder bekend is dat het Nederlandse judo ook zeer succesvol is bij junioren EK’s en WK’s in de leeftijdscategorieën tot 17 jaar en tot 20 jaar. Een structureel en breed gedragen topsportbeleid ligt daaraan ten grondslag.

Behalve het feit dat Nederland ruim 52.000 in verenigingen en sportscholen onder de vlag van de JBN georganiseerde judoka’s kent, is er vooral na Sydney ook sprake van een top–down georganiseerde topsportstructuur, waarin ook plaats is voor de vereniging/sportschool waar de topper vandaan komt. Een structuur waarin het talent wordt herkend en in zijn/haar ontwikkeling naar de top vanuit de bond wordt begeleid.

Bestuur en technische staf
Verantwoordelijk voor het topsportbeleid is uiteindelijk het bondsbestuur. De lijnen naar de professionele topsportorganisatie, de technische staf - bestaande uit een onafhankelijke voorzitter en vier bondscoaches (senioren m/v en junioren m/v) en een afdeling Topsport op het bondsbureau - zijn kort. De portefeuillehouder topsport is daarvoor bestuurlijk verantwoordelijk.
Binnen de kaders van het topsportbeleid en beschikbare financiële ruimte heeft de technische staf een ruim mandaat en grote vrijheid van handelen. Besluiten in de technische staf worden in de regel gezamenlijk genomen. Namens het bestuur toetst een daarvoor aangestelde Nationale Topsport Commissie of de selectiecriteria, procedures en overige afspraken worden nageleefd.

De JBN kent zogenoemde kernploegen in de verschillende leeftijdscategorieën. Eenmaal geselecteerd voor uitzending naar een (titel)toernooi maakt de judoka deel uit van de Nationale Selectie.

De judovereniging/sportschool
In de topsportstructuur speelt de judovereniging/sportschool een belangrijke rol. Zo is er nadrukkelijk een positie ingeruimd voor de eigen leraar - de trainer/coach van de vereniging of sportschool - die aan de basis heeft gestaan van het talent. De als talent herkende judoka wordt begeleid door zijn zogenoemde centrale coach (de persoonlijke trainer of leraar waar hij/zij zich in eerste instantie heeft ontwikkeld) in nauwe samenwerking met de bondscoach (junioren en/of senioren). De bondscoach kan overigens zelf ook als centrale coach fungeren. Met de centrale coach worden afspraken gemaakt over diens plaats en rol in de ontwikkeling van zijn talent. Daarbij worden ook aan de centrale coach voorwaarden gesteld die te maken hebben met zijn eigen kwaliteiten, mogelijkheden en beschikbaarheid. Wanneer de centrale coach niet functioneert of te kort schiet, zal de bondscoach ingrijpen. Het komt ook voor dat de centrale coach zijn sporter overdraagt aan de bondscoach of dat een sporter zelf bewust kiest voor de bondscoach. Vertrouwen in de kwaliteit van de bondscoaches, die zelf stuk voor stuk op hoog niveau hebben gejudood en ook als coach hebben bewezen succesvol te zijn, is hiervan de basis.

Topjudoka’s die (internationaal) presteren, kunnen in aanmerking komen voor een beschermde status. Het (Olympische) traject dat zij volgen op weg naar het internationale podium wordt in nauw overleg met de bondcoach vastgesteld. Tussentijds wordt beoordeeld of de beschermde status nog steeds is gerechtvaardigd. De technische staf is verantwoordelijk voor de individuele sporttechnische begeleiding van de sporters. De centrale coach is verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van het meerjarenprogramma van de sporter.

Het vertrouwen in deze aanpak, die zich met vier medailles al bewezen had in Athene, was ook voor Beijing groot. De medailleverwachtingen, hoewel altijd voorzichtig uitgesproken, waren hoog gespannen.
De topsportstructuur van de JBN en de voorbereidingsprogramma’s, de Olympische trajecten, van onze judoka’s, stond borg voor het behalen van medailles. Niets was aan het toeval overgelaten. Het aantal medaillisten en de kleur van de medailles zou een verrassing zijn. Ook dat was zeker, want de tegenstander zit ook niet stil.

Arie Kauffman voltooide zijn studie aan de ALO te Amsterdam in 1972 en diende aansluitend als sportofficier bij het korps mariniers. Hij was van 1986 tot 1992 technisch directeur en van 1992 tot 2002 algemeen directeur bij de Atletiekunie. In de periode 2002 - 2007 was hij algemeen directeur van de KNSB. Sinds maart 2007 is hij directeur van de Judo Bond Nederland.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.