28 juni 2011
Opinie
Onlangs las ik op Sport Knowhow XL de column van Toon Gebrands met de titel ‘Doe waar je goed in bent!’, een reactie op een column van Dimitri Bonthuis, genaamd: ‘Tijd voor commercie in het voetbal’. De toonzetting van de column van Gebrands was - to put it mildly - nogal fel. Nadat ik ook de column van Bonthuis had gelezen, begreep ik wel waarom.
Een sportmarketeer en een directeur van een BVO die iets schrijven over (het besturen van) het betaald voetbal in Nederland. En daarbij iets zeggen over bestuurders, sponsors en supporters. Het leek mij een aardig idee om ook een duit in het zakje te doen. Voornamelijk als supporter en een beetje vanuit mijn professie als advocaat.
Ik ben het met Gerbrands eens dat sponsors en supporters (en vaak zijn sponsors tevens supporter, zeker bij de kleinere clubs) het fundament van de club vormen en dat in de column van Bonthuis in dat opzicht de plank (behoorlijk) wordt misgeslagen. Blijkbaar realiseert Bonthuis zich niet dat échte supporters zich dagelijks het wel en wee van hun club aantrekken en de club onvoorwaardelijk de liefde verklaren. Anders zou hij geen vergelijking hebben gemaakt met vaste klanten van een supermarkt en theaterbezoekers.
Zonder sponsors en supporters kan een club niet bestaan: zij zijn de club. Een sprekend voorbeeld daarvan is ‘mijn’ club NAC. De club verkeerde in acute geldnood en staat er in financieel opzicht nog steeds belabberd voor. Zonder een groep sponsors (of: vermogende supporters) die nu gezamenlijk met € 1.700.000 over de brug komen, zou de club er waarschijnlijk niet meer zijn. En ook de supporters hebben zich niet onbetuigd gelaten, onder meer door het oprichten van de stichting Stichting RedNAC (www.rednac.nl) en de talloze bijzondere initiatieven die daarbij zijn ontplooid om geld in te zamelen voor de club. Je laten opsluiten in het geelzwarte huis, Big NAC menu’s eten, doneren aan en bieden op de NACveiling, meedoen aan het spel koe-schijten, enzovoorts: vaste klanten van een supermarkt en theaterbezoekers zullen niet zover gaan voor hun ‘club’.
Maar juist die emotie brengt een fors risico met zich mee. Waar Bonthuis wellicht een puntje heeft, is dat beslissingen van het management van een BVO toch met regelmaat - al dan niet bewust - worden ingegeven door emoties en onder druk van de buitenwereld. Gerbrands kan daar wellicht goed mee omgaan, dat kan ik niet beoordelen. Maar opnieuw kijk ik naar NAC, waar onder leiding van de voormalig directeur en onder toezicht (of ontbrak dat juist?) van het inmiddels grotendeels vertrokken bestuur, talloze onbegrijpelijke, zelfs schandalige beslissingen zijn genomen. Onbegrijpelijk vanuit bedrijfseconomisch, juridisch en bedrijfsmatig oogpunt. En daar wringt de schoen: ook bestuurders van een BVO zijn vaak supporter en/of hun beslissingen worden beïnvloed door supporters. Of nog erger: beslissingen worden genomen om hun eigen ego op te poetsen. Daarom zou het goed zijn dat het management van een BVO (directie/bestuur) meer uit professionals zou bestaat dan uit (goedwillende) vrijwilligers en dat zij aansprakelijk kunnen worden gehouden voor hun (wan)gedrag. Op die wijze zouden de heren (want dat zijn het toch vaak) bestuurders de onderneming met meer verstand runnen.
Dus: ‘tijd voor commercie in het voetbal’? Alsjeblieft niet nóg meer. Tijd voor (verdergaande) professionalisering van het management, maar wel met behoud van en respect voor clubcultuur? Graag!
Epke Spijkerman is gespecialiseerd in het arbeidsrecht. Hij voert een algemene arbeidsrechtelijke praktijk, waarbij hij o.a. adviseert en procedeert op het gebied van arbeidsovereenkomsten en -voorwaarden, individueel en collectief ontslagrecht, reorganisaties en het concurrentiebeding. Daarbij richt hij zich tevens op de (top)sportsector. Hij geeft lezingen/seminars (bijvoorbeeld aan HR managers) en publiceert in vakbladen en nieuwsbrieven.Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.