28 april 2009
Opinie
Over een paar weken publiceert de rijksoverheid haar meicirculaire. Daarmee worden de uitkeringen aan gemeenten voor de komende jaren bekend gemaakt. Donkere wolken pakken zich samen boven Den Haag en gemeenten zien de bui al hangen: de rijksbijdragen zullen als gevolg van de crisis de komende jaren waarschijnlijk worden teruggeschroefd. Omdat gemeenten financieel sterk afhankelijk zijn van de uitkeringen uit het gemeentefonds zijn bezuinigingen op de gemeentebegroting met ingang van 2010 onontkoombaar.
Hoewel sport zich in de afgelopen jaren (van economische groei!) een sterke positie op de lokale en landelijke politieke agenda heeft verworven, is het nu de vraag hoe de rol van het sportbeleid zich gaat ontwikkelen in tijden van recessie. Is het belang van sport sterk genoeg om hierin te blijven investeren of blijkt sport uiteindelijk toch een luxeproduct waar bij de eerste bezuinigingsronde al in gesneden gaat worden?
Hoewel het hier natuurlijk gaat om politieke keuzes op gemeentelijk niveau, is het allerminst zo dat gemeentelijke sportbeleidsmakers uitsluitend vanaf de zijlijn kunnen toekijken hoe wordt beslist over de financiële ruimte binnen het sportbeleidsveld in de komende jaren. Beleidsmakers kunnen er in ieder geval voor zorgen dat het sportbeleid ‘crisisproof’ is. Hoe? Hier volgen tien tips voor het realiseren van een ‘crisisproof’ gemeentelijk sportbeleid.
1. Verzamel ‘harde’ cijfers en zorg voor monitoring van
effecten
Hoewel de positieve invloeden van sport op de maatschappij
algemeen worden onderkend (denk aan sociale cohesie, gezondheid, integratie,
etc.), hebben bestuurders in tijden van crisis behoefte aan ‘harde’ cijfers die
blijvende investeringen in sport onderbouwen en verantwoorden. Het gaat hierbij
om inzicht in de sportdeelname en het sport- en beweeggedrag van inwoners. Een
eenmalige momentopname (nulmeting) afgezet tegen de resultaten van andere
gemeenten, provinciale en landelijke cijfers kan de noodzaak tot blijvende
investeringen aantonen. Nog beter is het om de effecten van het gevoerde
sportbeleid in kaart te brengen door een periodieke monitoring van
sportdeelnamecijfers en ledenaantallen van sportverenigingen. Maak het fundament
voor een ‘crisisproof’ sportbeleid tenslotte compleet met de resultaten van
sportstimuleringsprojecten: aantal deelnemers, doorstroming naar een
verenigingslidmaatschap, etc.
2. Maak resultaten zichtbaar
Gemeenten zijn er
doorgaans erg goed in om de positieve resultaten die worden behaald op het
gebied van sport nauwelijks kenbaar te maken. Maar om het belang van sport te
benadrukken en het politieke draagvlak te vergroten, is het zichtbaar maken van
resultaten een eerste vereiste. Probeer dus regelmatig een positief resultaat
onder de aandacht te brengen, bijvoorbeeld via de lokale huis-aan-huis krant of
via internet. Betrek sportverenigingen, het onderwijs, buurt- en
welzijnsorganisaties hierbij, want dat is ook goed voor hun PR. Als voorbeeld
enkele denkbeeldige krantenkoppen: ‘Badmintonclub heeft nieuwe vrijwilligers’,
‘Weer 20 jeugdleden voor voetbalvereniging’, ‘Gemeente en welzijnsstichting
laten ouderen in beweging komen’. Op het eerste gezicht lijken deze berichten
wellicht van weinig waarde, maar bij een structurele communicatie wordt sport op
den duur automatisch opgenomen in de mindset van inwoners (en dus ook van
politici!).
