25 juni 2013
Opinie
Aanstaande zaterdag start de honderdste Tour de France. De wielerliefhebber hoopt dat de koers schoon zal zijn na de schandalen van de afgelopen decennia. Van de laatste veertien rondes van Frankrijk hebben er zeven geen winnaar. Twee andere rondes hebben op dit moment een andere winnaar dan de renner die in Parijs werd gehuldigd. Dit nog afgezien van de affaire Rasmussen die, rijdend in de gele trui, enkele dagen voor het einde door zijn eigen ploeg uit de koers werd gehaald.
De wielerwereld beseft al enige tijd dat het zo niet langer kan en dat de professionele wielersport maatregelen moet nemen om de sport te redden. Vorige week kwam het rapport Meedoen of Stoppen van de Commissie Sorgdrager uit. Een prima rapport. Renners, ploegleiders en artsen hebben anoniem kunnen vertellen wat ze weten. Daardoor is de commissie in staat een helder beeld te schetsen van de dopingpraktijk in de afgelopen veertig jaar.
De Amerikaanse oud-wielrenner Tyler Hamilton heeft in The secret race beschreven hoe hij tot het gebruik van doping is gekomen. Na lezing van Meedoen of stoppen is duidelijk dat negentig procent van het peloton vanuit dezelfde motieven hetzelfde deed als Hamilton. Als beginnend professional weet een renner na twee jaar dat er maar twee opties zijn: meedoen met de anderen of stoppen met wielrennen. Tien jaar voor Tyler Hamilton zei Alex Zülle al tijdens het Festina-proces dat hij kon kiezen tussen epo nemen of weer huisschilder worden. En in het rapport Sorgdrager vertelt negentig procent van de renners hetzelfde verhaal.
De Commissie Sorgdrager doet aanbevelingen om de dopingcultuur te beëindigen. De eerste is om jonge renners te wijzen op de gevaren en de onwenselijkheid van doping. Het lijkt me nogal naïef om hier iets van te verwachten. Professioneel wielrennen is immers een klassiek voorbeeld van het prisoners dilemma. De essentie van dat dilemma is dat rationeel gedrag van het individu en rationeel gedrag van het collectief met elkaar op gespannen voet staan. In de wielersport werkt dat als volgt. Alle partijen (renners, ploegen, organisatoren, sponsors) wensen een schone wielersport, waarin op een eerlijke manier strijd wordt geleverd en de beste wint. Dat is het collectieve belang.
Maar renners die prestatiebevorderende middelen nemen verhogen hun prestatievermogen in een grote ronde met tien tot vijftien procent. Het voordeel van het gebruik van doping is dus enorm en daardoor vertrouwen renners en ploegen elkaar niet. Renners gebruiken doping omdat ze denken dat iedereen het doet en de meesten ermee wegkomen. Door het massale dopinggebruik heeft de renner die besluit geen stimulerende middelen te gebruiken, geen kans meer om in grote wedstrijden competitief te zijn en mee te rijden om de prijzen.
Maar wanneer álle renners doping gebruiken valt het voordeel voor de individuele renner weer weg en is het effect dat de wielersport collectief slechter wordt van het dopinggebruik: gezondheidsrisico’s voor de renners, voortdurend zoeken naar nieuwe middelen, een 'wapenwedloop' of ‘kat en muis spel’ met de instanties die doping moeten opsporen, hoge kosten, terugtredende sponsors en een slecht imago. Iedereen lijdt onder het gebrek aan vertrouwen.
Kortom, een klassiek prisoners dilemma, dat niet kan worden opgelost door de verantwoordelijkheid bij de individuele renner te leggen en heil te verwachten van voorlichting. De hele omgeving waarbinnen renners opereren moet veranderen. Regels, controles, sancties, afspraken en gedragsregels zijn geijkte middelen om een prisoners dilemma te lijf te gaan. Op dit punt is in de afgelopen jaren al het nodige gebeurd. Werd er vroeger alleen tijdens wedstrijden gecontroleerd, later kregen we out of competition controles. De volgende stap was dat urine en bloedmonsters langer bewaard worden waardoor er op een later moment alsnog middelen kunnen worden opgespoord die eerder onopgemerkt bleven. Dat heeft de drempel om verboden middelen te nemen weer iets verder verhoogd.
Ook de ploegen hebben de afgelopen jaren het nodige gedaan. Nog niet zo lang geleden organiseerden ploegen het dopinggebruik zelf en was er sprake van een strijd tussen de dopingautoriteiten enerzijds en de ploegen en de renners anderzijds. De laatste jaren zijn de bonden en ploegen gaan inzien dat de professionele wielersport niet zal overleven als ze zelf geen gedragsregels afspreken en elkaar daar op aanspreken. Dat gebeurt in de Mouvement pour un Cyclisme Credible (MPCC) waarin ploegen, bonden, organisatoren en sponsors samenwerken.
De jongste Ronde van Italië heeft echter opnieuw laten zien hoe weinig die afspraken bestand zijn tegen de harde wetten van het prisoners dilemma. Mauro Santambrogio van de Vini Fantiniploeg werd negende in het eindklassement en won een zware alpenetappe. Na de giro moest hij zijn negende plaats en zijn etappeoverwinning inleveren omdat hij al in de eerste etappe positief was getest.
Het onoplosbare probleem is dat het voordeel van het gebruik van doping groter wordt naarmate het peloton schoner rijdt. Daarom zullen er altijd Santambrogio’s blijven. Zij nemen de gok in de hoop niet betrapt te worden. Maar misschien maakt het hen niet eens zoveel uit als ze wel betrapt worden. Santambrogio is een kleine renner. Hij had in een grote ronde nog nooit beter gereden dan een 86e plaats. Hij had in zijn zevenjarige profcarrière pas een overwinning behaald. Zijn later afgepakte overwinning in de heroïsche sneeuwrit in de alpen leverde hem in elk geval 'two weeks of fame' op. En daar kan hij zijn verdere leven op teren. Over vijftig jaar zal hij in het dorpscafe voor de zoveelste keer vertellen over het onrecht dat hem in 2013 is aangedaan. En zijn dorpsgenoten zullen hem weer op de schouder kloppen en zeggen 'De wereld is oneerlijk Mauro, neem nog maar een grappa van ons'.
De Mauro Santambrogio’s zijn de 'lone wolfs' van het wielrennen, die zelfs bij de beste anti-dopingaanpak altijd en overal weer kunnen opduiken.
Het hoeft geen betoog dat strijd tegen doping noodzakelijk blijft. Opgeven is geen optie. Ik gun iedereen een prachtige jubileumtour, maar de kans is niet denkbeeldig dat ook dit jaar weer niet elke renner die als eerste de finish passeert de uiteindelijke etappewinnaar zal zijn. Als de eindwinnaar blijft staan is dat al een mooi jubileumcadeau.
Sjak Rutten is zelfstandig adviseur onderwijs- en jeugdbeleid.Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.