4 maart 2008
Opinie
door: Jan Loorbach
De ledenvergadering van NOC*NSF
heeft in maart 2005 het rapport omhelsd dat de titel draagt: "De 13
aanbevelingen voor Goed Sportbestuur". Er is toen besloten om vanuit NOC*NSF de
sportbonden, aan wie de aanbevelingen met name waren geadresseerd, te stimuleren
en te ondersteunen hun regelingen en hun beleid met deze aanbevelingen in
overeenstemming te brengen - voorzover nodig. Ik heb die Commissie mogen
voorzitten en zo komt het - vleiend genoeg - dat die code ook wel naar mij wordt
genoemd. Voor alle Commissieleden is het echter nog veel vleiender dat er in de
praktijk op initiatief van NOC*NSF heel veel werk is gemaakt van implementatie
van die code; de aanbevelingen hebben niet alleen maar stof liggen verzamelen in
een la.
In Sport & Strategie verscheen onlangs een artikel van De Vries & Nagtegaal waarin wordt gesteld dat de Code-Loorbach te vrijblijvend is en dat het effect van de gedragscode groter zou zijn als deze verplicht en uniform zou worden ingevoerd. De enkele aanbeveling: "Pas toe of leg uit" (waarom je niet toepast) wordt dus te zwak bevonden. Het artikel blijkt een afgeleide te zijn van een onderzoek naar het functioneren van besturen in de Nederlandse sportsector met de titel "Besturen als sport". In het artikel is (ergens halverwege) sprake van "ons vooronderzoek", dus De Vries & Nagtegaal zullen ook wel de auteurs zijn van dat rapport. Het artikel getuigt van een uitputtend bronnenonderzoek over het onderwerp maar geeft nergens blijk van de ambitie om de geëtaleerde kennis te ordenen, daarin samenhang aan te brengen en dienstbaar te maken aan een betoog en een conclusie.
De conclusie dat de kreet "pas toe of leg uit!" te vrijblijvend is wordt dus niet gedragen door de omgevallen boekenkast die aan de conclusie voorafgaat, maar misschien wel door wat de auteurs erop laten volgen: "Het effect van de gedragscode is groter als deze verplicht en uniform ingevoerd wordt". Verplichte invoering leidt tot meer invoering; ongetwijfeld. Maar ook tot meer effect? Dat staat, dunkt mij, nog te bezien.
Wat mij betreft is dit het de essentie missende centralistische topdown denken waarmee Tineke Netelenbos ons onderwijs zo'n grote dienst heeft bewezen. En de auteurs nemen zich ook niet voor mij in als zij blijken voor te staan: "een voor de Nederlandse sportsector uniform bestuurscompetentiemodel, besturingsmodel en directiestatuut inclusief een competentiemodel voor directies".
Dit 'one size fits all' modeldenken doet geen recht aan de autonomie van sportbonden en nog minder aan hun enorme diversiteit die de auteurs overigens wel was opgevallen.
In Aanbevelingen voor Goed Sportbestuur wordt vastgesteld dat de bonden in
omvang, vermogen en organisatie sterk uiteenlopen met als uitersten de kleine
bond met het doe-het-zelf bestuur en de megabond waar het grote professionele
apparaat slechts op afstand wordt gecontroleerd door een RvC-achtig bestuur.
Iedere bond heeft zijn eigen signatuur, die om maatwerk-governance vraagt.
NOC*NSF is zich er ook altijd van bewust geweest dat het belangrijk is de eigen
bondscultuur te respecteren en niet centralistisch in een standaardmal te
persen.
Maar belangrijker vind ik nog dat de autonomie van de bonden moet worden gerespecteerd omdat daarin de waarborg ligt voor het erkennen en herkennen van een eigen verantwoordelijkheid. En eigen verantwoordelijkheid is in onze over-gereguleerde maatschappij een te schaars geworden en ernstig onderschatte prikkel - en een bron van zelfontplooiing waaraan sportbestuurders het recht moeten hebben zich te laven. Als besturen sport is, moet het immers leuk zijn!
Mr Jan Loorbach is sinds 1979 partner bij NautaDutilh. Hij werkt daar vooral op het gebied van gezondheidsrecht, sportrecht en partnershipdisputen. Loorbach was Deken van de Rotterdamse Orde van Advocaten van 1996 tot 1999. Ook was hij lid van de Commissie Advocatuur die in 2006 de Minister adviseerde over het functioneren van de advocatuur. De sportwereld weet zich Jan Loorbach oorspronkelijk als veelvoudig basketball-international te herinneren. Later bekleedde hij diverse bestuurlijke functies in de sport, zoals bestuurslid van de basketbalbond, bestuurslid van NOC*NSF, Chef de Mission van de Olympische Ploeg in 2000 (Sydney) en voorzitter van het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (tegenwoordig Dopingautoriteit). Een aantal jaren geleden was Loorbach voorzitter van de commissie Goed Sportbestuur die in navolging van het bedrijfsleven (commissie Tabaksblatt) voor de bestuurlijke sportwereld een code opstelde met aanbevelingen (13 stuks).
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.