3. Beoordeel privaat geëxploiteerde sportaccommodaties
kritisch
Naast het vergroten van draagvlak voor het verkrijgen van
financiële middelen voor sport in de komende jaren, is het in economisch
onzekere tijden ook noodzakelijk om kritisch naar de uitgaven te kijken. Indien
sportaccommodaties in uw gemeente door private partijen worden geëxploiteerd
(veelal zwembaden en sporthallen), beoordeel de financiële en maatschappelijke
prestaties die worden geleverd dan eens extra kritisch. Jaarrekeningen worden
vaak bijna blindelings goedgekeurd, terwijl er wellicht een beter rendement te
behalen valt. Treed dus in overleg en bespreek waar kosten kunnen worden
bespaard of waar de maatschappelijke prestaties van accommodaties kunnen worden
vergroot. Om objectief inzicht te verkrijgen in de exploitatieresultaten van
accommodaties is het raadzaam om een vergelijking op te (laten) stellen van
kengetallen en benchmarkcijfers van vergelijkbare accommodaties. Dan heeft u
concreet iets in handen om met de exploitant(en) te bespreken.
4. Benut de regeling BTW-compensatie sportaccommodaties
Als gevolg van het besluit dat de Staatssecretaris van Financiën in december
2003 heeft genomen (het zogenaamde Sportbesluit) is het voor gemeenten mogelijk
om de BTW (19%) bij nieuwbouw van sportaccommodaties volledig terug te vorderen.
Niet iedereen weet dat ook de BTW (19%) op investeringen en exploitatielasten
die niet langer dan tien jaar geleden gedaan zijn όόk (gedeeltelijk) voor aftrek
in aanmerking komen. Voorwaarde is dat er een situatie wordt gecreëerd waarin er
sprake is van ‘gelegenheid geven tot sportbeoefening’. Anders gezegd moet de
verhuur van accommodaties meer omvatten dan alleen het beschikbaar stellen van
een fysieke accommodatie. Hierbij kan gedacht worden aan het verhuren of ter
beschikking stellen van (sport)materiaal, het uitvoeren van onderhoud, toezicht
en beheer, het zorgdragen voor aanvullende faciliteiten/installaties (gebruik
kunnen maken van douches/kleedkamers), etc. Vanzelfsprekend vergt het enige
investering (in tijd) om te zorgen dat aan de voorwaarden wordt voldaan, maar
hier staat tegenover dat een deel van de investeringen en exploitatielasten
kunnen worden teruggevorderd. Dit kan een aanzienlijk financieel voordeel
opleveren, dat weer dekking kan bieden voor andere sportuitgaven!
5. (Her)overweeg een andere organisatiestructuur vanuit
financieel oogpunt
Om financiële redenen kan het interessant zijn om
de organisatie van de lokale sportsector anders in te richten. Dit kan op
onderdelen plaatsvinden of integraal door een interne of externe
verzelfstandiging (sportbedrijf). Breng om te beginnen bijvoorbeeld in kaart of
het uitbesteden van uitvoerende taken (sportstimulering, beheer en exploitatie)
en het privatiseren van kleedaccommodaties of sportaccommodaties winst zou
kunnen opleveren. Hiermee kan de zelfwerkzaamheid van het
vrijwilligerspotentieel dat bij iedere vereniging aanwezig is worden benut en
kan het ook voordelen voor de verenigingen opleveren. Indien voor een verkenning
op dit gebied voldoende draagvlak bestaat, betrek dan de sportverenigingen en
overige lokale partners binnen het sport- en welzijnsveld hierbij. En laat u
inspireren en adviseren door gemeenten die dit traject al eens hebben doorlopen!
6. Verbreed het werkterrein van Combinatiefuncties
De regeling combinatiefuncties voorziet de sportsector van een belangrijke
impuls en zorgt voor verbindingen met onderwijs en cultuur. Hoewel in eerste
instantie wellicht vooral gedacht wordt aan uitvoerende taken voor
combinatiefunctionarissen, is het ook mogelijk om het werkterrein te verbreden.
Door combinatiefunctionarissen ook te benutten voor de uitvoering van
beleidstaken kan de uitvoering van het lokale sportbeleid worden versterkt. En
het mooie van de regeling combinatiefuncties (die overigens structureel is!) is
dat het rijk veertig procent van de loonkosten van de combinatiefunctionarissen
voor haar rekening neemt. Dat komt goed uit in crisistijd!
7. Wees creatief
Meer doen met dezelfde - of
wellicht zelfs minder - middelen vraagt om creativiteit. Door de crisis worden
we dus gedwongen om creatief te zijn. Uit het verleden blijkt dat in tijden van
crisis zeer creatieve ideeën zijn ontstaan die uiteindelijk zelfs hebben geleid
tot zeer succesvolle producten en winstgevende bedrijven. De crisis biedt ons
dus de kans om te komen tot creatieve oplossingen. Denk hierbij in onbegrensde
mogelijkheden en benut de kansen die er zijn. Doe dit vooral niet alleen: laat
bijvoorbeeld inwoners meedenken, betrek het bedrijfsleven erbij en vindt
raakvlakken bij sportverenigingen, onderwijs, de WMO, etc. Wellicht dat u een
‘Ei van Columbus’ ontdekt, dat u zonder de crisis voor altijd over het hoofd had
gezien. En vergeet dan niet er melding van te maken (zie tip 2).
