6 november 2012
Opinie
De winter komt er aan; een goed moment om het eens te hebben over ons eigen (kunst)ijs. Terwijl in de rest van de wereld inmiddels een flink aantal schitterende ijsbanen zijn gerealiseerd (met name in Oost Europa) heeft Nederland - als ’s werelds schaatsland nummer één - de grootste moeite om met de snelle ontwikkelingen in het schaatsen mee te kunnen komen. Voor het huidige Thialf is de wet van de remmende voorsprong inmiddels verworden tot de wet van de keiharde achterstand. Komt er een vernieuwd Thialf? Of komt er misschien een geheel nieuwe topijsbaan, als niet in Heerenveen, dan wellicht in Almere, Zoetermeer of elders?
Natuurlijk zagen ze in Heerenveen al jaren geleden aankomen dat hun paradepaardje de tand des tijds niet meer kon doorstaan. Dus werden er al jaren diverse grootse plannen ontwikkeld voor een nieuw Thialf, te bouwen op een nieuwe locatie bij Sportstad Heerenveen, naast het Abe Lenstra Stadion. Een gloednieuw ‘state-of-the-art’ ijsstadion met een topschaatsbaan voor 14.400 toeschouwers en een aparte baan (333 m.) voor de recreatieve schaatsers. Tevens een ijshal, commerciële ruimten en verdere toeters en bellen, zoals een volledig trainingslaboratorium. Totale kosten ca. € 100 miljoen.
Nu zijn het natuurlijk financieel schrale tijden en voor Thialf was dat eigenlijk al gedurende vele jaren het geval (een faillissement werd al tweemaal ternauwernood afgewend), zodat men volledig afhankelijk is van externe geldbronnen van gemeente, provincie, rijk en private partijen/sponsors. Geen wonder dat zo’n bedrag (waaronder € 40 miljoen van de provincie en € 40 miljoen van het rijk) niet zomaar op tafel te toveren valt.
Ofschoon Gedeputeerde Staten van Friesland daartoe wel bereid waren, hebben de Provinciale Staten toch gekozen voor een zogenaamde ‘vernieuwbouw’-variant op de huidige locatie. Men wil het ook vooral geen renovatie noemen, omdat met name de technische installaties voor de koeltechniek en het luchtklimaat volledig zullen moeten worden vernieuwd, evenals de faciliteiten voor toeschouwers, sporters en sponsors.
De uitdaging en de winst zitten ook in dit plan vooral in de factor energie. Maar tegelijkertijd zal ook met dit plan dezelfde topkwaliteit gehaald moeten worden voor een topschaatshal met de allernieuwste technieken, die volledig kan wedijveren met banen in Astana, Kolomna, Sochi en Salt Lake City en in Japan, Korea en China. De totale kosten voor deze variant liggen tussen € 38 en € 50 miljoen.
Tweederangs
Omdat niet is besloten tot een gloednieuwe super-ijsbaan op een nieuwe locatie, lijkt het nu ineens alsof Thialf een soort ‘tweederangs’ ijsbaan wordt, die nooit meer ‘top of the bill’ kan worden. Terwijl ook in deze ‘vernieuwbouw’-plannen juist enorm veel aandacht wordt besteed (en terecht) aan vooral de verbetering van de techniek voor het maken van supersnel kunstijs, de vriestechniek, de luchtcirculatie, het klimaat in de hal, mét en zonder toeschouwers, etc. In elk plan, dat bedacht is voor de toekomst, moet Thialf namelijk de concurrentie met de andere topbanen in de wereld aankunnen, anders kunnen ze meteen wel ophouden.
Ongeacht of een baan ook in de toekomst wel of niet gebruikt wordt voor de topsport, is en blijft een gezonde exploitatie toch de allerbelangrijkste en beslissende component om welke toekomstplannen dan ook te kunnen realiseren. Of men nu € 50, of € 100 miljoen investeert, voor Thialf wordt het toekomstige bedrijfsresultaat voor beide varianten geschat op een bedrag rond de € 1,5 miljoen, hetgeen ook nog aan de optimistische kant zou kunnen zijn. De beslissing van de provincie om te kiezen voor een plan voor de helft (of minder) van de kosten is dan ook goed te begrijpen, te meer daar de financiering als zodanig (door andere partijen, waaronder het rijk) nog verre van rond is, laat staan de financiering van een twee keer zo duur nieuwbouwplan.
