Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Te veel sporten kan leiden tot sportverslaving

Te veel sporten kan leiden tot sportverslaving

19 juni 2012

Opinie

door: Sabine Janssen

Sporten wordt over het algemeen als ‘gezond’ beschouwd. Zo zijn sporters bijvoorbeeld vaak fitter, energieker, sterker en zijn ze minder frequent ziek dan niet-sporters. Maar aan sport doen heeft ook een aantal keerzijden. Een bekend voorbeeld daarvan is dat sporters geblesseerd kunnen raken en daardoor een tijdje uit de running zijn. Een minder bekend verschijnsel is dat te veel sporten kan leiden tot sportverslaving. Zo’n 35% van de sporters vertoont de meeste verschijnselen daarvan, zo luidt de conclusie van een onderzoek onder bezoekers van het Universitair Sportcentrum Nijmegen. Zo’n 1 tot 2% van hen konden zelfs als ‘sportafhankelijk’ worden beschouwd.

Bij sportverslaving speelt het hormoon endorfine - een lichaamseigen stof die vrijkomt bij langdurige inspanning - een belangrijke rol. Deze stof zorgt voor een prettig gevoel en bestrijdt eventuele pijn waardoor sporters het langer kunnen volhouden. De endorfinekick is echter lang niet de enige verslavende factor. Veel belangrijker nog is de mentale afhankelijkheid. Dat is mij gebleken toen ik na het houden van een enquête onder ruim 1.700 personen (leeftijd 17 tot 70) aan het Universitair Sportcentrum Nijmegen de belangrijkste symptomen van sportverslaving op een rijtje zette. Met behulp van de zogeheten Exercise Beliefs Questionnaire – gebaseerd op de theorie van ‘gepland gedrag’ – ben ik gekomen tot zeven drijfveren van de ‘afhankelijke sporter’:

1. tolerantie: de behoefte om frequent, langdurig te sporten om zodoende het vereiste effect te behalen;
2. ontwenningsverschijnselen: het aanpakken en voorkomen van verschijnselen als stemmingswisselingen, rusteloosheid en frustratie door middel van het aanhouden/verhogen van het sportgedrag);
3. intentie effecten: het sporten neemt vaak meer tijd in beslag dan de bedoeling was;
4. controleverlies: er is een constant verlangen naar de sport en het niet kunnen verminderen van de sportduur, -frequentie en -intensiteit;
5. veel tijd wordt gespendeerd aan sportgerelateerde activiteiten;
6. reductie van andere activiteiten (verplichtingen, recreatieve en sociale activiteiten worden opgegeven voor het sporten);
7. continuïteit: het sportgedrag wordt behouden ondanks aanhoudende of terugkerende fysieke of psychologische problemen.

De enquête heb ik gehouden onder sportkaarthouders (studenten-, bedrijfs- en particuliere sporters) van het Universitair Sportcentrum Radboud Universiteit in Nijmegen (USC). Van de 4.000 kaarthouders die ik benaderde, vulden 1.721 de enquête volledig in. De enquête bestond uit drie delen bestond: (1) een anamnese, (2) de Exercise Dependence Scale om een sportafhankelijkheid te diagnosticeren (Hausenblas, 2002) en (3) de eerder genoemde Exercise Beliefs Questionnaire om de drijfveren van de afhankelijke sporter te achterhalen (Loumidis, 1998). Als toevoeging volgde een persoonlijk of telefonisch interview met de meest extreme sporters om zodoende meer op de betreffende drijfveren in te gaan.

Aan 998 participanten heb ik gevraagd om mee te werken aan een persoonlijk of telefonisch interview. Daarvan waren 152 mensen bereid mee te werken. De 30 meest extreemste sporters heb ik vervolgens voor de verdieping uitgekozen. Uiteindelijk volgde daaruit 23 interviews. De statistische toetsen heb ik verricht met behulp van de Wilcoxon Rank-Sum test.

Conclusies uit het onderzoek
Uitkomsten naar geslacht - Het aantal sportafhankelijke klanten van het USC bestond uit 1,5% (34,6% mannen; 65,4% vrouwen). Geclassificeerd als non-afhankelijk maar wel met symptomen van een sportafhankelijkheid was 35,3% (26,4% mannen; 73,6% vrouwen). Non-afhankelijke sporters waren in de meerderheid met 63,2% (21,1% mannen; 78,9% vrouwen). Het totaal aantal participanten was 1.721 (100%) bestaande uit 399 mannen (23,2%) en 1.322 vrouwen (76,8%).