8. Werk samen met buurgemeenten
Waarom zelf opnieuw
het wiel uitvinden als uw buren dat wellicht al gedaan hebben? Door regelmatig
in overleg te treden met buurgemeenten, kennis uit te wisselen en elkaar op de
hoogte te houden kan veel bereikt en mogelijk bespaard worden. Dit geldt niet
alleen voor praktische zaken in de uitvoering van het sportbeleid, maar ook voor
grootschaligere ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de realisatie van
sportaccommodaties met een regionale functie (wielerbaan, ijsbaan, zwembaden,
etc.). Kortom: maak vandaag nog een afspraak met uw dichtstbijzijnde collega’s
en investeer een uur van uw tijd in kennisuitwisseling (en wellicht zelfs
kennismaking!).
9. Benut ruimtelijke ontwikkelingen ten gunste van
sport
De ruimtedruk in Nederland heeft tot gevolg dat iedere
vierkante meter die nu voor sport wordt benut met een schuin oog begerenswaardig
bekeken wordt door projectontwikkelaars en stedenbouwkundigen. Tot nu toe is de
houding van de sport er vooral op gericht om de grondpositie van sport te
beschermen en te behouden. De schaarste van grond en de daarmee samenhangende
hoge grondprijs biedt echter ook kansen voor de sport. Zo kan vernieuwing van
het accommodatieaanbod ondanks gemeentelijke bezuinigingen wellicht toch
mogelijk zijn indien ruimtelijke ontwikkelingen hierbij betrokken worden.
Bijvoorbeeld door accommodaties te verplaatsen waardoor ruimte ontstaat voor
woningbouw. Met de opbrengsten van de woningbouw kan de realisatie van
sportvoorzieningen (mede) gefinancierd worden. Natuurlijk op de voorwaarde dat
de maatschappelijke effecten van sport te allen tijde gewaarborgd blijven. Het
simpelweg verplaatsen van alle accommodaties naar de randen van een gemeente,
waar de grond minder schaars is, is dus geen goede strategie maar onderzoek wel
vanuit sportperspectief of er ergens een tussenweg te vinden is. Zie
stedenbouwkundigen en projectontwikkelaars dus niet langer als uw figuurlijke
vijanden, maar stel u op als gelijkwaardige partners en zoek naar wederzijdse
belangen.
PS: een voorwaarde is wel dat de huizenmarkt niet verder stagneert als gevolg van de crisis en er voldoende vraag blijft naar nieuwbouwwoningen.
10. Begin vandaag nog met nieuw sportbeleid!
Omdat
niemand weet hoe de financiële situatie zich de komende jaren ontwikkelt, is het
verstandig om niet te lang te wachten met het opstellen van nieuw sportbeleid
(en het verkrijgen van de financiële middelen hiervoor). Indien de looptijd van
het huidige sportbeleid in 2009 of 2010 afloopt, start dan vandaag nog met het
treffen van voorbereidingen voor het opstellen van nieuw sportbeleid.
Bijvoorbeeld door het verzamelen van ‘harde’ cijfers die inzicht bieden in de
stand van zaken ten aanzien van de sportdeelname door inwoners en die inzicht
bieden in de effecten van het gevoerde sportbeleid (zie tip 1). U bent dan
meteen voorbereid indien volgend jaar - na de gemeenteraadsverkiezingen - een
nieuw gemeentebestuur aan de slag wil met het opstellen van een nieuw
sportbeleid!
Marcel Demper is ruim tien jaar werkzaam binnen het gemeentelijke sportbeleidsveld. Hij is eigenaar van Bureau Duodecim dat gemeenten terzijde staat met een brede dienstverlening binnen het beleidsveld sport. Bureau Duodecim stelt sportbeleid op, verricht onderzoek, treedt op als adviseur en verricht op interimbasis werkzaamheden binnen gemeentelijke organisaties. Voor meer informatie: demper@duodecim.nl of www.duodecim.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.