Elders in Nederland
Direct nadat de beslissing in Friesland bekend werd, zagen initiatiefnemers in Almere, Zoetermeer en elders hun kans schoon om hun plannen te lanceren voor een nieuw internationaal schaatsmekka in de plaats van Thialf. Veel gehanteerd argument daarbij is onder meer dat hun locatie veel centraler ligt in Nederland. Hetgeen natuurlijk waar is, maar ook wat merkwaardig aandoet, omdat de afstand naar Heerenveen - althans voor topsporters en publiek - toch nooit een echte drempel is geweest (wel voor de recreatieve schaatsers).
De verschillende bedragen vlogen ook al weer door de lucht: in Almere € 60 miljoen, voor twee banen, waarvan één voor 20.000 toeschouwers. Merkwaardig al die verschillende cijfers. In Heerenveen zou vrijwel hetzelfde worden gebouwd voor slechts 14.400 toeschouwers. Hoe zou het dan in Almere zomaar € 40 miljoen goedkoper kunnen? Of wordt het misschien toch niet zo’n topkwaliteit baan?
In Zoetermeer dromen ze van een ijsbaan voor maar liefst 50.000 (!?) toeschouwers voor slechts € 25 à 30 miljoen (?), dankzij mobiele tribunes. Dus eigenlijk een gewone 400 m baan, die voor evenementen kan worden uitgebreid tot een wedstrijdbaan. Is die dan nog wel zo ideaal voor de topschaatsers, die er optimaal willen trainen en als het kan ook nog wel eens wat records willen rijden? Je voelt de luchtfietserij er van afdruipen, evenals het inmiddels al zwaar achterhaalde idee dat een exploitatie rondgemaakt kan worden door vooral heel veel toeschouwers te trekken voor allerlei grootschalige evenementen, waarvan al lang gebleken is dat die er gewoon niet in voldoende mate zijn. Van één EK, of WK, een NK-afstanden plus nog een mooi schaatsgala per jaar kan men allang niet meer rondkomen. En Frans Bauer en Marco Borsato blijven gewoon lekker zingen in Ahoy’ en het Gelredome en komen heus niet zo snel naar een schaatshal. Natuurlijk moeten we nog steeds grote evenementen naar Nederland blijven halen, maar het blijven slechts snoepjes, een leuke bonus, meer niet.
En zolang we in Nederland ook geen topaccommodaties willen financieren uit onze aardgasbaten - zoals in Rusland – en ook geen hoofdstad van Kazachstan hoeven te promoten (Astana), zolang zal men elk plan voor een nieuwe ijsbaan slechts financieel en economisch kunnen baseren op de (regionale) markt voor de recreatieve schaatser. Met hoogstens op één plek in Nederland een eventuele aanvulling van de speciale topsportfaciliteiten (supersnelle baan voor training en wedstrijden), een CTO (Centrum voor Topsport en Onderwijs) en een innovatief laboratorium (Innosport lab). Zulks nog altijd tegen zo laag mogelijke extra kosten en dankzij extra (nationale) financiering door het Rijk, Lotto, Innosport, en andere nationale sponsors. Niet zo vreemd dus dat Thialf nog steeds een goede kans maakt om de number one te blijven.
Ondertussen kan Almere met een gewone 400 m ijsbaan het gat tussen Amsterdam, Utrecht, Deventer en Heerenveen perfect opvullen, dus een nieuwe ijsbaan kan (en moet) daar zeker komen. Voor Zoetermeer geldt tenslotte dat men vooral eerst eens met Rotterdam en Den Haag (Uithof) om de tafel zal moeten gaan zitten, om enerzijds een gezonde economische basis voor een nieuwe ijsbaan in Zuid Holland te vinden en anderzijds de schaarse financiële middelen met elkaar te bundelen. Dat zouden meer gemeenten moeten doen.
Jeroen van Tets is sinds 2011 freelance debat-/ discussieleider en dagvoorzitter (‘Mr. Speaker’). Daarnaast schrijft Van Tets ook columns en opiniestukken in diverse media (‘Mr. Write’). Van Tets was van 2005 tot en met 2010 programmamanager Ruimte & Accommodaties bij sportkoepel NOC*NSF. Daarvoor werkte hij als manager gebiedsontwikkeling bij Arcadis Bouw en als sales manager bij Desso DLW Sports Systems. Voor meer informatie: jvantets@planet.nl of 035-623 2907 / 06-5335 5755.Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.