Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
The road to is een essentieel onderdeel van het olympisch plan 2028

‘The Road to …’ is een essentieel onderdeel van het Olympisch Plan 2028

14 februari 2012

Opinie

door: Jeroen van Tets

Het lijkt alsof iedereen bij de verdere ontwikkeling van het Olympisch Plan een beetje op elkaar zit te wachten. Amsterdam, of Rotterdam? Wie voert de regie? Hoe gaat het met de crisis? En omdat meer van dat soort vragen onbeantwoord blijft, lijkt het de laatste tijd nogal te ontbreken aan vaart. Omdat sporters van nature vaak ongeduldig zijn, gaan er hier en daar dan ook al stemmen op om veel minder aandacht te besteden aan de lange route naar 2028. Het zou allemaal veel simpeler kunnen. Men zou zich vanaf nu veel meer moeten bezig houden met het ultieme einddoel zelf: de Spelen van 2028 naar Nederland halen, niks meer en niks minder. Een kraakheldere boodschap, dat wel; maar ook een hele riskante, die funest kan zijn voor de kansen om het einddoel te halen.

Onlangs werd het eerste ‘Nieuwjaarsdiner voor de Sport’ gehouden, een nieuw initiatief dat nóg interessanter zou kunnen worden als de volgende keer ook bedrijven als Schiphol, Heineken, Philips, Ballast Nedam, BAM, DSM, Unilever, etc. aan zouden schuiven, samen met de grootste gemeenten, provincies, het Rijk en vele andere partijen. Behalve een aantal voor de hand liggende ambities voor 2012 - uitgesproken door eenzelfde aantal voor de hand liggende personen en partijen - werd tijdens het diner een zeer interessante documentaire vertoond over de tiendaagse studiereis van een groep vertegenwoordigers uit de sportwereld, het bedrijfsleven en het onderwijs naar Brazilië, nu alweer bijna een jaar geleden (!).

Eén van de conclusies van deze studiereis - die ook op deze avond weer een paar keer te horen was - is om de boodschap veel simpeler te maken: Nederland wil in de eerste plaats de Olympische en Paralympische Spelen in 2028 organiseren (punt!). Vergeet alle tactische tussenstappen van 2016 en 2021 en leg veel minder de nadruk op de weg die bewandeld moet worden om het ultieme doel te bereiken. Het argument hierbij is onder meer dat als we nu niet snel beginnen allerlei concrete zaken te gaan doen, we in 2016 eigenlijk al te laat zijn voor een solide kandidatuur voor 2028. Het gevolg is dat men de focus maar meteen op 2028 wil leggen en niet meer op de zo noodzakelijke daden in het ‘hier en nu’. Eigenlijk ontstaat er zo ook een soort verkapte manier om impliciet alvast een beslissing te nemen, dat we ons uiteindelijk toch wel voor 2028 moeten gaan kandideren. Dat is dé manier om min of meer vanzelf in een proces getrokken te worden, dat na een tijdje onomkeerbaar is. Bij grote projecten in het verleden is dat wel vaker gebeurd; nauwelijks nog een weg terug, of weinig mogelijkheid om nog tot lichte aanpassing te komen (bijv. 4, of 8 jaar later?).

Riskant
De tussenfases - die met reden zo zorgvuldig in het Olympisch Plan waren opgenomen - ondergeschikt maken aan het ‘heilige’ einddoel in 2028 is een zeer riskante strategie. Ook omdat bovenstaande argumentatie alleen aanspreekt bij de superenthousiaste sportvrienden die voor een dergelijk schitterend en ultiem doel altijd wel willen gaan (hoe eerder hoe beter). Jammer genoeg is in ons lastige en vooral zeer verdeelde kikkerlandje de behoefte aan simplisme misschien wel begrijpelijk, maar tegelijkertijd een ontkenning van de werkelijkheid. Een echte olympische ambitie – voor heel Nederland – is namelijk nooit simpel en moet dus ook niet zo worden voorgesteld. Vooral niet, omdat je dan slechts een zeer beperkte groep van positieve ‘die-hards’ als voorstanders meekrijgt. Alle overige potentiële medestanders - die soms hele andere doelen hebben dan de sportwereld - gaan dan niet meer mee, op die belangrijke gezamenlijke ‘Road to the Olympics’. En als de sport alleen komt te staan betekent dat zonder twijfel het einde van het Olympisch Plan en worden de Olympics snel weer ‘NO-lympics’.

Of we het nu leuk vinden of niet, in ons coalitie-landje is polderen nu eenmaal onvermijdelijk. Zonder ‘de ander’ bereiken we niets. Daarom is ook de weg naar 2028 een essentieel onderdeel van het Olympisch Plan en direct van grote invloed op (vergroting van) de kansen voor onze eventuele kandidatuur. Bovendien is al gebleken dat deze lange aanloop - de ‘Dutch approach’ - op zich al een hele bijzondere en in het buitenland onderscheidende wijze van aanpak is, die voor de toekomst van met name kleinere landen van betekenis kan zijn. Frappant dat deze lange aanloop in Lausanne en het buitenland met grote interesse wordt gevolgd, terwijl in eigen land nu een angst ontstaat dat ons niet genoeg tijd meer zou resten.

Tenslotte is er nóg een argument om de route naar 2028 als belangrijk onderdeel van het Olympisch Plan niet over te slaan of minder belangrijk te maken. Stel dat alles uiteindelijk positief verloopt en Nederland blijkt daadwerkelijk zichzelf te kandideren, dan nóg blijft de kans dat de Spelen ons niet worden toegewezen altijd groter dan dat deze wél worden toegewezen. Om ervoor te zorgen dat ook met het uitzicht op verlies men te allen tijde positief met het Olympisch Plan mee wil blijven doen, geldt als belangrijke motivatie dat er juist dankzij de route naar 2028 vele goede dingen kunnen worden bereikt, die er anders niet (of niet snel) gekomen zouden zijn. Als het argument van deze blijvende legacy (ook zonder de Spelen) wegvalt, zullen velen er niet meer aan willen beginnen.

Why?
Hebben wij al die andere ‘medestanders’ en overige partners eigenlijk wel nodig? zou je je kunnen afvragen: In ons land dus wel. Ook na het bezoek aan Brazilië bleek de belangrijkste vraag, de ‘Why’-vraag te zijn: waarom willen wij eigenlijk de spelen naar Nederland halen? Uit het feit dat iedereen hierop verschillend antwoordt, blijkt al dat we nog ver weg zijn van een kansrijke kandidatuur. In onze complexe en verdeelde Nederlandse situatie is er ook niet één grote reden, maar zijn er vele verschillende redenen om het te willen. Dat hoeft niet zo erg te zijn, mits we deze redenen maar kunnen bundelen tot een gezamenlijke kracht in dezelfde richting. Eén ding is het in ieder geval niet: simpel. Gelukkig is Nederland bij uitstek geschikt om de wereld te laten zien dat wij juist goed kunnen omgaan met complexe zaken.

Jeroen van Tets is sinds 2011 freelance debat- /discussieleider en dagvoorzitter (‘Mr. Speaker’). Daarnaast schrijft Van Tets ook columns en opiniestukken in diverse media (‘Mr. Write’). Van Tets was van 2005 tot en met 2010 programmamanager Ruimte & Accommodaties bij sportkoepel NOC*NSF. Daarvoor werkte hij als manager gebiedsontwikkeling bij Arcadis Bouw en als sales manager bij Desso DLW Sports Systems. Voor meer informatie: jvantets@planet.nl of 035-623 2907 / 06-5335 5755.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.