Afhankelijke versus non-afhankelijke sporter - De afhankelijke sporter (7,5 uur per week) trainde 3,75 keer meer per week vergeleken met de non-afhankelijke sporter (2 uur per week). Afhankelijke sporters hadden meer last van ontwenningsverschijnselen: zij sportten om rusteloosheid te voorkomen en om een geïrriteerd, gestrest en rusteloos gevoel tegen te gaan. Vandaar dat zij continu het sportniveau (sportfrequentie, -intensiteit en –duur) verhoogden en met een blessure door bleven sporten. Voornamelijk bij de vrouwelijke afhankelijke sporter was er sprake van controleverlies, zij was niet in staat haar sportniveau te verlagen. De mannen lieten het sportgedrag vóór familiaire verantwoordelijkheden gaan terwijl de vrouwelijke sporter werkgerelateerde verantwoordelijkheden liet schieten om te sporten. Zowel de mannelijke als vrouwelijke afhankelijke sporter bouwden het leven compleet rond het sportgedrag.

Drijfveren, normatieve overtuigingen - De jonge extreme mannelijke sporter zou minder sociaal worden geacht en kritiek krijgen van zijn teamgenoten wanneer hij minder zou sporten. De jonge extreme sporter had ‘presteren’ als doel, terwijl de oudere sporter ‘gezondheid’ als doel had om frequent te sporten. De afhankelijke sporter werd beïnvloed door het westerse ideaalbeeld en de directe omgeving, tevens was er angst om overgewicht te krijgen en werd er erg op het eetgedrag gelet.

Gedragsovertuigingen - Afhankelijke sporters gaven aan beter te kunnen presteren op het werk wanneer zij frequent sporten. Zij zagen sporten als een uitlaatklep: ze konden er frustratie, lusteloosheid en teveel aan energie mee kwijt raken. De afhankelijke sporter was van mening minder snel ziek te worden en het verouderingsproces minder snel te laten verlopen wanneer hij frequent aan sport deed; zijn weerstand zou worden verhoogd en hij zou er een algehele gezonde levensstijl door hebben.

Controleovertuigingen - Moeheid, geen zin hebben en tijdgebrek waren geen excuses voor de afhankelijke sporter. Het goede gevoel na het sporten en een strakke planning waren de motivatie om frequent te sporten.

Voornaamste drijfveer - De hoofdreden om het compulsieve sportgedrag uit te voeren was voor de extreme jonge mannelijke sporter presteren en spiermassa opbouwen. Voor de oudere extreme mannelijke sporter stonden gezondheid en plezier op nummer één. De jonge extreme vrouwelijke sporter zag plezier en afvallen als de voornaamste rede. De oude vrouwelijke sporter gaf aan gezondheid en het huidige gewicht behouden als voornaamste rede te zien.

Tips en aanbevelingen
Uit mijn onderzoek is gebleken dat de afhankelijke sporter zijn grootste drijfveer vindt in het richten op het westerse ideaalbeeld en het fysieke uiterlijk van zijn omgeving. Om de negatieve aspecten van sportverslaving te verminderen of zelfs te laten verdwijnen, zouden het USC en andere sportcentra posters kunnen ophangen met slogans en anekdotische afbeeldingen die zich richten op de normatieve overtuigingen van de afhankelijke sporter:
- beïnvloed worden door het ideaalbeeld en de directe omgeving;
- bang zijn voor het krijgen van overgewicht;
- teveel letten op het eetgedrag;
- de druk van teamsport voelen.

Daarnaast zouden zij de hulp kunnen inroepen van bijvoorbeeld een sportpsycholoog.

De voornaamste boodschap die ik kan geven naar aanleiding van mijn onderzoek is dat de frequente sporter voldoende en gezond moet blijven eten, het lichaam niet extreem moet belasten en zich niet moet gaan afzonderen van de buitenwereld. Regelmatig sporten is gezond, maar met mate.

Deze column is een bewerking van de masterscriptie van Sabine Janssen. Voor de tekst van de gehel scriptie klik hier

Sabine Janssen is werkzaam als Clinical Research Associate bij TFS Trial Form Support BV. Eerder rondde zij aan de Radboud Universiteit Nijmegen een masterstudie bewegingswetenschappen en communicatie af en behaalde zij een bachelor biomedische wetenschappen.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.